zondag 8 juni 2008

3 eetlepels Richteren 4 vers 19

Rond 1980 zat ik in de redactie van de schoolkrant. We zullen stukjes hebben geschreven, anderen tot pennevruchten hebben verleid of gedwongen, en vast veel hebben vergaderd. Ik herinner me vooral het urenlange stencillen en één incident.
Ik had een Concordantie voor mijn verjaardag gekregen. Een soort trefwoordenregister van de bijbel, waar ik al uren plezier mee had gehad. Zo had ik een recept voor een cake gemaakt, waarin niet obligaat 200 gram boter en 3 eieren moesten werden gebruikt. De ingrediënten waren te vinden door de heilige schrift erbij te nemen. Dan werd het bijvoorbeeld 200 gram Richteren 5:25 en 3 maal Jeremia 17:11. Ik vond het reuze geestig en de redactie ging akkoord met plaatsing.

In de kerstvakantie waren wij in de lege school druk bezig met 1.500 nieuwjaarsnummers. De concierge kwam vragen of wij even bij de rector wilden komen. Dat was nieuw. Ik was nog nooit in de enorme zaal geweest waarin hij kantoor hield. Mijn recept bleek het onderwerp van gesprek te zijn.
'De Bijbel is een heilig boek. Er zijn mensen die er aanstoot aan nemen als stukken tekst worden misbruikt. Blasfemie noemen ze dat.'
Hij keek me vriendelijk aan boven zijn halve bril, er helemaal van overtuigd dat ik al had besloten het recept niet te plaatsen. Ik zweeg, zoals ik in die jaren meestal zweeg als ik op onrecht stuitte. Te kwaad voor woorden. Dat aanstoot nemen, dat zou best. Daar kon ik me niet zo over opwinden. Dan zocht de familie met de vlechten maar een andere school. Veel erger vond ik dat hij mijn recept onder ogen had gekregen nog voor dat de dummy klaar was. Niemand wist wat wij gingen plaatsen, behalve een zacht Jeremia 17:11 van een maatschappijleerleraar die alles best vond. Iemand had in onze papieren gerommeld!
Briesend van woede kwam ik thuis. Mijn moeder, van wie ik geleerd heb dat veel in der minne geschikt kan worden, suggereerde me de bewuste cake te bakken en er de volgende dag nog eens rustig met de rector over te praten. Ik oefende een speech die eindigde in een deemoedig verlies van de rector.

De rector was in gesprek toen ik de cake kwam aanbieden.
'Zo. Kom je vurige kolen op mijn hoofd stapelen?'
Hij zei het niet eens onvriendelijk, maar het was totaal de voorzet niet die ik nodig had om mijn speech af te steken. Maar met mijn geheugen was nog niets mis. En ook de spreekworden had ik de afgelopen weken uit de Concordantie gevist.
'U citeert uit het boek Spreuken. Er zijn mensen die aanstoot nemen aan dergelijke vormen van blasfemie.'
Het recept kwam in de schoolkrant. Van enig tumult erover is mij niets gemeld; de rector heb ik nooit meer gesproken.

vrijdag 6 juni 2008

Wees niet zo dom als ik


Iedereen heeft recht op eigen fouten. Maar er zijn van die tips ... ik wilde dat ik ze wat eerder had gekregen.

Draai geen flesje vruchtensap open in een huurauto. Zeker niet als dat flesje al 48 in de auto bewaard werd. En helemaal niet terwijl je rijdt.

Zet je tent niet op een mierenhoop. Ook niet als het de laatste plek is op een bomvolle camping in Boedapest en je denkt dat iedereen dit plekje links had laten liggen omdat het op een helling van 15 graden ligt.

Ga geen weddenschap aan als je dronken bent. Vooral de combinatie rijksdaalder, net iets te weinig ruimte tussen je voortanden, ziekenhuis op drie kilometer afstand, en minus 10 graden is hierbij onaangenaam.

Denk niet dat de flatdeur die achter je dicht sloeg alleen een harde knal veroorzaakte, en til het glas uit je voet voor je naar de lift loopt.

Ga niet met iemand mee naar huis die je eigenlijk vanaf het begin al een beetje griezelig vond.

Snijd geen rotonde scherp aan op weg naar het kinderdagverblijf met een kind voorop en een kind achterop. Het kan geijzeld hebben.

Denk daarna niet: ik ben alleen thuis, ik zet voor dat wekadvies wel de wekker.

Gebruik het bijgeleverde badmutsje bij de thuisset coupe soleil en smeer de emulsie niet op je hoofd.

Ga daarna gewoon naar de dokter én de kapper en wacht niet tot de blaren en het gele stro vanzelf over gaan.

Hecht geen waarde aan uitspraken 'hij doet niks' of 'dat doet hij anders nooit'.

(met dank aan Elsje)
(foto: Boedapest, 1984, twee maanden na de coupe soleil)

woensdag 4 juni 2008

Aagje leest mee (6)

Ze kan nog net in de dubbeldekker richting Groningen springen. Op het balkon staat in dit type trein een ziteiland voor vier comfort zoekende reizigers. Aagje vindt een plekje tegenover twee mannen. De man tegenover haar zou een vrouw kunnen zijn. Aagje stelt zich voor dat hij zijn snor afscheert en een pruik over zijn kale hoofd trekt. De tattoo op zijn linkerarm zou hij moeten bedekken. Aagje heeft nog nooit een vrouw met een enorm vervaagd hart zien lopen. En die vijf puntjes op zijn hand? Duiden die op een bajesverleden? Misschien toch net iets te weinig vrouw. Ook de uitpuilende buik onder het ruitjesoverhemd en het blikje cola in de borstzak leiden af. Hij heeft in ieder geval een mooie mond met zachte volle lippen.
Aagje ziet hij hoe een rapport in A4 formaat, met goedkope witte ringband, aanstaart. Parkeerhandhaving communicatie kan Aagje ondersteboven ontcijferen. In het Nederlands is dat één woord, denkt kritisch Aagje onmiddellijk. De man kijkt wat mistroostig. Het rapport is in de breedte dubbelgevouwen geweest, alsof het in de achterzak van zijn grote spijkerbroek heeft gezeten. Hij vouwt dubbel, en weer open, leest nogmaals de voorkant, knijpt zijn lippen op elkaar en staart naar buiten.

De slanke man naast hem, schuin tegenover Aagje, draagt een zwartgrijs pak wat volgens Aagje, die hier totaal geen verstand van heeft, wel eens van een duur modehuis zou kunnen komen. Het stijfgestreken overhemd heeft dezelfde kleur als zijn ogen. Om zijn rechterpols zit een gevlochten, zilveren sieraad. Zijn haar is met zorg gecoiffeerd met veel aandacht voor de bakkenbaarden. Een Italiaan, besluit Aagje. Een Italiaan die Engels leest. Wat aan de twee veters om zijn hals hangt, kan ze niet zien zonder vrijpostig te worden. De veters zijn vast van echt leer en tussen zijn bossen borsthaar lijkt iets van jade te schemeren.

Op een klapstoel aan de ander kant van het pad zit een jonge vrouw met een broodje en een MP3-speler. Ze ziet Aagje schrijven en ze ziet de twee mannen. Ze glimlacht naar Aagje.

dinsdag 3 juni 2008

Oma's finale

Tot mijn laatste snik zal ik volhouden dat ik op 25 juni 1988 de stad trilde, en dat ik – net zoals in een stripverhaal – opgegooide bolhoedjes boven Utrecht zag zweven. En toen was het nog maar 1-0. Ons vertrouwen was bij voorbaat enorm en werd niet beschaamd. Het oude huisje onder de watertoren aan de overkant van de Jutfaseweg was nauwelijks bestand tegen het enthousiasme. Naar buiten moesten we!

Na de wedstrijd toog ik lopend naar het station. Al dagen ervoor had ik met mijn moeder afgesproken samen bij haar steeds zieker wordende moeder te waken. Of ik mijn moeder of mijn oma terzijde moest staan, kan ik me niet meer goed herinneren. Pyjama, boek en tandenborstel zaten in mijn keurige werkkoffertje. Het Wed was bedolven onder de oranje feestvierders. Ik kwam er alleen doorheen door in te haken, een rondje met een vriend of kersverse kennis rond te draaien en weer los te laten als de neus richting Zadelstraat stond.

Ik streel oma’s dunne, beverige hand. Ze informeert naar de herrie die haar donkere kamer binnen komt. Zo, waren we kampioen geworden? Zij die tot voor kort midden in het leven stond, verbaast me met haar volgende vraag:
‘Deed Feijenoord ook mee?’
Moet ik haar nu uitleggen dat een Europees Kampioenschap iets anders is dan de UEFA-cup? Aarzelend noem ik de namen van de Feijenoorders in de selectie.
Het blijft een tijdje stil in de kamer. Oma trekt haar hand tussen mijn strelende vingers vandaan. Buiten gaat het toeteren door.
‘Natuurlijk deed Feijenoord niet mee!’ zegt ze opeens, zachtjes. En dan fel, de ogen naar het plafond, maar overduidelijk voor mij bedoeld:
‘Wil je het wel zeggen als ik domme dingen begin te vragen?!’

zaterdag 31 mei 2008

De prullenbak kan altijd nog

Ik heb je in de bibliotheek niet kunnen vinden. 't Was er ongemeen rustig. Werk je er misschien? Door het nieuwe uitleensysteem heb ik er geen mensen meer nodig. De computer laat me alle titels zien die interessant zijn, maar niet in deze collectie opgenomen. En dat ene boek piept zich zonder menselijke inmenging tot mijn tijdelijk eigendom.
Toch ook nog maar langs de boekhandel. Mijn zoon wil geen spekkies of duizendschoon, maar een boek, als beloning voor 4x11 km lopen. Heb jij ook zulke kinderen? Ik kwam de winkel uit met het Waanzinnig om te weten-deeltje over regenwouden. Jou zag ik niet.
Er stonden wel 50 mensen, verdeeld over de Brink, te kijken naar de kermis in opbouw. Er ronkten wat generatoren, maar verder leken de kermislui klaar voor deze dag. Maar de kijkers waren er al. Vooral jongeren, per twee op een scooter of een wankele fiets. En middelbare mannen, veel middelbare mannen. De kermis werkt als een magneet voor hen. Zoals een kettingbotsing, een schoorsteenbrand of een flinke vechtpartij hen aantrekt. Ik zat op een terras en stal een half uurtje eigen tijd met een spa rood. Zag ik jou over het hoofd?
Toen de aankomst der gladiatoren. Ik was te vroeg, zoals ik overal te vroeg ben, en kon nog zitten op de stenen leuning van de brug, op de hoek van de Emmastraat. Eerst kwamen de rolstoelers, maar die waren allemaal oud, en de duwers vrouwen. We keken natuurlijk ook niet naar elkaar, maar met ogen vol voorprettrots naar onze bloedjes die nog kilometers van ons verwijderd waren.
Ach natuurlijk! Je zat in zo'n pak van één van de fanfarekorpsen. En dan ook nog de mond van een tuba voor je snor. Je zou het me eens makkelijk maken je te vinden.
Ik overwoog jouw foto terug te leggen op de plek waar ik hem gevonden had. Het tweelingbroertje lag er nog, daar bij de automaat van de parkeergarage. Zijn ze uit de portemonnee van je vrouw gedwarreld? Of had je twee pasfoto's nodig voor een paspoort en verloor je per ongeluk expres de overige twee?
Je bent de monteur van de automaat? De groenteboer van de Rielerweg? Vader van een tafeltenniser bij Swift?
Hoe kijk je als ik je vind en deze foto tevoorschijn haal?

