maandag 14 juli 2008

Gebakken lucht

Dans, dat is wel het laatste wat ik zal gaan doen op Buitenkunst. Kop-pig als ik ben zullen er heel wat lezingen, artikelen en persoonlijke uitleggen aan te pas moeten komen wil ik begrijpen wat er gebeurt, tijdens dat gezwaai met die lijven. Ik zeg nooit nooit, maar het verbaast me geenszins dat het er ook dit jaar niet van gekomen is.
Beeldend werken is bijna ook zoiets. Bijna, want in 2007 - 't blijft vooralsnog een unieke gebeurtenis - deed ik het: meedoen met het beeldend programma. Maar ik kan er zeer van genieten. Beluister met plezier wat mensen raakt in schilderijen, beeldhouwwerken, installaties. En zie waar hun inspiratie vandaan komt. En vervolgens ben ik onder de indruk van het vakwerk met kwast, plakband, klei of touw.

Beeldend medewerker Liesje had zich vergaapt aan diverse fraaie opblaasbeesten in New York. Soms komt er een metro langs en dan gaat het beeld leven.
Dat moesten buitenkunsters ook kunnen. En dat konden ze ook. Andere dan ik dan. Pelle hielp wel metro spelen, met behulp van een luchtbedpomp. 3000 liter lucht moest in deze struisvogel.


Liesje, als je nog vijf minuten hebt? Is dit een idee voor volgend jaar?

zondag 13 juli 2008

Wij zijn niet van de dingen


Kom logeren op mijn zolder. Achter de lege schotten liggen slechts opgevouwen verhuisdozen. Zonder kleertjes voor baby's die toch nooit meer zullen komen.
Parkeer je fiets in de straat op de plek van mijn niet-bestaande tweede auto.
Eet met me, praat en lach met me, in de tijd die we niet schenken aan de derde televisie en de vierde computer.
Wij zijn niet van de dingen.

Graai leeg die zolder.
Mest uit de kelder.
Zet aan de stoep.
Deel uit, geef weg.
Wij zijn niet van de dingen.

Een krant wordt een hoed wordt wc-papier.
Een ansichtkaart een schilderij.
De buggy naar de dreumes van de buren.
In vreugde geplopte kurken worden een schip
of oorbellen.
Wij zijn niet van de dingen.

Schenk me de helft van je hartige taart.
Leeg met mij die fles wijn die, ja, veel te duur was.
We rollen het gras
en gooien groene sneeuw.
Wij zijn niet van de dingen.
Elp, 8 juli 2008

Afbeelding: Michiel Schrijver.

zaterdag 12 juli 2008

Vasthouden

Heiloo, 1971. Ik ben zeven jaar en kneed van nat zand de perfecte bal, zo'n echte soete suikerbol. Trots neem ik 'm mee naar het vakantiehuisje. En ondanks de tegenwerpingen van mijn moeder moet en zal ik het ding in het vriesvak bewaren. Zoiets moois mag niet verloren gaan!

We waren deze week in Drenthe. Pelle en ik bedreven met hartstocht de Buitenkunst. Toegegeven, het was vrijwillig, dat we vanmorgen het paradijs weer verlieten. Maar het maakt de gang naar het dagelijks leven nauwelijks lichter. We waren aboriginal, en figurant van Rembrandt, we stonden op het podium met basgitaar en afscheidsbrief. We predikten de revolutie, pasten in een dekenzak, schreeuwden voicemails vol. Een week zonder cynisme, alleen maar creeëren en vol bewondering voor anderen kunnen zijn. Wat hebben we nog meer nodig?

Het nieuwe gezicht achter de balie bij Albert Heijn zegt dat ze niet bestaan, postzegels van 75 cent, noch die van 92.
"Ach, kijkt u nog even. Ik koop ze hier regelmatig."
"O, die! Ze zeggen altijd voor het buitenland. Zo kan ik het niet snappen, natuurlijk."

De zandbol hield het nog geen 24 uur, in 1971. De bal lag in twee stukken op een bordje. Geen zand tussen het ijs. Had ik al rekening gehouden met een droom die zou knappen?

De nieuwe wasmachine piept als de was gedraaid is. Het klinkt zo dwingend, vandaag.

zaterdag 5 juli 2008

Flickr-stokje op z'n googlish.

Dit leek me nou ook wel eens leuk om te doen, dat wat ik bij haar zag. Jezelf een aantal vragen stellen, de antwoorden bij flickr intypen en uit de eerste pagina met plaatjes een keuze maken. Zie jezelf, zuster.
Blijkt het helemaal niet te kunnen als je zo'n weblog hebt als deze. Sof! Dan maar op z'n googlish. Raad de plaatjes!
[Ik heb niet de hoop, eerder de angst, dat de betekenis van de antwoorden begrepen kan worden. Het lijkt me zelfs stug dat ik over een jaar nog weet hoe ik vandaag in elkaar zit. Jullie hebben in ieder geval een week om er naar te staren. Eerder zal er hier door mij niets worden toegevoegd.]

1. Wat is je eerste naam?

2. Wat is je lievelingseten?

3. Hoe heette je middelbare school?

4. Wat is je lievelingskleur?

5. Op welke beroemdheid ben je verliefd?

6. Wat drink je het liefst?

7. Je droomvakantie?

8. Lekkerste toetje?

9. Wat wil je worden als je later groot bent?

10. Wie zijn je het meest dierbaar?

11. Beschrijf jezelf in één woord.

12. Wat is jouw internetnaam?

dinsdag 1 juli 2008

In memoriam: het roken

De pijp
Midden op het parkeerterrein van winkelcentrum Leidsehage, op de stoep van een mij wildvreemd kantoorgebouw, botsend tegen een plotseling tot stilstand komende herenrug: als meisje kwam ik op de vreemdste plaatsen terwijl ik als in trance de geur van pijptabak volgde. Het eerste serieuze vriendje kreeg dan ook een pijp van mij cadeau. ’t Was een goedkoop dingetje dat niet lekker ingerookt wilde raken. Hij hield van mij en deed zijn best, maar ’t is verder nooit wat geworden met die twee.

De sigaar
Een verjaarsfeestje midden jaren tachtig. Een felle discussie over kernwapens met een ultrarechts jongmens won ik. Toen trakteerde hij alle heren op een sigaar en sloeg mij over. Dat pikte ik niet en even later zoog ik aan mijn eerste bolknak. Een letterlijk bittere teleurstelling. En per ongeluk opbranden in de asbak wilde het ding niet. Met een stalen smoel werd ik misselijker dan ooit.

De sigaret
Ik rookte er vele, zeer vele. Op 22 februari 1993 stak ik de laatste op. Niet roken en minder koffie drinken, dat zou het zwanger worden bespoedigen. Ik at zelfs bamboestengels, maar da’s weer een heel ander verhaal. Toen ik een jaar later in de aanstaande moederboeken las, dat vrouwen in verwachting zelfs asbakken leeg likken vond ik het al vies. Na al die jaren kan ik nog steeds zwetend wakker worden na een droom over die sigaret die toch weer opgestoken is.

Dat zijn de ergste
Mensen die zelf gerookt hebben zijn de fanatiekste nicotinehaters. In mijn geval klopt dat. Ik schaam me plaatsvervangend voor iedereen die ik heb laten meeroken, zelfs in hun eigen nicotinevrije woningen. En ik juich vandaag. Ik verheug me op een biertje bij café de Heks, dat ik al jaren mijd vanwege de bedorven lucht. Een driegangenmenu zonder sigarenwalm in de molen van Olst (Ik vind het ook stinken, zei de ober. En ze stonden op de kaart!).
Nu de terrasverwarming nog verboden verklaren.

maandag 30 juni 2008

fliep floep flieder fladdert *

Van de discussie over 'het lastige combineren van arbeid en zorg' houd ik me afzijdig. Het ontaardt vaak in gemopper over nukkige bazen of regelgeile kinderdagverblijven. Bovendien zoekt de drukbelaste vrouw zelden of nooit de oplossing bij zichzelf. Of bij een hulpvaardige man. Ik heb niks te klagen met een topkerel, twee gezonde en ook nog uitermatige plezierige kinderen en een baan op wieltjes voor maar vier dagen per week.
Maar er zijn van die momenten dat ik de dames begrijp. De tweede helft van december en de laatste weken voor de zomervakantie met name. Geen avond, geen zaterdag, geen zondag is onbezet. Er moeten alvast en alsnog verjaardagen worden gevierd, er zijn proefwerken en rapporten, voorstellingen met publiek, clubkampioenschappen, laatste gitaar- en schrijflessen, er is een ballontocht die voor de derde keer niet doorgaat, er moeten boeken teruggebracht (voeg het formulier in de breedte gevouwen in het voorste boek!) en besteld, muzieklessen verlengd en is de gasfles nog vol genoeg voor een week kamperen en hebben we nog een heel grondzeil?
Het zijn van die weken dat ik het liefst een engel zou zijn. Liefdevol geef ik, eindeloos, elke waar hij of zij behoefte aan heeft. Ik ben precies daar waar ik nodig ben. Alle gymkleren glijden schimmelloos de wasmachine weer uit, we komen feestelijk gekleed met prettig gewenste cadeaus op de bruiloften/kinderfeestje/kerstdiners/zomerfuiven, en verder fladder ik weer. Ik heb honger noch dorst, laat staan eigen wensen over hoe ik de dag wil of moet besteden. Niks opofferen of wegcijferen: één en al engel ben ik. Ik houd zelfs de dagelijkse poets- en was- en strijk- en stof- en opruimbeurten bij. Het zoekgeraakte adres van de hoera weer gevonden vriendin diep ik moeiteloos op en de administratie verdeelt zich in vijf overzichtelijke mappen.

