woensdag 16 april 2008

Drie lepelkes

Ik kan kiezen uit drie ouders waarmee mijn zoon terug uit Frankrijk kan rijden. Hij zit nog maar net op z'n nieuwe sport en nu al een weekend op toernee naar het buitenland! Ik sta op een zanderige grasvlakte op een sportcomplex. Op welke sport zit hij eigenlijk? Een clubgebouw, oud, in het midden. Wat afgeragde auto's eromheen. Blijkbaar straal ik onrust uit, want de trainer herhaalt nogmaals hoe betrouwbaar de rijdende ouders zijn. Is dit het goede moment om te vragen wat hij als Belg hier te zoeken heeft?
Terug in bed bedenk ik dat er natuurlijk nog wel een nieuw voorportier moet komen. Dat zal ik moeten doen. De fabriek levert zeer rap wat ik nodig heb. Ondertussen voegt zich een kennis, die ik niet eerder in bed heb ontmoet, bij mij en mijn geliefde. Onverwacht, maar niet onprettig. Ik schurk me warm als middelste lepeltje.
Via mijn mobiel wordt nogmaals een vader aangeprezen als veilige thuisbrenger. Door een vrouw ditmaal, ook in het Vlaams. Maar waar blijf ik met mijn autodeur?
Ik ben ook gek dat ik niet zelf even naar Frankrijk rijd.

donderdag 10 april 2008

AN 056081

Zo simpel was het dus.
Lootje kopen. Winnen. Prijs ophalen. Baan opzeggen. Of wacht. Baan opzeggen nog niet. Luisteren naar het advies van de lotenclub.
Ga jezelf gerust te buiten aan die luxe auto, een nieuwe Tomtom of dat schitterende horloge. Maar neem geen majeure beslissingen. Niet de eerste drie maanden. Pas daarna, weloverwogen, een kasteeltje kopen. Paardenstallen bouwen. Of de baan opzeggen.
En vertel het aan geen mens. Pas na drie maanden. Als je hebt bedacht wat je wel en wat je niet gaat doen. Met bedelende goede doelen. Met verwachtingen van je vrienden. Dan kun je het vertellen.
Zo zou ze het doen.

dinsdag 8 april 2008

Vice-premier


Eindelijk is alsnog het tweede kabinet Den Uyl in de maak. Ik vervul een aantal rollen tegelijk. Ik ben onderhandelaar, persvoorlichter en persoonlijk assistent van de aankomend premier. Vice-premier! Zeg ik het weer fout. Joop - die ik natuurlijk geen Joop durf te noemen - verbetert me nu al voor de zoveelste keer.
Dan is het zover. Het moment waar ik het meest tegenop heb gezien. Het is aan mij om Wim Kok te informeren over de gelukte formatie. Bibberend druk ik een nummer. Een zware stem kondigt hem luidt aan:
- Krajicek!
- Goedendag, mijnheer Kok. Het doet me deugd u te mogen meedelen dat dhr. Den Uyl ook in het nieuwe kabinet … vice-premier zal zijn.
Joop zit onderuitgezakt naast me en knikt me goedkeurend toe.

Niet verstuurde brief (3)

Beste Frank,

Het wordt aanstaande donderdag een rommeltje rond maat 65 in het zesde deel. De midi-files schieten in een onaangekondigde halvering van het tempo. De brave oefenaars die slecht noten kunnen lezen zullen jouw aanwijzingen niet kunnen volgen. Dat je het maar vast weet.
En dat je nu dus weet dat ik aan het oefenen ben. Na jaren Bach, wat in mijn USKO-tijd op de harde schijf is gebrand, Mozart, dat ik van blad las, en Verdi, waarbij ik op de zangmaat leunde, moet ik er nu weer aan geloven.
Frank, ik vind Haydn's Jahreszeiten niet te pruimen. Ik doe mijn best. Ik wil geloven dat de wereld rond 1800 behoefte had aan een nieuw elan, aan vrolijkheid, aan deze hopsasa. Maar man, wat een triestmakende vrolijkheid. Een kwestie van wennen. O, vast. En ik heb mezelf voorgenomen: geen gezeur over Haydn op donderdag. Mijn excuses dat ik afgelopen repetities 'Twee ogen zo blauw' door de ruimte liet schallen. Maar dat is echt gejat van 'Komm, holder Lenz'.
In juni ga ik, op Buitenkunst, een weekend voorslagen en versieringen oefenen. Da's nog ruim op tijd voor het concert. Zie je wel dat ik mijn best doe?
Maar hoef ik het dan asjeblieft niet mooi te vinden? Mag ik gewoon terugverlangen naar Bach, en me verheugen op Britten die ooit gaat komen, en Verdi revisited?
Mijn muziekliefde heeft gewoon een gat. Laat 1775 tot 1875 maar zitten. Ik pak 't wel weer bij Mahler op.
Hoe dan ook, ik zit achteraan, ik heb geoefend en ik zal niet al te lastig doen.
Tot donderdag,
Ina

P.S. Niet de troepen scheiden en dan wij met jou en de mannen met de Bernadette laten oefenen, hè? Noch andersom. Alsjeblieft! Ik heb geoefend (soort van). Dat doe ik anders nooit meer!

zaterdag 5 april 2008

Gebiedende wijsjes

Ik zou elke knoop die ik vond oprapen, wassen en op een laken naaien. Dan zou ik met een laken vol bij Stuif-es-in komen. Maar ik kon niet naaien.
Ik zou elke kam van straat rapen en daar iets heel leuks mee doen, ik wist nog niet wat. Dat vond mijn moeder een vies idee.
Ik wilde dat ik had bedacht om foto's te nemen van jaartallen op boerderijen, viaducten, stoomgemalen. Maar dat deden vrienden al.
Ik kocht een auto met HS in het midden op de nummerplaat en noteer sindsdien soortgenoten in een excel-bestand. Maar echt lollig wordt het niet.
Ik verzamel geschreven berichtjes uit treinprullenbakken, maar was te laat daar iets mee te doen. Het is al geboekstaafd, onder de prachtige titel P.S. u wordt vanaf de platenwinkel in de gaten gehouden!
Ik passeer al ruim veertig jaar platgereden handschoenen, sjaals in struiken en rollende wantjes met het idee er iets prachtigs mee te maken. Maar dan denk ik aan de zoekende moeder die de handschoen achterna gaat en ik wil geen dief zijn.
Ik lees handgeschreven briefjes achter ramen met ontroerende teksten als Fietsen aan de overkant, GVD! of De deur klemt. Loopt achterom. De hond. Pas op. Daar ga ik voortaan foto's van maken. En die publiceer ik op een nieuw subweblog Gebiedende wijsjes.

vrijdag 4 april 2008

Aufen! Aufen!

Als het hek opengeklapt tegen de muur van de gymzaal stond wist ik dat ze zouden komen. In een grote witte wagen. Het woord camper kende ik nog niet. Bijna de hele klas werd twee aan twee, alfabetisch, naar binnen gedwongen. Ik nam op het bankje aan de korte kant plaats en luisterde, de ogen stijf dicht, hoe Rudi Broer mishandeld werd. Rudi had geen tanden, hij had dropjes. Ik had witte tanden die twee keer daags werden gepoetst en zelden suiker beroerden.
Nog voor ik schoolging was ik al een keer bij de tandarts geweest. Op schoot bij mijn vader. "Ik kijk alleen even" zei de dikke man in de witte jas. En hij trok een kies. Het bloed drupte op mijn vaders overhemd. Toen hij zijn zakdoek uit zijn broekzak haalde viel ik bijna op de grond.
In de eerste klas moest ik naar de schooltandarts. Vier gaatjes. Onverdoofd uitgeboord en gevuld. Het was speelkwartier. Het mini-tubetje tandpasta bood geen enkele troost. Een half jaar later moesten we niet bang zijn. We poetsten nu toch goed en we waren een half jaar geleden nog geweest. Ik had weer vier gaatjes.
Het kwam niet meer goed tussen de Pools (Duits? Chinees?) sprekende tandtechniekers en mij. Ik werd en bleef bang. En altijd had ik gaatjes. Twaalf jaar lang twee maal per jaar gemartel. En altijd deed het boren verrotte pijn.

Toen ik het huis uitging nam ik drie goede voornemens mee: Nooit meer voor 12 uur naar bed, elke dag boterhammen met hagelslag en nooit meer naar de tandarts. Laat naar bed en hagelslag gingen snel vervelen; tandartsloos door het leven gaan beviel uitstekend. Soms moest ik dat uitleggen en toonde men zich bezorgd. "Ik ga wel als ik schreeuwend van de pijn niet meer weet waar ik het zoeken moet" nam ik me dan hardop voor. En toen ik daar niet mee wegkwam: "Ik ga later wel weer, met m'n kinderen mee, als ik die ooit krijg. "

Na vijftien jaar jaar was het zover. Nooit had ik kiespijn gehad en ik ging vrijwillig in de stoel liggen. Een heldin met zweethanden. Eén kies moest danig onder handen worden genomen, waar ik na een enkele prik niets meer van voelde en er werd wat steen weggekrabbeld. De tandarts sprak een taal die ik verstond. Was de techniek na al die tijd zo verbeterd of was ik destijds echt gemarteld? Ik houd het op beide.
Ik ga sindsdien braaf halfjaarlijks en de zonen gaan fluitend mee. Het jeugdtrauma is sentiment geworden.

Tot vorige week de witte bus van de jeugdtandverzorging naast de sneltram tot stilstand kwam. De spieren rond mijn schouderbladen schoten in een kramp die twee dagen duurde.

woensdag 2 april 2008

Vloerkleed kamerbreed

De jongste heeft een aankoop via internet gedaan. Met mijn creditcard. Het is een verrassing. Hij schrikt van mijn schrik. Voor het bedrag had ik een kleine auto of een half dak zonnepanelen kunnen kopen. En ik heb dat geld maar tenauwernood. Of eigenlijk helemaal niet.
't Is een tapijt. Een groot, geel tapijt met wat abstracte figuren. Zogenaamd handgeknoopt. Ik zie de eerst lus in gedachten al loshangen.
Ik vertel wat me is overkomen op het zangkoor. "Zes bij tien meter?? Hoe past dat in jouw bungalow?" snibt een donkerharige vrouw. "Ik heb een grote hoekwoning." Mijn verdedigende houding snap ik zelf niet.
"Hoe laat ga jij naar huis?" vraag de vrouw die naast me zit en die met mij mee zal rijden. Ik zie haar schouders hangen.
"Na de pauze?" opper ik.
Ze barst van opluchting in huilen uit. Ook zij is moe.

dinsdag 1 april 2008

1 april

Collega G. en ik vonden dat het tijd was voor een goede grap. En ja hoor, altijd leuk, er stonken mensen in. De grootste grap is natuurlijk dat hoe meer men erin stinkt, hoe bozer men na afloop is.

