dinsdag 30 november 2010

De lezer gegroet


Dank, dank, voor het delen in mijn vreugde over mijn jongste nanowrimo-boek. Alle felicitaties, hier op het weblog, en in mijn mailbox, zijn in grote dankbaarheid ontvangen.
Dinsdag heet dus deze roman. Het leven van 25 mensen staat centraal in evenzovele verhalen. Soms krijgen we over hun hele leven te horen, soms slechts een paar minuten, de laatste - als weten ze dat zelf niet - van hun leven. Deze mensen hebben één ding met elkaar gemeen: Allen zijn op die dinsdagmiddag om 16.54 uur in (de buurt van) het centraal station van Utrecht. Niet de beste plek om te zijn, omdat daar juist op dat moment een Boeing 747-400ERK neerstort.

Meedoen aan Nanowrimo betekent niets meer, maar ook niets minder, dan 50.000 woorden schrijven. Ik heb dan ook niet teruggelezen, ik ga voorlopig niet redigeren, ik haal er geen fouten uit, heb niets gedaan met de inzichten die me al schrijvend te binnen vielen.
(Zoals: Noem ik nu niet alweer iemand Lisette? De internationale trein naar Polen komt natuurlijk helemaal niet uit Amsterdam! Als zo'n vliegtuig neerstort, fikt de hele boel dan niet gewoon af, in plaats van 'alleen maar' in te storten?)
Kortom, ik heb nog geen enkel veldwerk gedaan :-)
Sommige verhalen zijn in grote haast geschreven, anderen iets zorgvuldiger. Maar stylistisch rammelen ze allemaal, dat weet ik van de vorige keer.

Desalniettetoch: jij mag een stukje lezen!

Vrijdag*) a.s. haal ik één keertje de spellingscontrole erdoorheen. Daarna stuur ik een verhaal naar de liefhebbers. Om in aanmerking te komen voor een verhaal vraag ik je mij een mail te sturen, en de volgende vragen te beantwoorden.
* Het verhaal van welke persoon wil je lezen? (Voor de eerste bezoeker hier: lees mijn nanologboek dat ik de hele maand op deze blog heb bijgehouden)
* Waarom wil je juist het verhaal van deze persoon lezen?
en achteraf:
* Vind je dit verhaal het waard om herschreven/gebruikt te worden en waarom (niet)?

Deze speciale aanbieding is geldig tot zondag 5 december 20.00 uur.

*) edit: of zaterdag

zondag 28 november 2010

Ik heb een boek geschreven

Nanologboek (30)


Annette Rouwenhorst wil nog één keer naar de plek waar ze haar man voor het eerst durfde te kussen. De vrijwilligers van het hospice waar ze haar laatste weken doorbrengt, helpen haar met deze trip down memory lane. Maar zelfs als het einde zo voorspelbaar lijkt, ook dan kan het leven nog een verrassing voor ons in petto hebben.

~*~

Nanologboek (29)


Sander Pool besluit een dag na zijn afstuderen, een jaar lang geen kranten of tijdschriften te lezen, geen tv te kijken, en geen radio te luisteren. De verse historicus is nieuwsgierig wat een jaar mediastilte hem oplevert. Hij denkt niet veel te zullen missen. Alleen als Maarten van Rossem overlijdt, mogen zijn huisgenoten hem informeren. 
Ruim een maand voor het einde van zijn bijzondere jaar, wordt Sander geïnterviewd voor de radio. Moet de luisteraar wensen dat mediastilte een groot goed is, dat voor iedereen beschikbaar is? Niet als je door Utrecht Centraal Station wilt kunnen lopen, in ieder geval.


~*~

Nanologboek (28)



Maandagavond is de avond van Peter Hoekstra. De club biedt ruimte aan vogels van diverse pluimage. Blijkbaar is zijn doelgroep het kleinst, want wie gaat er nu uit op een maandagavond? Het kan Peter weinig schelen. Hij is te blij dat hij eindelijk een plek heeft gevonden waar hij zichzelf kon zijn. Zijn ándere zelf, zoals hij het uitdrukt.

Piloot Peter Hoekstra, 36 jaar, leidt een dubbelleven, waar alleen zijn zus van op de hoogte is. Hij zit niemand in de weg, en zichzelf al helemaal niet. Dan wordt hij tot zijn stomme verbazing verliefd en mist hij - nog veel ongewoner - zijn eigen vliegtuig. Is de tijd voor ongecompliceerd geluk aangebroken?

~*~ 

zaterdag 27 november 2010

Nanologboek (27)



In een dronken bui heeft Frieda haar beste vriendin wel eens toevertrouwd dat zij, Agnite van Looij, tenminste wat meemaakt in het leven. Dat ze soms gewoon jaloers is op Agnite: vader jong dood, voor haar dertigste al gescheiden, werk in de buitenlucht, kanker. De duivel schijt op de grote hoopt, lalde ze. Maar de jaren van nood week Frieda niet van Agnite’s zijde. Dus wie belt Agnite als ze na vijf jaar kankervrij wordt verklaard?


(Nog drie dagen te gaan. Een vrije zondag, en een drukke werkmaan- en dinsdag. Nog drie personen te gaan. Samen goed voor exact 5.000 woorden. Om op een totaal van 50.000 woorden uit te komen. In één maand geschreven. Het kan niet meer misgaan. Ik word dit jaar, net als in 2007, een nanowinner. De laatste loodjes ….)

