vrijdag 20 november 2009

Tikje


In de trein is ze al een bezienswaardigheid. Klein, krom, dikke bril, tastende dunne handen, keer op keer, in haar tas. Ik ben vast niet de enige forens die zich zorgen maakt of deze broze dame in de efficiënte massa veilig thuis zal komen. Haar handen maken met een beverig tikje duidelijk dat ze er in Deventer uit wil. Ik ben vandaag met de auto naar het station gereden. Zal ik haar een lift aanbieden?
Het boodschappen doen in de stationshal kost me een paar minuten. In de parkeergarage tref ik haar aan. Is ze verdwaald? Ze zal toch geen auto rijden? Toch loopt ze richting betaalautomaat. Schuin achter haar staand, zie ik de fraaie halve maantjes haar dikke bril sieren. Het kaartje wil niet in de betaalgleuf, het geld past niet in de ruimte voor het kaartje. Bovendien hangen de aanwijzingen te hoog. Ik help haar.
Ik geloof niet dat ik hier eerder geweest ben, zegt ze.
Moet ik nu kijken of ze zonder brokken de garage uit komt? Ik kijk de schuifelende vrouw na, en stap dan zonder verder te kijken in mijn eigen auto.

Een paar dagen later, 's avonds best laat. Weer tref ik haar in de garage, maar nu duidelijk zoekend. Er staan nog ongeveer tien auto's in de grote ruimte. Ik betaal en spreek de dame aan.
Moet u nog betalen?
Opgelucht kijkt ze me aan. Het kaartje komt moeilijk uit haar vaste greep, maar soepel haalt ze geld uit haar jaszak.
Wel thuis, wens ik haar.
Ze kijkt zoekend rond. Ik ook.
Op goed geluk wijs ik naar een rode kleine auto van een jaar of tien oud.
Is die rode van u? Best donker hier, hè?
Ze knijpt haar ogen samen en haalt haar schouders op. Ze loopt richting de auto. Wat gepruts, en dan gaat de deur open.
Mijn auto staat een stuk verderop. Toch ben ik eerder de garage uit. Een rare bocht, langs de taxi's, linksaf en voorsorteren voor het verkeerslicht. Via de achteruitkijkspiegel zie ik haar naderen. Het rode auto'tje tikt mijn grotere groene aan. Beverig zachtjes.

woensdag 11 november 2009

Verheug (4x)








Na de poëzie volgt het toneel. Leren schrijven doe je door te leren lezen en te leren kijken. Vandaag las ik Frühstück No Future, van Ronald Giphart en Gerard van Kalmthout. Ik genoot vooral van the making of, die uitgebreid beschreven wordt. Er borrelde dankzij dit boek inspiratie voor mijn huiswerk van deze week. Want we hebben natuurlijk schrijfhuiswerk, naast leeswerk (een toneelstuk per week) en kijkwerk (een toneelstuk per week). Het toetje is in Amsterdam, volgende week ga ik in Utrecht. Voor Deventer kocht ik vier kaartjes. Zie de afbeeldingen. Herkent u iets dat reeds lang in het Westen te zien is geweest?
Als het blogwaardig is, dan leest u er hier meer over, te zijner tijd.


dinsdag 10 november 2009

Beauty is in the eye of the beholder


Links Hanneke Groenteman (voor) en rechts Hanneke Groenteman (na). Haar karakter is ongewijzigd, vertelde ze bij Matthijs van Nieuwkerk. Nog steeds kijkt geen man naar haar om. Maar hoe blij is ze met zichzelf. Ze durft nu op televisie zelfs achter de tafel vandaan, om haar hele slanke zelf te laten zien.
Hanneke, beste meid, over smaak valt te twisten. Wat vond ik je altijd mooi, en wat vind ik je nu eng.

maandag 9 november 2009

Dit dan (2)

Dat papier met een blauw hondje. Honderden hondjes per rol. Zacht zal het zijn. Het vervult de doelen waar het voor bedoeld is. Maar dat hondje? Voor de achterkant is tot daar aan toe. Maar voor mijn voorkant? Het staat met steeds meer tegen.

vrijdag 6 november 2009

Dit dan (1)