Beste ,
Zoals jullie weten is er in onze nieuwe behuizing in Westraven veel aandacht voor cleandesk-werken. Dit gaat dan zowel over het flex-concept als over de hygiëne in dit pand. Diverse tussentijdse evaluaties en klachten hebben er al voor gezorgd dat er beter wordt schoongemaakt. Uit een voorevaluatie van het schoonmaakcontract heeft de ARBOdienst ingebracht, dat in flexkantoren onhygiënische situaties ontstaan, zoals bacteriën, etensresten en vetvlekken op de tafels. Nogmaals willen we er jullie dan ook op wijzen dat de bureaus bij het verlaten van je werkplek opgeruimd achter moeten worden gelaten.
Daarnaast vragen we jullie aandacht voor het volgende:
Omdat het niet in het contract met de schoonmaakdienst is opgenomen is ervoor gekozen alle medewerkers een schoonmaakdoekje en een schoonmaakspray te geven, en een borsteltje voor de bureaustoel. Vanaf volgende week zal op onze verdieping iedere dinsdag op elke werkplek een schoonmaakpakket worden aangeboden. Een instructie over hoe de spray veilig te gebruiken gaat erbij. Het is de bedoeling dat een ieder zijn/haar werkplek behandelt op de voorgeschreven wijze. Dit kost per keer slechts enkele minuten van je tijd.
Het is de bedoeling dat zo ook de medewerkers bijdragen aan een schone en veilige werkomgeving.
Mocht je om gezondheidsredenen niet in staat zijn hieraan medewerking te verlenen, dan graag een mailtje naar mij. Ik verzamel de reacties en sluis deze door naar het Steunpunt Veilig Werken.
Alvast bedankt voor jullie medewerking,

maandag 31 maart 2008

Bouwjaar

De romanmeester meldde trots dat hij uit hetzelfde bouwjaar is als De Avonden van Gerard Reve. Ik kan me die trots voorstellen. Ik ben ook trots op mijn bouwjaar. Ik heb iets met 1964. En met mijn bouwjaargenoten. Ik heb ook wel iets met mannen uit 1959, omdat die zo sneu niet mee kunnen praten met de echte kerels, uitgeloot als ze werden voor militaire dienst. Ook vrouwen uit 1968 beroeren mijn gemoed, omdat ze even oud zijn als mijn jongste zusje. Maar de 1964’ers, dat zijn mijn echte verwanten.
Van Yvonne van Gennip hoor ik de laatste tijd niet meer zoveel, maar Marco van Basten en Linda de Mol zie ik regelmatig. En ik heb bijna allemaal leuke collega’s, maar met Anneke en Robert heb ik toch iets extra’s (al weten zij dat nog niet). En mijn vriendin niet te vergeten die na haar 29ste jaar nooit meer vermeldt hoe oud ze is, maar fier zegt (en dat heb ik van haar overgenomen): Ik ben van ’64.

Mandarijnen op zwavelzuur van W.F. Hermans is van mijn bouwjaar. Goed hè?

zaterdag 29 maart 2008

In de trein (13)


Naast me komt een lange sportieve vent zitten met muziek in zijn oren. Hij kijkt al binnen een minuut speurend in de rondte en vooral naar mij. Nu ruik ook ik de penetrante lavendellucht. Zou hij denken dat ik deze verspreid? Bij het volgende station gaat hij een paar bankjes naar achteren. Inmiddels ben ik gaan hopen dat hij de steeds smeriger wordende lucht bij zich droeg. Maar nee. De lucht blijft hangen. Ook de oudere dame die nu naast mij komt blikt al spoedig opzij.
Het is een camouflagelucht. Iemand zonder ruikvermogen of iemand die zich in geen dagen heeft kunnen verfrissen, heeft zichzelf bepoederd of besprenkeld. Ik krijg hoofdpijn. Zo'n hoofdpijn door luchten (hyacinthen, lelies, narcissen) is doorgaans binnen vijf minuten wel weer weg als ook de lucht weg is, maar ik zit nog een half uur in deze trein.
De redelijke volle trein kent nog één leeg plaatsje. Naast een man geheel in (nep?)leer, met zwarte lege tas naast zich op de bank. Zijn haren zijn glijbaanvet, zijn schouders niet onbespikkeld. Daar moet ik niet te lang naar kijken.
Bij de volgende halte staat een keurige dame in een diepblauw mantelpak op. Haar man schikt haar mantel - zo'n vrouw draagt een mantel, geen jas - behoedzaam langs haar permanent. Aha! De theorie van de neusgehandicapte komt weer boven. De lucht zal in Apeldoorn achterblijven. Hoop ik. Tevergeefs.
Ik knijp de rest van de reis mijn neus dicht.
Bij het uitstappen speel ik politiehond. Het is de man in leer met de kraag van roos en haren.

donderdag 27 maart 2008

In de trein (12)

Lichamelijk enorm geschapen mensen hebben het moeilijk in het openbaar vervoer. Toch worden ook zij geacht in tijden van drukte, de plek naast zich vrij te maken van tas of lang benenpaar. De brede man aan de overkant van het gangpad deed stoïcijns. Een mooi meisje keek, en liep door. Een man in pak aarzelde even, maar ging aan de potentële zitplaats voorbij. Het gangpad vulde zich langzaam.
Een licht kromgebogen man in nieuwe kleren, met een toupet of een toupet-coupe haar, wrikte een enorme gele tas over de man heen. De brede man moest plat tegen de rugleuning om niet geraakt te worden. De toupetman zat. En begon onmiddellijk te praten. Zijn tweedetaal-Frans was goed verstaanbaar. Of dit de trein naar Den Haag was?
Yes, zei de brede man korzelig.
De eigenaar van de gele tas, die hij stijf op schoot hield, ging onverdroten door. Of zijn buurman hem uit kon leggen waarom Amsterdam de hoofdstad was, maar de regering en de ambassades in Den Haag zaten? Hij vond dat maar très complex. Hij stelt de vraag nog en keer en nog een keer. Onzeker, maar o zo vriendelijk is de toupetdrager. De brede man ontdooit en blijkt niet onverdienstelijk Frans te spreken. Ze keuvelen gezellig over onze geografische staatsinrichting. De toupet is hardnekkig in zijn verbazing. Maar Amsterdam heeft toch ook zoveel winkels! Mogen ze dan echt niet van alles de hoofdstad zijn? Parijs bijvoorbeeld, heeft ook alles. Ja, dat weet de brede man.
Plotseling staat hij op en gaat, net als ik, in Utrecht de trein uit. Ik zie hem met zijn enorme tas per roltrap de hal in verdwijnen.
Hij laat een liedje in mijn hoofd achter.

Plaatsnamen leren
’t is niet zo’n probleem.
Amsterdam, de hoofdstad,
Dat is nummer één.
Rotterdam, de wereldhaven,
Via Delft naar ’s Gravenhage,
Onze residentie met z’n Binnenhof.

woensdag 26 maart 2008

Klikken

Soms, heel soms, maar toch, ergeren wij ons, thuis, op de bank. Dat is dan vooral wanneer media over media berichten. Gedoe met netcoördinatoren, aankoop van voetbaluitzendrechten, crashende computers met belspelletjes: misschien leuk voor bij de borrel in de omroepkantine, maar geen onderwerp bij NOVA waard. Ook net zo onbelangrijk: kranten die uit gaan leggen hoe ze tot hun gewijzigde opmaak zijn gekomen, de reorganisatie bij de RTL-letjes of Charles Groenhuijsen die een extra lampje wil. Media over media: bah.

Nu dan toch één keertje over mijn eigen medium.

Dit weblog ontvangt dagelijks tussen de 30 en 40 bezoekers. Vaste klanten en toevallige passanten. Langzaam maar gestaag stijgt het bezoekersaantal. Niet dat ik streef naar een miljoenenpubliek, maar gelezen worden blijkt toch leuker dan ik altijd voor mogelijk had gehouden. Plotseling sneuvelde onlangs mijn dagrecord, dat al anderhalf jaar op 74 bezoekers stond. En de dag daarna weer, en de dag dáárna nog een keer. Nu is mijn record 250 bezoekers. En natuurlijk staat nu ook mijn weekrecord en mijn maandrecord een stuk scherper. Enig gegoochel met mijn statistiekjes bracht aan het licht hoe dit zo gekomen is. Men googlede uitbundig op Astrid Joosten. Blijkbaar is zij van belang, op het moment. Waarom heb ik nog niet achterhaald. Het zal iets te maken hebben met haar nieuwe show en haar polemiek met ene Jensen, maar dat doet er voor mij niet toe.
Feit is, dat, wanneer men googlet op een plaatje van Astrid, er een plaatje bij een praatje op mijn weblog tevoorschijn komt. Een raar plaatje, dat een blogje over silliepoetie opleukte.

Stel je zoekt een plaatje van Astrid Joosten op het internet en je krijgt een scherm met twintig foto’s voor je neus. Eén daarvan is geen plaatje van Astrid, maar een soort schilderij van een fellatio bedrijvend stel. Klik je daar dan op? Mijn stijgend aantal bezoekers doet vermoeden van wel. Ik checkte het bij een collega, een vriend, en de geliefde medebankzitter: zou jij hierop klikken? Het antwoord was – en ja, ik ben naïef en ja, dat wil ik blijven – voor mij verbazend. Alle drie zeiden ze: uh.. ja.

Misschien worden een paar van deze ‘toevallige’ passanten wel vaste lezers, opperde één van de doorklikkers. Dat zou dan toch wel weer grappig zijn. Daarom aan alle silliepoetieliefhebbers: welkom!

zondag 23 maart 2008

Er was eens ...