~*~

Nanologboek (26)



Else Amezguiou, dochter van een kunstpaus, valt als een blok voor Theo, een ruwe bolster in wie ze een blanke pit vermoedt. Ze wil haar vader een hak zetten door Theo te helpen een schilderij te ontvreemden in het museum van haar vader. Op voorwaarde dat Theo Else meeneemt, en de hare wordt, in voor- en tegenspoed.
Alles verloopt volgens plan. Tot Else wakker wordt, en de kwade droom waarheid blijkt. De boef is er met de poet vandoor. Else vervloekt Theo.
Ik hoop dat je mag branden als een fakkel en je dood langzaam en pijnlijk zal zijn!
De vaste lezers zijn voorbereid op het lot dat Else's geliefde zal treffen ... 

~*~

Kelderkast


De schrijfmeester adviseert mij dringend in contact te treden met mijn onderbewuste. "Tussen de rommel die je in je leven hebt vergaard, daar liggen de thema's waarover je wilt schrijven. Daar ligt pijn, en leed dat literair uitgemolken moet worden. Hop, maak leeg die kelderkast. Glasbak en oud papier opzij en zoeken." Hij schrijft zelf mooie boeken dus ik wil best van hem aannemen dat het waar is, wat hij zegt. Maar al mijn leed op tafel? Dank je de koekkoek. Gelukkig zou ik mezelf niet zijn als ik niet op veel meer plaatsen dan alleen in de kelderkast mijn rommel had. De zooi achter de schotten op zolder ligt daar voorlopig veilig. Hoe weet hij trouwens dat ik mijn oude glas en papier in de kelderkast bewaar? Tegen de klas zegt hij het ook: "Stel je onderbewuste vragen. Daar liggen de antwoorden. Een goed contact is van belang. Anders gaat je onderbewuste in raadselen spreken, en dat kost alleen maar tijd en energie. Zoek alle troep op, en ga het gesprek aan, van de kelder tot de zolder."

Dat van het onderbewuste dat orakelt, dat ken ik wel. Zo deed ik eens de boodschappen na een lange dag vol sollicitanten. Het was een goede dag geweest; we hadden een fijne kandidaat gevonden. Bij de kassa hevelde ik de inhoud van mijn karretje over op het lopende band. Verrek, ik at die avond mosselen. Ik kon me niet herinneren die uit het schap te hebben gepakt. Mijn oog valt op een eigennaam op de zak. De naam van de kandidaat.

Vorige week overkwam het me in de tram. Van het station - deze maand een heilige plek voor mij - naar kantoor zat ik opeens met een Spits in mijn handen. Ik lees zelden gratis krantjes (vieze handen, vieze smaak), maar in ieder geval nooit de Spits. Waarom had ik deze opeens naast me van de bank gepakt en open geslagen? Het antwoord vond ik op de achterkant.

vrijdag 26 november 2010

Nanologboek (25)



Straatnieuwsverkoper Ruben Kramer overleed aan de gevolgen van zijn zware verwondingen, opgelopen bij de vliegtuigramp in Utrecht. In herinnering aan de markante Utrechter publiceert SN de ditmaal volledige ongekuisde versie van zijn artikel "Hoe overleef ik het Centraal Station van Utrecht?'.
 Het artikel kan gelezen worden als een reisgids. Utrecht Centraal is groot en mooi. Er is dag en nacht iets te beleven. Weet je niet zo goed de weg, of ben je nog nieuw hier? Ruben heeft gepraat met vele mensen die mooie plekjes weten. De top tien staat vandaag wedrom in SN beschreven.

~*~

Nanologboek (24)


Arnoud en Bianca zijn beiden op zoek naar een vaste relatie. Beiden zijn niet wanhopig (hoewel, Arnoud, niet wanhopig?), maar kunnen een beetje hulp wel gebruiken. Rela4ever heeft de juiste papieren, maar voor Arnoud en Bianca levert het niets op. Straks moet je nog aan je zelf gaan twijfelen, alleen omdat je de raarste vogels op je dak krijgt gestuurd.
Een managementtrainer die haar dood tegemoet struikelt, en een hulphond met een eigen wil, die zorgen dat het toch allemaal gewoon goed komt. Toch?

~*~

Nanologboek (23)


Inge de Liefde is een vrouw van het type 'vraag het me niet, advies krijg je toch wel'. Omdat zij het leven pleegt toe te lachen, lacht het leven doorgaans terug. Op een stralende zaterdagmiddag wijkt ze van haar geplande fietsroute af en bevindt ze zich plotseling in de glimmende keuken van haar ex-baas, bovenop zijn aanrecht. Twee maanden later zal Inge zich afvragen of er een positief omgekeerde bestaat van 'Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet dat ook een ander niet.' Daar zit ze, in een openbaar toilet. Hoe vol hoop en angst kun je zijn. En dan moet het dak nog naar beneden komen.

~*~

maandag 22 november 2010

Nanologboek (22)


Aldert Bleijenberg is een helpdeskmedewerker die probeert toneelschrijver te worden. Op een avond belt hij zijn tuttige tante, altijd goed voor een ideeënrijk gesprek. Maar soms wil ze niet luisteren, en al helemaal niet hem laten praten. Terwijl Aldert zijn eigen woorden opneemt, in de hoop dat daar een mooie monoloog van de maken valt, gaat tante Isabella los over de zaak van Ruiker & Van den Brink. Of haar neef - je vous en pris! - niet verder wil vertellen dat ze daar haar bloemen koopt. Om tenslotte met de belangrijkste vraag op de proppen te komen. Wat ga je morgen doen?