('t Is verder natuurlijk een tamelijk saai bestaan. Na een paar dagen is het nieuwtje van dat vliegen er wel af. En de zin in eten, fietsen, drinken, vrijen zal toch niet voorgoed verdwijnen. Dus het mag bij vier weken per jaar blijven. Dan zal ik echt nooit meer klagen.)

* uit 'Pipijn is 1002'. Tekst: Harrie Geelen

donderdag 26 juni 2008

Als je uil een valk is

Natuurlijk, zijn klasgenootje met afrikaanse roots en hoofddoek mét rapperspetje was ontroerend. En de vrouw naast me glunderde toen haar lange dochter een klasgenoot in het spel te lijf ging, met háár handtas. Dat snap ik best. En de ouders van de kinderen die tegen de achterwand aangeplakt, net uit de maat en als een soort echo van de vooraanstaanders, toch ook een dansje deden: die ouders waren ook trots.
Mag.
Moet.

Ooit presenteerde ik, bepruikt en in roze jurk, professioneel opgemaakt door een tenor, de bonte avond van het USKO. Ik zette een Mies Bouman over the top neer. De volgende ochtend had men het er nog over. "Vond je haar niet fantastisch", vroeg een violist. En de mee-ontbijtende bas begreep niet waarom ik niet enthousiast was.
"Maar ik was het zelf." Ik viel ik weer in mijn dagelijkse rol terug. De ultieme verbazing op hun gezichten was even vleiend als beledigend.

Mijn zoon werd niet door iedereen herkend. Het kon hem niet deren. Hij straalde. De juf vertelde dat ze in de coulissen vol in het gezicht werd getroffen door een pump die met allure uitgeschopt werd. En toen hij de basgitaar omhing was het plaatje af.
"Best mooie benen", oordeelde zijn broer.
Ik omhelsde mijn held(in) met de langst mogelijke armen.
"Hij lijkt op jou", zei de vader van een vriendje.

maandag 23 juni 2008

Niet verstuurde brief (4)


Lieve majesteit,

Ik geloof niet in u, maar ik wil u toch waarschuwen. U bent een vlag op een modderschuit. Nee, omgekeerd, sorry. U bent boedha in een moskee, Ronald McDonald bij de groenteboer, Marco van Basten in Wenen. Dit behoeft uitleg.
Jan Peter vertelt u elke week van de hoogtepunten van zijn kabinet, dat is bekend. Hij zal dus verteld hebben dat Hij van VenW een nieuw ambtelijk onderkomen heeft geopend. Dat was me een feest! De kraan stond open, we riepen aloha zonder lambada en we kregen nieuwe vlaggen. Vlaggen met het nieuwe rijksoverheidslogo. Een nieuw, degelijk, ouderwets soort logo. Maar wel voor alle rijksdiensten éénzelfde. Dat brengt de burgers dichter bij ons ambtenaren. En via ons nader tot u. Het zij u gegund.
Er zijn leuke plaatjes van u gemaakt. Die met die rode hoed en die vlaggestrepen, bijvoorbeeld, die vind ik persoonlijk erg fraai. In de raadzaal van de gemeente Nieuwegein heb ik jaren geprobeerd het moois van u af te kijken, maar dat is me niet gelukt. U bleef prachtig. Zo had ik u graag in ons gebouw gezien. Krachtig, en een tikje schalks.
In Utrecht is een fout gemaakt. U hangt te hoog, in een dynamische, transparante omgeving in een zware lijst aan een te smalle pilaar in een soepjurk. Anton Corbijn zit hier achter. Hij maakte althans de foto. Majesteit, vertel JP de MP dat u zo niet gezien wilt worden in ons Ensemble. Niet zo degelijk, niet zo ouderwets.
U die gestippeld op de postzegel, en in vegen van olie op doek staat, red ons!
Uw nederige dienaar,

vrijdag 20 juni 2008

Sabbatical 2009

Januari en februari: AH to Go
Klantgericht, vriendelijk en snel, ik kan het allemaal zijn. Uren lang op de benen staan lijkt lastiger, en ook de verhouding met de besnorde filiaalcheffin maakt vooraf bezorgd. Maar een topervaring zal het zijn!

Maart en april: De echte AH, achter de kassa.
Nee, niet bij het brood, zéker niet bij de worst, en al helemaal niet dweilen. Zitten en piepen. Net te kort om geveld te worden door een RSI-schouder. Spaart u koopzegels?

Mei en juni: Man van Vriendin is coach en zoekt een maatje. Groepsprocessen, overzicht en goede sfeer, that's me! Ik schrijf tientallen flappen vol, schuif eindeloos met tafels en raak steeds meer stiften kwijt. Nu al zes maanden met hoofdpijn naar bed.

Juli en augustus: gehuld in oranje, met tas op wielen. Ik ben postbode. De honden vallen mee, de vriendelijke gezichten ook. Ik ben nu wel heel veel alleen. Maar de slechte zomer waar ik me moedig doorheen waad is troostrijk. I-pod en Vaccia-oefeningen: mijn stem is weer helemaal top.

September en oktober: de helpdesk van Ziggo is nog steeds dringend op zoek naar mensen. De neiging om de backoffice te reorganiseren weet ik te onderdrukken. Na een maand wordt het tijd de vakantie van dit jaar op te nemen.

November en december: zij-instromer in het onderwijs. Zo dankbaar. Ik wapen me tegen schrapende stoelen en op te halen neuzen. Ik ben streng, humorvol en rechtvaardig. Voldoendes maken populair. Huiswerk opgeven na de bel niet. Welk vak ik eigenlijk geef weet ik na twee maanden nog niet.

Het jaar 2010 begin ik gelouterd en opgeladen. Ik kan er weer helemaal tegenaan!

maandag 16 juni 2008

Junkske

Ik heb een lofdicht geschreven op ons nieuwe ambtelijk onderkomen. In sonnetvorm. In een vlaag van ijdelheid heb ik het gemaild naar de speech-schrijver van onze minister. Tijdens de officiële opening word ik op het podium genodigd. Da's flink schrikken, eens te meer omdat ik in Rotterdam in vergadering ben. Toch sta ik even later in Utrecht naast Camiel achter het spreekgestoelte. Ik mag mijn eigen werk voorlezen.
Daar stuurt de stuurman markt in 't bos
Meer kan ik me niet herinneren, maar blijkbaar kloppen de overige 13 regels ook, want ik krijg enthousiast applaus. Ik wil ongezien wegsluipen, maar dat zint onze minister niet. Hij blijft gezellig babbelen en me bestrooien met complimenten. Nog nooit wilde ik ergens zo graag weg, maar alles is hier van glas en ik weet niet waarheen te vluchten.
Dan vraagt hij of ik mee wil, met hem. Hij heeft kaartjes voor de wedstrijd Nederland-Bern. Mee, met hem? Dat wil ik niet. Naar Nederland-Bern wil ik wel. Dat laatste zeg ik hardop.

Op de tribune staan nog meer kabinetsleden en Erica Terpstra herkent me en drukt me hartelijk aan haar zachte boezem.
'Ben je met Camiel?'
Ik knik voorzichtig.
'Ach, 't junkske toch', zucht Erica.
Ik ben vergeten wat ik van onze directeur ook alweer allemaal tegen de excellentie moest zeggen. Oei, nu komt hij wel heel dichtbij. Ik krom mijn rug en wend mijn gezicht af. Juist dan zwaait de camera ongenaakbaar mijn kant op.

dinsdag 10 juni 2008

Dov’è la Vittoria?

(Ik mag veel voetbalkijkers rekenen onder mijn vaste lezers. Dat concludeer ik althans uit het scherp dalend aantal bezoekers sinds de start van het Europees Kampioenschap voetbal. Waarom ik gisteravond wakker lag zal dan ook de lezers die me trouw blijven (fijn!) niet interesseren. Vergeef me, mijn creatieve geest reist beperkt dezer dagen.)

Op 2 juli 2000 zat ik in de Arena van Verona. Het was die dag bloedheet geweest. Het congres over verslavingszorg waaraan ik deelnam was chaotisch en ging gepaard met veel eten en, jawel, ook met veel drinken. Want alcohol was verslavingsvrij, volgens de dagvoorzitter (die dagvoorzitter was omdat hij een drugskliniek sponsorde, maar dat is weer een heel ander verhaal). Volkomen onterecht was Nederland niet doorgedrongen tot de finale van het toen heersende EK. Mij kwam het wel goed uit; ik had om meer dan alleen deze trip naar Italië mijn aandacht voor andere zaken nodig.