woensdag 28 mei 2008

Twee maal Haarlem en één keer Utrecht

U wist niet dat buschauffeurs een gevaar op de weg zijn? Werkelijk ongelooflijk hoe ze hun grote bakken invoegen. Geen respect. Echt niet. Alsof zij de enige zijn die ergens op tijd moeten zijn.
Gebroken diensten? Laat me niet lachen. Voor dat salaris mogen ze echt niet klagen. €1500 per maand. Of het niks is. Voor een beetje zitten en een baas die voor je zorgt.
En die automobilisten die zich opstellen op de rechterstrook, voor een stoplicht? Kent u die? Die dus niet het linkervak kiezen, nee, kent u die lui die altijd rechts gaan staan? Die hebben gewoon teveel tijd! Dat zie je toch zo, die lui hebben niks te doen.
En denk maar niet dat als het een keer een beetje lekker rustig op de weg kan zijn, omdat die pleurisbussen staken, dat je dan door kunt rijden. Nee, hoor, dan nemen we allemaal de auto mee de stad in. En we kennen de weg niet, hè! En natuurlijk is de boel opgebroken en is het hier elke ochtend bal.
Of er ook mensen zijn die gewin halen uit de acties van de streekvervoerders? Ja, ammehoela, heeft u wel eens diensten gedraaid van 12 uur zonder te pissen en een happie te doen?

Dat wist u allemaal niet?? Dan zou ik toch eens wat vaker met een taxichauffeur praten.

zondag 25 mei 2008

Trots op Fanny

Ik probeerde me voor te stellen hoe het zou zijn als je, zeg al 15 jaar, niet meer in je eigen land woont. Uit vrije keus of uit noodzaak. En dat er dan in je nieuwe land een erwtensoepfestijn wordt gehouden, of een schaatswedstrijd. Zou ik dan gaan, met een vlag om mijn schouders en blij schreeuwen en de hele dag lachen? Ik sluit het niet uit.

Sinds juli 2000 had ik niet meer zo lang in de zon gezeten. Elk half uur factor 30 heeft de schade beperkt gehouden. Verder was alles perfect. Alles? Ja, alles. De athleten en hun prestaties waren weergaloos, de mensen voor naast en achter ons spraken vrolijk, het zicht op kogelstoten en -slingeren en alle loopnummers was uitstekend. Ook het polsstokhoogspringen was goed te volgen. De stadionspeaker was niet te luid en to the point, het gezelschap meer dan te pruimen, de kersen werden in puntzakken verkocht. Naast ons kwam een discuswerper zitten, de jongste ving een bos bloemen van een verse blijde winnaar. De wave kwam pas helemaal op het eind.

En dan de Ethiopiërs. Ze waren er in groten getale. Natuurlijk om hun sterren aan te moedigen. Lachend, dansend. Onvermoeibaar met hun warme vlag, waar ons roodwitblauw maar kil bij afsteekt.

Geef me nog zo'n dag en ik overweeg serieus om te gaan sporten.

vrijdag 23 mei 2008

Aagje leest mee (5)


De vrouw op leeftijd met indrukwekkend getoupeerd grijs haar heeft hulp nodig bij het instappen. Het rugzakje, het tasje onder haar arm en een hond, dat zou al oppassen geblazen zijn. De duitse intercitytreinen hebben een listige instap. Maar daarbij heeft ze ook nog een Brompton vouwfiets en een derde tas bij zich. Wat ook niet helpt is het enorme stuk boomschors dat uit haar rugzak steekt. Aagje herkent in haar een notoire inspreekster uit haar dorpje, en glimlacht toch om het tafereel. De trein glijdt het station uit. Zou ze gaan lezen, de pronte grijze hondenliefhebster?
Even later komt Aagjes trein. Ze heeft er zin in en vlijt zich naast een man met laptop. Hij zou een zoon van Woody Allen kunnen zijn. Een tikje beter gehumeurd en gelukkig iets beter verzorgd. Zijn blouse duidt op een creatief beroep. Hoe bedrieglijk!
Met het stokje van zijn electronische agenda als een sigaret tussen zijn vingers bladert hij lusteloos in de vele mails over iets met geïndiceerde cliënten in de gezondheidszorg. Aagje denkt al snel te begrijpen dat hij iets ingewikkelds doet met het omzetten van gegevens van het ene in het andere computersysteem. Daarbij is het belangrijk om rekening te houden met verwerking van uitval uit het eigen proces, zo weet Aagje nu ook.
Ah! Hij gaat tijdschrijven. Dat vraagt veel raadplegen van de agenda. Een half uur lang lijkt hij zijn vorige week bij elkaar te verzinnen. Aagje is het spoor weer bijster. Hij is toch de baas? Dat ziet ze aan de vele instructies die hij per mail eerder heeft verstuurd. Het is van het grootste belang dat we hier nu de hoogste prioriteit aan geven. Dat soort teksten.
Piet, laten we hem Piet noemen, wat de vaste lezer van Aagjes avonturen terecht doet vermoeden dat de man Peter, Hans of Jan heet, is op weg naar Den Haag. De hele dag is hij op bezoek bij wat Aagje inmiddels vermoedt dat een hele grote klant is. Tussen de middag heeft hij tijd om te lunchen, met Tineke. Aan het strand, verzint Aagje er bij. Piet zelf lijkt haar geen bruisende ideeënman. Ondanks de blouse.

woensdag 21 mei 2008

Zintuigelijke ketening


Ik neem een stokje over dat mij niet eens is toegeworpen. Surfend kwam ik op deze golf, en probeer jezelf dan nog maar eens tegen te houden.

De top 3 van mijn neus
3. Chanel Allure
2. Goeie hasj. Sinds 15 jaar, 3 maanden minus één dag mag ieder ander het roken, maar de lucht vind ik nog steeds onweerstaanbaar.
1. De geur van een eigen pasgeboren baby; het heeft me opgezadeld met een levenslange kinderwens.

De top 3 van mijn smaakpapillen
Ik lust geen melk en ben niet dol op verse sinaasappelen. Maar verder? Alles en alles en alles lust ik. 't Is echt een feest om mij aan tafel te hebben ;-) Het zou te flauw zijn om de top drie vis, zetmeel en kaas te laten zijn. Een iets meer toegespitste top:
3. Het kaasplankje. Opbouwend smullen. Op z'n gereformeerds: het lekkerste, de pittigste blauwader, voor het laatst.
2. Hazelnootschuimgebak. Na twee stuks heb zelfs ik een kwartiertje geen trek in iets anders.
1. Sushi, met net iets teveel van dat japanse mierikswortelspul.

De top 3 van mijn huid
3. Een net iets te stevige scrubbeurt, door mezelf, aan mezelf.
2. Regen, vooral die lauwe op een te warme dag
1. Het paarse rokje, als gegoten als BMI=25

De top 3 van mijn ogen
3. Vanaf de drempel, op de hurken voor de onderste planken, aan de leestafel: de boekhandel.
2. Het werk van Per Kirkeby. A sight for sore eyes indeed. In het najaar ga ik naar een overzichtstentoonstelling in Denemarken.
1. Eén van mijn drie mannen die aan komt fietsen over de Vijfhoeksweg, rechtsaf het bruggetje op rijdt en naar mij, achter het keukenraam, zwaait.

De top 3 van mijn oren.
3. Buiten gezichtsveld van je kinderen, of ziek in bed als kind, luisteren naar 'het lek'. Kabbelgesprekken van geliefden, heerlijk.
2. Het familiefluitje van de Van Venen. Als de overlevering goed is overgekomen is het de eerste regel van een liedje dat begint met iedere morgen om kwart over acht.
1. Als ik de schepper achteraf nog een suggestie mag doen: oren die dicht kunnen als waren het ogen. Blind zijn voor elk geluid. Stekedoof, voor kikkers, voor bladblazers, voor kauwgomkauwers, wat moet dat (tijdelijk, tuurlijk) zalig zijn.
Wie volgt?

maandag 19 mei 2008

Boodschappen doen



Italië bezoeken betekent een onvermijdelijke onderdompeling in de Renaissancekunst, zodra je een kerk of museum binnenstapt. Een voor mij praktisch onbekende kunstperiode, waar ik aangenaam door getroffen werd. De thematieken zijn schaars. 'Daar heb je weer zo'n INRI', wezen de jongens na aanblik van de tigste kruisiging. Ook de Maria Boodschap, de Annunciazione, deed het goed op fresco, hout of doek.
In het evangelie van Lucas (hoofdstuk 1, vers 26-35) bezoekt Gabriël het meisje Maria om haar te vertellen dat ze de zoon van god zal dragen. 'Ze moet zo oud zijn geweest als jullie nu', merkte een lerares in klas twee of drie van de middelbare school ooit op. 'Oef, mijn moeder zou me nooit geloven', reageerde een klasgenootje. Onder andere Pintoricchio - we bezochten een tentoonstelling in Perugia - legde het gebeuren voor de relatieve eeuwigheid vast.
Opvallend is dat Maria in bijna alle afbeeldingen leest. Het zou de heilige schrift zijn, een gedeelte uit het boek Jesaja, waar vooruit verwezen wordt naar wat haar gaat overkomen. Dat ze leest is prettig voor mijn verzameling lezende vrouwen, maar - excusez le mot - ongeloofwaardig. Om het heftige moment vast te leggen (help een engel en wat zegt hij nou!?) is het zonder meer een vondst haar met een boek af te beelden. Een lezende is immers geconcentreerd, en elke verstoring levert al een natuurlijk afweer op. Fraaie lichaamstaal, door de schilders talloze malen indrukwekkend in verf gevangen.
Edith de Gilde ving het moment in even mooie woorden:


annunciatie

het zal je maar gebeuren
leef je gewoon je meisjesleven
knielt er ineens een engel aan je deur
je draait je lichaam
heft handen in afweer
vindt elke vluchtweg afgesneden -
het goed is al geschied
en jij krijgt het te dragen

zaterdag 17 mei 2008

Dubbelgangers



Ze zijn vast engeltjes voor hun partner, de hamster en de krantenjongen, maar voor mij hebben ze de nou-nee-factor. Ik ben bang voor het type man dat het altijd beter zegt te weten. Zoals deze twee. David Morse speelt een hele enge politieagent in de derde House-serie. De andere David heet Flip. Flip is onder andere columnist in NRC. Ik lees graag columns, maar hij had er geen foto bij moeten plaatsen. Omdat Flip de Kam bijbeunt in the States. Dat zie je toch zo!

vrijdag 16 mei 2008

Twee druppels water
















In z'n twee, en in sommige bochten moest ik dan toch nog even terugschakelen, was ik naar boven gekronkeld. De camping was bijna leeg. Aan de ingang was niet duidelijk hoe openbekvallend fraai het een paar terrasjes hoger was. De tent stond een half uur later met vrij zicht op Urbino en de heuvels eromheen.