~*~

zondag 21 november 2010

Nanologboek (21)


Je zal Etienne Blom zijn. Je zal zijn tranen zijn, zijn kruis, de woorden in zijn hoofd. Je zult naar het Requiem van Verdi luisteren in een eeuwenoude kerk en na afloop zul je zeggen: zo mag het zijn geweest. Genoeg is genoeg. Als de hemel nu bovenop me valt, mij zul je niet horen klagen. Zo wil ik wel eeuwig rusten.
Wie zal zeggen of het wat uitmaakte wat de zelfverklaard muziekrecensent die zondagmiddag zag, en vooral hoorde. Binnen een paar dagen was hij dood, bevrijd misschien?

~*~

Nanologboek (20)


Juist als de hele familie in de auto zit, klinkt een doffe tik. Moeder denkt even dat de SUV achter haar te dicht hun auto heeft genaderd, maar het moet iets anders zijn. Drie kwartier om naar de bioscoop in het IJsselstadje 14 kilometer verderop te komen. Het zou makkelijk moeten kunnen. Maar bij de eerste de beste bocht hapert de stuurbekrachtiging, en is kracht alleen nauwelijks voldoende om door het schijnbare mulle zand te draaien. O jee, nu ook een lampje.
Als dit een verhaal in een boek was, dan zou het als ongeloofwaardig toeval worden afgedaan wat hierna plaatsvond.
De weg naar de bioscoop leidt langs de eigen garage. Daar is een jong mens dat gelijk wil helpen. De motorriem blijkt bezweken. Best zeldzaam en niet zomaar te maken. Het aardige jonge mens kruipt onder de auto, waar een rat rakelings langs zijn gezicht op het plaveisel glijdt. Dit gaat duren. De moeder knippert brutaal/bevallig met haar blauwe ogen en regelt een vervangende ford. Exact op tijd zit de familie een half uur later klaar voor Harry Potter.

Op zo'n dag wordt niet geschreven; het is niet anders.

~*~

zaterdag 20 november 2010

De Willemijn in mij

Waarom kan ik toch niet onthouden hoe ik foto's op een eenvoudige manier op Ravelry krijg? Ik wil laten zien wat ik cadeau kreeg van Gerdien, en wat ik uit de rest van de doos als buit gesleept heb, maar al wat ik probeer, het 'kijk zo klik klik gewoon die en dan dit klik klik overnemen en hup klik hier is het' van de zoon krijg ik niet nagedaan. Terwijl ik toch niet zo'n enorme computernitwit ben.
Enfin, via een omweg dan maar. Levert het ook nog een blogje op.


Dit zijn de cadeautjes. Een projecttasje (voor de niet breiers, daar zit dus een breiwerk in wording in. Een bol wol, een halve sok, een naald en een patroontje, ja, dat past), een plak chocola (de meeste breisters houden van chocola en poezen - alweer mazzel dat de gulle geefster voor het eerste koos), prachtig sokkentijdschrijft (heb ik ook net van vriendin gekregen, maar het is meer dan de gedachte die telt, want hier maak ik iemand anders nog heel blij mee), lief kaartje natuurlijk, en wee prachtige bollen wol. Mijn jongste hobby is De Baret, dus dat gaat helemaal goed komen.


Er waart dus een doos door Nederland, de doos vol breierijen. Deelnemers halen eruit wat ze mooi vinden en/of goed kunnen gebruiken, en vullen aan met gelijkwaardigs prachtigs. Buiten dat dus het persoonlijke cadeau (eerste foto). Deze prachtige wol en wat handige magneetknoopjes haal ik uit de doos. Vooral de wol doet me blozen. Ik heb het gevoel dat ik het allermooiste uit de doos heb gekaapt. Nou maar hopen dat iedereen dat gevoel heeft.
Dat wat ik terugstop, dat kan natuurlijk niet op de foto, want dan is de verrassing weg :-)

Zo. en nu maar hopen dat ik naar dit blogje kan verwijzen op die brei-site.

vrijdag 19 november 2010

Nanologboek (19)


Willemijn van Oosten is een volkomen tevreden alleenstaande vrouw. Actief van één minuut voor half acht tot drie over twaalf 's nachts. Haar huis blinkt, haar computer ronkt. Er is ruimte voor verrassingen en voor 100% plezier. Ze weet precies wat ze doet en ze doet het met overgave.

O, yes, I'm sure my life was well within it's usual frame
The day before you came 
It's funny but I had no sense of living without aim 
The day before you came

Benny en Björn zouden over Willemijn hebben kunnen schrijven.

~*~

Nederland schreeuwt



Kernwapens, kernenergie, dat was mijn pakkie an. Arbeidsonrecht, kraken, vrouwenrechten: ook van mij. Zusje A. was van de dieren, het milieu en de vele foute buitenlandse regimes. We waren 15, 16, 17, 18, en elk weekend waren er demonstraties. Best handig, om dan vlak bij Den Haag te wonen. Ik steunde haar en zij steunde mij. Wij liepen achter mening bordje.
Kernwapens zijn er in Nederland niet gekomen, een kerncentrale ging dicht, er is heel wat gekraakt, er zijn betere CAO's gekomen, kinderdagverblijven, in sommige landen gaat het wat beter, walvissen en dolfijnen knuppelen vinden we nu allemaal schandalig. Geen dank, we hebben het graag gedaan.

Mensen, we mogen weer. We moeten weer.


Bij de opening van het IDFA werd gevraagd of we deze week een geel lintje willen dragen, een yellow ribbon, om zichtbaar de cultuur een warm hart toe te dragen.
Ik heb deze zelf gebreid. Dank u.