Uitgeverij Contact schreef een wedstrijd uit. Maak een beginnetje van een reeds beroemde schrijver af, en win een auteurscontract. Blokje tahoe naar mijn grote mond. Actie in de tent. Het is immers zo smart met mezelf afgesproken: twee publicaties in 2008. Inschrijven kon tot 2 januari. Dat deed ik prompt. En inzenden kan tot 2 april.
Vriendin A. doet ook mee. En zo nog 2.998 anderen. Geen probleem, zo becijfer ik haar voor. Negentig procent levert hoe dan ook niets in. De helft vergeet eenvoudigweg dat ze zich hebben ingeschreven. Dan is er een best grote groep die de beginnetjes van de schrijvers oninspirerend vindt. Weer een massa heeft inmiddels een andere hobby of heeft het veel te druk, met niet sporten of niet afvallen.
Dan resteren 300 mensen die een poging wagen. Meer dan de helft daarvan schrijft lariekoek. Kent niet van witte boekje, acht eigen onlogica ten onrechte aantrekkelijk of stuurt een lege wordmail mee. Toen waren er nog 120. Een deel daarvan blijkt na lezing van de eerste alinea geen enkele literaire kaas, met enkele noch met dubbele t, gegeten te hebben. Er wordt verteld in plaats van geshowd. Alleen de ogen werken. Er wordt niets geroken, geproefd, betast en beluisterd. De hoofdpersonen kennen geen karakters, enige Wil ontbreekt.
Vijftig serieuze inzendingen zien het licht. Vijfentwintig gaan door naar de volgende ronde. Het moet toch wel raar lopen als vriendin en ik daar niet tussenzitten.

Behalve dat we nog maar 8 dagen hebben om niet tot de 90% te gaan behoren.

P.S. Een auteurscontract? Wat is dat eigenlijk?

Daar juicht een toon

Een moeder aan het aanrecht. Een vragend kind erachter. Verstrooide antwoorden.
- Mamma, zing 'ns dat liedje?
- Welk liedje schat?
Het vlees vraagt haar aandacht. Een vijfde pit zou welkom zijn. Wie zou er kunnen tafel dekken?
- Dat liedje met het gansje. Zing je dat?
Ze heeft de hele morgen staan zingen. Nu even niet. De gasten zitten binnen en de servetten zijn nog niet gevouwen. Maar aan verzoeknummers geeft ze doorgaans wel gehoor.
- Ik ken geen liedje van een gansje lieverd.
- Jawel. Dat liedje van dat gansje!
- Alle eendjes zwemm...
- Nee, een gansje!
Het kind stampvoet.
De moeder peinst en roert. En vist de rollade uit de pan en vergeet waar haar hoofd nog meer mee bezig was.
- Ik. Wil. Dat. Liedje. Van. Dat. Gansje!!
- Ik ken geen liedje van een gansje!!
Ze heeft niet vaak tegen haar kind geschreeuwd. Het meisje schrikt. De tranen komen omhoog. Bibberend werpt ze nog iets tegen.
- Je zong het net nog. Van het gansje Ruzalem...

Sanatorium van Baerle

Geen dag zonder Bach. Deze week was het drie maal raak. Zondag zong ik de Johannes, dinsdag beluisterde ik de zingende zussen in de Matthaüs en zaterdagavond zat ik bij het derde grote werk van Bach: zijn onvolprezen Hohe Messe.
De Bergkerk in Deventer, onze eigen zangplek, is aangenaam. De muziektempel waar ik de andere twee meesterwerken mocht beluisteren is een fenomeen: sanotorium van Baerle Het Concertgebouw. Natuurlijk ben ik te vroeg. Ik ben altijd te vroeg. Staand achter glas aanschouw ik nog even de woelige buitenwereld, nippende van zeldzaam smerige koffie. Dan mag ik naar mijn plaats. Ik zit in midden en zorg dus dat ik er vroeg zit. Anders moet iedereen maar voor mij opstaan. Dan kan het concert beginnen nadat ik nog drie maal overeind heb moeten komen voor mensen die blijkbaar een hekel hebben aan wachten. Dinsdag heb ik uitstekend zicht op mijn geliefde zussen en de minister van onderwijs die tijdens het concert nog tweemaal hoorbaar wordt aangewezen. Het vergeelde klavieruittreksel van de sopraan is ontroerend, de pathos van de evangelist weergaloos en het mobieltje dat tot tweemaal toe achter ons afgaat vast een ongelukje. Ook zittend zingt het koor prachtig. De dynamiek is spannend. Ik voel het koor ademen, de spanning opbouwen en gedoseerd zijn muziekzegje doen. Hier wordt een verhaal verteld onderbroken door kuchen, schrapen en rochelen. De stilte na de dood van Jesus verdwijnt in een nies het niets.
Dan zaterdagavond. De Hohe Messe heb ik nog onlangs uitgevoerd en samen met een tweede alt schuif ik vol verwachting op het balkon. Ik heb uitstekend zicht op het podium dankzij de twee stellen die in elkaar verstrengeld voor mij zitten en waar ik precies tussendoor kijk maar waarom mijn maatje alleen hoofden ziet. De sopraansoliste blijkt blind. Ze leest de muziek in braille. Intrigerend. Je hoort wel eens dat andere zintuigen een ontbrekend zintuig compenseren. Dat moet voor een zangeres een weldaad zijn: je volledig kunnen concentreren op de zanger naast je, het gehoest uit de zaal, het begeleidend orgeltje, de snoeppapiertjes, de klikkende brillenkokers, en de balsem van alle zuivere muziek om je heen.
De man naast me krijgt een fishermansfriend. Fijn om te merken dat hoest op onze rij voorkomen wordt. Jammer dat hij er vijf minuten lang op kauwt.
Ja, dat Concertgebouw. Een heilzame plek om geduld en vergeving te leren.

woensdag 19 maart 2008

Aagje leest mee (3)

Aagje was moe en had eigenlijk niet zoveel zin in lezen. Tenminste, wel zin in lezen, maar dan alleen haar eigen boekje. Het boekenweekgeschenk was nog niet gesnoten. Maar zo'n leuke veertiger naast zich, met laptop, die kon ze toch niet ongemoeid laten. Aagje herkende een frivool lettertype, begluurde de layout, stal met een blik een enkele zin. Hier was maar één conclusie te trekken. Naast haar werd een roman geschreven!
De laptop stond op zijn - what's in a name - schoot en was een ietsje van Aagje gedraaid. Toch niet om pottenkijkers buiten te sluiten? De titel van de roman, of van het hoofdstuk, was jaloersmakend fraai. En plotseling voelde Aagje compassie. Hoe moest het voelen, scheppend bezig zijn en dan betrapt te worden, je prachtige boektitel al op een weblog te lezen? Een weblog dat de laatste dagen door honderden per dag wordt bezocht? (Maar daarover misschien later.) Deze reiziger zou ze ongemoeid laten. Omdat hij een romanschrijver is, ja, zo hypocriet is Aagje al geworden.
Ze zou hooguit vertellen dat de titel uit drie woorden bestaat, waarvan de laatste tussen haakjes. Aagje zit nog steeds te peinzen, maar kan zich geen andere boektitel met haakjes voor de geest halen.
Dan staart de man een paar minuten naar een witte pagina en sluit het document af. Hij opent een document wat er uitziet als gewoon werk. Is hij dan toch (maar) een marketing strateeg? 't Is in ieder geval een Belg, leert Aagje thuis, de bedrijfsnaam googelend. Ze vindt zelfs een foto.

Naast een romanschrijvende Belg te hebben gezeten op de dag dat Hugo Claus overlijdt, dat vindt Aagje achteraf wreed geluk.

zondag 16 maart 2008

Waarom is verzonnen geen werkwoord?

Ik heb nog niet vaak mensen ontmoet die net als ik van regen houden. Gratis voer uit de hemel, verkoelend vocht, en het ruikt er zo lekker bij. Natuurlijk geniet ik niet van een natte broek die bij de lunch nog niet droog is en vind ook ik dat kamperen bij droog weer relaxt en genieten is. Maar een hekel aan regen? Helemaal niet. Ik wandel graag langs het strand tijdens een stortbui. En wat is er gezelliger dan regengetik op een tentdoek?
Dat ik bepaald geen zonaanbidder ben, dat zal ook wel een rol spelen. Aan zonnetjes en felblauwe luchten, verbrande schouders, parelend zweet: ik houd er geen goede herinneringen aan over. Nee dan de regen.

Die keer dat mijn moeder en mijn zusjes en ik uit Zoetermeer kwamen fietsen en tot de onderbroek nat thuiskwamen. Daarna allemaal op de bank en de speciaal daartoe uitgeklapte stretcher, warm worden onder dekens.
Of toen ik zonder regenpak naar het werk was gefietst en al snel doorhad dat dit betekende dat ik die dag niet meer droog zou worden. I'm singing in the rain! Zalig. Daar dachten de collega's in de lift anders over. "Bah, wat vies!" Ik flapte eruit: "Vies? Oude mannen op een motor, da's pas vies." Pas toen zag ik de twee vijftigers die - natuurlijk - motor reden.
En ik voel nog het warme neefje van één jaar op mijn arm en zie zijn verrukte gezichtje, wadend naar de wc-blokken, nadat in een half uur tijd de Corsicaanse camping letterlijk overspoeld was.
Een weekje buitenkunst in 2006 kende regen, zeer veel regen. Dat betekende moddersculpturen en waterverven en drie workshops in één tent. Het bleek allemaal te kunnen. Het jaar erna vroeg een zoon - we zaten in het ochtendzonnetje aan de kampeertafel - waarom we niet meer gezellig in die grote tent gingen ontbijten.
Ik heb vakanties gehad dat we eerst de buitentent moesten opzetten en dat de schimmel in de fietstassen stond, maar dat levert aardiger verhalen op dan: na vier uur 's middags konden we wat gaan doen, daarvoor was het te heet.
En ik krijg er nog krullen van ook.
Nee, laat deze zondag maar komen.

(Ik sta overigens de hele middag in een kerk Bach te zingen. De kerk gaat om half twee open. Natte jassen schijnen wonderen te doen met de aukoestiek.)

woensdag 12 maart 2008

Another one bites the dust

Ik wilde als kind klarinet spelen. Braaf doorliep ik de AMV-klasjes en leerde ik de blokfluit kennen. Toen we naar de stad verhuisden, ik was inmiddels 10 jaar oud, moest het er echt van komen. Maar nee, een wachtlijst. Daar stond ik op en daar bleef ik op staan. Inmiddels speelde ik ook alt- en tenorfluit, maar de klarinetwens bleef bestaan. En zo ook de wachtlijst. Tot het mijn moeder te gortig werd en wij op een regenachtige middag naar het andere eind van Den Haag togen. Daar troffen wij een particuliere leraar klarinet, die juist twee jongens instrueerde. Hij hoorde mijn moeder aan, vroeg mij over mijn onderlip te blazen en sprak “een prima dwarsfluitmond”.