De avond viel en ik ademde het landschap in. Ik maakte deel uit van de achtergrond van de Mona Lisa. En dat ik moest denken aan de verpakking van de VSM-producten gaf weer een heel nieuwe uitleg aan de Renaissance.

Zie hier voor veel meer Italiaanse schoonheden via Jeroens lens.

donderdag 15 mei 2008

Ik denk niet dat ik het droog houd vandaag

Met hoofdpijn thuisgekomen, een half uur later dan gewoonlijk, omdat ik de trein gemist had. Eigenlijk onmiddellijk achter mensen aan moeten bellen voor mijn vrijwilligerswerkminiozovervelende klusje. Snel de computer opstarten. En dan dit bericht vinden.

"Hello Willemijn,
I will thank you for your so fine Lezende vrouwen -site.
The card from Italy are - wonderful! beautyfull. I`m sitting and wondering. I can`t travel because I have nowadays such as earsickness, but I`ll travell with postcards and photos.
I like so much also Urbino-cards - but I love card of Pinturicchio - and Raffaello Sanzio. So fine, that we can see it on your blogsite.
Thank you. I wish you good life.
Best wishes
Jatta/Helsinki/Finland"

When in Rome do as the Romans do

Het restaurant leek er - in de bocht van de zoveelste haarspeld – speciaal voor ons te liggen. De parkeerplaats was leeg en de temperatuur passend bij hoogte waarop we ons hier bevonden: laag. Bij nader inzien stond er toch nog een flink formaat touringcar achter het gebouw. De bijbehorende schoolklassen hadden wij ’s ochtends al in een eeuwenoude abdij ontmoet. Donkerharige tien- tot vijftienjarigen, in niet al te dure maar wel dikke kleding, met universele keelgeluiden en sms-duimen.
We besloten uitgebreid te gaan eten. Twee gangen en misschien nog een toetje? De inrichting was rustiek, de zwijnen aan de muur staarden ons onbewogen aan, de vleesgerechten werden in de haard naast onze tafel door de maître d’ bereid.
Een van de andere tafels was bezet door een vijftal keurig gekapte dames en heren van middelbare leeftijd. Ze zaten er zo te zien al even. De antipasti werden net afgeruimd. We herkenden de leraren en de chauffeur van de touringcar. Waar waren de leerlingen?
Het bestellen nam een aanvang. Nog een hele klus, met een kieskeurig blondje aan tafel en een volledig Italiaans menu. We schreven onze namen op het papieren menu, om bij het brengen zelf nog te weten wie welk gerecht gegokt had. Het tafelkleed was ook van papier en werd op maat langs de ruitjes afgeknipt. We schonken water uit fraaigevormde glazen flessen. De leraren kregen hun eerste echte gang.
Onze eerste vier gerechten vielen in de smaak, al beviel de combinatie lamscarpaccio / citroen niet iedereen. We namen onze tijd. Het tafelkleed bleek uitermate geschikt om de normaalverdeling op uit te leggen. Het vijftal insegnati zat ontspannen te wachten op hun volgende ronde voedsel.
Plotseling leek de zon te verdwijnen; er schoven schaduwen over de tafels. Dit bleken hoofden te zijn, die achter de ramen verschenen. Het dubbele glas maakte zicht van buiten naar binnen alleen mogelijk door, met handen aan weerszijden van het hoofd, de ogen dicht bij het glas te brengen. Daar waren de leerlingen!

Enfin, wij zaten nog zeker een uur te smikkelen, namen ook nog dolci, toe maar ook nog koffie na. En al die tijd zaten de leraren en de chauffeur binnen, en de leerlingen buiten. Hun boterhammen waren al uren op. Een schraal briesje maakte de dikke kleren meer dan nodig. Een leuke klauterpartij op de weides aan de overkant van de weg was blijkbaar verboden; ze bleven tamelijk braaf rondom de picknicktafels hangen.
De serveerster haalde het ruitjesvel van onze tafel. Lichtelijk verbijsterd bekeek ze de berekeningen van standaarddeviaties. Wij staarden als keken wij naar een tenniswedstrijd van de leraren naar de leerlingen en weer terug.

maandag 12 mei 2008

Als God niet bestond


De eerste buitenlandse doctoraal-excursie ging naar Frankrijk. Het regende onophoudelijk. Misschien omdat ze gewend waren aan al die nattigheid stapten Marlou en Marja opgewekt in nachtelijk Milau de fontein in. Met de armen om elkaar heen geslagen spetterden ze met elastieken benen het water hoog op. Daar moest bij gezongen worden.
Roda, Roda! Roda RODA!
Met een vet Limburgs accent. Wij stonden erbij en keken ernaar. Pas toen ze begonnen te zingen voelde ik plaatsvervangende schaamte. En medelijden, diep medelijden. Ze waren meer dan aangeschoten, dat was duidelijk, maar het leek erop of ze ook volledig bij zinnen deze club (Góoduh! Góoduh!) de hunne noemden.
Si Dieu n’existait pas, il faudrait l’inventer, vond Voltaire. God wordt eeuwen later nog altijd voor menig karretje gespannen. Door de Gerrie Senden Fanatics, met een mis, bijvoorbeeld. Tevergeefs. God moet nog uitgevonden worden. Of keek Hij mee, naar de wildspetteraarsters in de fontein, en besloot Zijn toorn in 2008 tijdens de bekerfinale in te zetten? Welnee, wij waren gewoon de beste.
Het bericht van de overwinning werd me per sms gemeld. Ik stiefelde op mijn crocs over de Italiaanse camping. Het werd al donker en ik had een paar wijntjes op. Het toiletblok leek leeg. Ik testte met een kort kuchje de akoestiek en schalde: Hand in hand!
Ik voelde Zijn glimlach.

Zoals mijn klokje tikt

In regenachtig Spoleto kwam het idee naar boven. Tamelijk uitgewerkt al, zoals ideeën bij mij naar boven komen.
Een klokrondje is 12 hele uren, 720 minuten. Wat zou het prachtig zijn om van elke minuut een foto te hebben van een klok. Moderne, antieke, kerk-, bizarre, buitenlandse, roestige, speelgoed- en weet ik wat voor klokken. Dan al die klokken in een powerpointpresentatie stoppen, of een digitale fotolijst, en elke minuut laten wisselen.
Een geschikte klok moet natuurlijk worden gefotografeerd. Een paar keer, gelijk maar, zodat er niet teveel dubbele exemplaren voorkomen. Vier minuten stilstaan bij een mooie klok, da's op zich geen straf. Al die foto's vervolgens op de computer uploaden. Bijhouden welke al binnen zijn en welke nog missen.
Briljant plan, al zeg ik het zelf. Ik deel het met mijn reisgenoten die mijn enthousiasme voor het idee delen. De man met de vier camera's kijkt zuinig als ik in gedachten aanneem het ook tot uitvoer te gaan brengen. En ik aarzel ook.
Ik ben niet het meest geschikt voor de uitvoer. Ik ben van de ideeën. Uitvoeren is leuk, zeker in het begin. Maar dan dringt zich weer een nieuw idee op. En wat kan ik daar dan mee?
Dus, vanaf heden: nieuwe ideeën mogen (ze komen toch wel), maar ik moet er niets mee. Ik mag er iets mee, maar ik moet niets.

[Even oefenen:
Ina: 'Hoi voorzitter van het koor!'
Vzt: 'Hoi'
Ina: 'Weet je nog dat ik tijdens de ledenvergadering het idee had om een scratch Weihnachtsoratorium te organiseren om nieuwe, en vooral jonge, leden te werven?'
Vzt: 'Ja'
Ina: 'En dat je twee weken later naar mij toekwam dat het bestuur het een leuk idee vindt. En dat iemand is aangewezen is om te kijken of het uitvoerbaar is. En dat men dan mij wel weet te vinden om aan die uitvoer gestalte te geven?'
Vzt: 'Ja'
(Ina haalt diep adem)
Ina: 'Ik heb het idee gedeeld. Da's dan dat. Ik ben niet van de uitvoer.]

De klokken worden niet door mij gefotografeerd. Zo ben ik niet. Maar doe er gerust je voordeel mee. Zo ben ik.