~*~

Nanologboek (18)


Erik Schimmel woont in Nieuwegein, in de wijk Fokkesteeg, op een tweekamerflat die hij zeer netjes houdt. Twee keer in de week doet hij boodschappen voor zijn stokoude buurvrouw, en verschoont hij haar kattenbak. Erik spaart sprinklers. Dat doet hem op een prettige manier aan zijn vader denken, die brandweerman was. Erik zit 'op de tram', zoals zijn collega's hun werk noemen. Erik noemt zichzelf voluit trambesuurder. Hij is content met zijn leven.
Dan staat daar op Westraven die vrouw, in een rode jas. Zij vangt zijn blik en niets zal ooit meer hetzelfde zijn.

~*~

Nanologboek (17)

Dagje niet schrijven. Ik heb weer aandacht voor iets anders dan mijn mini-laptopje. Mijn medepassagiers slapen of maken een sudoku. Ik zie het langzaam licht worden buiten, rode achterlichten op de A1 - we zoeven er voorbij-. Utrecht Centraal. Ik neem expres de andere uitgang, om ook 's ochtends de hal te zien. Er zitten twee mensen op het bankje van Josje van Schaik. Een oude man eet een puddingbroodje. Het is nog geen half acht. Rokers staan buiten, op het asfaltplakje bij de taxi's. Gera Thijs moet het een crime hebben gevonden, om hier tussen het plebs op haar chauffeur te wachten. Ik loop met de meute mee naar de sneltram. Ik vang de blik van de bestuurder als de tram aan komt rijden. Hij steekt zijn hand op. Vriendelijke vent.

~*~

woensdag 17 november 2010

Nanologboek (16)

Derk van Wersch heeft een negende levensjaar beleefd waarover de psycholoog tien jaar later zegt: het boek zou slecht verkopen. Waarmee zij waarschijnlijk bedoelt dat zoveel leed als Derk trof, dat jaar, zelfden in één mensenleven, laat staan in één jaar, voorkomt. Derk zat er nooit zo heel erg mee. Een warme familie - of wat daar van over was - doet wonderen. Maar op het moment dat hij begint te studeren, gaat het licht uit, en komen herinneringen terug. Mooie, maar ook onwelkome.
Op een station op een regenachtige middag zou dat tot vernietigende keuzes kunnen leiden...

~*~

dinsdag 16 november 2010

Nanologboek (15)


De jongste zoon leest trouw mijn weblog. Publiceer je die stukjes ook in je boek, vraagt hij. Toevallig had ik daar net over na zitten denken. Het zou natuurlijk kunnen, het zijn ook woorden in november geschreven. En ze vallen vast onder de noemer 'fictie'. Ze horen in ieder geval duidelijk bij het boek.
Ik overweeg heus niet om alle mails die ik op mijn werk verstuur hier op te nemen, zo kom ik wel aan 50K in de eerste week, maar die blogjes. Kom, bedenk ik op dag 15, ik ga het gewoon doen!
Derk van Wersch mag nog een dagje de kast in - hij kreeg nog maar 167 woorden vanmorgen, toen sloten de luiken - en ik knipperdeplak 's avonds alles aan elkaar wat ik tot nu toe heb. De nanologjes als 'tussendoor-achterkantje' na elke dag. Anders zitten er teveel spoilers in, zoals wij boekgrrls verklappers noemen. Het voelt als een cadeau, maar ook een beetje als vals spelen: bijna 2.000 woorden aan het boek toegevoegd.

~*~

zondag 14 november 2010

Nanologboek (14b)


Tekla Hogenkamp is met haar veertien jaren de baas over haar eigen leven. Met hulp van Sietse, die liever ziet dat Tekla zeventien is. Hij heeft al haar familie en vrienden uit haar mobieltje gehaald, want ze heeft aan hem genoeg. Tekla vindt dat ook. De buitenwereld weet niet wat zij wil. Zij weet wat ze wil. Als ze maar kan onthouden wat dat ook alweer was. En als die baby, naast haar in de toiletblokken, maar eerst eens ophield met krijsen.

~*~

Vanavond de 25K aan woorden gehaald. Ik ben op de helft. De neiging te gaan teruglezen, te schrappen, te redigeren, is groot, maar daar kan ik niet aan toegeven. Twaalf personen wonen in mijn hoofd. Er zullen er nog 13 bij komen.

~*~

Nanologboek (14a)


Gera Thijs is een diva op haar retour. Ze komt langzaam tot de ontdekking dat haar ooit goddelijke lichaam, dat menig man in Parijs en ver daar buiten, buiten zinnen bracht, niet langer de bekoring heeft van ooit. In de medewerkster van de nagelstudio herkent ze haar jonge zelf, en aan haar doet ze haar levensverhaal. Met haar woorden schildert de 63-jarige een wereld die voor de jonge vrouw te aanlokkelijk is om te negeren ...
Gera wordt bij de taxistandplaats opgehaald door haar chauffeur. Is Waree op tijd om in te stappen?

~*~

zaterdag 13 november 2010

Aansprakelijk


Ik deed het nooit eerder: iemand aansprakelijk stellen als hij iets uit zijn handen laat vallen. Maar deze keer maak ik een uitzondering. Vang dan, zei het ene bezoek tegen het andere. Maar die ving niet, en de fles cola landde op de schaal. Ik wist van niets, ik zat ver weg, in plaats en in tijd, in Weimar in een restaurant dat niet voor niets 1900 heet.

Richard Godfrey moet maar niet teveel naar zijn naam googelen. Het lijkt me een rotgezicht: je eigen werk aan barrels.