Kaartjes voor een voorstelling in de Opera-Walhalla moet je lang van tevoren bestellen. Slechts weinigen zullen afgewogen hebben of ze op deze avond niet liever de finale van het EK hadden gezien. Maar het dubbelde wel, en nog wel met Italië in de finale. Naast mij zat een stel met een kind van een jaar of acht. Buiten het zicht van zijn moeder om kreeg hij een klein radiootje van zijn vader in het oor gepropt. Om beurten luisterden vader en zoon een paar minuten naar wat er in De Kuip gebeurde, terwijl duizenden anderen (deden alsof ze) zich vergaapten aan Aïda.

Het tumult buiten de arena kwam bij vlagen binnenwaaien. Het was nog nét niet hinderlijk. Het werd spannender en spannender, op het podium en op de tribune. Het Italiaanse doelpunt werd gevierd met heel veel kaarsjes en aanstekers. Vlak voor tijd scoorde Frankrijk. Een paar tientallen kaarsjes flakkerden op. Dat betekende verlengen en wachten op de golden goal. Op het toneel waren de gladiotoren al in triomf binnen gehaald. Het jongetje hengelde naar het oortje dat zijn vader steeds langer bij zich hield.
‘Franca è campione’, fluisterde de vader even later zuchtend. Het jongetje ging huilen. Ik wisselde een vertederde glimlach met de vader.

Hij moet nu een jaar of zestien zijn. Hij droeg wellicht een rood-wit-groene narrenhoed. De schminck op zijn gezicht verdroeg zich slecht met hangende mondhoeken. Deed hij wel voorzichtig toen hij op zijn scootertje naar huis scheurde? Hij was altijd een fan van Marco van Basten. Zou zijn vader hem nog kunnen troosten?

zondag 8 juni 2008

3 eetlepels Richteren 4 vers 19

Rond 1980 zat ik in de redactie van de schoolkrant. We zullen stukjes hebben geschreven, anderen tot pennevruchten hebben verleid of gedwongen, en vast veel hebben vergaderd. Ik herinner me vooral het urenlange stencillen en één incident.
Ik had een Concordantie voor mijn verjaardag gekregen. Een soort trefwoordenregister van de bijbel, waar ik al uren plezier mee had gehad. Zo had ik een recept voor een cake gemaakt, waarin niet obligaat 200 gram boter en 3 eieren moesten werden gebruikt. De ingrediënten waren te vinden door de heilige schrift erbij te nemen. Dan werd het bijvoorbeeld 200 gram Richteren 5:25 en 3 maal Jeremia 17:11. Ik vond het reuze geestig en de redactie ging akkoord met plaatsing.

In de kerstvakantie waren wij in de lege school druk bezig met 1.500 nieuwjaarsnummers. De concierge kwam vragen of wij even bij de rector wilden komen. Dat was nieuw. Ik was nog nooit in de enorme zaal geweest waarin hij kantoor hield. Mijn recept bleek het onderwerp van gesprek te zijn.
'De Bijbel is een heilig boek. Er zijn mensen die er aanstoot aan nemen als stukken tekst worden misbruikt. Blasfemie noemen ze dat.'
Hij keek me vriendelijk aan boven zijn halve bril, er helemaal van overtuigd dat ik al had besloten het recept niet te plaatsen. Ik zweeg, zoals ik in die jaren meestal zweeg als ik op onrecht stuitte. Te kwaad voor woorden. Dat aanstoot nemen, dat zou best. Daar kon ik me niet zo over opwinden. Dan zocht de familie met de vlechten maar een andere school. Veel erger vond ik dat hij mijn recept onder ogen had gekregen nog voor dat de dummy klaar was. Niemand wist wat wij gingen plaatsen, behalve een zacht Jeremia 17:11 van een maatschappijleerleraar die alles best vond. Iemand had in onze papieren gerommeld!
Briesend van woede kwam ik thuis. Mijn moeder, van wie ik geleerd heb dat veel in der minne geschikt kan worden, suggereerde me de bewuste cake te bakken en er de volgende dag nog eens rustig met de rector over te praten. Ik oefende een speech die eindigde in een deemoedig verlies van de rector.

De rector was in gesprek toen ik de cake kwam aanbieden.
'Zo. Kom je vurige kolen op mijn hoofd stapelen?'
Hij zei het niet eens onvriendelijk, maar het was totaal de voorzet niet die ik nodig had om mijn speech af te steken. Maar met mijn geheugen was nog niets mis. En ook de spreekworden had ik de afgelopen weken uit de Concordantie gevist.
'U citeert uit het boek Spreuken. Er zijn mensen die aanstoot nemen aan dergelijke vormen van blasfemie.'
Het recept kwam in de schoolkrant. Van enig tumult erover is mij niets gemeld; de rector heb ik nooit meer gesproken.

vrijdag 6 juni 2008

Wees niet zo dom als ik


Iedereen heeft recht op eigen fouten. Maar er zijn van die tips ... ik wilde dat ik ze wat eerder had gekregen.

Draai geen flesje vruchtensap open in een huurauto. Zeker niet als dat flesje al 48 in de auto bewaard werd. En helemaal niet terwijl je rijdt.

Zet je tent niet op een mierenhoop. Ook niet als het de laatste plek is op een bomvolle camping in Boedapest en je denkt dat iedereen dit plekje links had laten liggen omdat het op een helling van 15 graden ligt.

Ga geen weddenschap aan als je dronken bent. Vooral de combinatie rijksdaalder, net iets te weinig ruimte tussen je voortanden, ziekenhuis op drie kilometer afstand, en minus 10 graden is hierbij onaangenaam.

Denk niet dat de flatdeur die achter je dicht sloeg alleen een harde knal veroorzaakte, en til het glas uit je voet voor je naar de lift loopt.

Ga niet met iemand mee naar huis die je eigenlijk vanaf het begin al een beetje griezelig vond.

Snijd geen rotonde scherp aan op weg naar het kinderdagverblijf met een kind voorop en een kind achterop. Het kan geijzeld hebben.

Denk daarna niet: ik ben alleen thuis, ik zet voor dat wekadvies wel de wekker.

Gebruik het bijgeleverde badmutsje bij de thuisset coupe soleil en smeer de emulsie niet op je hoofd.

Ga daarna gewoon naar de dokter én de kapper en wacht niet tot de blaren en het gele stro vanzelf over gaan.

Hecht geen waarde aan uitspraken 'hij doet niks' of 'dat doet hij anders nooit'.

(met dank aan Elsje)
(foto: Boedapest, 1984, twee maanden na de coupe soleil)

woensdag 4 juni 2008

Aagje leest mee (6)

Ze kan nog net in de dubbeldekker richting Groningen springen. Op het balkon staat in dit type trein een ziteiland voor vier comfort zoekende reizigers. Aagje vindt een plekje tegenover twee mannen. De man tegenover haar zou een vrouw kunnen zijn. Aagje stelt zich voor dat hij zijn snor afscheert en een pruik over zijn kale hoofd trekt. De tattoo op zijn linkerarm zou hij moeten bedekken. Aagje heeft nog nooit een vrouw met een enorm vervaagd hart zien lopen. En die vijf puntjes op zijn hand? Duiden die op een bajesverleden? Misschien toch net iets te weinig vrouw. Ook de uitpuilende buik onder het ruitjesoverhemd en het blikje cola in de borstzak leiden af. Hij heeft in ieder geval een mooie mond met zachte volle lippen.
Aagje ziet hij hoe een rapport in A4 formaat, met goedkope witte ringband, aanstaart. Parkeerhandhaving communicatie kan Aagje ondersteboven ontcijferen. In het Nederlands is dat één woord, denkt kritisch Aagje onmiddellijk. De man kijkt wat mistroostig. Het rapport is in de breedte dubbelgevouwen geweest, alsof het in de achterzak van zijn grote spijkerbroek heeft gezeten. Hij vouwt dubbel, en weer open, leest nogmaals de voorkant, knijpt zijn lippen op elkaar en staart naar buiten.

De slanke man naast hem, schuin tegenover Aagje, draagt een zwartgrijs pak wat volgens Aagje, die hier totaal geen verstand van heeft, wel eens van een duur modehuis zou kunnen komen. Het stijfgestreken overhemd heeft dezelfde kleur als zijn ogen. Om zijn rechterpols zit een gevlochten, zilveren sieraad. Zijn haar is met zorg gecoiffeerd met veel aandacht voor de bakkenbaarden. Een Italiaan, besluit Aagje. Een Italiaan die Engels leest. Wat aan de twee veters om zijn hals hangt, kan ze niet zien zonder vrijpostig te worden. De veters zijn vast van echt leer en tussen zijn bossen borsthaar lijkt iets van jade te schemeren.