Het is dertig jaar later en mijn jongste speelt basgitaar. De voorspeelavond op de muziekschool is er een van basgitaristen en drummers samen. In amper twee uur passeren ruim dertig cursisten de trommelvliezen. Het is een plezierige avond. Door het even ontroerende als a-ritmische stokgezwaai en gepluk van de jongsten aan het begin van de avond, en door de pubers die met vier gitaren staan te jammen. Ik deel verbazing over de podiumbevolkers met man en zonen, maar krijg geen gehoor. Dan dit platform maar gebruikt: niet één meisje speelde basgitaar of drum. Waarom?

Ik ging op mijn zestiende alsnog trompet spelen. En later hobo. Het is allemaal goed gekomen met mij, muzikaal gezien. Toch knaagt die klarinet nog wel eens. Zit er vandaag ook een zusje een beetje treurig achter haar harp of piano, dromend van versterker of stokjes?

dinsdag 11 maart 2008

Thuistaal

Al jaren vecht ik met succes tegen de aanleiding de hele dag in gezang los te barsten. Ik associeer minstens elk derde woord met een liedje dat ik ken. Alleen in gezelschap van mijn zusjes durf ik er aan toe te geven. Als ik dan al sneller associeer dan zij ....
Zij vroeg mij naar thuistaal en de wortels daarvan. Ik verzamelde tijdens een treinreis 19 voorbeelden. Zo heet elke vlieg hier Henk, eten wij op maandag beton, en smeer ik lippenstip.
De wat mij betreft aardigste vijf quotes die hier in huis blijverdjes zijn:

5
Ik was ooit voorzitter van een studievereniging. De buitenlandse reis was duurder uitgevallen dan begroot. Tijdens de reis was een vrijwillige bijdrage van de reizigers gevraagd. Dat werd tijdens de daarop volgende ledenvergadering breed uitgemeten. Op de voorste rij zaten felle gezichten met verontwaardigde teksten. (Van hen die niet meebetaald hadden, maar dat terzijde.) Ze riepen keer op keer, en dat roepen wij nog steeds bij ophef om (bijna) niks:
't Is stelen van de leden!

4
Onze Pelle was twee jaar en allerschattigst in z'n gele jasje. Hij kwam door de achterdeur op z'n modderige laarsjes, de haren - door vijf kruinen gestut - recht omhoog, een fikse snottebel en zand om de mond. De vrouwelijke helft van een toen nog kinderloos vriendenpaar vroeg voorzichtig:
Zijn alle kinderen zo morsig?

3
Er wordt door de werkenden hier in huis naar Utrecht gependeld. We kennen de begrippen 'gewone tijd', 'een uur later' en soms nemen we de trein waarbij we in Amersfoort over moeten stappen. Deze trein heet
Tinus tussentrein

2
Deze is met de man meegekomen. Op fietsvakanties wil het broodbeleg, of welk voedsel dan ook, nog wel eens andere vormen aannemen dan thuis, als gevolg van krappe fietstassen of warmte. Dit levert op: De Betuwe-schenkboter, de betuwe-schenkkaas, enzovoort.

1
De oudste spreekt graag een woordje mee. Babbelziek is overdreven, maar lang stil is hij zelden. Dat zal de reden zijn waarom hij even niet meekreeg hoe het spreekwoord precies luidde. Zijn versie is goud waard:
Narrare humanum est

zondag 9 maart 2008

Fenomeen

- Spreek ik met iemand van de Hennie Meijer- hulplijn?
- Daar spreekt u mee.
- Ik wilde u gisteren al bellen. Ik zocht de naam van een man die vroeger een radioprogramma presenteerde. Ik wist zeker dat ik het wist, maar kon er maar niet opkomen.
- Dan bent u bij ons aan het goede adres, mevrouw.
- Ons koor had een repetitiezaterdag en opeens moest ik weer aan het programma denken. Geen flauw idee waarom eigenlijk. O ja, ik had het met Anneke over de CD van de Jahreszeiten en waarom ik die van Gardiner in bestelling heb. Doet er niet toe. En toen kregen we het over Discotabel. Zo heette dat radioprogramma. Kent u het?
- Moment, ik pak even een pen die schrijft. U zoekt een presentator?
- Een Friese naam, dat wist ik bijna zeker. Ik hoorde zelfs zijn stemgeluid weer! En ik wist ook dat zijn naam te verbasteren was. Voor- en achternaam omdraaien en dan bleek hoe geweldig hij was. Want dat was hij. Ongelooflijk wat die man van muziek weet. Of wist. Geen idee of hij nog bestaat.
- Welke bronnen heeft u al geraadpleegd?
- De dirigent wist wie ik bedoelde, maar hij kon er ook niet opkomen. En twee koorleden aan wie ik het vroeg ook niet. Dat komt u zeker ook bekend voor?
- Inderdaad. Een Hennie Meijer wordt vaak gedeeld met anderen.
- Ik had mijn sms-man wel kunnen benaderen, maar die is te jong voor dit soort vragen.
- Heeft u al op internet proberen te zoeken?
- Ja, uiteindelijk wel. Bloedirritant, als je weet dat je het weet, maar je komt er maar niet op. Diskotabel vond ik al snel op het internet. Met een k schrijf je het. Lelijk! Maar makkelijk vinden hoe die presentator van meer dan twintig jaar geleden heette, ho maar.
- Presentator uit de jaren tachtig van het radioprogramma Diskotabel met een waarschijnlijk Friese naam die te verbasteren is tot een karakterbeschrijving? Vat ik het zo goed samen?
- Sietse. Ik wist gisteren zeker dat zijn voornaam Sietse was. Ik ging ermee naar bed en ik stond er mee op. Maar nog steeds niets. Ik moet vriendin L. bellen, bedacht ik toen ik vanmorgen in bad zat. Die weet het zeker. En toen opeens schoot zijn naam me te binnen!! Waarom lacht u?
- Dat maken we zo vaak mee. Het voornemen ons te bellen is vaak al voldoende.
- Precies. En daarom wil ik u bedanken. Want ik had de hulplijn nog achter de hand. En daarom bleef ik graven in mijn eigen geheugen. Want het liefst wil je er toch zelf opkomen, hè?
- Heel begrijpelijk. Wij zijn het laatste redmiddel. En dat zijn wij graag. En hoe luidt de naam ...
- Bedankt, nogmaals. Tot een volgende keer!
- ... als ik vragen mag?

Kom je ook? Het wordt vast gezellig.

Ik had erop gerekend dat het een chique bruiloft zou worden en de naam van de lokatie was al veelbelovend geweest. Toch val ik stijl achterover van het enorme kasteel. Ik word harteljk verwelkomd en uitgenodigd een slaapplaats te zoeken. Dat lijkt me redelijk voorbarig, maar blijkbaar wil men zeker weten dat iedereen de hele dag én nacht zal blijven. Een grote balzaal biedt een aardig plekje en ik installeer mijn matje en slaapzak.
Er wordt al gedanst. Daar zie ik warempel Paul weer. Ik krijg zijn prachtige grijns, terwijl hij een meisje geoefend heen en weer zwiert. Ik ben underdressed, en niet zo'n beetje. Hoe krijg ik het toch weer voor elkaar. Ik struin door het kasteel op zoek naar een kapstok voor mijn rode regenjas. Zelfs onder de hanenbalken, waar ik rust zoek, is het druk met mensen. Ballonnen, rare hoedjes, gegil van liedteksten: de voorbereiding van de bruiloft is in volle gang.
Buiten in de tuin is ook van alles gaande. Ik ben en blijf toeschouwer. Menig sneue blik glijdt over mijn kleding. Opeens komt een vrouw in mijn gedachten die ik hier absoluut niet wil tegenkomen en besluit ik naar huis te gaan. Het ontbijt waarover ik struikel, in een zaal naast de balzaal en al net zo groot, laat ik niet zomaar staan. Ja, ik ben deelnemer geworden. Ik eet en eet en eet maar door, de ene geroosterde of beboterde heerlijkheid na de andere. Ik heb nog steeds mijn regenjas aan, dat matje en de slaapzak zitten ook alweer in mijn rugzakje. Nog even plassen en dan naar huis. Hoewel er drie wc's zijn per sexe, is de rij lang.
Ik schud de parkeerwacht af en weet mijn auto te bereiken. De groene ford focus staat op mij te wachten. En dat komt me zo bekend voor, dat ik nu pas door heb dat ik droom. In tien minuten ben ik thuis. Het is tien voor half elf.

woensdag 5 maart 2008

Aagje leest mee (2)

De twintiger naast Aagje speelt een spel op zijn computer. Yes sir! Yes sir! Hij schiet heel vaak raak. Here we go! Confirmed. Hij installeert met vaardige vingers een Helipad, een Silo en een Guard Tower. Het scherm blijft vol met poppetjes. Yes sir! Aan de overkant van het gangpad haalt een bebaarde man een glossy A4 uit zijn tas. De activiteiten nader toegelicht kopt het blaadje. Aagje zit net iets te ver weg. Jammer, ze is dol op papieren actie. De jongen naast Aagje weet met zijn linkerhand ook nog een sms’je te produceren. Hij heeft een hip toestel met hele kleine letterjes. Aagje is trots op haar goede ogen. Ik ben onderweg naar huis. Doe maar rustig aan lieverd. Ik zie je wel verschijnen. Aagje kauwt wat na op de combinatie van 575 doden binnen een kwartier en zijn lieverd.
Ze heeft nog een computerscherm in haar blikveld. De eigenaar is druk aan het bellen met ene Steve. His shipment will be in week 13. Can you handle that? What is your forecast? Let’s first wait for his reaction. So what is the ready date? I remind some excellent diner. Aagje is blij dat ze Steve niet is en dwaalt weer terug naar wat ze kan zien. Ze krijgt een nieuwe forens naast zich. De vrouw is 17 dagen eerder geboren dan Aagje en lerares Duits. Nadat ze haar autopapieren gespeld heeft, kijkt de vrouw in hoog tempo proefwerken na. Een station later is ze alweer verdwenen.
Het is een drukke dag voor Aagje. Ook de laatste die op haar bankje schuift vandaag heeft iets te lezen bij zich. Een tot de draad versleten pocket. Life, the universe and everything.
Aagje weet dat Douglas Adam het ook weet: Niets is wat het is en het kost even om daar achter te komen.

zondag 2 maart 2008

Vriend, god en minnaar

Als ik schrijver wil worden, dan rest mij niet veel anders dan met mijn roman in één keer door te breken. Want dat schrijven in opdracht me niet bevalt, dat merk ik dit weekend weer. Een woordje vooraf in het boekje dat ons concert opleukt, zo ingewikkeld kan dat toch niet zijn? Het is het wel. Ik aarzel tussen blasfemisch, intellectualistisch en ronduit saai. Geen van drieën zal in de smaak vallen, vrees ik. Mijn vrees is dan weer dat ik aan een combinatie van twee van de drie elementen niet zal ontkomen. Want ik wil een citaat van Mauricio Kagel laten landen in mijn woordje namens de voorzitter. Deze 20ste eeuwse componist sprak de prachtige woorden:
Es mag sein, dass nicht alle Musiker an Gott glauben, an Bach jedoch alle.