Nanologboek (13)


Daar gaan we, het volgende verhaal. Voornaam geprikt: Folke. Achternaam: Ramsoed. Dramatische situatie: Raadsel. Het weten dat ik vanavond met deze ingrediënten een verhaal van minstens 2.000 woorden heb gebrouwen, is zo zoet. Maar het moet wel eerst geschreven worden natuurlijk.
Eerst de zaterdagse dingen: de was, de markt. Onderweg begint het te borrelen. Een wat oudere man ditmaal? Op reis, gaat hij op reis? Plotseling weet ik zeker dat hij naar de kathedraal van Chartres gaat. Folke moet daar gaan ondergaan wat mij onlangs in Leipzig, in de Thomaskirche, niet lukte: een verbinding aangaan met geschiedenis, en zo een waarheid vinden. Groot of klein. Menselijk of mystiek, het verhaal zal het uitwijzen. Vanavond weet ik het.
Dan kan ik bovendien een link leggen met Onno Heemink van dag 2, die een tatoeage van het labyrint van de kerk uit Chartres, op zijn hoofd draagt. In de bieb scharrel ik een artikel op over het labyrint. Ik kan niet veel veldwerk doen, zo impulsief en onder hoge druk als ik te werk ga, maar iets op een zaterdag moet lukken. In het artikel wordt ook het marmeren tegelwerk op de markt in Deventer genoemd. Krijg nou wat, mijn eigen stadje heeft natuurlijk ook een labyrint. Een kunstwerk, naast de zaterdagse viskraam. Ik besluit er even langs te lopen.

Kijk de foto: daar kan ik toch zo van genieten: het kunstwerk is niet meer. De paaltjes en de hekken doen vermoeden dat het wordt gerestaureerd. Dat is al vaker gebeurd. Er is hier twee keer per week markt, en het werk is al meermalen kapotgereden en weer opgekalefaterd. Nu ziet het er rigoureuzer uit. Geen idee of Folke hier iets meer van weet.

Nanologboek (12)

De omgeving informeert bezorgd of het wel goed gaat. Ze zien me niet schrijven? Ja, prachtig die sjaal, maar hoeveel woorden heb ik vandaag al gedaan? Ik geniet van de aandacht van man en zonen, maar de druk wordt er niet minder om. Rechterschouder staat in brand. De schuld van veel te veel muizen, en breien. Ik moet echt even rustig aan doen. Even, ik vind een vrijdag wel genoeg. 's Avonds trek ik het niet meer. Midalgan extra warm moet helpen, in combinatie met een nachtje niet op die schouder slapen.

Zaterdag - nanodag 13: om tien voor acht wakker geworden. In mijn leven heet dat uitslapen. Zo nu en dan wat voorzichtige schoudergymnastiek en verder: zitten en schrijven. Nanning heeft over het schoolplein gelopen. Een moment van vernedering en inzicht. Zijn verhaal is klaar.

Ik nader de 20.000 woorden. Dit weekend wil ik de 'half way shout' kunnen slaken.

vrijdag 12 november 2010

Nanologboek (11)


Nanning Atsma mag zijn Dinsdag beleven. Hij woont in mijn hoofd, maar daar woont ook de sjaal die ik nu wel eens af wil hebben. Retourtje naar Den Haag, per trein moet toch ruimte voor beide opleveren? Nee, de sjaal is meer werk dan ik dacht, en 's avonds naar de schouwburg: 500 woorden vandaag, slechts. Goede woorden dat wel. Maar daar gaat het deze maand helemaal niet om. Ik loop nu officieel een beetje achter.

Nanologboek (10)

Voordat ik begon te schrijven heb ik 25 voornamen verzameld. Ooit zal ik vertellen hoe ik juist aan deze 25 namen kom. Vaste lezers uit bepaalde kring hebben wellicht al een vermoeden. De tweede verzameling is een lijst van 25 achternamen. Ik heb die van collega's genomen. Ik word niet of nauwelijks gelezen op mijn werk, dus dat blijft wel rustig. Elk keer als ik een nieuw verhaal begin - de 25 verhalen die in de maand november 50.000 woorden op moeten leveren - wijs ik mezelf random een voor- en een achternaam toe.
De Marieke van gisteren was een uitkomst. Uit eerdere verhalen wist ik al dat zij het zusje van Onno en het nichtje van Josje was. Haar verhaal liet zich dan ook soepel schrijven. De naam van vandaag riep niet genoeg op om op alweer een drukke werkdag, aan de slag te gaan. De rest van het leven gaat ook door, het is niet anders.
Een woordloze dag, de tiende novemberdag. Het zij zo. Ik kan het hebben.
Maar als de inspiratie blijft wel erg lang weg. Van de plank naast mijn bed pak ik het boekje van Jan Veldman, de 36 dramatische situaties. Ik kies mijn lievelingsgetal, nummer 29 en lees "Verliefd worden op de vijand." Langzaam komt het idee ...