Op een klapstoel aan de ander kant van het pad zit een jonge vrouw met een broodje en een MP3-speler. Ze ziet Aagje schrijven en ze ziet de twee mannen. Ze glimlacht naar Aagje.

dinsdag 3 juni 2008

Oma's finale

Tot mijn laatste snik zal ik volhouden dat ik op 25 juni 1988 de stad trilde, en dat ik – net zoals in een stripverhaal – opgegooide bolhoedjes boven Utrecht zag zweven. En toen was het nog maar 1-0. Ons vertrouwen was bij voorbaat enorm en werd niet beschaamd. Het oude huisje onder de watertoren aan de overkant van de Jutfaseweg was nauwelijks bestand tegen het enthousiasme. Naar buiten moesten we!

Na de wedstrijd toog ik lopend naar het station. Al dagen ervoor had ik met mijn moeder afgesproken samen bij haar steeds zieker wordende moeder te waken. Of ik mijn moeder of mijn oma terzijde moest staan, kan ik me niet meer goed herinneren. Pyjama, boek en tandenborstel zaten in mijn keurige werkkoffertje. Het Wed was bedolven onder de oranje feestvierders. Ik kwam er alleen doorheen door in te haken, een rondje met een vriend of kersverse kennis rond te draaien en weer los te laten als de neus richting Zadelstraat stond.

Ik streel oma’s dunne, beverige hand. Ze informeert naar de herrie die haar donkere kamer binnen komt. Zo, waren we kampioen geworden? Zij die tot voor kort midden in het leven stond, verbaast me met haar volgende vraag:
‘Deed Feijenoord ook mee?’
Moet ik haar nu uitleggen dat een Europees Kampioenschap iets anders is dan de UEFA-cup? Aarzelend noem ik de namen van de Feijenoorders in de selectie.
Het blijft een tijdje stil in de kamer. Oma trekt haar hand tussen mijn strelende vingers vandaan. Buiten gaat het toeteren door.
‘Natuurlijk deed Feijenoord niet mee!’ zegt ze opeens, zachtjes. En dan fel, de ogen naar het plafond, maar overduidelijk voor mij bedoeld:
‘Wil je het wel zeggen als ik domme dingen begin te vragen?!’

zaterdag 31 mei 2008

De prullenbak kan altijd nog

Ik heb je in de bibliotheek niet kunnen vinden. 't Was er ongemeen rustig. Werk je er misschien? Door het nieuwe uitleensysteem heb ik er geen mensen meer nodig. De computer laat me alle titels zien die interessant zijn, maar niet in deze collectie opgenomen. En dat ene boek piept zich zonder menselijke inmenging tot mijn tijdelijk eigendom.
Toch ook nog maar langs de boekhandel. Mijn zoon wil geen spekkies of duizendschoon, maar een boek, als beloning voor 4x11 km lopen. Heb jij ook zulke kinderen? Ik kwam de winkel uit met het Waanzinnig om te weten-deeltje over regenwouden. Jou zag ik niet.
Er stonden wel 50 mensen, verdeeld over de Brink, te kijken naar de kermis in opbouw. Er ronkten wat generatoren, maar verder leken de kermislui klaar voor deze dag. Maar de kijkers waren er al. Vooral jongeren, per twee op een scooter of een wankele fiets. En middelbare mannen, veel middelbare mannen. De kermis werkt als een magneet voor hen. Zoals een kettingbotsing, een schoorsteenbrand of een flinke vechtpartij hen aantrekt. Ik zat op een terras en stal een half uurtje eigen tijd met een spa rood. Zag ik jou over het hoofd?
Toen de aankomst der gladiatoren. Ik was te vroeg, zoals ik overal te vroeg ben, en kon nog zitten op de stenen leuning van de brug, op de hoek van de Emmastraat. Eerst kwamen de rolstoelers, maar die waren allemaal oud, en de duwers vrouwen. We keken natuurlijk ook niet naar elkaar, maar met ogen vol voorprettrots naar onze bloedjes die nog kilometers van ons verwijderd waren.
Ach natuurlijk! Je zat in zo'n pak van één van de fanfarekorpsen. En dan ook nog de mond van een tuba voor je snor. Je zou het me eens makkelijk maken je te vinden.
Ik overwoog jouw foto terug te leggen op de plek waar ik hem gevonden had. Het tweelingbroertje lag er nog, daar bij de automaat van de parkeergarage. Zijn ze uit de portemonnee van je vrouw gedwarreld? Of had je twee pasfoto's nodig voor een paspoort en verloor je per ongeluk expres de overige twee?
Je bent de monteur van de automaat? De groenteboer van de Rielerweg? Vader van een tafeltenniser bij Swift?
Hoe kijk je als ik je vind en deze foto tevoorschijn haal?

woensdag 28 mei 2008

Twee maal Haarlem en één keer Utrecht

U wist niet dat buschauffeurs een gevaar op de weg zijn? Werkelijk ongelooflijk hoe ze hun grote bakken invoegen. Geen respect. Echt niet. Alsof zij de enige zijn die ergens op tijd moeten zijn.
Gebroken diensten? Laat me niet lachen. Voor dat salaris mogen ze echt niet klagen. €1500 per maand. Of het niks is. Voor een beetje zitten en een baas die voor je zorgt.
En die automobilisten die zich opstellen op de rechterstrook, voor een stoplicht? Kent u die? Die dus niet het linkervak kiezen, nee, kent u die lui die altijd rechts gaan staan? Die hebben gewoon teveel tijd! Dat zie je toch zo, die lui hebben niks te doen.
En denk maar niet dat als het een keer een beetje lekker rustig op de weg kan zijn, omdat die pleurisbussen staken, dat je dan door kunt rijden. Nee, hoor, dan nemen we allemaal de auto mee de stad in. En we kennen de weg niet, hè! En natuurlijk is de boel opgebroken en is het hier elke ochtend bal.
Of er ook mensen zijn die gewin halen uit de acties van de streekvervoerders? Ja, ammehoela, heeft u wel eens diensten gedraaid van 12 uur zonder te pissen en een happie te doen?

Dat wist u allemaal niet?? Dan zou ik toch eens wat vaker met een taxichauffeur praten.

zondag 25 mei 2008

Trots op Fanny

Ik probeerde me voor te stellen hoe het zou zijn als je, zeg al 15 jaar, niet meer in je eigen land woont. Uit vrije keus of uit noodzaak. En dat er dan in je nieuwe land een erwtensoepfestijn wordt gehouden, of een schaatswedstrijd. Zou ik dan gaan, met een vlag om mijn schouders en blij schreeuwen en de hele dag lachen? Ik sluit het niet uit.

Sinds juli 2000 had ik niet meer zo lang in de zon gezeten. Elk half uur factor 30 heeft de schade beperkt gehouden. Verder was alles perfect. Alles? Ja, alles. De athleten en hun prestaties waren weergaloos, de mensen voor naast en achter ons spraken vrolijk, het zicht op kogelstoten en -slingeren en alle loopnummers was uitstekend. Ook het polsstokhoogspringen was goed te volgen. De stadionspeaker was niet te luid en to the point, het gezelschap meer dan te pruimen, de kersen werden in puntzakken verkocht. Naast ons kwam een discuswerper zitten, de jongste ving een bos bloemen van een verse blijde winnaar. De wave kwam pas helemaal op het eind.

En dan de Ethiopiërs. Ze waren er in groten getale. Natuurlijk om hun sterren aan te moedigen. Lachend, dansend. Onvermoeibaar met hun warme vlag, waar ons roodwitblauw maar kil bij afsteekt.

Geef me nog zo'n dag en ik overweeg serieus om te gaan sporten.

vrijdag 23 mei 2008

Aagje leest mee (5)


De vrouw op leeftijd met indrukwekkend getoupeerd grijs haar heeft hulp nodig bij het instappen. Het rugzakje, het tasje onder haar arm en een hond, dat zou al oppassen geblazen zijn. De duitse intercitytreinen hebben een listige instap. Maar daarbij heeft ze ook nog een Brompton vouwfiets en een derde tas bij zich. Wat ook niet helpt is het enorme stuk boomschors dat uit haar rugzak steekt. Aagje herkent in haar een notoire inspreekster uit haar dorpje, en glimlacht toch om het tafereel. De trein glijdt het station uit. Zou ze gaan lezen, de pronte grijze hondenliefhebster?
Even later komt Aagjes trein. Ze heeft er zin in en vlijt zich naast een man met laptop. Hij zou een zoon van Woody Allen kunnen zijn. Een tikje beter gehumeurd en gelukkig iets beter verzorgd. Zijn blouse duidt op een creatief beroep. Hoe bedrieglijk!
Met het stokje van zijn electronische agenda als een sigaret tussen zijn vingers bladert hij lusteloos in de vele mails over iets met geïndiceerde cliënten in de gezondheidszorg. Aagje denkt al snel te begrijpen dat hij iets ingewikkelds doet met het omzetten van gegevens van het ene in het andere computersysteem. Daarbij is het belangrijk om rekening te houden met verwerking van uitval uit het eigen proces, zo weet Aagje nu ook.
Ah! Hij gaat tijdschrijven. Dat vraagt veel raadplegen van de agenda. Een half uur lang lijkt hij zijn vorige week bij elkaar te verzinnen. Aagje is het spoor weer bijster. Hij is toch de baas? Dat ziet ze aan de vele instructies die hij per mail eerder heeft verstuurd. Het is van het grootste belang dat we hier nu de hoogste prioriteit aan geven. Dat soort teksten.
Piet, laten we hem Piet noemen, wat de vaste lezer van Aagjes avonturen terecht doet vermoeden dat de man Peter, Hans of Jan heet, is op weg naar Den Haag. De hele dag is hij op bezoek bij wat Aagje inmiddels vermoedt dat een hele grote klant is. Tussen de middag heeft hij tijd om te lunchen, met Tineke. Aan het strand, verzint Aagje er bij. Piet zelf lijkt haar geen bruisende ideeënman. Ondanks de blouse.

woensdag 21 mei 2008

Zintuigelijke ketening


Ik neem een stokje over dat mij niet eens is toegeworpen. Surfend kwam ik op deze golf, en probeer jezelf dan nog maar eens tegen te houden.