P.S. De afbeelding kocht ik bij een sigarenwinkeltje in Spoleto. Het is een fragment van de 12-de eeuwse Torre del Palazzo Comunale. Ene Paolo Galli neemt hobbyfoto's (zo staat het letterlijk achterop), en verkoopt deze blijkbaar aan de lokale middenstand. Briljant idee. Zou hij het zelf bedacht hebben?

zondag 11 mei 2008

En verder, in Italië, op ...

zaterdag 26 april
een bed met veren en een sprookje op het kussen

zondag 27 april
beieren 's morgens de kerkklokken in Zuid-Duitsland en twaalf uur later aan het Gardameer

maandag 28 april
eten we de eerste pizze

dinsdag 29 april
vier ik mijn verjaardag aan het Gardameer

woensdag 30 april
heeft de camping uitzicht op prachtig Urbino

donderdag 1 mei
slaat de zware klok van Urbine de hele uren en een licht klokje de kwartieren er achteraan

vrijdag 2 mei
deelt de ober fave novelle (jonge tuinboontjes), nog in de schil, uit. Bakje graf zout erbij. En peuzelen.

zaterdag 3 mei
is mooi Gubbio vergeven van de auto's en de motoren

zondag 4 mei
herdenken we in een vol restaurant, op instigatie van Pelle, de doden

maandag 5 mei
regent het de hele dag, hangen er twee wassen aan de lijnen niet te drogen en lopen wij door verrassend mooi Spoleto

dindag 6 mei
toeren we door ruig Umbrië dat weer warm en weer verrassend is

woensdag 7 mei
zijn we gevieren diep onder de indruk van het uitzicht over het dal van de Tiber in Civitella del Lago

donderdag 8 mei
beginnen we de thematiek van de Renaissance-schilders een tikje moe te worden

vrijdag 9 mei
nemen wij afscheid van Italië in Orvieto

zaterdag 10 mei
rijd ik voor het eerst een auto op de trein

zondag 11 mei
is het gras lang, de stapel post hoog, en de wasmachine ... hebben we nog niet durven proberen

vrijdag 25 april 2008

Italië (2)


Venetië was vol en warm; de vaporetti overvol en bloedheet. Het openbaar vervoer over het water kon de toeristenstroom niet aan. Het gezin verliet opgelucht het bootje. Tijd voor een krentenbol. Wie had de rugzak?
De jongste keek naar haar zus, de vader naar de moeder, de moeder naar de dochters en toen keek iedereen naar de boot die alweer bij de volgende halte aanmeerde. Er was nog niet gesproken. De oudste dochter begon met de opsomming die ze gezamenlijk afmaakten.
de I-pod
een mobieltje, nee twee
de sleutels van de hotelkamers
drie flesjes water
twee fototoestellen
de filmcamera
een trui
acht krentebollen
Vloeken had geen zin, maar luchtte wel op. De vader bevoelde voor de vijfde keer de paspoorten en de vliegtickets in zijn binnenzak. Belde toen met zijn mobieltje naar de rugzak.
'Pronto?'
Een blauw rugzakje? Jazeker, die was gevonden. Af te halen bij het eindpunt. È niente. Niets te danken.

De biblio

Even niet kunnen slapen ’s nachts is één ding, maar al een uur klaarwakker liggen is een ander. Dan maar de computer aan. Al snel zie ik wat me bezighield, al kon ik dat nog niet weten: zij had me een stokje toegeworpen.
Snel dan, de auto vertrekt over 26 uur.

1. Grijp het dichtstbijzijnde boek dat meer dan 123 bladzijdes telt.
Vingers van Marsepein van Rascha Peper gaat niet mee op vakantie. Idealiter komt het nog uit voor de reis. Ik ben op bladzijde 172, dus dat zal niet gaan lukken. Haasten is zonde, zoals dat het ook is om het gebonden boek met kaft in de boekenkrat te proppen. Maar wat een heerlijk gevoel dat het op de terugkomst gaat liggen wachten.

2. Open het boek op pagina 123 en zoek de 5de zin.
Die schijn je dan niet over te mogen typen, maar dat doe ik natuurlijk wel:

Of haar moeder zelf had kunnen lezen en schrijven herinnerde ze zich niet; ze dacht haar geen van beide ooit te hebben zien doen.

O, heerlijk, een zin met een puntkomma; ik ben een groot fan van de puntkomma, ook in het niet-Grieks.

3. Post nu de volgende drie zinnen.
Ready for impact? Dat zal ik net hebben, dat ik met bijbelteksten mag zwaaien:

Voor hen stond op een houten standaard een in simpele, grote schrijfletters geschreven voorbeeldtekst: ‘In den beginne schiep God den Hemel en de aarde. De aarde nu was woest en ledig en duisternis was op den afgrond; en de geest Gods zweefde op de wateren. En God zeide: Daar zij licht!’

Voor wie wil weten hoe dit afloopt: Genesis 1.

Ik bedenk opeens (het is inmiddels tien voor vijf) dat het boek dat ook letterlijk het dichtst bij ligt mijn eigen manuscript is. Daarom als toegift en tot slot (ik gooi hier thuis geen werk over de schutting, wie dit stokje over wil nemen: be my guest) drie zinnen van mijn eigen pagina 123:

Na twee nachten nauwelijks te hebben geslapen was de divan van het hotel pure luxe. Hij sliep tot zijn verbazing diep en droomloos en werd pas wakker toen het ontbijt al niet meer verkrijgbaar was. Zijn onderbroek was zo goed als droog.

donderdag 24 april 2008

Er was eens

Er was eens een vrouw die zichzelf tot doel had gesteld: twee publicaties in 2008. Het was haar diep in de maand april nog niet gelukt. Maar de schrijfjuf van ruim een jaar geleden was haar nog niet vergeten. En zo kwamen een paar van haar zinnen in print.
Voor de liefhebbers: het hele sprookje.
En voor degenen die 'zij laat zich inspireren door' niet gelijk kunnen plaatsen: ik ben To niet. En het applaus is ook verzonnen...

Italië (1)



We moeten gegeten hebben. Ik zou niet meer weten waar en wat. We hebben er geslapen. Ik herinner me vaag een hotelkamer met vier of vijf bedden. Er was een groepsproces. We waren zestien en zeventien jaar. Er moet veel groepsproces zijn geweest.
Ik herinner me de stukken zuil, de fundamenten van ooit een paleis. Mijn benen, bungelend over de rand van een caldarium. Mijn hand die langs een mozaiek gleed toen even niemand keek. Ik ontmoette Paulus, Tiberius en Cicero. Tweeduizend jaar oude schaduwen die ik om de ingezakte hoek zag verdwijnen. Het was 1980 en ik zou terugkeren, want ik gooide een muntje in de fontein.

zondag 20 april 2008

Battery low

vermijd snelwegen
park + museum
langs de lijn op radio 1
zon met wind en lucht
notitieboek vol
witte fiets
alleen
the place to be
lezende vrouwen
waar is het wild?
verboden voor losse honden
stille japanners en engelsen
van gogh
3-0
vers notitieblok
ogen dicht en nog geen vogel te horen
kirkeby in baksteen

Opladen voltooid

vrijdag 18 april 2008

Aagje leest mee (4)

Zijn trouwring zit om de ringvinger van de rechterhand. En ook vanwege zijn keurige korte kapsel, het geperste pak en gemoedelijke uitstraling gokt Aagje: protestant. Deze man van een jaar of vijftig naast haar haalt nog op het station van Utrecht een stapeltje papier uit z’n eenvoudige leren tas. Aagje leest Rascha Peper, boeiend genoeg, maar het is te makkelijk om niet ook zijn leesvoer te snuiten.
Aagje zit naast een bobo van de Christelijke Muziekvereniging DAP! Hij leest een mail met ferme taal van Sjoukje. Sjoukje wil ballen kopen, en twaalf stokken. En hoe zit het met haar reiskostenvergoeding? Ze wil heel graag iets maken van de Show- en Marchingband. Ze schrijft er anderhalf kantje over vol.
Bobo begint ijverig aantekeningen te maken. Punt 1, schrijft hij voluit. Punt 2 volgt onmiddellijk. Helaas, Aagje kan zijn handschrift niet lezen. Maar dat Sjoukje een reactie krijgt, daarvan is Aagje zeker. Aagje denkt dat de vereniging haar handjes dicht mag knijpen voor zulke Sjoukjes. Maar niet te stevig, anders gaat de knop van de stok zweten.
Daarna leest Bobo een beleidsstuk met een vragende ondertitel met een keuze. Aagje krijgt altijd een raar gevoel in haar onderbuik van vragende ondertitels met een keuze. Een smekkie in alle smaken van zure melk. Kwaliteitsverbetering: must of onbetaalbaar? Voor een maandsalaris van Aagje kan de vereniging heel wat kwaliteiten verbeteren. Bobo is vast penningmeester; ijverig begint hij te cijferen.
Aagje kan aan Bobo niet aflezen of hij verontrust is, of teleurgesteld, of blij. Hij leest en schrijft rustig, tot Aagjes spijt nog steeds onleesbaar. Zou het een trompettist zijn? En verruilt hij in het weekend zijn zwarte broek en grijs colbert voor een knap uniform?
Na Amersfoort gaat Bobo de Metro lezen. Aagje buigt zich weer over haar vingers van marsepein.

woensdag 16 april 2008

Drie lepelkes

Ik kan kiezen uit drie ouders waarmee mijn zoon terug uit Frankrijk kan rijden. Hij zit nog maar net op z'n nieuwe sport en nu al een weekend op toernee naar het buitenland! Ik sta op een zanderige grasvlakte op een sportcomplex. Op welke sport zit hij eigenlijk? Een clubgebouw, oud, in het midden. Wat afgeragde auto's eromheen. Blijkbaar straal ik onrust uit, want de trainer herhaalt nogmaals hoe betrouwbaar de rijdende ouders zijn. Is dit het goede moment om te vragen wat hij als Belg hier te zoeken heeft?
Terug in bed bedenk ik dat er natuurlijk nog wel een nieuw voorportier moet komen. Dat zal ik moeten doen. De fabriek levert zeer rap wat ik nodig heb. Ondertussen voegt zich een kennis, die ik niet eerder in bed heb ontmoet, bij mij en mijn geliefde. Onverwacht, maar niet onprettig. Ik schurk me warm als middelste lepeltje.
Via mijn mobiel wordt nogmaals een vader aangeprezen als veilige thuisbrenger. Door een vrouw ditmaal, ook in het Vlaams. Maar waar blijf ik met mijn autodeur?
Ik ben ook gek dat ik niet zelf even naar Frankrijk rijd.

donderdag 10 april 2008

AN 056081

Zo simpel was het dus.
Lootje kopen. Winnen. Prijs ophalen. Baan opzeggen. Of wacht. Baan opzeggen nog niet. Luisteren naar het advies van de lotenclub.
Ga jezelf gerust te buiten aan die luxe auto, een nieuwe Tomtom of dat schitterende horloge. Maar neem geen majeure beslissingen. Niet de eerste drie maanden. Pas daarna, weloverwogen, een kasteeltje kopen. Paardenstallen bouwen. Of de baan opzeggen.
En vertel het aan geen mens. Pas na drie maanden. Als je hebt bedacht wat je wel en wat je niet gaat doen. Met bedelende goede doelen. Met verwachtingen van je vrienden. Dan kun je het vertellen.
Zo zou ze het doen.

dinsdag 8 april 2008

Vice-premier


Eindelijk is alsnog het tweede kabinet Den Uyl in de maak. Ik vervul een aantal rollen tegelijk. Ik ben onderhandelaar, persvoorlichter en persoonlijk assistent van de aankomend premier. Vice-premier! Zeg ik het weer fout. Joop - die ik natuurlijk geen Joop durf te noemen - verbetert me nu al voor de zoveelste keer.
Dan is het zover. Het moment waar ik het meest tegenop heb gezien. Het is aan mij om Wim Kok te informeren over de gelukte formatie. Bibberend druk ik een nummer. Een zware stem kondigt hem luidt aan:
- Krajicek!
- Goedendag, mijnheer Kok. Het doet me deugd u te mogen meedelen dat dhr. Den Uyl ook in het nieuwe kabinet … vice-premier zal zijn.
Joop zit onderuitgezakt naast me en knikt me goedkeurend toe.