Nanologboek (9)

De negende nanowrimodag bracht de achtste persoon: Marieke Bijvoet. De forse kater die Marieke de hele Dinsdag bij zich draagt was goed inleefbaar in het donkere café. Pas na een kwartiertje typen kwam de bediening zich excuseren voor het ontbreken van licht. Ik kan letterlijk blind typen, dat is nu bewezen :-)
Marieke stelt zich de vragen die elke dertiger zich vroeg of laat stelt: Kies je voor het huisje, het boompje, of het beestje? Als je vreemd gaat, vertel je dat dan aan je vriendinnen? Kun je nog zuipen op een doordeweekse dag?

maandag 8 november 2010

Nanologboek (8)


Cécile Baboeram is zo'n moeder die alle ballen in de lucht houdt: een relatie, een gezin, een baan, een moeder, vriendschappen. Voor een glossy magazine mag ze de laatste tien uur van haar leven beschrijven. Zo dichtbij zichzelf kwam Cécile nog nooit. Maar als het gelezen wordt, draagt zij de lijkwade al waarin ze voor de lezeressen poseerde.

zondag 7 november 2010

Over uit (4)



Om mij heen zit een klas dertienjarigen. Twee jonge leraren gaan prettig relaxt, maar streng met hen om. De meerderheid is duidelijk nog nooit in de schouwburg geweest. Het plaatsje zoeken vraagt heel wat overleg en geschreeuw, en gegiechel. Eindelijk zit iedereen waar hij en zij wil zitten; de leraren er strak achter, naast mij.
Alice in Wonderland, vanavond gespeeld door het Noord Nederlands Toneel.
Om twee minuten voor acht al klaar zitten, dat vraagt nog heel wat zitvlees. De juf informeert bij drie meiden of ze het verhaal van Alice in Wonderland kennen. Twee hebben de film gezien. Juf vat ongevraagd samen: Alice valt in een konijnenhol en komt in een wereld terecht waar de natuurwetten niet gelden. Ze komt allerlei vreemde mensen en dieren tegen: een wit konijn, een rare kat ..
En Johnny Depp! vult een van de meiden enthousiast aan.
Het zou niks voor mij zijn, lesgeven: Juf kan het; Juf zúcht niet eens!

Dan blijkt de toneelAlice vanavond in een onaangenaam hedendaags Wonderland terecht te komen. Natasja Kamphues meets Marc Dutroux. Meekijken gewenst, zullen we maar zeggen. Het spel is magnifiek en de jongeren bijna muisstil. We lopen achter elkaar de zaal uit. Juf, komt er nog een pauze? Nee, zegt Juf. Nu is het klaar.

Nanologboek (7)


Lineke Beem leeft met een blackberry in haar hand. De buitenwereld bestuurt ze efficiënt en succesvol. Nog geen dertig jaar, maar professioneel professionals aansturen: daar geeft ze trainingen in. Dat betekent de trein van 5.27 uur uit Enschede, en als ze een beetje opschiet, die van 16.51 uur terug. Op een goede dinsdag huppelt een meisje met haar mee.

De zevende schrijfdag levert bijna 4.000 woorden! Arjen Visser komt na nog ruim 1400 stuks aan zijn einde, voorlopig figuurlijk. Lineke Beem's wordt in Enschede verteld, bij Bagels & Beans, tijdens mijn eerste Write-In. Ik ga het halen, in 2010, het zou zomaar kunnen.

Nanologboek (6)

Arjen Visser is voor een man van 19 jaar best klein. Hij heeft donker haar en zwarte ogen. Diploma's en een vaste woon- of verblijfplaats heeft hij niet. Je zou met zo'n naam anders verwachten.
Arjen komt vanavond op televisie, als de KRO een poging gaat doen zijn biologische vader te vinden. Waar Arjen op dat moment is?

P.S. Arjen krijgt pas om tien uur 's avonds het toneel. 700 woorden, bij lange na niet genoeg voor de turbulente dinsdag in zijn toch al turbulente leven. Wordt op dag zeven vervolgd. Ik loop voor het eerst achter. Nog voor week 2, die in de nanowrimo-wereld Hell's Week wordt genoemd, is begonnen.

Nanologboek (5)

Je zou denken, hopen, en zelfs verwachten dat de vrije vrijdag minstens de dagelijks target van 2000 woorden op gaat leveren. Maar no such thing deze vrijdag. Eindelijk weer eens postcrossingkaartjes geschreven, achterstallig administratie weggewerkt en boerenkool geserveerd. Ach, een dagje vrij moet kunnen. Als morgen maar lekker vroeg van start kan gaan.

vrijdag 5 november 2010

Nanologboek (4)

Josje van Schaik is 34 jaar en heeft het leven strak georganiseerd. Overdag én 's nachts heerst ze over haar brein. Ze heeft alles wat een jonge vrouw zich kan wensen. Een huis, een baan, schoonheid, een aanstaande man. Dan kan niets je orde verstoren.Toch?
Maar dronken worden op haar vrijgezellenavond is genoeg om haar leven blijvend overhoop te gooien. Of had ze niet in slaap moeten vallen op het bankje in de hal van Utrecht Centraal?

donderdag 4 november 2010

Voetbal is zo mooi


Er gaat weinig boven een mooie pot voetbal. Twee enorme doelen, een balletje en maar 22 luitjes op zo'n enorm weiland: hoe moeilijk kan het zijn om die bal in het netje te krijgen? Da's dus Kunst, als zoiets simpels zo mooi moeilijk is.

Het zijn dan ook dikwijls de woordkunstenaars die de wedstrijden mogen verslaan. Op de radio is het helemaal feest. Jack van Gelder, ondanks zijn liefde voor de hoofdstedelijke ballers, is één van mijn genietstemmen. Hij heeft echter twee enorme nadelen. Samen te vatten als: hij kent zijn klassieken niet.
Jouw commentaar mag dan wel met poëzie worden vergeleken worden, maar het is wel prettig als je de woorden ook goed uitspreekt.