De top 3 van mijn neus
3. Chanel Allure
2. Goeie hasj. Sinds 15 jaar, 3 maanden minus één dag mag ieder ander het roken, maar de lucht vind ik nog steeds onweerstaanbaar.
1. De geur van een eigen pasgeboren baby; het heeft me opgezadeld met een levenslange kinderwens.

De top 3 van mijn smaakpapillen
Ik lust geen melk en ben niet dol op verse sinaasappelen. Maar verder? Alles en alles en alles lust ik. 't Is echt een feest om mij aan tafel te hebben ;-) Het zou te flauw zijn om de top drie vis, zetmeel en kaas te laten zijn. Een iets meer toegespitste top:
3. Het kaasplankje. Opbouwend smullen. Op z'n gereformeerds: het lekkerste, de pittigste blauwader, voor het laatst.
2. Hazelnootschuimgebak. Na twee stuks heb zelfs ik een kwartiertje geen trek in iets anders.
1. Sushi, met net iets teveel van dat japanse mierikswortelspul.

De top 3 van mijn huid
3. Een net iets te stevige scrubbeurt, door mezelf, aan mezelf.
2. Regen, vooral die lauwe op een te warme dag
1. Het paarse rokje, als gegoten als BMI=25

De top 3 van mijn ogen
3. Vanaf de drempel, op de hurken voor de onderste planken, aan de leestafel: de boekhandel.
2. Het werk van Per Kirkeby. A sight for sore eyes indeed. In het najaar ga ik naar een overzichtstentoonstelling in Denemarken.
1. Eén van mijn drie mannen die aan komt fietsen over de Vijfhoeksweg, rechtsaf het bruggetje op rijdt en naar mij, achter het keukenraam, zwaait.

De top 3 van mijn oren.
3. Buiten gezichtsveld van je kinderen, of ziek in bed als kind, luisteren naar 'het lek'. Kabbelgesprekken van geliefden, heerlijk.
2. Het familiefluitje van de Van Venen. Als de overlevering goed is overgekomen is het de eerste regel van een liedje dat begint met iedere morgen om kwart over acht.
1. Als ik de schepper achteraf nog een suggestie mag doen: oren die dicht kunnen als waren het ogen. Blind zijn voor elk geluid. Stekedoof, voor kikkers, voor bladblazers, voor kauwgomkauwers, wat moet dat (tijdelijk, tuurlijk) zalig zijn.
Wie volgt?

maandag 19 mei 2008

Boodschappen doen



Italië bezoeken betekent een onvermijdelijke onderdompeling in de Renaissancekunst, zodra je een kerk of museum binnenstapt. Een voor mij praktisch onbekende kunstperiode, waar ik aangenaam door getroffen werd. De thematieken zijn schaars. 'Daar heb je weer zo'n INRI', wezen de jongens na aanblik van de tigste kruisiging. Ook de Maria Boodschap, de Annunciazione, deed het goed op fresco, hout of doek.
In het evangelie van Lucas (hoofdstuk 1, vers 26-35) bezoekt Gabriël het meisje Maria om haar te vertellen dat ze de zoon van god zal dragen. 'Ze moet zo oud zijn geweest als jullie nu', merkte een lerares in klas twee of drie van de middelbare school ooit op. 'Oef, mijn moeder zou me nooit geloven', reageerde een klasgenootje. Onder andere Pintoricchio - we bezochten een tentoonstelling in Perugia - legde het gebeuren voor de relatieve eeuwigheid vast.
Opvallend is dat Maria in bijna alle afbeeldingen leest. Het zou de heilige schrift zijn, een gedeelte uit het boek Jesaja, waar vooruit verwezen wordt naar wat haar gaat overkomen. Dat ze leest is prettig voor mijn verzameling lezende vrouwen, maar - excusez le mot - ongeloofwaardig. Om het heftige moment vast te leggen (help een engel en wat zegt hij nou!?) is het zonder meer een vondst haar met een boek af te beelden. Een lezende is immers geconcentreerd, en elke verstoring levert al een natuurlijk afweer op. Fraaie lichaamstaal, door de schilders talloze malen indrukwekkend in verf gevangen.
Edith de Gilde ving het moment in even mooie woorden:


annunciatie

het zal je maar gebeuren
leef je gewoon je meisjesleven
knielt er ineens een engel aan je deur
je draait je lichaam
heft handen in afweer
vindt elke vluchtweg afgesneden -
het goed is al geschied
en jij krijgt het te dragen

zaterdag 17 mei 2008

Dubbelgangers



Ze zijn vast engeltjes voor hun partner, de hamster en de krantenjongen, maar voor mij hebben ze de nou-nee-factor. Ik ben bang voor het type man dat het altijd beter zegt te weten. Zoals deze twee. David Morse speelt een hele enge politieagent in de derde House-serie. De andere David heet Flip. Flip is onder andere columnist in NRC. Ik lees graag columns, maar hij had er geen foto bij moeten plaatsen. Omdat Flip de Kam bijbeunt in the States. Dat zie je toch zo!

vrijdag 16 mei 2008

Twee druppels water
















In z'n twee, en in sommige bochten moest ik dan toch nog even terugschakelen, was ik naar boven gekronkeld. De camping was bijna leeg. Aan de ingang was niet duidelijk hoe openbekvallend fraai het een paar terrasjes hoger was. De tent stond een half uur later met vrij zicht op Urbino en de heuvels eromheen.

De avond viel en ik ademde het landschap in. Ik maakte deel uit van de achtergrond van de Mona Lisa. En dat ik moest denken aan de verpakking van de VSM-producten gaf weer een heel nieuwe uitleg aan de Renaissance.

Zie hier voor veel meer Italiaanse schoonheden via Jeroens lens.

donderdag 15 mei 2008

Ik denk niet dat ik het droog houd vandaag

Met hoofdpijn thuisgekomen, een half uur later dan gewoonlijk, omdat ik de trein gemist had. Eigenlijk onmiddellijk achter mensen aan moeten bellen voor mijn vrijwilligerswerkminiozovervelende klusje. Snel de computer opstarten. En dan dit bericht vinden.

"Hello Willemijn,
I will thank you for your so fine Lezende vrouwen -site.
The card from Italy are - wonderful! beautyfull. I`m sitting and wondering. I can`t travel because I have nowadays such as earsickness, but I`ll travell with postcards and photos.
I like so much also Urbino-cards - but I love card of Pinturicchio - and Raffaello Sanzio. So fine, that we can see it on your blogsite.
Thank you. I wish you good life.
Best wishes
Jatta/Helsinki/Finland"

When in Rome do as the Romans do

Het restaurant leek er - in de bocht van de zoveelste haarspeld – speciaal voor ons te liggen. De parkeerplaats was leeg en de temperatuur passend bij hoogte waarop we ons hier bevonden: laag. Bij nader inzien stond er toch nog een flink formaat touringcar achter het gebouw. De bijbehorende schoolklassen hadden wij ’s ochtends al in een eeuwenoude abdij ontmoet. Donkerharige tien- tot vijftienjarigen, in niet al te dure maar wel dikke kleding, met universele keelgeluiden en sms-duimen.
We besloten uitgebreid te gaan eten. Twee gangen en misschien nog een toetje? De inrichting was rustiek, de zwijnen aan de muur staarden ons onbewogen aan, de vleesgerechten werden in de haard naast onze tafel door de maître d’ bereid.
Een van de andere tafels was bezet door een vijftal keurig gekapte dames en heren van middelbare leeftijd. Ze zaten er zo te zien al even. De antipasti werden net afgeruimd. We herkenden de leraren en de chauffeur van de touringcar. Waar waren de leerlingen?
Het bestellen nam een aanvang. Nog een hele klus, met een kieskeurig blondje aan tafel en een volledig Italiaans menu. We schreven onze namen op het papieren menu, om bij het brengen zelf nog te weten wie welk gerecht gegokt had. Het tafelkleed was ook van papier en werd op maat langs de ruitjes afgeknipt. We schonken water uit fraaigevormde glazen flessen. De leraren kregen hun eerste echte gang.
Onze eerste vier gerechten vielen in de smaak, al beviel de combinatie lamscarpaccio / citroen niet iedereen. We namen onze tijd. Het tafelkleed bleek uitermate geschikt om de normaalverdeling op uit te leggen. Het vijftal insegnati zat ontspannen te wachten op hun volgende ronde voedsel.
Plotseling leek de zon te verdwijnen; er schoven schaduwen over de tafels. Dit bleken hoofden te zijn, die achter de ramen verschenen. Het dubbele glas maakte zicht van buiten naar binnen alleen mogelijk door, met handen aan weerszijden van het hoofd, de ogen dicht bij het glas te brengen. Daar waren de leerlingen!