Mijn liefde voor Bach beleed ik al vaker. Hij is mijn vriend, mijn god, mijn minnaar heb ik regelmatig verzucht. Om te chockeren, natuurlijk om te chockeren. Maar ook (tóch, zouden gelovigen zeggen, maar tóch) in het besef dat het voor mij waar is. Zijn muziek is fantastisch behang voor een gezellig avondje, evenzeer als de punt op de i bij vreugde en malaise. En als ik het slotkoraal van de Johannes Passion zing, dan weet ik zeker dat het ook mij gaat gebeuren. En moet ik mijn best doen de emotie aan de volle kerk te laten, en niet zelf de tranen te laten stromen:

Alsdenn vom Tod erwecke mich,
Daß meine Augen sehen dich
In aller Freud, o Gottes Sohn,
Mein Heiland und Genadenthron!
Herr Jesu Christ, erhöre mich,
Ich will dich preisen ewiglich!

Deze week kwam in het nieuws dat Caroline Wilkinson, forensisch antropologe, de schedel van wijlen Johann Sebastian professioneel omgeknutseld heeft tot zijn ware gezicht. En wat een gezicht blijkt dat te zijn geweest!


Deze bruingebrande betonijzervlechter, zoals de huidige bewoners van Eisenbach hem typeren, nu ze geconfronteerd zijn met de versie van Wilkinson, wat moet ik daar nu toch mee? Wég is de saaie bepoederde pruikdrager die me al veertig jaar aanstaart vanaf muziekboekjes en concertposters. De man van wie ik me voor kan stellen dat hij tientallen CD's vol kon laten tokkelen, strijken en kwelen. Maar deze hier? Dat is een man met twintig kinderen en een drankprobleem (ik las dat Wilkison zijn door brandewijn getekende neus een tikje vriendelijker in zijn gezicht heeft geplaatst). Een man van vlees en bloed. Wat valt dáár nou over te schrijven?

vrijdag 29 februari 2008

Sip

In het schap van de supermarkt ziet ze het al van verre: de nieuwe Hollands Diep ligt er! Met daarin haar prijswinnende Zeer Korte Verhaal. Maar nee, pagina 110 verraadt dat anderen met de eer gaan strijken. Ze sloft naar het brood. Straal voor gek loopt ze op haar Crocs. De parelkandijontbijtkoek die ze in het karretje dumpt zal wel door haarzelf opgevroten worden. Dit weekend wacht een dag vrijwilligerswerk en voor het eerst sinds de nieuwe baan moet er gewerkt worden in de vrije weekendtijd. Dat ze niet af had wat af had moeten zijn kan ze niemand anders verwijten dan zichzelf. En als ze vandaag niet ongesteld wordt, dan verpest het voor zeker haar vakantie in Italië. Bij het vlees dat ze niet voor zichzelf koopt staat een oude vrouw eindeloos te kiezen met een karretje dwars over het pad. De kinderen zijn nog in pyjama. Haar aankopen zijn net geen 30 euro. Toch krijgt ze twee smurfjes. Ze zet de narcissen in haar meest kunstzinnige vaas. Zoonlief mag een wierookstokje branden. Het was zo'n smart afspraak die ze met zichzelf had gemaakt: twee publicaties in 2008. De gedachte dat haar inzending bij de post zoek moet zijn geraakt, weet ze te verdringen.
De aanmelding voor de volgende cursus is op de bus. Alles is materiaal, heeft ze uit eerdere cursussen geleerd. Al is het maar voor een blogje. Ze snijdt een plak koek af. De man die een rioleringsverzekering wil komen verkopen weet ze vriendelijk te onderbreken. Nog een plak koek dan maar.

woensdag 27 februari 2008

Aagje leest mee (1)

Laten we hem Joost nemen. Zo heet hij niet. Maar ook Aagje kent haar grenzen. Die van Joost liggen een stuk verder. Hij vertrekt maandag naar Dubai. Voor drie maanden. Samen met Moes. Die geen Moes heet, maar wel met hem meegaat. En die misschien ook wel technisch bedrijfskundige is bij terugkomst.
Joost zat een half uur te zwoegen op drie alineaatjes. Een opzet voor een weblog, vermoedt Aagje. Geen schrijver, die Joost. Hij gaat iets afstudeerderigs doen met containers die in woningen omgetoverd worden. En hij vermoedt dat hij er waarschijnlijk wel avonturen gaat meemaken. Aagje laat van schrik haar jaarkaart vallen. Met een directe rechtse schopt ze deze richting conducteur, die hem vriendelijk lachend terug geeft. Joost is met z'n gedachten al 'een halve neger'. Aagje neemt aan dat Joost verwacht veel zon te zien.
Iedereen is vast heel benieuwd wat hij in Dubai gaat beleven, tikt Joost. Dan gaat hij flipperen. Dat is via het raam goed te volgen. "Kut", ontsnapt Joost, als zijn derde bal in het niets verdwijnt. Laat ze het in Dubai maar niet horen.

maandag 25 februari 2008

Weldra was machine

Het kan nu niet lang meer duren. De verzorging is waken geworden. Hem alleen laten is eigenlijk geen optie meer. In grote stukken verslikt hij zich al een tijdje. Kreunend en stampend horen we hem tekeer gaan. Met drie treden tegelijk zorgen wij voor redding. Overslaan maar weer, het rappe rondjes draaien. Ook al hebben we het toerental al aan zijn leeftijd aangepast. Nu zit ik er standaard bij, de 40 minuten dat hij zijn standaardoptreden duurt. Niet zelden moet ik mijn volle gewicht in de strijd gooien om ongewenste danspartijen tegen te gaan. Zijn trage rondjes draait hij nog, maar onvoorspelbaar niet altijd warm.
De gemiddelde levensduur schijnt 15 jaar te zijn. Dus we mogen niet mopperen. Drie serieuze operaties heeft hij achter de rug, maar hij is de 18 jaar dan ook al ruim gepasseerd. Het was het samenwoon-cadeau. Een ongekende luxe. Ik teerde al jaren op de goedheid van hospita's of van hen wier huis ik sopte. Of ik zat op zaterdag in de Reigerstraat een huurgeval vooruit te kijken.
Ik heb altijd van 'm gehouden. Ook toen hij ons even in de steek liet precies toen ons huishouden van twee wassen in de week naar minstens één per dag ging. Een buurvrouw op de galerij was gul en de levertijd van het deurrelais maar twee weken. Met een kind aan het been en één op de arm wist ik zijn inspanningen altijd te waarderen. Hij deelde in de moederlijke aandacht. "Ja! Sta jij zo lekker te draaien?"

Op het internet heb ik al naar een consumententest gezocht. En ik weet welke triple A zuinig is. Verwijderbijdrage, het voelt als verraad.

zaterdag 23 februari 2008

Niet-functioneringsverslag

Ze leeft een geordend bestaan. Haar gezinsleven is harmonieus. Ze heeft een betaalde baan, evenals haar, al sinds geruime tijd eeuwige, liefde. Haar zonen bezoeken een school met bestaansrecht volgens de onderwijsinspectie. Haar auto is APK-gekeurd. Als ze tegen iemand opbotst in de openbare ruimte verontschuldigt ze zich. Op de roltrap staat ze rechts, en loopt ze links. Elke maand worden op de filmhuisladder de films aangestreept die aangenaam lijken om te bezoeken. De wc-kalender is niet meer, maar toch worden er (soms) nog verjaarskaartjes gestuurd. De vuilnis gaat op tijd naar buiten, en nooit wordt het GFT aangeboden op dag dat het oud papier wordt opgehaald. Ze is gevoed, gekleed, gekapt, gebekt naar haar kalenderleeftijd. Ze ziet stemrecht als een plicht en heeft er nog geen overgeslagen. Ze zingt met overgave en hartstocht de werken van J.S. Bach. Ze gelooft niet dat de vraag of er een god is, een interessante is. Dat zij zelf leeft alsof zhij niet bestaat, denkt ze niet dat hem/haar zal deren.
Van haar soort zijn er acht miljoen in Nederland.
Welke van onderstaande beweringen is waar?
  1. Zij kan niet functioneren
  2. Zij gelooft
  3. Balkenende heeft een denigrerende, intens domme, mening.

Daarover het debat aangaan in de kamer is geen pesten. Het is terecht een premier de maat nemen die een geloof tot norm wil verheffen. Maar wat ben ik blij dat JP een geloof heeft; anders zou het dus nog erger zijn.

dinsdag 19 februari 2008

Daar kun je mee thuis komen

Stel je mag naar een bijeenkomst met de grote baas. De grote baas is zwaar en groot. Hij praat met lichte stem en heeft humor. Stel er zijn nog meer praatjes. Stel er wordt ook nog een prijs uitgedeeld. Stel je wint die prijs. Stel je krijgt een heel verhaal over wat je wint. Dat het zo'n mooi symbool is voor van alles en nog wat. Stel je stond even niet op te letten. En dat de grote baas je dan dit handen drukt.

maandag 18 februari 2008

"Read less. More TV."

"Kijk je naar House? Da's echt iets voor jou!"
Ik nam de mededeling van mijn collega voor kennisgeving aan.
"Heb je nu al eens gekeken? Echt te gek, hoor."
Hij begon me te irriteren.
"Gisteravond was hij weer zo geweldig. Ik begrijp niet dat jij nog niet kijkt."
Ik begon bang te worden. Net als toen ik bridge ging leren. Of autorijden. Straks zou ik zo enthousiast zijn dat ik klaverjassen niet meer leuk vond. Of een brief ging posten met CO2. Die angsten waren terecht gebleken. Ik zat niet te wachten op nog een verslaving. Nee, die House moest het maar zonder mij doen.