Niet verstuurde brief (3)

Beste Frank,

Het wordt aanstaande donderdag een rommeltje rond maat 65 in het zesde deel. De midi-files schieten in een onaangekondigde halvering van het tempo. De brave oefenaars die slecht noten kunnen lezen zullen jouw aanwijzingen niet kunnen volgen. Dat je het maar vast weet.
En dat je nu dus weet dat ik aan het oefenen ben. Na jaren Bach, wat in mijn USKO-tijd op de harde schijf is gebrand, Mozart, dat ik van blad las, en Verdi, waarbij ik op de zangmaat leunde, moet ik er nu weer aan geloven.
Frank, ik vind Haydn's Jahreszeiten niet te pruimen. Ik doe mijn best. Ik wil geloven dat de wereld rond 1800 behoefte had aan een nieuw elan, aan vrolijkheid, aan deze hopsasa. Maar man, wat een triestmakende vrolijkheid. Een kwestie van wennen. O, vast. En ik heb mezelf voorgenomen: geen gezeur over Haydn op donderdag. Mijn excuses dat ik afgelopen repetities 'Twee ogen zo blauw' door de ruimte liet schallen. Maar dat is echt gejat van 'Komm, holder Lenz'.
In juni ga ik, op Buitenkunst, een weekend voorslagen en versieringen oefenen. Da's nog ruim op tijd voor het concert. Zie je wel dat ik mijn best doe?
Maar hoef ik het dan asjeblieft niet mooi te vinden? Mag ik gewoon terugverlangen naar Bach, en me verheugen op Britten die ooit gaat komen, en Verdi revisited?
Mijn muziekliefde heeft gewoon een gat. Laat 1775 tot 1875 maar zitten. Ik pak 't wel weer bij Mahler op.
Hoe dan ook, ik zit achteraan, ik heb geoefend en ik zal niet al te lastig doen.
Tot donderdag,
Ina

P.S. Niet de troepen scheiden en dan wij met jou en de mannen met de Bernadette laten oefenen, hè? Noch andersom. Alsjeblieft! Ik heb geoefend (soort van). Dat doe ik anders nooit meer!

zaterdag 5 april 2008

Gebiedende wijsjes

Ik zou elke knoop die ik vond oprapen, wassen en op een laken naaien. Dan zou ik met een laken vol bij Stuif-es-in komen. Maar ik kon niet naaien.
Ik zou elke kam van straat rapen en daar iets heel leuks mee doen, ik wist nog niet wat. Dat vond mijn moeder een vies idee.
Ik wilde dat ik had bedacht om foto's te nemen van jaartallen op boerderijen, viaducten, stoomgemalen. Maar dat deden vrienden al.
Ik kocht een auto met HS in het midden op de nummerplaat en noteer sindsdien soortgenoten in een excel-bestand. Maar echt lollig wordt het niet.
Ik verzamel geschreven berichtjes uit treinprullenbakken, maar was te laat daar iets mee te doen. Het is al geboekstaafd, onder de prachtige titel P.S. u wordt vanaf de platenwinkel in de gaten gehouden!
Ik passeer al ruim veertig jaar platgereden handschoenen, sjaals in struiken en rollende wantjes met het idee er iets prachtigs mee te maken. Maar dan denk ik aan de zoekende moeder die de handschoen achterna gaat en ik wil geen dief zijn.
Ik lees handgeschreven briefjes achter ramen met ontroerende teksten als Fietsen aan de overkant, GVD! of De deur klemt. Loopt achterom. De hond. Pas op. Daar ga ik voortaan foto's van maken. En die publiceer ik op een nieuw subweblog Gebiedende wijsjes.

vrijdag 4 april 2008

Aufen! Aufen!

Als het hek opengeklapt tegen de muur van de gymzaal stond wist ik dat ze zouden komen. In een grote witte wagen. Het woord camper kende ik nog niet. Bijna de hele klas werd twee aan twee, alfabetisch, naar binnen gedwongen. Ik nam op het bankje aan de korte kant plaats en luisterde, de ogen stijf dicht, hoe Rudi Broer mishandeld werd. Rudi had geen tanden, hij had dropjes. Ik had witte tanden die twee keer daags werden gepoetst en zelden suiker beroerden.
Nog voor ik schoolging was ik al een keer bij de tandarts geweest. Op schoot bij mijn vader. "Ik kijk alleen even" zei de dikke man in de witte jas. En hij trok een kies. Het bloed drupte op mijn vaders overhemd. Toen hij zijn zakdoek uit zijn broekzak haalde viel ik bijna op de grond.
In de eerste klas moest ik naar de schooltandarts. Vier gaatjes. Onverdoofd uitgeboord en gevuld. Het was speelkwartier. Het mini-tubetje tandpasta bood geen enkele troost. Een half jaar later moesten we niet bang zijn. We poetsten nu toch goed en we waren een half jaar geleden nog geweest. Ik had weer vier gaatjes.
Het kwam niet meer goed tussen de Pools (Duits? Chinees?) sprekende tandtechniekers en mij. Ik werd en bleef bang. En altijd had ik gaatjes. Twaalf jaar lang twee maal per jaar gemartel. En altijd deed het boren verrotte pijn.

Toen ik het huis uitging nam ik drie goede voornemens mee: Nooit meer voor 12 uur naar bed, elke dag boterhammen met hagelslag en nooit meer naar de tandarts. Laat naar bed en hagelslag gingen snel vervelen; tandartsloos door het leven gaan beviel uitstekend. Soms moest ik dat uitleggen en toonde men zich bezorgd. "Ik ga wel als ik schreeuwend van de pijn niet meer weet waar ik het zoeken moet" nam ik me dan hardop voor. En toen ik daar niet mee wegkwam: "Ik ga later wel weer, met m'n kinderen mee, als ik die ooit krijg. "

Na vijftien jaar jaar was het zover. Nooit had ik kiespijn gehad en ik ging vrijwillig in de stoel liggen. Een heldin met zweethanden. Eén kies moest danig onder handen worden genomen, waar ik na een enkele prik niets meer van voelde en er werd wat steen weggekrabbeld. De tandarts sprak een taal die ik verstond. Was de techniek na al die tijd zo verbeterd of was ik destijds echt gemarteld? Ik houd het op beide.
Ik ga sindsdien braaf halfjaarlijks en de zonen gaan fluitend mee. Het jeugdtrauma is sentiment geworden.

Tot vorige week de witte bus van de jeugdtandverzorging naast de sneltram tot stilstand kwam. De spieren rond mijn schouderbladen schoten in een kramp die twee dagen duurde.

woensdag 2 april 2008

Vloerkleed kamerbreed

De jongste heeft een aankoop via internet gedaan. Met mijn creditcard. Het is een verrassing. Hij schrikt van mijn schrik. Voor het bedrag had ik een kleine auto of een half dak zonnepanelen kunnen kopen. En ik heb dat geld maar tenauwernood. Of eigenlijk helemaal niet.
't Is een tapijt. Een groot, geel tapijt met wat abstracte figuren. Zogenaamd handgeknoopt. Ik zie de eerst lus in gedachten al loshangen.
Ik vertel wat me is overkomen op het zangkoor. "Zes bij tien meter?? Hoe past dat in jouw bungalow?" snibt een donkerharige vrouw. "Ik heb een grote hoekwoning." Mijn verdedigende houding snap ik zelf niet.
"Hoe laat ga jij naar huis?" vraag de vrouw die naast me zit en die met mij mee zal rijden. Ik zie haar schouders hangen.
"Na de pauze?" opper ik.
Ze barst van opluchting in huilen uit. Ook zij is moe.

dinsdag 1 april 2008

1 april

Collega G. en ik vonden dat het tijd was voor een goede grap. En ja hoor, altijd leuk, er stonken mensen in. De grootste grap is natuurlijk dat hoe meer men erin stinkt, hoe bozer men na afloop is.

Beste ,
Zoals jullie weten is er in onze nieuwe behuizing in Westraven veel aandacht voor cleandesk-werken. Dit gaat dan zowel over het flex-concept als over de hygiëne in dit pand. Diverse tussentijdse evaluaties en klachten hebben er al voor gezorgd dat er beter wordt schoongemaakt. Uit een voorevaluatie van het schoonmaakcontract heeft de ARBOdienst ingebracht, dat in flexkantoren onhygiënische situaties ontstaan, zoals bacteriën, etensresten en vetvlekken op de tafels. Nogmaals willen we er jullie dan ook op wijzen dat de bureaus bij het verlaten van je werkplek opgeruimd achter moeten worden gelaten.
Daarnaast vragen we jullie aandacht voor het volgende:
Omdat het niet in het contract met de schoonmaakdienst is opgenomen is ervoor gekozen alle medewerkers een schoonmaakdoekje en een schoonmaakspray te geven, en een borsteltje voor de bureaustoel. Vanaf volgende week zal op onze verdieping iedere dinsdag op elke werkplek een schoonmaakpakket worden aangeboden. Een instructie over hoe de spray veilig te gebruiken gaat erbij. Het is de bedoeling dat een ieder zijn/haar werkplek behandelt op de voorgeschreven wijze. Dit kost per keer slechts enkele minuten van je tijd.
Het is de bedoeling dat zo ook de medewerkers bijdragen aan een schone en veilige werkomgeving.
Mocht je om gezondheidsredenen niet in staat zijn hieraan medewerking te verlenen, dan graag een mailtje naar mij. Ik verzamel de reacties en sluis deze door naar het Steunpunt Veilig Werken.
Alvast bedankt voor jullie medewerking,

maandag 31 maart 2008

Bouwjaar

De romanmeester meldde trots dat hij uit hetzelfde bouwjaar is als De Avonden van Gerard Reve. Ik kan me die trots voorstellen. Ik ben ook trots op mijn bouwjaar. Ik heb iets met 1964. En met mijn bouwjaargenoten. Ik heb ook wel iets met mannen uit 1959, omdat die zo sneu niet mee kunnen praten met de echte kerels, uitgeloot als ze werden voor militaire dienst. Ook vrouwen uit 1968 beroeren mijn gemoed, omdat ze even oud zijn als mijn jongste zusje. Maar de 1964’ers, dat zijn mijn echte verwanten.
Van Yvonne van Gennip hoor ik de laatste tijd niet meer zoveel, maar Marco van Basten en Linda de Mol zie ik regelmatig. En ik heb bijna allemaal leuke collega’s, maar met Anneke en Robert heb ik toch iets extra’s (al weten zij dat nog niet). En mijn vriendin niet te vergeten die na haar 29ste jaar nooit meer vermeldt hoe oud ze is, maar fier zegt (en dat heb ik van haar overgenomen): Ik ben van ’64.