Enfin, wij zaten nog zeker een uur te smikkelen, namen ook nog dolci, toe maar ook nog koffie na. En al die tijd zaten de leraren en de chauffeur binnen, en de leerlingen buiten. Hun boterhammen waren al uren op. Een schraal briesje maakte de dikke kleren meer dan nodig. Een leuke klauterpartij op de weides aan de overkant van de weg was blijkbaar verboden; ze bleven tamelijk braaf rondom de picknicktafels hangen.
De serveerster haalde het ruitjesvel van onze tafel. Lichtelijk verbijsterd bekeek ze de berekeningen van standaarddeviaties. Wij staarden als keken wij naar een tenniswedstrijd van de leraren naar de leerlingen en weer terug.

maandag 12 mei 2008

Als God niet bestond


De eerste buitenlandse doctoraal-excursie ging naar Frankrijk. Het regende onophoudelijk. Misschien omdat ze gewend waren aan al die nattigheid stapten Marlou en Marja opgewekt in nachtelijk Milau de fontein in. Met de armen om elkaar heen geslagen spetterden ze met elastieken benen het water hoog op. Daar moest bij gezongen worden.
Roda, Roda! Roda RODA!
Met een vet Limburgs accent. Wij stonden erbij en keken ernaar. Pas toen ze begonnen te zingen voelde ik plaatsvervangende schaamte. En medelijden, diep medelijden. Ze waren meer dan aangeschoten, dat was duidelijk, maar het leek erop of ze ook volledig bij zinnen deze club (Góoduh! Góoduh!) de hunne noemden.
Si Dieu n’existait pas, il faudrait l’inventer, vond Voltaire. God wordt eeuwen later nog altijd voor menig karretje gespannen. Door de Gerrie Senden Fanatics, met een mis, bijvoorbeeld. Tevergeefs. God moet nog uitgevonden worden. Of keek Hij mee, naar de wildspetteraarsters in de fontein, en besloot Zijn toorn in 2008 tijdens de bekerfinale in te zetten? Welnee, wij waren gewoon de beste.
Het bericht van de overwinning werd me per sms gemeld. Ik stiefelde op mijn crocs over de Italiaanse camping. Het werd al donker en ik had een paar wijntjes op. Het toiletblok leek leeg. Ik testte met een kort kuchje de akoestiek en schalde: Hand in hand!
Ik voelde Zijn glimlach.

Zoals mijn klokje tikt

In regenachtig Spoleto kwam het idee naar boven. Tamelijk uitgewerkt al, zoals ideeën bij mij naar boven komen.
Een klokrondje is 12 hele uren, 720 minuten. Wat zou het prachtig zijn om van elke minuut een foto te hebben van een klok. Moderne, antieke, kerk-, bizarre, buitenlandse, roestige, speelgoed- en weet ik wat voor klokken. Dan al die klokken in een powerpointpresentatie stoppen, of een digitale fotolijst, en elke minuut laten wisselen.
Een geschikte klok moet natuurlijk worden gefotografeerd. Een paar keer, gelijk maar, zodat er niet teveel dubbele exemplaren voorkomen. Vier minuten stilstaan bij een mooie klok, da's op zich geen straf. Al die foto's vervolgens op de computer uploaden. Bijhouden welke al binnen zijn en welke nog missen.
Briljant plan, al zeg ik het zelf. Ik deel het met mijn reisgenoten die mijn enthousiasme voor het idee delen. De man met de vier camera's kijkt zuinig als ik in gedachten aanneem het ook tot uitvoer te gaan brengen. En ik aarzel ook.
Ik ben niet het meest geschikt voor de uitvoer. Ik ben van de ideeën. Uitvoeren is leuk, zeker in het begin. Maar dan dringt zich weer een nieuw idee op. En wat kan ik daar dan mee?
Dus, vanaf heden: nieuwe ideeën mogen (ze komen toch wel), maar ik moet er niets mee. Ik mag er iets mee, maar ik moet niets.

[Even oefenen:
Ina: 'Hoi voorzitter van het koor!'
Vzt: 'Hoi'
Ina: 'Weet je nog dat ik tijdens de ledenvergadering het idee had om een scratch Weihnachtsoratorium te organiseren om nieuwe, en vooral jonge, leden te werven?'
Vzt: 'Ja'
Ina: 'En dat je twee weken later naar mij toekwam dat het bestuur het een leuk idee vindt. En dat iemand is aangewezen is om te kijken of het uitvoerbaar is. En dat men dan mij wel weet te vinden om aan die uitvoer gestalte te geven?'
Vzt: 'Ja'
(Ina haalt diep adem)
Ina: 'Ik heb het idee gedeeld. Da's dan dat. Ik ben niet van de uitvoer.]

De klokken worden niet door mij gefotografeerd. Zo ben ik niet. Maar doe er gerust je voordeel mee. Zo ben ik.

P.S. De afbeelding kocht ik bij een sigarenwinkeltje in Spoleto. Het is een fragment van de 12-de eeuwse Torre del Palazzo Comunale. Ene Paolo Galli neemt hobbyfoto's (zo staat het letterlijk achterop), en verkoopt deze blijkbaar aan de lokale middenstand. Briljant idee. Zou hij het zelf bedacht hebben?

zondag 11 mei 2008

En verder, in Italië, op ...

zaterdag 26 april
een bed met veren en een sprookje op het kussen

zondag 27 april
beieren 's morgens de kerkklokken in Zuid-Duitsland en twaalf uur later aan het Gardameer

maandag 28 april
eten we de eerste pizze

dinsdag 29 april
vier ik mijn verjaardag aan het Gardameer

woensdag 30 april
heeft de camping uitzicht op prachtig Urbino

donderdag 1 mei
slaat de zware klok van Urbine de hele uren en een licht klokje de kwartieren er achteraan

vrijdag 2 mei
deelt de ober fave novelle (jonge tuinboontjes), nog in de schil, uit. Bakje graf zout erbij. En peuzelen.

zaterdag 3 mei
is mooi Gubbio vergeven van de auto's en de motoren

zondag 4 mei
herdenken we in een vol restaurant, op instigatie van Pelle, de doden

maandag 5 mei
regent het de hele dag, hangen er twee wassen aan de lijnen niet te drogen en lopen wij door verrassend mooi Spoleto

dindag 6 mei
toeren we door ruig Umbrië dat weer warm en weer verrassend is

woensdag 7 mei
zijn we gevieren diep onder de indruk van het uitzicht over het dal van de Tiber in Civitella del Lago

donderdag 8 mei
beginnen we de thematiek van de Renaissance-schilders een tikje moe te worden

vrijdag 9 mei
nemen wij afscheid van Italië in Orvieto

zaterdag 10 mei
rijd ik voor het eerst een auto op de trein

zondag 11 mei
is het gras lang, de stapel post hoog, en de wasmachine ... hebben we nog niet durven proberen

vrijdag 25 april 2008

Italië (2)


Venetië was vol en warm; de vaporetti overvol en bloedheet. Het openbaar vervoer over het water kon de toeristenstroom niet aan. Het gezin verliet opgelucht het bootje. Tijd voor een krentenbol. Wie had de rugzak?
De jongste keek naar haar zus, de vader naar de moeder, de moeder naar de dochters en toen keek iedereen naar de boot die alweer bij de volgende halte aanmeerde. Er was nog niet gesproken. De oudste dochter begon met de opsomming die ze gezamenlijk afmaakten.
de I-pod
een mobieltje, nee twee
de sleutels van de hotelkamers
drie flesjes water
twee fototoestellen
de filmcamera
een trui
acht krentebollen
Vloeken had geen zin, maar luchtte wel op. De vader bevoelde voor de vijfde keer de paspoorten en de vliegtickets in zijn binnenzak. Belde toen met zijn mobieltje naar de rugzak.
'Pronto?'
Een blauw rugzakje? Jazeker, die was gevonden. Af te halen bij het eindpunt. È niente. Niets te danken.

De biblio

Even niet kunnen slapen ’s nachts is één ding, maar al een uur klaarwakker liggen is een ander. Dan maar de computer aan. Al snel zie ik wat me bezighield, al kon ik dat nog niet weten: zij had me een stokje toegeworpen.
Snel dan, de auto vertrekt over 26 uur.

1. Grijp het dichtstbijzijnde boek dat meer dan 123 bladzijdes telt.
Vingers van Marsepein van Rascha Peper gaat niet mee op vakantie. Idealiter komt het nog uit voor de reis. Ik ben op bladzijde 172, dus dat zal niet gaan lukken. Haasten is zonde, zoals dat het ook is om het gebonden boek met kaft in de boekenkrat te proppen. Maar wat een heerlijk gevoel dat het op de terugkomst gaat liggen wachten.