Toen zapte ik er langs. En bleef hangen. En keek een keertje een hele aflevering. En toen was ik om.
Hugh Laurie vind ik al jaren top. Samen met Stephen Fry, die ik mateloos bewonder, in A bit of Fry & Laurie en in Blackadder. Ik lees regelmatig in de scripts. En lach hardop.
En nu deze serie, waarin Laurie een amerikaanse even geniale als botte arts speelt, Gregory House. Die beschadigd is, en gelooft dat iedereen liegt, en wanhopig poogt zich aan geen mens te binden.
De ware held van deze serie is natuurlijk de schrijvers, David Shore en vele anderen. De scripts zijn geniaal. Het format heb ik na dit weekend wel door. Ik kan al voorspellen wanneer de patiënt met de onbekende ziekte plotseling bloed begint te braken of in stuipen schiet. En eerst weet House niet wat de patiënt mankeert, dan gokken hij en z'n team drie keer mis, en dan is de diagnose correct. En de behandeling die erop volgt slaat bijna altijd aan.
Ondertussen volgen we het wel en wee van de man achter de dokter, van zijn naaste collega's, zijn enige vriend, zijn ex. De man die stelt: "Humanity is overrated."
Ik geniet van de teksten die Laurie in de mond gelegd krijgt. "Truth begins in lies." En in 2003 voorzag hij misschien wat in 2008 gaat gebeuren, toen hij tegen een zwarte presidentskandidaat zei: "They didn't call it the White House because of the paint job."

Ik kocht de eerste serie op DVD op een mooie dag in Haarlem. Ik zat het hele mooie weekend binnen. Ik keek TV. 22 afleveringen. De hele eerste serie. Ik droom House.

woensdag 13 februari 2008

Vragen staat vrij

De reis naar een werkbijeenkomst in een voor mij niet zo heel bekende stad had beter moeten worden voorbereid. De trein is vertraagd, de uitgezochte bus al weg, en ik heb geen idee waar ik heen moet. Een vriendelijke man in het Connexxion-huisje wijst mij naar de gelede bus onder de klok. De chauffeur doet de deur nog even voor me open. Ik prijs de foto van de peuter op zijn dashboard. Hij wil mij natuurlijk vertellen waar ik eruit moet. 't Is maar één halte! Dat moet goed komen!
Ik moet naar een plein. Ik stap uit, maar daar is geen plein. Een alweer uiterst vriendelijk mens, mooi opgemaakt, stijlvol gekleed, wijst mij nauwgezet hoe ik moet lopen. U bent helemaal niet in de buurt. Nee, die indruk had ik inmiddels ook. Ik bedank haar en stiefel weer verder. Het is een leuke route, allemaal winkels troost ze mijn rug.
Haar routebeschrijving is adequaat. De opgebroken straten van het kernwinkelgebied breken mij niet op. Ik passeer drie boekhandels. 't Is dat ik al bijna te laat ben, anders wist ik het wel. Ik check de richting nog even bij een mij tegemoetkomende vrouw als ik een straat insla die de klassieke dame niet genoemd heeft. Zij is al net zo blij als ik dat ik echt helemaal goed ga. ´t Is nog wel even een tippel, hoor! Ik zet de pas er flink in. Was ik hier al niet voorbij gekomen? Dan zie ik aan het straatnaambordje dat ik warm ben. Ik trek nog maar een snelwandelsprintje naar wat een plein moet zijn. Ik zie nog steeds geen plein. Wel een rokende vrouw. Het provinciehuis? Daar werk ik. En zo loopt met me mee. Terug. Wel vijf minuten terug. Hier was ik in ieder geval al. Ze drukt haar peuk uit, raapt 'm op van straat en wijst me de bezoekersingang. Bij de balie komt het sms'je binnen van de Mug die vandaag niet in haar woonplaats is. Het is niet echt een plein, helpt dat?

Iedereen helpt hier. Wat een heerlijke stad.

dinsdag 12 februari 2008

In de trein (11)

Ik lees juist in de Happinez dat ik niet moet oordelen, maar - al dan niet via open chakra's en meditatieve momenten - de mens als geheel moet binnen laten komen, als het gekraak begint. Ze zijn in Apeldoorn ingestapt en zeggen dat hier overstappen slimmer is dan later, want het scheelt lopen. Ja. En het gaat ook sneller. Ja. Hun stemmen kraken en hun tasjes ook. Het katoenen tasje omhult een plastic tas. Daarin - in allerhande verpakkingen - de oogst van vandaag. We zitten lekker, hè? Ja. En beter hier dan later, want sneller. Toch? Ja. Kijk, maar we rijden al.
Het zijn zo te zien en te horen zussen. Of langer dan een halve eeuw vriendin. De lentedagen hebben geen vat op hen gehad. Ze dragen lange jassen en wat ik oneerbiedig een alpinopetje noem, of, op z'n Joop ter Heuls, een dopje.
- Kijk, ik heb dit.
- Dat is Actimel. Dat is vies.
- Ik vind het wel lekker.
- Ik heb het niet.
- Jij vindt het toch vies.
Het flesje verdwijnt weer in een zakje, in de plastic tas, in de katoenen tas. Ze trekt vijf ansichtkaarten tevoorschijn. Kleurrijke, mafgevormde. Als postcrosser zit ik er watertandend naar te kijken. De zus aan het raam, met gehaakt hoofddekseltje, zegt dat ze daar niets mee doen. En grist het uit de handen boven de tas. Kijk dit doe ik ermee. De kaarten gaan in stukken het vuilnisbakje in.
De katoenen tas bevat nog veel meer. Houten spatels. Biotex. Dropjes. Dan komt iets dat het midden houdt tussen een boekenbon en een nog ingepakte panty naar boven.
- Wat is dat! Dat heb ik niet!
- Heb jij dat niet?
- Nee, dat heb ik niet.
Ze peutert en peutert. Het gehaakte mutsje grist en peutert en peutert. Fijn, hè, dat we overgestapt zijn? Ja, fijn. Wat is het? Het gaat niet open. Ze geeft het terug.
De tas peutert en peutert. De muts grist. Wat doe je nou, met je tanden! Het is een zadeldekje, een blauwe.
- Als dat maar niet afgeeft.

Buiten grijpt de mist me bij de benen. Het wordt pas morgen weer lente.

donderdag 7 februari 2008

Op de zeepkist (11)


De monomane relatie

Iteke Weeda schreef in 1986 het boek Vriendschap in Beweging. Ze betoogt daarin onder andere dat we als mens niet zo krampachtig op zoek moeten naar die ene kennis/vriend/partner waar we alles mee willen en kunnen en moeten. Op vakantie gaan, kinderen krijgen, strandwandelingen maken, spetterende sex, shoppen: waarom moet dit met die ene Ware Jacob(a)?
Het was de tijd dat Weeda zich feministisch sociologe noemde en ik las waar de Vpro en Opzij over spraken. Met een vriendin boomde ik over de Vriendschap. Je bent toch mooi gesjocht als jij degene bent met wie iedereen altijd maar boswandelingen wil maken, was haar stelling. De achterliggende vraag spraken we niet uit: hoe kom je zo aan je spetterende sex?
Ruim twintig jaar ouder (en exact even oud als Iteke was toen ze dit boek schreef) zie ik al een stuk meer in de eenzijdige relaties. De keuze is simpel: alles met iedereen kan niet en alles met één iemand zet teveel leuke mensen buiten spel. Als je al zou willen kiezen. Het is al prachtig als je vriendschappen in stand weet te houden en zo nu en dan weer eens oppoetst. Dus nu heb ik ze, de monomane vriendschappen.
De mooiste vind ik die met mijn sms-man. Mijn hooggewaardeerde, altijd te bereiken, maatwerk-googlelaar. Mijn Henny Meijer hulpdienst. De dienst die ik afneem zo vaak als ik hem verleen. Want ik meen zijn sms-vrouw te zijn.
We zijn ex-collega’s en hebben verder niet meer met elkaar te maken. We delen de liefde voor de grote club van Zuid, en ook dat resulteert in sms’jes. Zoals afgelopen zondag.
- Ik zat in het Concertgebouw. Hoe erg was het?
- Dramatisch
Dan weet ik genoeg.
Maar het meest hebben we aan elkaar als er wel Hier en Nu een Feit opgehoest moet worden en wij niet in de buurt van een computer zijn. Of (en dat is niet om door te vertellen) als wij in gezelschap zijn dat wij pogen te intimideren. Een greep uit wat wij elkaar zoal afvragen:
In welke gemeente ligt Brandevoort?
Hoe heten de Wachters in het engels?
Echte naam van Drs. P.?
Hoe laat volle maan?
Waartoe zijn wij op aarde?

vrijdag 1 februari 2008

Wat louter macht niet keert

Elke maand nodigt de gemeenteraad 70 inwoners uit om een avondje langs te komen. Als de politiek niet naar de burger komt, dan moet het maar andersom, zal men gedacht hebben. Ik voelde me warm uitgenodigd. Een rondleiding door het stadhuis, een hapje eten, raadsleden ontmoeten en de raadsvergadering bijwonen, dat wilde ik wel. In de gemeente Midden-Drenthe of Leidschendam-Voorburg. Maar in Deventer? Ik heb meer stappen in het stadhuis liggen dan menig raadslid, die stelling durf ik wel aan. En de hele avond ex-collega's met "Hé hallo hoe gaat het?", nee, dank je wel. Maar er stond wel een erg leuk onderwerp op de agenda. En de jongste zoon wilde wel mee. En ik was toch beleefd uitgenodigd? Dan ga je.
Om wat voor redenen dan ook geven elke maand zo'n 15 burgers gehoor aan de uitnodiging. We waren een gemengde groep. Leeftijd van 25 tot 70 jaar, met katoenen tasjes en met merkartikelen, mannen met staart en vrouwen met sjaals, we waren zelfs niet 100% wit. En P. was de jongste en kreeg veel vragen en twee keer sinas.
We genoten een rondleiding, een maaltijd met vlees, en uitleg over het hoe en wat rond een gemeenteraad. `De omvang van de raad is afhankelijk van de omvang van de bewoners.´ Kijk eens aan, met mij zitten ze gebeiteld! ´Een bestemmingsplan is te laat af, daar worden vanavond vragen over gesteld.´ Verbeeldde ik het me, of werd er - verwijtend - mijn kant op gekeken? Ik lachte om mezelf omdat ik best nieuwsgierig ben om welk bestemmingsplan het gaat.
De politieke markt was voor een twaalfjarige ronduit saai, hoe goed voorbereid we ook waren. 's Middags waren we op de plek waar de hoogbouw moet komen waarover nu gesproken werd. Ik had hem voorbereid dat men 's avonds zou spreken over lokatie en relatie met de omgeving en woningbouwprogramma. En misschien zouden ze nog wat zeggen over waarom ze juist nu dit aan het zeggen waren. En dat ze dat dan procedure noemen.
Jammer was dat de zes ontwerpen waaruit de gemeenteraad moet kiezen [NB de gemeenteraad moet eigenlijk niet kiezen, want daar is een aparte commissie voor, en vanavond legde men de zelf bekrachtigde criteria naast de ontwerpen - maar dat was procedure.] niet te zien waren. Gelukkig had ik mijn rijksbraam in de tas en kon ik de plaatjes tevoorschijn toveren. En ik kon voorspellen wat de dames en heren om de tafel gingen zeggen. Ik voorspelde wie geen stelling zou innemen, maar vragen zou gaan stellen en wie anderen in de rede zou vallen. Ik wist nog wie duurzaamheid in de strijd zou gooien, en wie verdienlokatie zou durven gaan zeggen.