Mandarijnen op zwavelzuur van W.F. Hermans is van mijn bouwjaar. Goed hè?

zaterdag 29 maart 2008

In de trein (13)


Naast me komt een lange sportieve vent zitten met muziek in zijn oren. Hij kijkt al binnen een minuut speurend in de rondte en vooral naar mij. Nu ruik ook ik de penetrante lavendellucht. Zou hij denken dat ik deze verspreid? Bij het volgende station gaat hij een paar bankjes naar achteren. Inmiddels ben ik gaan hopen dat hij de steeds smeriger wordende lucht bij zich droeg. Maar nee. De lucht blijft hangen. Ook de oudere dame die nu naast mij komt blikt al spoedig opzij.
Het is een camouflagelucht. Iemand zonder ruikvermogen of iemand die zich in geen dagen heeft kunnen verfrissen, heeft zichzelf bepoederd of besprenkeld. Ik krijg hoofdpijn. Zo'n hoofdpijn door luchten (hyacinthen, lelies, narcissen) is doorgaans binnen vijf minuten wel weer weg als ook de lucht weg is, maar ik zit nog een half uur in deze trein.
De redelijke volle trein kent nog één leeg plaatsje. Naast een man geheel in (nep?)leer, met zwarte lege tas naast zich op de bank. Zijn haren zijn glijbaanvet, zijn schouders niet onbespikkeld. Daar moet ik niet te lang naar kijken.
Bij de volgende halte staat een keurige dame in een diepblauw mantelpak op. Haar man schikt haar mantel - zo'n vrouw draagt een mantel, geen jas - behoedzaam langs haar permanent. Aha! De theorie van de neusgehandicapte komt weer boven. De lucht zal in Apeldoorn achterblijven. Hoop ik. Tevergeefs.
Ik knijp de rest van de reis mijn neus dicht.
Bij het uitstappen speel ik politiehond. Het is de man in leer met de kraag van roos en haren.

donderdag 27 maart 2008

In de trein (12)

Lichamelijk enorm geschapen mensen hebben het moeilijk in het openbaar vervoer. Toch worden ook zij geacht in tijden van drukte, de plek naast zich vrij te maken van tas of lang benenpaar. De brede man aan de overkant van het gangpad deed stoïcijns. Een mooi meisje keek, en liep door. Een man in pak aarzelde even, maar ging aan de potentële zitplaats voorbij. Het gangpad vulde zich langzaam.
Een licht kromgebogen man in nieuwe kleren, met een toupet of een toupet-coupe haar, wrikte een enorme gele tas over de man heen. De brede man moest plat tegen de rugleuning om niet geraakt te worden. De toupetman zat. En begon onmiddellijk te praten. Zijn tweedetaal-Frans was goed verstaanbaar. Of dit de trein naar Den Haag was?
Yes, zei de brede man korzelig.
De eigenaar van de gele tas, die hij stijf op schoot hield, ging onverdroten door. Of zijn buurman hem uit kon leggen waarom Amsterdam de hoofdstad was, maar de regering en de ambassades in Den Haag zaten? Hij vond dat maar très complex. Hij stelt de vraag nog en keer en nog een keer. Onzeker, maar o zo vriendelijk is de toupetdrager. De brede man ontdooit en blijkt niet onverdienstelijk Frans te spreken. Ze keuvelen gezellig over onze geografische staatsinrichting. De toupet is hardnekkig in zijn verbazing. Maar Amsterdam heeft toch ook zoveel winkels! Mogen ze dan echt niet van alles de hoofdstad zijn? Parijs bijvoorbeeld, heeft ook alles. Ja, dat weet de brede man.
Plotseling staat hij op en gaat, net als ik, in Utrecht de trein uit. Ik zie hem met zijn enorme tas per roltrap de hal in verdwijnen.
Hij laat een liedje in mijn hoofd achter.

Plaatsnamen leren
’t is niet zo’n probleem.
Amsterdam, de hoofdstad,
Dat is nummer één.
Rotterdam, de wereldhaven,
Via Delft naar ’s Gravenhage,
Onze residentie met z’n Binnenhof.

woensdag 26 maart 2008

Klikken

Soms, heel soms, maar toch, ergeren wij ons, thuis, op de bank. Dat is dan vooral wanneer media over media berichten. Gedoe met netcoördinatoren, aankoop van voetbaluitzendrechten, crashende computers met belspelletjes: misschien leuk voor bij de borrel in de omroepkantine, maar geen onderwerp bij NOVA waard. Ook net zo onbelangrijk: kranten die uit gaan leggen hoe ze tot hun gewijzigde opmaak zijn gekomen, de reorganisatie bij de RTL-letjes of Charles Groenhuijsen die een extra lampje wil. Media over media: bah.

Nu dan toch één keertje over mijn eigen medium.

Dit weblog ontvangt dagelijks tussen de 30 en 40 bezoekers. Vaste klanten en toevallige passanten. Langzaam maar gestaag stijgt het bezoekersaantal. Niet dat ik streef naar een miljoenenpubliek, maar gelezen worden blijkt toch leuker dan ik altijd voor mogelijk had gehouden. Plotseling sneuvelde onlangs mijn dagrecord, dat al anderhalf jaar op 74 bezoekers stond. En de dag daarna weer, en de dag dáárna nog een keer. Nu is mijn record 250 bezoekers. En natuurlijk staat nu ook mijn weekrecord en mijn maandrecord een stuk scherper. Enig gegoochel met mijn statistiekjes bracht aan het licht hoe dit zo gekomen is. Men googlede uitbundig op Astrid Joosten. Blijkbaar is zij van belang, op het moment. Waarom heb ik nog niet achterhaald. Het zal iets te maken hebben met haar nieuwe show en haar polemiek met ene Jensen, maar dat doet er voor mij niet toe.
Feit is, dat, wanneer men googlet op een plaatje van Astrid, er een plaatje bij een praatje op mijn weblog tevoorschijn komt. Een raar plaatje, dat een blogje over silliepoetie opleukte.

Stel je zoekt een plaatje van Astrid Joosten op het internet en je krijgt een scherm met twintig foto’s voor je neus. Eén daarvan is geen plaatje van Astrid, maar een soort schilderij van een fellatio bedrijvend stel. Klik je daar dan op? Mijn stijgend aantal bezoekers doet vermoeden van wel. Ik checkte het bij een collega, een vriend, en de geliefde medebankzitter: zou jij hierop klikken? Het antwoord was – en ja, ik ben naïef en ja, dat wil ik blijven – voor mij verbazend. Alle drie zeiden ze: uh.. ja.

Misschien worden een paar van deze ‘toevallige’ passanten wel vaste lezers, opperde één van de doorklikkers. Dat zou dan toch wel weer grappig zijn. Daarom aan alle silliepoetieliefhebbers: welkom!

zondag 23 maart 2008

Er was eens ...

Uitgeverij Contact schreef een wedstrijd uit. Maak een beginnetje van een reeds beroemde schrijver af, en win een auteurscontract. Blokje tahoe naar mijn grote mond. Actie in de tent. Het is immers zo smart met mezelf afgesproken: twee publicaties in 2008. Inschrijven kon tot 2 januari. Dat deed ik prompt. En inzenden kan tot 2 april.
Vriendin A. doet ook mee. En zo nog 2.998 anderen. Geen probleem, zo becijfer ik haar voor. Negentig procent levert hoe dan ook niets in. De helft vergeet eenvoudigweg dat ze zich hebben ingeschreven. Dan is er een best grote groep die de beginnetjes van de schrijvers oninspirerend vindt. Weer een massa heeft inmiddels een andere hobby of heeft het veel te druk, met niet sporten of niet afvallen.
Dan resteren 300 mensen die een poging wagen. Meer dan de helft daarvan schrijft lariekoek. Kent niet van witte boekje, acht eigen onlogica ten onrechte aantrekkelijk of stuurt een lege wordmail mee. Toen waren er nog 120. Een deel daarvan blijkt na lezing van de eerste alinea geen enkele literaire kaas, met enkele noch met dubbele t, gegeten te hebben. Er wordt verteld in plaats van geshowd. Alleen de ogen werken. Er wordt niets geroken, geproefd, betast en beluisterd. De hoofdpersonen kennen geen karakters, enige Wil ontbreekt.
Vijftig serieuze inzendingen zien het licht. Vijfentwintig gaan door naar de volgende ronde. Het moet toch wel raar lopen als vriendin en ik daar niet tussenzitten.

Behalve dat we nog maar 8 dagen hebben om niet tot de 90% te gaan behoren.

P.S. Een auteurscontract? Wat is dat eigenlijk?

Daar juicht een toon

Een moeder aan het aanrecht. Een vragend kind erachter. Verstrooide antwoorden.
- Mamma, zing 'ns dat liedje?
- Welk liedje schat?
Het vlees vraagt haar aandacht. Een vijfde pit zou welkom zijn. Wie zou er kunnen tafel dekken?
- Dat liedje met het gansje. Zing je dat?
Ze heeft de hele morgen staan zingen. Nu even niet. De gasten zitten binnen en de servetten zijn nog niet gevouwen. Maar aan verzoeknummers geeft ze doorgaans wel gehoor.
- Ik ken geen liedje van een gansje lieverd.
- Jawel. Dat liedje van dat gansje!
- Alle eendjes zwemm...
- Nee, een gansje!
Het kind stampvoet.
De moeder peinst en roert. En vist de rollade uit de pan en vergeet waar haar hoofd nog meer mee bezig was.
- Ik. Wil. Dat. Liedje. Van. Dat. Gansje!!
- Ik ken geen liedje van een gansje!!
Ze heeft niet vaak tegen haar kind geschreeuwd. Het meisje schrikt. De tranen komen omhoog. Bibberend werpt ze nog iets tegen.
- Je zong het net nog. Van het gansje Ruzalem...