2. Open het boek op pagina 123 en zoek de 5de zin.
Die schijn je dan niet over te mogen typen, maar dat doe ik natuurlijk wel:

Of haar moeder zelf had kunnen lezen en schrijven herinnerde ze zich niet; ze dacht haar geen van beide ooit te hebben zien doen.

O, heerlijk, een zin met een puntkomma; ik ben een groot fan van de puntkomma, ook in het niet-Grieks.

3. Post nu de volgende drie zinnen.
Ready for impact? Dat zal ik net hebben, dat ik met bijbelteksten mag zwaaien:

Voor hen stond op een houten standaard een in simpele, grote schrijfletters geschreven voorbeeldtekst: ‘In den beginne schiep God den Hemel en de aarde. De aarde nu was woest en ledig en duisternis was op den afgrond; en de geest Gods zweefde op de wateren. En God zeide: Daar zij licht!’

Voor wie wil weten hoe dit afloopt: Genesis 1.

Ik bedenk opeens (het is inmiddels tien voor vijf) dat het boek dat ook letterlijk het dichtst bij ligt mijn eigen manuscript is. Daarom als toegift en tot slot (ik gooi hier thuis geen werk over de schutting, wie dit stokje over wil nemen: be my guest) drie zinnen van mijn eigen pagina 123:

Na twee nachten nauwelijks te hebben geslapen was de divan van het hotel pure luxe. Hij sliep tot zijn verbazing diep en droomloos en werd pas wakker toen het ontbijt al niet meer verkrijgbaar was. Zijn onderbroek was zo goed als droog.

donderdag 24 april 2008

Er was eens

Er was eens een vrouw die zichzelf tot doel had gesteld: twee publicaties in 2008. Het was haar diep in de maand april nog niet gelukt. Maar de schrijfjuf van ruim een jaar geleden was haar nog niet vergeten. En zo kwamen een paar van haar zinnen in print.
Voor de liefhebbers: het hele sprookje.
En voor degenen die 'zij laat zich inspireren door' niet gelijk kunnen plaatsen: ik ben To niet. En het applaus is ook verzonnen...

Italië (1)



We moeten gegeten hebben. Ik zou niet meer weten waar en wat. We hebben er geslapen. Ik herinner me vaag een hotelkamer met vier of vijf bedden. Er was een groepsproces. We waren zestien en zeventien jaar. Er moet veel groepsproces zijn geweest.
Ik herinner me de stukken zuil, de fundamenten van ooit een paleis. Mijn benen, bungelend over de rand van een caldarium. Mijn hand die langs een mozaiek gleed toen even niemand keek. Ik ontmoette Paulus, Tiberius en Cicero. Tweeduizend jaar oude schaduwen die ik om de ingezakte hoek zag verdwijnen. Het was 1980 en ik zou terugkeren, want ik gooide een muntje in de fontein.

zondag 20 april 2008

Battery low

vermijd snelwegen
park + museum
langs de lijn op radio 1
zon met wind en lucht
notitieboek vol
witte fiets
alleen
the place to be
lezende vrouwen
waar is het wild?
verboden voor losse honden
stille japanners en engelsen
van gogh
3-0
vers notitieblok
ogen dicht en nog geen vogel te horen
kirkeby in baksteen

Opladen voltooid

vrijdag 18 april 2008

Aagje leest mee (4)

Zijn trouwring zit om de ringvinger van de rechterhand. En ook vanwege zijn keurige korte kapsel, het geperste pak en gemoedelijke uitstraling gokt Aagje: protestant. Deze man van een jaar of vijftig naast haar haalt nog op het station van Utrecht een stapeltje papier uit z’n eenvoudige leren tas. Aagje leest Rascha Peper, boeiend genoeg, maar het is te makkelijk om niet ook zijn leesvoer te snuiten.
Aagje zit naast een bobo van de Christelijke Muziekvereniging DAP! Hij leest een mail met ferme taal van Sjoukje. Sjoukje wil ballen kopen, en twaalf stokken. En hoe zit het met haar reiskostenvergoeding? Ze wil heel graag iets maken van de Show- en Marchingband. Ze schrijft er anderhalf kantje over vol.
Bobo begint ijverig aantekeningen te maken. Punt 1, schrijft hij voluit. Punt 2 volgt onmiddellijk. Helaas, Aagje kan zijn handschrift niet lezen. Maar dat Sjoukje een reactie krijgt, daarvan is Aagje zeker. Aagje denkt dat de vereniging haar handjes dicht mag knijpen voor zulke Sjoukjes. Maar niet te stevig, anders gaat de knop van de stok zweten.
Daarna leest Bobo een beleidsstuk met een vragende ondertitel met een keuze. Aagje krijgt altijd een raar gevoel in haar onderbuik van vragende ondertitels met een keuze. Een smekkie in alle smaken van zure melk. Kwaliteitsverbetering: must of onbetaalbaar? Voor een maandsalaris van Aagje kan de vereniging heel wat kwaliteiten verbeteren. Bobo is vast penningmeester; ijverig begint hij te cijferen.
Aagje kan aan Bobo niet aflezen of hij verontrust is, of teleurgesteld, of blij. Hij leest en schrijft rustig, tot Aagjes spijt nog steeds onleesbaar. Zou het een trompettist zijn? En verruilt hij in het weekend zijn zwarte broek en grijs colbert voor een knap uniform?
Na Amersfoort gaat Bobo de Metro lezen. Aagje buigt zich weer over haar vingers van marsepein.

woensdag 16 april 2008

Drie lepelkes

Ik kan kiezen uit drie ouders waarmee mijn zoon terug uit Frankrijk kan rijden. Hij zit nog maar net op z'n nieuwe sport en nu al een weekend op toernee naar het buitenland! Ik sta op een zanderige grasvlakte op een sportcomplex. Op welke sport zit hij eigenlijk? Een clubgebouw, oud, in het midden. Wat afgeragde auto's eromheen. Blijkbaar straal ik onrust uit, want de trainer herhaalt nogmaals hoe betrouwbaar de rijdende ouders zijn. Is dit het goede moment om te vragen wat hij als Belg hier te zoeken heeft?
Terug in bed bedenk ik dat er natuurlijk nog wel een nieuw voorportier moet komen. Dat zal ik moeten doen. De fabriek levert zeer rap wat ik nodig heb. Ondertussen voegt zich een kennis, die ik niet eerder in bed heb ontmoet, bij mij en mijn geliefde. Onverwacht, maar niet onprettig. Ik schurk me warm als middelste lepeltje.
Via mijn mobiel wordt nogmaals een vader aangeprezen als veilige thuisbrenger. Door een vrouw ditmaal, ook in het Vlaams. Maar waar blijf ik met mijn autodeur?
Ik ben ook gek dat ik niet zelf even naar Frankrijk rijd.

donderdag 10 april 2008

AN 056081

Zo simpel was het dus.
Lootje kopen. Winnen. Prijs ophalen. Baan opzeggen. Of wacht. Baan opzeggen nog niet. Luisteren naar het advies van de lotenclub.
Ga jezelf gerust te buiten aan die luxe auto, een nieuwe Tomtom of dat schitterende horloge. Maar neem geen majeure beslissingen. Niet de eerste drie maanden. Pas daarna, weloverwogen, een kasteeltje kopen. Paardenstallen bouwen. Of de baan opzeggen.
En vertel het aan geen mens. Pas na drie maanden. Als je hebt bedacht wat je wel en wat je niet gaat doen. Met bedelende goede doelen. Met verwachtingen van je vrienden. Dan kun je het vertellen.
Zo zou ze het doen.

dinsdag 8 april 2008

Vice-premier


Eindelijk is alsnog het tweede kabinet Den Uyl in de maak. Ik vervul een aantal rollen tegelijk. Ik ben onderhandelaar, persvoorlichter en persoonlijk assistent van de aankomend premier. Vice-premier! Zeg ik het weer fout. Joop - die ik natuurlijk geen Joop durf te noemen - verbetert me nu al voor de zoveelste keer.
Dan is het zover. Het moment waar ik het meest tegenop heb gezien. Het is aan mij om Wim Kok te informeren over de gelukte formatie. Bibberend druk ik een nummer. Een zware stem kondigt hem luidt aan:
- Krajicek!
- Goedendag, mijnheer Kok. Het doet me deugd u te mogen meedelen dat dhr. Den Uyl ook in het nieuwe kabinet … vice-premier zal zijn.
Joop zit onderuitgezakt naast me en knikt me goedkeurend toe.