Aan de echte raadsvergadering kwamen we niet meer toe. We hielden het langer vol dan de middelbare scholieren die voor het vak Maatschappelijk Vorming exact 59 minuten de zaal een goed gevuld aanzien gaven. Jammer, ik had graag nog met een frisse prépuber gesproken over de fraaie dichtregels op het plafond van de Raadzaal.

Geen evenwicht
dat niet soms even zwicht
en compenseert
wat louter macht niet keert.

woensdag 30 januari 2008

Echte neprook

Voor het werk reizen, niet zijnde woon-werk-verkeer, dat mag in de eerste klasse. Jammie. Ook ik trok een dik pak papier uit mijn tas. Mijn eigen jargon blikt me vertrouwd toe. Systeemgerichte contractbeheersing en inkoopstrategieën: ik krijg steeds meer zin in de dag. Naast me zit iemand te zuchten boven 'toedeling van exact de helft' en 'inbrenging met voorbehoud van stille reserves'. Ik wil niet ruilen.
De werksfeer blijft hangen, het pluche blijft zacht. Geheel uitgerust stap ik in kaal Noord-Holland het perron op. Na wat opgewekt geploeter door geel zand stap ik stipt op tijd de Raadzaal binnen. Mijn goede humeur is aanstekelijk; mijn buurvrouw schenkt me prompt koffie in.
Nog maar nauwelijks raken mijn billen een wat ongemakkelijke stoel aan een rare hoek van de tafel (de vorige keer wat sneller zandscheppen) of er gaat een alarm af. Niet zomaar eentje. Eentje die schreeuwt om actie. Braaf schuifelen we naar buiten. De oranje ontruimers lijken op de ontruimers van overal. Blij met actie, serieuze gezichten, strak geoefende gebaren. De man in de rolstoel wordt - eenmaal buiten - door vier handen in zijn jas geholpen.
De opperveiligheidscoördinator (te herkennen aan het gele hesje) complimenteert ons. En we mogen weer naar binnen. Pas dan zie ik de rook. Terug in het vergaderhonk zie ik ook de stapel aankondigingen.



Dit land kan niet stuk. Laat de politie maar staken. We trekken oranje en gele hesjes aan en alles sal reg kom.

dinsdag 29 januari 2008

Niet verstuurde brief (2)

Beste ex-oud-collega,

Je viel me de eerste dag al op. Toen ik elf maanden geleden weer begon te forenzen zag ik je gelijk. Hé daar is J., de oud-collega! Tijd niet gezien! Ik zie je 's ochtends en 's middags. Je werkt ook in Utrecht. Je doet of je me niet ziet. Of je weet echt niet meer wie ik ben. Dat kan. Natuurlijk, dat kan. Al vind ik het wel een beetje raar. We deden niet veel, maar wel eens wat, samen, in onze vorige banen. En nu groet je niet meer. Nog geen flauwe glimlach. Noch een knikje, een twinkeltje in je ogen.
Ben je bang dat ik bovenop je spring? De foto's van mijn zonen en vakanties onder je neus duw? Met je wil terugkijken op woelige gemeentejaren? Dat wil ik allemaal helemaal niet. Gewoon 'hoi', soms, is genoeg.
Okay, je kent me niet meer. Dat kan. Zo erg is dat ook weer niet.

Maar ik ken jou nog wel. Dus dat ik je gisteren liet slapen, terwijl de trein al aan ons perron stond, en ik naast jou in het gangpad in de rij bij de deur stond te wachten, dat was niet aardig van me. Sorry.

Een oud-ex-collega

dinsdag 22 januari 2008

In de trein (10)

(Sorry, nog één keer. En eigenlijk was het in de tram.)

De vlezige viezerd die ik had proberen te vergeten, stapt in de tram. Sinds ik over hem schreef hoest ik. En niet zo'n beetje ook. Het vergalt het zangplezier en heeft de mannen hier wakker gehouden. De man zit stil te lezen. Ik bezweer de stilte met mijn blikken. De volgende halte komt een bang kijkende vrouw naast hem zitten. Als een volleerd tuberculose-patient komt rochel na rochel uit haar zetten. Ze klemt een zakdoek tegen haar mond. Haar ogen staren angstig in het niets. De man verblikt noch verbloost.
Een vrouw in een paarse regenjas, zittend voor het tweetal, heeft al een paar keer schuw achterom gekeken. Ik mime dat ze een zakdoek gebruikt. Ze glimlacht gerustgesteld. We delen blijkbaar compassie met een mogelijk zwaar zieke.
Dan barst de viezerd los. Zo ken ik hem weer! Het gerochel, de restjes in de snor. Een duet - zij ziekig, hij voluit smerig - klinkt tot de laatste halte. Vlak voor het eindpunt draait de paarse vrouw zich naar hem om. "Dit is echt té vies!" Er komt een spuugbelletje mee. Ze staat op en gaat vast bij de deur staan. De bange vrouw kijkt nu helemaal alsof haar laatste uur geslagen heeft. De snor acht het onwerkelijk dat dit over hem zou gaan. Hij peutert een pakje zware shag tevoorschijn en verlaat als een na laatste de tram.

zondag 20 januari 2008

Mollenkaas??

Sommige dingen vergeef je je ouders nooit. Je herinnert je hoe je tenen kromden, vooral in het bijzijn van vrienden. Hoe je je voornam nooit, maar dan ook nooit, zó te worden!

Al van ver voor de ouderdomsachteruitgang van zijn oren had mijn vader de gewoonte niet altijd even goed te luisteren. Of wij spraken onduidelijk, maar voor het verhaal is het aardiger van het eerste uit te gaan. Dat hij de eerste keer niet gelijk hoorde wat wij zeiden was nog niet zo erg. Op "Wat zeg je?" zouden wij als kinderen adequaat hebben gereageerd.

(Hè?? was bij ons uit den boze. Dat was dan weer mijn moeders invloed. Daarop reageerde ze immer als gestoken. "Zeg, ik ben je vriendje niet!" Of, bij een iets beter humeur: "Of je worst lust!". En meestal een overdreven verbeterend "Wat zeg je, mamma??".
Dat wilde ik niet overnemen. Heb ik wel gedaan. Pavlov op zijn best. Zonder oog voor rang of stand. "Wat zeg je, Ina??" )

Nee, mijn vader vroeg op generlei wijze naar een herhaling van het gesprokene. Hij ging raden. O, beschamende afschuwelijkheid. "Ik had een 8 voor geschiedenis!" leverde iets op als "Wie ligt er in het ziekenhuis?". "Je fiets staat nog niet binnen" werd "Wat kan ik niet verzinnen?". Pubersgruwel.

Gisteren bij de grootgrutter. Een band vol levensmiddelen werd samen met de cassière geroutineerd verwerkt.
"Spaart u koopzegels?"
"Nee, dank u."
En toen, opeens, uit het niets, ik hing met mijn hoofd in de tas de pakken yoghurt te stapelen, sprak ze de onbegrijpelijke woorden:
"Heeft u mollenkaas?"

Een collega heeft mij nog wel eens bedankt dat ik hem zijn eeuwige 'Hè?' heb afgeleerd. Maar de dame achter deze kassa zou het vast niet op prijs hebben gesteld als ik had gezegd wat op mijn tong zweefde. Ik beet op wat de sterkste spier van het lichaam moet zijn. Het voornemen van meer dan vijfentwintig jaar geleden moest er stevig ingedrukt worden. Ik herhaalde in gedachten haar vraag en toen verstond ik het wel.
Ik overhandigde haar mijn Bonuskaart.

vrijdag 18 januari 2008

Niet verstuurde brief (1)

Geachte directeur van NS-reizigers,

Ik reis in de spits, en ik ben niet de enige. Wat vele van mijn mede-reizigers met mij gemeen hebben is het volgende: we reizen vroeg, we reizen over een lang stuk en we slapen. De trein van 6.18 uur waar ik in Deventer instap, is dan al een tijdje onderweg. Stelt u zich de achterste twee treinstellen voor. Hierin zitten mensen die weten op het aankomststation er goed aan hebben gedaan juist in (tot Utrecht) het achterste gedeelte te zijn gaan zitten. Ze willen in Utrecht de Noordertunnel induiken of in Den Haag vooraan eindigen. Dit zijn niet weinig mensen die één uur tot bijna 2,5 uur in de trein doorbrengen.
We reizen nagenoeg elke dag in harmonie en stilte. Op een enkeling na is de salon in ruste. Er wordt geslapen. Ik stel dan ook voor dat deze treinstellen omgebouwd worden tot slaapwagens. Dit hoeven geen luxe bedden te zijn, en zelfs geen ruimteverslindende couchettes. Denkt u aan de kooien op een schip. Wat simpele, niet al te brede, banken met hetzelfde skai bekleed als de u al bekende zitplaatsen. Sommige wat langer dan de andere. Aan het hoofdeinde ruimte voor een tas. Ook onder het onderste bed, dat laag bij de grond is, is nog wat ruimte. De bovenste bedden vereisen slechts een minimale lenigheid om te beklimmen. Een rij links, een rij rechts én een rij in het midden. Geen tweepersoons, stel ik voor.
Helemaal tof zou het zijn als ieder spoorbed uitgerust zou zijn met een trilfunctie, door de slaper in te stellen, zodat men niet onverwacht het station van bestemming voorbij snurkt.