Voor eens en voor altijd dan, en dan wil ik het ook nooit meer fout horen:
1. Een speler van de nummer 3 van de eredivisie heet geen Ajaxer, geen Ajaksied, maar altijd en immer een Ajacied. (Nou vooruit, dat stuk chagrijn met z'n overbeet in de voorhoede, als je eens origineel wil zijn.)
2. De club waarvan ze gisteren verloren heet Auxerre, uit te spreken als Oossèr.

woensdag 3 november 2010

Nanologboek (3)

Ina Zandbergen is een toeschouwer. Het leven trekt aan haar voorbij. Ze neemt waar. Ziet, hoort, ruikt, voelt, proeft, maar grijpt niet in. Dan gaat het leven zelden zoals je zou willen. Dan wordt men toeschouwer van zijn eigen ongeluk. Dan heb je niets anders om je aan vast te klampen dan een gevonden groene tas.
(Weer 2026 woorden dichter bij het einddoel.)

Nanologboek (2)


De lange zoon moet een logboek van handvaardigheid maken. Lastig als de structuren in jouw hoofd niet die zijn dewelke je geacht wordt te hebben gevolgd volgens de docent. Zouden er leerlingen zijn die dat wel zo doen? Eerst nadenken over de materialen, deze keuze op papier beargumenteren, dan een aantal (nee, niet een aantal, precies drie) schetsen maken? Die keurig vier referentiebeelden bij hun eigen nog te creëren product hebben gezocht?

Nanowrimo legt slechts 1.667 woorden per dag op. En zelfs dat niet. 50.000 in één dag mag ook. Als er op 30 november 24.00 uur lokale tijd maar minstens dat aantal zijn. Alles wat ik een boek noem, dat noemen zij het ook.
De tweede schrijfdag was even persen. Op de terugweg op de brug over de IJssel typte ik het 2004de en laatste woord aan het hoofdstuk over Onno Heemink. Ook met hem loopt het niet goed af.

Troost


Wij verloren. Dat doen wij wel vaker. Het went nooit helemaal, maar het gebeurt. Ik kijk zo'n avondje geen Studio Sport, maar draag het overigens als een Dame.
Nooit verloren we zo erg. Zelfs na ruim een week laat het zich maar moeilijk beschrijven. Wij verloren met 10-0 van PSV. Het ongeloof was er, de rest van de lange zondag. En de kater maandag. Een echte. Ik kan er pas nu om glimlachen. Voorzichtig, anders doet het pijn. Dat gevoel was lang geleden. Een heusche drankkater, dat was al wat jaren her, dat ik dat voelde, maar een voetbalkater? De laatste echte was in 1978, en midden jaren tachtig nog 'ns, toen die club uit 020 de mat met ons oprolde.

Ik werd op het werk keurig ontzien, ik kan niet anders zeggen. "Je zegt zeker niks." De Utrechtfan kon niet meer gelijk hebben. Later die dag kwam hij met het mopje. "Heb je het gehoord? Rotterdam gaat zijn netnummer wijzigen. 010 kan echt niet meer."

Wat 010, het was geen 0-10. Het was 10-0 (rub it in, toe maar, nog een keer!). Dit mopje klopt niet.
Is mijn gevoel voor taaljuistheid dan toch nog groter dan mijn verdriet? Die gedachte, die troostte me dan toch even.

dinsdag 2 november 2010

Nanologboek (1)

De kop is er af. 2660 woorden. Het ging kinderlijk simpel op het mini-computerje - netboek heet zoiets geloof ik. Twee keer een uur in de trein en klaar was ik.

Dinsdag gaat deze roman heten. Vijfentwintig hoofdstukken over vijfentwintig mensen met elk hun eigen plan in het leven. Of geen plan. Met eigen dromen en praktische bezwaren. Met elk zovele dinsdagen in hun leven, maar slechts één keer deze dinsdag. Deze dinsdag die voor allen eindigt in de hal van Utrecht Centraal Station.
Nienke Bos komt niet verder dan perron 14a. Zij ruste in vrede.

zondag 17 oktober 2010

Een optimist gaat niet over rozen



Ik houd van pianomuziek. Van mijn zoon die oefent en oefent. Van een CD van de hoogste kwaliteit. Van een fluisterstille concertzaal met de jongste beroemdheid.
Ik houd van musea met de op het eerste, en tweede, en soms ook het derde gezicht, onbegrijpelijke installaties. Van handen die achter een wit gordijn in schaduwen over potten en pannen glijden. Achttien overheadprojectorten, op afstand bestuurd. Ik mag mijn naam op de juiste hoogte op de muur van een lege zaal schrijven.
Ik houd van fietsen en van fietsers. Van soepele bewegingen zonder hulp van eeuwenoude diertjes of gebotste atomen. Van fietspaden in de voorrang. Van overvolle stallingen waar altijd dat ene mooie plekje voor mijn eigen stalen ros is.
Ik houd van het kleine en het unieke: een spruitjesteler zonder gif, een woonwagenbewoner met een eigen schooltje, een dame met een weggeefwinkel.
Mijn batterij laadt zich op aan licht, aan lucht, een zalen met gebreide aanrechten, aan een school waar de tram doorheen kllingelt en het vak van kunstenaar wordt onderwezen.

Ik heb geloof ik de verkeerde regering.

50.000

De kogel is door de kerk. Ik ga er weer voor. Net als in 2007. November wordt ook in 2010 mijn novel writing month. Niet lullen, maar poetsen. Woorden poepen. Die kritikaster in mezelf, de kritische meelezer, mijn gevoel voor schoonheid, voor literatuur: alles in de kast voor een maand. Deur dicht, slot erop.
En dan maar schrijven. Vijftigduizend woorden in dertig dagen. Vijfentwintig dagen van tweeduizend woorden en vijf dagen respijt, bijkomen, uitrusten, opladen.