Niet verstuurde brief (3)

Beste Frank,

Het wordt aanstaande donderdag een rommeltje rond maat 65 in het zesde deel. De midi-files schieten in een onaangekondigde halvering van het tempo. De brave oefenaars die slecht noten kunnen lezen zullen jouw aanwijzingen niet kunnen volgen. Dat je het maar vast weet.
En dat je nu dus weet dat ik aan het oefenen ben. Na jaren Bach, wat in mijn USKO-tijd op de harde schijf is gebrand, Mozart, dat ik van blad las, en Verdi, waarbij ik op de zangmaat leunde, moet ik er nu weer aan geloven.
Frank, ik vind Haydn's Jahreszeiten niet te pruimen. Ik doe mijn best. Ik wil geloven dat de wereld rond 1800 behoefte had aan een nieuw elan, aan vrolijkheid, aan deze hopsasa. Maar man, wat een triestmakende vrolijkheid. Een kwestie van wennen. O, vast. En ik heb mezelf voorgenomen: geen gezeur over Haydn op donderdag. Mijn excuses dat ik afgelopen repetities 'Twee ogen zo blauw' door de ruimte liet schallen. Maar dat is echt gejat van 'Komm, holder Lenz'.
In juni ga ik, op Buitenkunst, een weekend voorslagen en versieringen oefenen. Da's nog ruim op tijd voor het concert. Zie je wel dat ik mijn best doe?
Maar hoef ik het dan asjeblieft niet mooi te vinden? Mag ik gewoon terugverlangen naar Bach, en me verheugen op Britten die ooit gaat komen, en Verdi revisited?
Mijn muziekliefde heeft gewoon een gat. Laat 1775 tot 1875 maar zitten. Ik pak 't wel weer bij Mahler op.
Hoe dan ook, ik zit achteraan, ik heb geoefend en ik zal niet al te lastig doen.
Tot donderdag,
Ina

P.S. Niet de troepen scheiden en dan wij met jou en de mannen met de Bernadette laten oefenen, hè? Noch andersom. Alsjeblieft! Ik heb geoefend (soort van). Dat doe ik anders nooit meer!

zaterdag 5 april 2008

Gebiedende wijsjes

Ik zou elke knoop die ik vond oprapen, wassen en op een laken naaien. Dan zou ik met een laken vol bij Stuif-es-in komen. Maar ik kon niet naaien.
Ik zou elke kam van straat rapen en daar iets heel leuks mee doen, ik wist nog niet wat. Dat vond mijn moeder een vies idee.
Ik wilde dat ik had bedacht om foto's te nemen van jaartallen op boerderijen, viaducten, stoomgemalen. Maar dat deden vrienden al.
Ik kocht een auto met HS in het midden op de nummerplaat en noteer sindsdien soortgenoten in een excel-bestand. Maar echt lollig wordt het niet.
Ik verzamel geschreven berichtjes uit treinprullenbakken, maar was te laat daar iets mee te doen. Het is al geboekstaafd, onder de prachtige titel P.S. u wordt vanaf de platenwinkel in de gaten gehouden!
Ik passeer al ruim veertig jaar platgereden handschoenen, sjaals in struiken en rollende wantjes met het idee er iets prachtigs mee te maken. Maar dan denk ik aan de zoekende moeder die de handschoen achterna gaat en ik wil geen dief zijn.
Ik lees handgeschreven briefjes achter ramen met ontroerende teksten als Fietsen aan de overkant, GVD! of De deur klemt. Loopt achterom. De hond. Pas op. Daar ga ik voortaan foto's van maken. En die publiceer ik op een nieuw subweblog Gebiedende wijsjes.

vrijdag 4 april 2008

Aufen! Aufen!

Als het hek opengeklapt tegen de muur van de gymzaal stond wist ik dat ze zouden komen. In een grote witte wagen. Het woord camper kende ik nog niet. Bijna de hele klas werd twee aan twee, alfabetisch, naar binnen gedwongen. Ik nam op het bankje aan de korte kant plaats en luisterde, de ogen stijf dicht, hoe Rudi Broer mishandeld werd. Rudi had geen tanden, hij had dropjes. Ik had witte tanden die twee keer daags werden gepoetst en zelden suiker beroerden.
Nog voor ik schoolging was ik al een keer bij de tandarts geweest. Op schoot bij mijn vader. "Ik kijk alleen even" zei de dikke man in de witte jas. En hij trok een kies. Het bloed drupte op mijn vaders overhemd. Toen hij zijn zakdoek uit zijn broekzak haalde viel ik bijna op de grond.
In de eerste klas moest ik naar de schooltandarts. Vier gaatjes. Onverdoofd uitgeboord en gevuld. Het was speelkwartier. Het mini-tubetje tandpasta bood geen enkele troost. Een half jaar later moesten we niet bang zijn. We poetsten nu toch goed en we waren een half jaar geleden nog geweest. Ik had weer vier gaatjes.
Het kwam niet meer goed tussen de Pools (Duits? Chinees?) sprekende tandtechniekers en mij. Ik werd en bleef bang. En altijd had ik gaatjes. Twaalf jaar lang twee maal per jaar gemartel. En altijd deed het boren verrotte pijn.

Toen ik het huis uitging nam ik drie goede voornemens mee: Nooit meer voor 12 uur naar bed, elke dag boterhammen met hagelslag en nooit meer naar de tandarts. Laat naar bed en hagelslag gingen snel vervelen; tandartsloos door het leven gaan beviel uitstekend. Soms moest ik dat uitleggen en toonde men zich bezorgd. "Ik ga wel als ik schreeuwend van de pijn niet meer weet waar ik het zoeken moet" nam ik me dan hardop voor. En toen ik daar niet mee wegkwam: "Ik ga later wel weer, met m'n kinderen mee, als ik die ooit krijg. "

Na vijftien jaar jaar was het zover. Nooit had ik kiespijn gehad en ik ging vrijwillig in de stoel liggen. Een heldin met zweethanden. Eén kies moest danig onder handen worden genomen, waar ik na een enkele prik niets meer van voelde en er werd wat steen weggekrabbeld. De tandarts sprak een taal die ik verstond. Was de techniek na al die tijd zo verbeterd of was ik destijds echt gemarteld? Ik houd het op beide.
Ik ga sindsdien braaf halfjaarlijks en de zonen gaan fluitend mee. Het jeugdtrauma is sentiment geworden.

Tot vorige week de witte bus van de jeugdtandverzorging naast de sneltram tot stilstand kwam. De spieren rond mijn schouderbladen schoten in een kramp die twee dagen duurde.

woensdag 2 april 2008

Vloerkleed kamerbreed

De jongste heeft een aankoop via internet gedaan. Met mijn creditcard. Het is een verrassing. Hij schrikt van mijn schrik. Voor het bedrag had ik een kleine auto of een half dak zonnepanelen kunnen kopen. En ik heb dat geld maar tenauwernood. Of eigenlijk helemaal niet.
't Is een tapijt. Een groot, geel tapijt met wat abstracte figuren. Zogenaamd handgeknoopt. Ik zie de eerst lus in gedachten al loshangen.
Ik vertel wat me is overkomen op het zangkoor. "Zes bij tien meter?? Hoe past dat in jouw bungalow?" snibt een donkerharige vrouw. "Ik heb een grote hoekwoning." Mijn verdedigende houding snap ik zelf niet.
"Hoe laat ga jij naar huis?" vraag de vrouw die naast me zit en die met mij mee zal rijden. Ik zie haar schouders hangen.
"Na de pauze?" opper ik.
Ze barst van opluchting in huilen uit. Ook zij is moe.

dinsdag 1 april 2008

1 april

Collega G. en ik vonden dat het tijd was voor een goede grap. En ja hoor, altijd leuk, er stonken mensen in. De grootste grap is natuurlijk dat hoe meer men erin stinkt, hoe bozer men na afloop is.

Beste ,
Zoals jullie weten is er in onze nieuwe behuizing in Westraven veel aandacht voor cleandesk-werken. Dit gaat dan zowel over het flex-concept als over de hygiëne in dit pand. Diverse tussentijdse evaluaties en klachten hebben er al voor gezorgd dat er beter wordt schoongemaakt. Uit een voorevaluatie van het schoonmaakcontract heeft de ARBOdienst ingebracht, dat in flexkantoren onhygiënische situaties ontstaan, zoals bacteriën, etensresten en vetvlekken op de tafels. Nogmaals willen we er jullie dan ook op wijzen dat de bureaus bij het verlaten van je werkplek opgeruimd achter moeten worden gelaten.
Daarnaast vragen we jullie aandacht voor het volgende:
Omdat het niet in het contract met de schoonmaakdienst is opgenomen is ervoor gekozen alle medewerkers een schoonmaakdoekje en een schoonmaakspray te geven, en een borsteltje voor de bureaustoel. Vanaf volgende week zal op onze verdieping iedere dinsdag op elke werkplek een schoonmaakpakket worden aangeboden. Een instructie over hoe de spray veilig te gebruiken gaat erbij. Het is de bedoeling dat een ieder zijn/haar werkplek behandelt op de voorgeschreven wijze. Dit kost per keer slechts enkele minuten van je tijd.
Het is de bedoeling dat zo ook de medewerkers bijdragen aan een schone en veilige werkomgeving.
Mocht je om gezondheidsredenen niet in staat zijn hieraan medewerking te verlenen, dan graag een mailtje naar mij. Ik verzamel de reacties en sluis deze door naar het Steunpunt Veilig Werken.
Alvast bedankt voor jullie medewerking,
 

blogger templates | Make Money Online