maandag 25 juni 2007

Solidariteit

Als eenmaal tot me doorgedrongen is dat de vakantie aanstaande is, dan begin ik onwillekeurig af te tellen. En blijkbaar word ik daar heel moe van, want ik ben nauwelijks meer vooruit te branden. Klusjes die moeten, het worden oneetbare rijstebrijbergen. 't Gewone gangetje van trein naar perron is een woestijntocht. De zin is er nog, het nut wordt nog gezien, 't is niet heel moeilijk en iedereen is nog lief, maar ik? Ik zou het liefst als een aangespoelde zeeleeuw de komende drie weken op de bank hangen.

Vamorgen liep ik door de noordertunnel op Utrecht CS richting sneltram. 't Was even ongewoon rustig en uit het niets dook een stinkerd op. "Mevrouw, heeft u een bijdrage voor mijn slaapplaatsje?" Zo opgeschreven lijkt het een niet al te onaardig gestelde vraag, maar de man drukte me tegelijkertijd tegen de muur en hing half over me heen. Het lukte me hem niet aan te kijken, ik maaide met mijn tas in de rondte en mompelde 'vandaag niet', en liep door.

Toen zag ik haar, een meter of vijftig voor me. Een forens als ik. Op de uitkijk. Of ik - net als zij even voor mij, hoogstwaarschijnlijk - ook in staat was mijn mannetje te staan. En zo niet, dan was zij er.

1 opmerking:

Cornette zei

Zouden meer mensen moeten doen. Mooi is dat.

 

blogger templates | Make Money Online