Met vriendelijke groet,
voor altijd uw vaste klant,
Ina

dinsdag 15 januari 2008

Aan de ketting

Ze zakt neer naast collega Niek, die ze minstens tweemaal daags aan het lachen wil krijgen.
"Hé Niek. Stel, we gaan een middagje de hei op. Workshops krijgen we. Van onze vrouwen, partners, mannen, egaas. Waar komt jouw vrouw mee aan?"
Hij grijnst al.
"Trombone. Jacqueline speelt trombone."
Ze kijkt naar René, links van haar. Drinkt hij nou chocolademelk bij de ochtendkoffie?
"En Margit? Wat is haar hobby waar we wat van gaan leren?"
"Yoga. Zeker weten."
De vraag gaat als een virus langs de tafel.
"Fietsen, de berg op!"
"Stedentrips."
"Fotograferen."
"Die hebben we al."
"O. Belgische bieren?"
Ze is nog even bang voor wederhelften zonder hobbies. Maar nee. Te kust en te keur komen ze langs. En elke collega kijkt trots.
"Parachute springen."
"Oef!"

Ze denkt aan een verplicht dineetje met een burgemeester, ooit. Tijdens het voorgerecht had hij de tafelgenoten gevraagd wat ze voor activiteiten zouden gaan ontplooien als geld geen rol speelde en de huidige baan geen optie was. Ze had zichzelf horen vertellen dat ze een uitgeverij begon. En cabaretière werd.
Daarna kwam hij met de vraag wat ze de stad als eerste aan zouden doen als ze wethouder werden. De binnenstad autovrij! En toen moest het dessert nog komen.

"Hé, Mark! Jouw vrouw doet toch aan quilten?"
"Glas-in-lood, ja, hoezo?"
"Ze gaat ons een workshop geven."
"Cool!"

Haar koffie is op. Ze schuift haar stoel achteruit. De groep breekt op. Terug achter haar computer constateert ze dat tien minuten koffiepauze lang genoeg is geweest om te vergeten waar ze mee bezig is. Ze staart uit het raam naar de kerkspits van een dorpje verderop. Ze glimlacht. Ze kan altijd nog burgemeester worden.

zondag 13 januari 2008

Heija Mecanoo

Wow. Wat een ontwerp. Ik ga er niet meer over. Nou ja, ik ging er al nooit over, maar had er beroepsmatig dan toch wel iets mee te maken. Nu niet meer. 't Is nog even wennen, uit de krant moeten halen dat er nieuwe bouwplannen en prijsvragen zijn verzonnen. Met oud-collega's praten we blijkbaar niet over alles!
Voor een heel bijzonder plekje Deventer, in de volksmond 'de oude ijsbaan' geheten, worden al jaren nieuwe plannen gemaakt. 't Wil maar niet lukken. De jongste spiering om de kabeljauw te vangen heet prijsvraag. Zes clubjes kwamen met een plan. Binnenkort praat de gemeenteraad er over. De volksmond roert zich luid en duidelijk in de lokale bladen.
Ik heb totaal geen voorspellende gave. Maar wel een mening. En als het aan mij ligt, dan wordt het het ontwerp van Mecanoo. En niet alleen omdat het Ard en Keessie heet.

maandag 7 januari 2008

Nog één keer 2007 (in drievoud)

Sommige stokjes zijn lekker en leuk. Deze neem ik ook weer graag over. Dank.

3 artiesten die ik in 2007 leerde kennen
* Ernst Toch. Een 20ste eeuwse componist (da's ook een artiest, toch?), waar ik deze zomer een spreekkoor van zong.
* Muse. Meer als kreet dan de muziek van deze band. De bijna 12- en 13-jarige hier in huis hebben het oeuvre compleet. Toch hoor ik vooral Queen uit hun boxen komen. Dat zal het feest der herkenning wel zijn, dat de oren wijder opent.
* Paul van Britain's got talent. Hij past ook in de volgende categorie. Die blikken van de jury! Als naar een beschimmelde rat, zo werd er naar deze idols-kandidaat gekeken. Toen kregen ze kippenvel. En schaamden ze zich een beetje. Dat hoop ik.

3 dingen die ik niet licht zal vergeten
* Mijn eerste ongeluk met mijn auto. Op de snelweg nog wel. En zelf veroorzaakt, o gruwel. Gelukkig liep alles goed af.
* De jongste die, 11 jaar oud, deze zomer Harry Potter and the Deathly Hallows las. Ik dacht nog twee dagen dat hij, op weg naar groep 8, de boel fleste, maar na een paar dagen bleek dat hij begreep wat hij las. Na zes dagen was het boek uit.
* De mist tijdens oud en nieuw. Als ik het niet opschrijf zal ik het later niet meer geloven. Jeroen en ik liepen met de armen gestrekt door de straat. Opdat we niet tegen iemand opbotsten.

3 stommiteiten/blunders/schaamtelijkheden
* Begin 2007 solliciteerde ik. Eigenlijk heb ik ook geen idee wat een sociaal geograaf bij Rijkswaterstaat te zoeken heeft brak ik gezellig het ijs. De man die nu mijn baas is kon er om lachen. Hij is er ook één.
* Ik kraakte aan de koffietafel jonge ouders af die zo sneu waren hun kind naar een voetballer te vernoemen. Dennis! Of nog erger: Jari!! De collega naast me gaf geen krimp. Een week later werd zijn zoon geboren. ... U raadt 't al.
* En verder zal ik met mijn grote waffel onbedoeld vast op wat tenen hebben gestaan. En als ik die schaamtelijkheden bemerkt zou hebben, dan zou deze lijst naar lang worden.

3 dingen waar ik trots op ben
* Het Boek. Zeer trots. En nog veel blijer.
* 32 uur werken. Voor het eerst van mijn leven werk ik niet full-time. Een hele wijze beslissing. Het voelt nog steeds als vakantie.
*400 mensen in een grote tent en Ina op het podium. Die een die dag geschreven tekst voordroeg. Over een taboe in de 21ste eeuw. Een tekst die niet voor publicatie geschikt is. En die mensen deed huilen, zo vertelden ze me. Dat ik dat durfde! Dat doet Buitenkunst met mij.

3 gekochte of gekregen dingen
* Drie ansichtkaarten van lieve vrouwen toen ik mijn boek hier op dit blog ten doop hield. Gekoesterd worden ze. De kaartjes. En de vrouwen.
* OV-jaarkaart. De rijksoverheid heeft zo z'n voordelen boven de gemeentelijke. Woonwerkverkeer vergoed krijgen, bijvoorbeeld. In de vorm van een nog steeds luxe aanvoelend stukje plastic.
* In 2007 gekocht om in 2008 van te genieten. Peperdure kaartjes voor twee topconcerten in het Concertgebouw. Ik ga Michael Chance weer horen!

3 mensen die dit stokje van mij krijgen
Als ze dat willen, vanzelf. Doen ze eigenlijk wel aan stokjes? De tijd zal het leren.
Vrijblijvend bied ik het jullie aan, burtbig, yvonnep en gwendolyn.

vrijdag 4 januari 2008

Lekker (is) anders


Ik bereidde hutspot voor de familie, vorige week. Als vleesverlater (fout woord!!) vergeet ik altijd een worst te kopen. Gelukkig lag er eentje klaar voor het pakken tussen onze voorraden. Warm op tafel - gelukkig niet door de peen en uien, maar apart geserveerd - zag het ding wat grijs, en rook dichtbij de neus bijzonder naar. Inspectie van de verpakking leerde ons dat we (ze) het geval het beste uiterlijk in de zomer van 2003 genuttigd hadden moeten hebben. Waar had die Gelderse kromme zich al die jaren verstopt?
Tijd voor actie.
Het potje Seroendeng blijkt de absolute winnaar. Hoe de snode oosterse lekkernij al die jaren aan onze aandacht ontsnapt is, is ook een raadsel. Het strooisel bevindt zich in goed gezelschap van een vijftal Knorpakken met kant- en klaarmaaltijden, twee doosjes papadums, creamcreakers, drie potten mosterd, vier flesjes malt bier en zo nog minstens twintig ooit-etenswaren. Ik herken, zoals ik wel verwacht had, wat smakeloosheden uit kerstpakketten van jaren her.
Onze trapkast is weer uitgemest. Alles dat over datum is, staart me verwijtend aan. Weggooien kan ik nog niet over mijn hart verkrijgen. De mosterdpotjes kunnen dienen als sapglazen. Jeroen vindt dat de gestampte muisjes en de Haust party crackers nog best kunnen. Ik heb een sterke maag, maar zie niet uit naar de maaltijden van de komende dagen. Het gekruid kokosstrooisel was houdbaar tot mei 1999. 't Ziet er niet eens over datum uit.

donderdag 3 januari 2008

Een voorproefje

Het manuscript moet een boek gaan worden. Aldus heb ik besloten. Een project voor 2008. Een paar boffers (bofferinnen, vooral) hebben de eerste ruwe versie mogen proeflezen. Voor alle anderen een amuse.


Nervus ulnaris

Joost was binnen twee maanden van studierichting gewisseld. De trompet hing hij aan de wilgen. Slagwerk bleef hij doen, maar nu in combinatie met compositie. Zijn voorliefde voor elektronica kon hij in beide vakken ruimschoots kwijt. Hij knutselde allerhande instrumenten die hij gebruikte voor zijn projecten. Het meest opzien baarde iets dat nog het meest op een spijkerbed leek, maar bij nader inzien uit een plank met flexibele staafjes bestond. Aanraking leverde verscheidene typen geluid, afhankelijk van het materiaal waarmee de staafjes beroerd werden. Zijn composities, in een zelfverzonnen schrift dat de leraren tot wanhoop dreef, stonden vol aanwijzingen als nervus ulnaris en lingua. Muziek maken met het telefoonbotje of de tong beschouwde Joost niet als hilarisch. De confrontatie met zijn recalcitrantie ging geen leraar aan, onder de indruk als ze waren van zijn ideeënrijkdom en de kwaliteit van zijn producten.
En toen hij een wand van vier bij vier meter had opgericht, in ongelijke ramen verdeeld, opgevuld met snaren, gooiden ook de docenten de door Joost verstrekte sleutelbossen op de maat naar de wand.

woensdag 2 januari 2008

Ina in balans in 2008


minder:
piekeren
eten
computerspelletjes
evenveel:
schrijven
vrienden
Buitenkunst
meer:
bewegen
film & theater
opruimen

dinsdag 1 januari 2008

 

blogger templates | Make Money Online