Het idee is er. De titel is er. Dinsdagmorgen. Of is Dinsdagochtend beter? Of misschien toch maar 7.53 uur. Jeetje, het luister best nog nauw. Zeven minuten voor acht. Opnieuw: ik heb wat ideeën voor een titel.
Er mag pas geschreven worden vanaf 1 november 0.00 uur. Het aftellen is begonnen. Personages spoken door mijn hoofd. Kleine verhaallijntjes ontspruiten. Ik weet waar het zich af gaat spelen. Daar kan ik alvast onderzoek gaan doen. Wordt vervolgd!

Nog voor ik een woord op papier heb, is de euforie al groot. Want het jongste en langste kind gaat dit jaar meedoen. Als je een hylarisch toneelstukje voor Duits kunt schrijven, dan ligt een boek binnen handbereik. Gisteren hebben we een schattig laptopje gekocht. Hij mag het houden als de eindstreep gehaald wordt. Samen verheugen we ons op die enorme kick van het halen: 50.000 woorden.

zaterdag 9 oktober 2010

Plop





Een collector's item!
Je ziet het zelden op een boodschappenlijstje staan, maar ik kom wel eens thuis met iets dat 'wel lachen' is. Zoals deze Andrélon Champagneshampoo. Een speciaal feestflesje, omdat ze 70 jaar bestaan, de Andrélonnetjes.
Edam Holland mag alleen Edam heten in het buitenland, omdat Edam Holland is voorbehouden aan 'onze' kaas. Eigen kaas eerst. En daarom mag Champagne alleen in Frankrijk, zegt de Europese keuringsdienst van waren. Mij ontgaat de logica, want Champagne France zou ik zeggen mag alleen daar, en dan mogen wij toch Champagne gebruiken. Tant pis, het mag niet. Dit weekend rijdt menig vrachtwagentje de Kruidvatten, Etossen en supermarkten af om de shampoos uit het schap te halen.
Maar bij mij zullen ze niet aanbellen. Ik kan nog weken bubbelen!

Afscheid


In 1983 waren we op Texel. Ik had net mijn propedeuse gehaald en kreeg een prachtige matwitte vaas. Mijn moeder kocht wol van een Texels schaap. De vaas verloor ik na een paar jaar uit het oog- dankzij een kleptomane huisgenoot. De wol werd in de handen van mijn moeder een solide wintertrui.
Ik erf de trui, die veel te warm voor me is. In plastic, tegen de mot, wacht de trui op hevige koude of een ander mooi moment. Het moment waarop de dochter het breien weer oppakt, bijvoorbeeld. Uithalen en iets moois (mooiers, pardon) van maken!
Die prachtige sjaal misschien, nog zo één? Ik peuter de trui na 27 jaar voorzichtig uit elkaar. Helaas. De enorme lap is al te vervilt, te oud, om nog te recyclen.
Gelukkig hebben we de foto's nog.

Straatnieuwtje


Zie staat niet voor de Aldi, maar voor de buurwinkel, Albert Heijn. Dagelijks, tijdens alle openingstijden. Tegen de pui van de winkels staat een sjofel rugzakje. Zij zelf staat - als het nodig is onder een enorme paraplu - een meter of vijf van de ingang. Spreken doet ze nauwelijks. Haar glimlach is bescheiden en vriendelijk. Met twee handen houdt ze het Straatnieuws voor haar buik.
Bij haar voorganger kocht ik wel eens. Tot hij steeds assertiever naar extraatjes ging vragen, toen vond ik het genoeg, want ik heb niet echt antwoord op de vraag of ik niet meer kan missen. Bij haar heb ik gek genoeg nog nooit een daklozenkrant afgenomen. Ik vraag me af wat er in haar rugzakje zit, en of ze niet moe wordt, van dat eindeloze staan.
Vorige week moest het er maar eens van komen. Het regende en ze glimlachte. Ik zocht naar munten en vroeg me in stilte af, hoe dat moet straks, als wij geen cash meer bij ons dragen, alleen maar een chipknip. Net toen ik haar het geld wilde overhandigen - haar rechterhand liet de krant al even los - ging een mobiel af.
'Moment, zei ze. Met twee dikke m'en. Mmomment. Een internationaal verzoek.
Ze grabbelde naar haar kontzak. Brabbelde hooguit tien seconden in een Slavische taal. Ik betaalde, en stopte de krant naast brood en bananen.
De hele week houdt me dit het meest bezig: Is het raar dat een dakloze mevrouw een mobiele telefoon heeft of ben ik raar omdat ik me deze vraag stel?

zaterdag 25 september 2010

Annie wist in 1971 al raad

 
's Ochtends geen zin om na te denken over wat je aan moet trekken? Een Britse kunstenaar van het Imperial College in Londen heeft de oplossing bedacht. Een spuitbus waarmee je kleding op je lichaam kunt spuiten.
De 'katoenverf' is een mengsel van katoenvezels, polymeer en een oplosmiddel dat zorgt dat de stof hard wordt zodra het in aanraking komt met je lichaam. Je kunt de dikte van je kledingstuk zelf bepalen door meerdere lagen over elkaar te spuiten.



Dit was deze week nieuws.
Nieuws? Laat me niet lachen.
Zijn wij mijnheer Pen vergeten? Mijnheer Pen, die Aagje Helderder redde van de toorn van haar smetteloze moeder? Aagje mocht op de draaischijf, en met de spuitbus werd haar vuile gescheurde jurkje weer als nieuw. Al plakte ze even een beetje.
 

blogger templates | Make Money Online