Sanatorium van Baerle

Geen dag zonder Bach. Deze week was het drie maal raak. Zondag zong ik de Johannes, dinsdag beluisterde ik de zingende zussen in de Matthaüs en zaterdagavond zat ik bij het derde grote werk van Bach: zijn onvolprezen Hohe Messe.
De Bergkerk in Deventer, onze eigen zangplek, is aangenaam. De muziektempel waar ik de andere twee meesterwerken mocht beluisteren is een fenomeen: sanotorium van Baerle Het Concertgebouw. Natuurlijk ben ik te vroeg. Ik ben altijd te vroeg. Staand achter glas aanschouw ik nog even de woelige buitenwereld, nippende van zeldzaam smerige koffie. Dan mag ik naar mijn plaats. Ik zit in midden en zorg dus dat ik er vroeg zit. Anders moet iedereen maar voor mij opstaan. Dan kan het concert beginnen nadat ik nog drie maal overeind heb moeten komen voor mensen die blijkbaar een hekel hebben aan wachten. Dinsdag heb ik uitstekend zicht op mijn geliefde zussen en de minister van onderwijs die tijdens het concert nog tweemaal hoorbaar wordt aangewezen. Het vergeelde klavieruittreksel van de sopraan is ontroerend, de pathos van de evangelist weergaloos en het mobieltje dat tot tweemaal toe achter ons afgaat vast een ongelukje. Ook zittend zingt het koor prachtig. De dynamiek is spannend. Ik voel het koor ademen, de spanning opbouwen en gedoseerd zijn muziekzegje doen. Hier wordt een verhaal verteld onderbroken door kuchen, schrapen en rochelen. De stilte na de dood van Jesus verdwijnt in een nies het niets.
Dan zaterdagavond. De Hohe Messe heb ik nog onlangs uitgevoerd en samen met een tweede alt schuif ik vol verwachting op het balkon. Ik heb uitstekend zicht op het podium dankzij de twee stellen die in elkaar verstrengeld voor mij zitten en waar ik precies tussendoor kijk maar waarom mijn maatje alleen hoofden ziet. De sopraansoliste blijkt blind. Ze leest de muziek in braille. Intrigerend. Je hoort wel eens dat andere zintuigen een ontbrekend zintuig compenseren. Dat moet voor een zangeres een weldaad zijn: je volledig kunnen concentreren op de zanger naast je, het gehoest uit de zaal, het begeleidend orgeltje, de snoeppapiertjes, de klikkende brillenkokers, en de balsem van alle zuivere muziek om je heen.
De man naast me krijgt een fishermansfriend. Fijn om te merken dat hoest op onze rij voorkomen wordt. Jammer dat hij er vijf minuten lang op kauwt.
Ja, dat Concertgebouw. Een heilzame plek om geduld en vergeving te leren.

woensdag 19 maart 2008

Aagje leest mee (3)

Aagje was moe en had eigenlijk niet zoveel zin in lezen. Tenminste, wel zin in lezen, maar dan alleen haar eigen boekje. Het boekenweekgeschenk was nog niet gesnoten. Maar zo'n leuke veertiger naast zich, met laptop, die kon ze toch niet ongemoeid laten. Aagje herkende een frivool lettertype, begluurde de layout, stal met een blik een enkele zin. Hier was maar één conclusie te trekken. Naast haar werd een roman geschreven!
De laptop stond op zijn - what's in a name - schoot en was een ietsje van Aagje gedraaid. Toch niet om pottenkijkers buiten te sluiten? De titel van de roman, of van het hoofdstuk, was jaloersmakend fraai. En plotseling voelde Aagje compassie. Hoe moest het voelen, scheppend bezig zijn en dan betrapt te worden, je prachtige boektitel al op een weblog te lezen? Een weblog dat de laatste dagen door honderden per dag wordt bezocht? (Maar daarover misschien later.) Deze reiziger zou ze ongemoeid laten. Omdat hij een romanschrijver is, ja, zo hypocriet is Aagje al geworden.
Ze zou hooguit vertellen dat de titel uit drie woorden bestaat, waarvan de laatste tussen haakjes. Aagje zit nog steeds te peinzen, maar kan zich geen andere boektitel met haakjes voor de geest halen.
Dan staart de man een paar minuten naar een witte pagina en sluit het document af. Hij opent een document wat er uitziet als gewoon werk. Is hij dan toch (maar) een marketing strateeg? 't Is in ieder geval een Belg, leert Aagje thuis, de bedrijfsnaam googelend. Ze vindt zelfs een foto.

Naast een romanschrijvende Belg te hebben gezeten op de dag dat Hugo Claus overlijdt, dat vindt Aagje achteraf wreed geluk.

zondag 16 maart 2008

Waarom is verzonnen geen werkwoord?

Ik heb nog niet vaak mensen ontmoet die net als ik van regen houden. Gratis voer uit de hemel, verkoelend vocht, en het ruikt er zo lekker bij. Natuurlijk geniet ik niet van een natte broek die bij de lunch nog niet droog is en vind ook ik dat kamperen bij droog weer relaxt en genieten is. Maar een hekel aan regen? Helemaal niet. Ik wandel graag langs het strand tijdens een stortbui. En wat is er gezelliger dan regengetik op een tentdoek?
Dat ik bepaald geen zonaanbidder ben, dat zal ook wel een rol spelen. Aan zonnetjes en felblauwe luchten, verbrande schouders, parelend zweet: ik houd er geen goede herinneringen aan over. Nee dan de regen.

Die keer dat mijn moeder en mijn zusjes en ik uit Zoetermeer kwamen fietsen en tot de onderbroek nat thuiskwamen. Daarna allemaal op de bank en de speciaal daartoe uitgeklapte stretcher, warm worden onder dekens.
Of toen ik zonder regenpak naar het werk was gefietst en al snel doorhad dat dit betekende dat ik die dag niet meer droog zou worden. I'm singing in the rain! Zalig. Daar dachten de collega's in de lift anders over. "Bah, wat vies!" Ik flapte eruit: "Vies? Oude mannen op een motor, da's pas vies." Pas toen zag ik de twee vijftigers die - natuurlijk - motor reden.
En ik voel nog het warme neefje van één jaar op mijn arm en zie zijn verrukte gezichtje, wadend naar de wc-blokken, nadat in een half uur tijd de Corsicaanse camping letterlijk overspoeld was.
Een weekje buitenkunst in 2006 kende regen, zeer veel regen. Dat betekende moddersculpturen en waterverven en drie workshops in één tent. Het bleek allemaal te kunnen. Het jaar erna vroeg een zoon - we zaten in het ochtendzonnetje aan de kampeertafel - waarom we niet meer gezellig in die grote tent gingen ontbijten.
Ik heb vakanties gehad dat we eerst de buitentent moesten opzetten en dat de schimmel in de fietstassen stond, maar dat levert aardiger verhalen op dan: na vier uur 's middags konden we wat gaan doen, daarvoor was het te heet.
En ik krijg er nog krullen van ook.
Nee, laat deze zondag maar komen.

(Ik sta overigens de hele middag in een kerk Bach te zingen. De kerk gaat om half twee open. Natte jassen schijnen wonderen te doen met de aukoestiek.)

woensdag 12 maart 2008

Another one bites the dust

Ik wilde als kind klarinet spelen. Braaf doorliep ik de AMV-klasjes en leerde ik de blokfluit kennen. Toen we naar de stad verhuisden, ik was inmiddels 10 jaar oud, moest het er echt van komen. Maar nee, een wachtlijst. Daar stond ik op en daar bleef ik op staan. Inmiddels speelde ik ook alt- en tenorfluit, maar de klarinetwens bleef bestaan. En zo ook de wachtlijst. Tot het mijn moeder te gortig werd en wij op een regenachtige middag naar het andere eind van Den Haag togen. Daar troffen wij een particuliere leraar klarinet, die juist twee jongens instrueerde. Hij hoorde mijn moeder aan, vroeg mij over mijn onderlip te blazen en sprak “een prima dwarsfluitmond”.

Het is dertig jaar later en mijn jongste speelt basgitaar. De voorspeelavond op de muziekschool is er een van basgitaristen en drummers samen. In amper twee uur passeren ruim dertig cursisten de trommelvliezen. Het is een plezierige avond. Door het even ontroerende als a-ritmische stokgezwaai en gepluk van de jongsten aan het begin van de avond, en door de pubers die met vier gitaren staan te jammen. Ik deel verbazing over de podiumbevolkers met man en zonen, maar krijg geen gehoor. Dan dit platform maar gebruikt: niet één meisje speelde basgitaar of drum. Waarom?

Ik ging op mijn zestiende alsnog trompet spelen. En later hobo. Het is allemaal goed gekomen met mij, muzikaal gezien. Toch knaagt die klarinet nog wel eens. Zit er vandaag ook een zusje een beetje treurig achter haar harp of piano, dromend van versterker of stokjes?

dinsdag 11 maart 2008

Thuistaal

Al jaren vecht ik met succes tegen de aanleiding de hele dag in gezang los te barsten. Ik associeer minstens elk derde woord met een liedje dat ik ken. Alleen in gezelschap van mijn zusjes durf ik er aan toe te geven. Als ik dan al sneller associeer dan zij ....
Zij vroeg mij naar thuistaal en de wortels daarvan. Ik verzamelde tijdens een treinreis 19 voorbeelden. Zo heet elke vlieg hier Henk, eten wij op maandag beton, en smeer ik lippenstip.
De wat mij betreft aardigste vijf quotes die hier in huis blijverdjes zijn:

5
Ik was ooit voorzitter van een studievereniging. De buitenlandse reis was duurder uitgevallen dan begroot. Tijdens de reis was een vrijwillige bijdrage van de reizigers gevraagd. Dat werd tijdens de daarop volgende ledenvergadering breed uitgemeten. Op de voorste rij zaten felle gezichten met verontwaardigde teksten. (Van hen die niet meebetaald hadden, maar dat terzijde.) Ze riepen keer op keer, en dat roepen wij nog steeds bij ophef om (bijna) niks:
't Is stelen van de leden!

4
Onze Pelle was twee jaar en allerschattigst in z'n gele jasje. Hij kwam door de achterdeur op z'n modderige laarsjes, de haren - door vijf kruinen gestut - recht omhoog, een fikse snottebel en zand om de mond. De vrouwelijke helft van een toen nog kinderloos vriendenpaar vroeg voorzichtig:
Zijn alle kinderen zo morsig?

3
Er wordt door de werkenden hier in huis naar Utrecht gependeld. We kennen de begrippen 'gewone tijd', 'een uur later' en soms nemen we de trein waarbij we in Amersfoort over moeten stappen. Deze trein heet
Tinus tussentrein

2
Deze is met de man meegekomen. Op fietsvakanties wil het broodbeleg, of welk voedsel dan ook, nog wel eens andere vormen aannemen dan thuis, als gevolg van krappe fietstassen of warmte. Dit levert op: De Betuwe-schenkboter, de betuwe-schenkkaas, enzovoort.

1
De oudste spreekt graag een woordje mee. Babbelziek is overdreven, maar lang stil is hij zelden. Dat zal de reden zijn waarom hij even niet meekreeg hoe het spreekwoord precies luidde. Zijn versie is goud waard:
Narrare humanum est

zondag 9 maart 2008

Fenomeen

- Spreek ik met iemand van de Hennie Meijer- hulplijn?
- Daar spreekt u mee.
- Ik wilde u gisteren al bellen. Ik zocht de naam van een man die vroeger een radioprogramma presenteerde. Ik wist zeker dat ik het wist, maar kon er maar niet opkomen.
- Dan bent u bij ons aan het goede adres, mevrouw.
- Ons koor had een repetitiezaterdag en opeens moest ik weer aan het programma denken. Geen flauw idee waarom eigenlijk. O ja, ik had het met Anneke over de CD van de Jahreszeiten en waarom ik die van Gardiner in bestelling heb. Doet er niet toe. En toen kregen we het over Discotabel. Zo heette dat radioprogramma. Kent u het?
- Moment, ik pak even een pen die schrijft. U zoekt een presentator?
- Een Friese naam, dat wist ik bijna zeker. Ik hoorde zelfs zijn stemgeluid weer! En ik wist ook dat zijn naam te verbasteren was. Voor- en achternaam omdraaien en dan bleek hoe geweldig hij was. Want dat was hij. Ongelooflijk wat die man van muziek weet. Of wist. Geen idee of hij nog bestaat.
- Welke bronnen heeft u al geraadpleegd?
- De dirigent wist wie ik bedoelde, maar hij kon er ook niet opkomen. En twee koorleden aan wie ik het vroeg ook niet. Dat komt u zeker ook bekend voor?
- Inderdaad. Een Hennie Meijer wordt vaak gedeeld met anderen.
- Ik had mijn sms-man wel kunnen benaderen, maar die is te jong voor dit soort vragen.
- Heeft u al op internet proberen te zoeken?
- Ja, uiteindelijk wel. Bloedirritant, als je weet dat je het weet, maar je komt er maar niet op. Diskotabel vond ik al snel op het internet. Met een k schrijf je het. Lelijk! Maar makkelijk vinden hoe die presentator van meer dan twintig jaar geleden heette, ho maar.
- Presentator uit de jaren tachtig van het radioprogramma Diskotabel met een waarschijnlijk Friese naam die te verbasteren is tot een karakterbeschrijving? Vat ik het zo goed samen?
- Sietse. Ik wist gisteren zeker dat zijn voornaam Sietse was. Ik ging ermee naar bed en ik stond er mee op. Maar nog steeds niets. Ik moet vriendin L. bellen, bedacht ik toen ik vanmorgen in bad zat. Die weet het zeker. En toen opeens schoot zijn naam me te binnen!! Waarom lacht u?
- Dat maken we zo vaak mee. Het voornemen ons te bellen is vaak al voldoende.
- Precies. En daarom wil ik u bedanken. Want ik had de hulplijn nog achter de hand. En daarom bleef ik graven in mijn eigen geheugen. Want het liefst wil je er toch zelf opkomen, hè?
- Heel begrijpelijk. Wij zijn het laatste redmiddel. En dat zijn wij graag. En hoe luidt de naam ...
- Bedankt, nogmaals. Tot een volgende keer!
- ... als ik vragen mag?

Kom je ook? Het wordt vast gezellig.

Ik had erop gerekend dat het een chique bruiloft zou worden en de naam van de lokatie was al veelbelovend geweest. Toch val ik stijl achterover van het enorme kasteel. Ik word harteljk verwelkomd en uitgenodigd een slaapplaats te zoeken. Dat lijkt me redelijk voorbarig, maar blijkbaar wil men zeker weten dat iedereen de hele dag én nacht zal blijven. Een grote balzaal biedt een aardig plekje en ik installeer mijn matje en slaapzak.
Er wordt al gedanst. Daar zie ik warempel Paul weer. Ik krijg zijn prachtige grijns, terwijl hij een meisje geoefend heen en weer zwiert. Ik ben underdressed, en niet zo'n beetje. Hoe krijg ik het toch weer voor elkaar. Ik struin door het kasteel op zoek naar een kapstok voor mijn rode regenjas. Zelfs onder de hanenbalken, waar ik rust zoek, is het druk met mensen. Ballonnen, rare hoedjes, gegil van liedteksten: de voorbereiding van de bruiloft is in volle gang.
Buiten in de tuin is ook van alles gaande. Ik ben en blijf toeschouwer. Menig sneue blik glijdt over mijn kleding. Opeens komt een vrouw in mijn gedachten die ik hier absoluut niet wil tegenkomen en besluit ik naar huis te gaan. Het ontbijt waarover ik struikel, in een zaal naast de balzaal en al net zo groot, laat ik niet zomaar staan. Ja, ik ben deelnemer geworden. Ik eet en eet en eet maar door, de ene geroosterde of beboterde heerlijkheid na de andere. Ik heb nog steeds mijn regenjas aan, dat matje en de slaapzak zitten ook alweer in mijn rugzakje. Nog even plassen en dan naar huis. Hoewel er drie wc's zijn per sexe, is de rij lang.
Ik schud de parkeerwacht af en weet mijn auto te bereiken. De groene ford focus staat op mij te wachten. En dat komt me zo bekend voor, dat ik nu pas door heb dat ik droom. In tien minuten ben ik thuis. Het is tien voor half elf.

woensdag 5 maart 2008

Aagje leest mee (2)

De twintiger naast Aagje speelt een spel op zijn computer. Yes sir! Yes sir! Hij schiet heel vaak raak. Here we go! Confirmed. Hij installeert met vaardige vingers een Helipad, een Silo en een Guard Tower. Het scherm blijft vol met poppetjes. Yes sir! Aan de overkant van het gangpad haalt een bebaarde man een glossy A4 uit zijn tas. De activiteiten nader toegelicht kopt het blaadje. Aagje zit net iets te ver weg. Jammer, ze is dol op papieren actie. De jongen naast Aagje weet met zijn linkerhand ook nog een sms’je te produceren. Hij heeft een hip toestel met hele kleine letterjes. Aagje is trots op haar goede ogen. Ik ben onderweg naar huis. Doe maar rustig aan lieverd. Ik zie je wel verschijnen. Aagje kauwt wat na op de combinatie van 575 doden binnen een kwartier en zijn lieverd.
Ze heeft nog een computerscherm in haar blikveld. De eigenaar is druk aan het bellen met ene Steve. His shipment will be in week 13. Can you handle that? What is your forecast? Let’s first wait for his reaction. So what is the ready date? I remind some excellent diner. Aagje is blij dat ze Steve niet is en dwaalt weer terug naar wat ze kan zien. Ze krijgt een nieuwe forens naast zich. De vrouw is 17 dagen eerder geboren dan Aagje en lerares Duits. Nadat ze haar autopapieren gespeld heeft, kijkt de vrouw in hoog tempo proefwerken na. Een station later is ze alweer verdwenen.
Het is een drukke dag voor Aagje. Ook de laatste die op haar bankje schuift vandaag heeft iets te lezen bij zich. Een tot de draad versleten pocket. Life, the universe and everything.
Aagje weet dat Douglas Adam het ook weet: Niets is wat het is en het kost even om daar achter te komen.

zondag 2 maart 2008

Vriend, god en minnaar

Als ik schrijver wil worden, dan rest mij niet veel anders dan met mijn roman in één keer door te breken. Want dat schrijven in opdracht me niet bevalt, dat merk ik dit weekend weer. Een woordje vooraf in het boekje dat ons concert opleukt, zo ingewikkeld kan dat toch niet zijn? Het is het wel. Ik aarzel tussen blasfemisch, intellectualistisch en ronduit saai. Geen van drieën zal in de smaak vallen, vrees ik. Mijn vrees is dan weer dat ik aan een combinatie van twee van de drie elementen niet zal ontkomen. Want ik wil een citaat van Mauricio Kagel laten landen in mijn woordje namens de voorzitter. Deze 20ste eeuwse componist sprak de prachtige woorden:
Es mag sein, dass nicht alle Musiker an Gott glauben, an Bach jedoch alle.

Mijn liefde voor Bach beleed ik al vaker. Hij is mijn vriend, mijn god, mijn minnaar heb ik regelmatig verzucht. Om te chockeren, natuurlijk om te chockeren. Maar ook (tóch, zouden gelovigen zeggen, maar tóch) in het besef dat het voor mij waar is. Zijn muziek is fantastisch behang voor een gezellig avondje, evenzeer als de punt op de i bij vreugde en malaise. En als ik het slotkoraal van de Johannes Passion zing, dan weet ik zeker dat het ook mij gaat gebeuren. En moet ik mijn best doen de emotie aan de volle kerk te laten, en niet zelf de tranen te laten stromen:

Alsdenn vom Tod erwecke mich,
Daß meine Augen sehen dich
In aller Freud, o Gottes Sohn,
Mein Heiland und Genadenthron!
Herr Jesu Christ, erhöre mich,
Ich will dich preisen ewiglich!

Deze week kwam in het nieuws dat Caroline Wilkinson, forensisch antropologe, de schedel van wijlen Johann Sebastian professioneel omgeknutseld heeft tot zijn ware gezicht. En wat een gezicht blijkt dat te zijn geweest!


Deze bruingebrande betonijzervlechter, zoals de huidige bewoners van Eisenbach hem typeren, nu ze geconfronteerd zijn met de versie van Wilkinson, wat moet ik daar nu toch mee? Wég is de saaie bepoederde pruikdrager die me al veertig jaar aanstaart vanaf muziekboekjes en concertposters. De man van wie ik me voor kan stellen dat hij tientallen CD's vol kon laten tokkelen, strijken en kwelen. Maar deze hier? Dat is een man met twintig kinderen en een drankprobleem (ik las dat Wilkison zijn door brandewijn getekende neus een tikje vriendelijker in zijn gezicht heeft geplaatst). Een man van vlees en bloed. Wat valt dáár nou over te schrijven?

 

blogger templates | Make Money Online