Ik betrap me elk jaar op deze, dezelfde gedachte:
Het kan niet waar zijn dat al die bladeren die uur in uur uit, dagenlang, wekenlang, naar de grond dwarrelen, aan die paar bomen hebben gezeten.

zondag 1 november 2009

Kleintje

Ik was het tot 6 augustus 1965, maar geheel onbewust.
Ik was het daarna heel lang niet meer.
Pas in het begin van de jaren negentig was het, een paar jaar, weer zover. Maar ook toen heb ik er niet zo over nagedacht. Een vrij standaard heterosexuele situatie, de onze.
Vanaf 12 juni 1994 was ik het overduidelijk niet meer. Heb ik er toen over nagedacht dat die situatie ooit weer in zou treden? Anderhalf jaar later leek de status quo - als ik er al over na had gedacht - zich te versterken.
Tot deze week. Wie de eerste was is niet meer te achterhalen. Spruit twee, gok ik. Het feit is in ieder geval daar: de man was het al; nu zijn de jongens het ook: langer dan ik.
Ik ben de kleinste in huis.

zondag 25 oktober 2009

Heel druk

Hij klikt met z'n pen. Aan. Uit. Aan. Uit. De vergaderstukken liggen breed uitgespreid voor hem. Hij schikt en herschikt. En klikt met zijn pen. Zijn stoel schuift hij wat dichter bij de tafel. In drie hupjes. En terug schuift hij weer, zuchtend. Zijn neus laat hoorbaar veel lucht door. Stoel. Pen. Vergaderstukken. Neus.
Ik ken hem niet. Het lijkt me een aardige man, ook al drinkt hij thee. De vergadering duurt lang. Elke keer als hij thee wil, schuift hij zijn stoel piepend achteruit, stampt door de zaal, fluistert zeer hoorbaar een vraag, en stampt met waterkan weer terug. Stoel in drie hupjes, zuchten, dop valt op tafel, theezakje plonst. Slurpje thee. Pen erbij. Aan. Uit. Aan. Uit.

Ik maak aantekeningen met een soepel lopende pen. De bladzijde van mijn schriftje sla ik langzaam en geluidloos om. De koffie schenk ik met precies de minst geluid makende snelheid in. Mijn schouders verkrampen - onhoorbaar - tijdens een stoelgeschraap die ik niet aan hoorde komen.

De vriendelijke man heeft stevige tekst. Elke derde woord met een klemtoon krijgt een vuist op tafel. Ik ben het met hem eens. Ik kijk naar die vuist. Hoor het kopje dat scheef op het schoteltje staat sprongetjes maken.

Ik weet me vier uur lang in te houden. Ik deel geen zakdoekje uit. Ik vraag niet, zelfs niet vriendelijk, of de pen wat minder mag. Mijn hand, die zijn vuist wil troosten, bedwing ik.
Wat kun je een hoofdpijn krijgen van een vriendelijke man.

maandag 12 oktober 2009

Toepad

Het gaat geen punten scoren in de poëzieklas. Een enkel zinnetje haalt een modern gedicht van mijn hand. Misschien. Ooit. Voor de neven en nichten en van vaderszijde, dit kijkje in ons gedeeld verleden. Klik vooral op de link, voor het echte drama.


Cadence perdu

Na de kerk en de cake en de kip
het hele gezin in de zwarte Dauphine
om de vader van pa en de moeder van pa
en de neven en nichten te zien

Zingen we canons en psalmen in koor
de heer is mijn herder, de morgen breekt aan
‘Net goed’, zegt de man met de hoed in zijn hand
als wij met pech aan de kant komen staan

Twee kabouters niet thuis in de bocht in de weg
Over de Maas waait een stinkende wind
Mijn laars krijgt een kraagje van zondagse kous
Toepad is daar, met het erf van kastanjes en grind

Wie nog geen zes is die mag op de koe
We besluipen de kuikens in grazige wei
Een oudere nicht die komt nat uit de bron
Een neef met een spijker vol roest in z’n zij

Kijken bij oma naar kaas in de kelder
Opa jaagt spreeuwen omhoog uit de boom
Het vlees in de soep kauw ik zwijgend tot gummie
Een knipoog van links, en ik spuug in de hand van mijn oom

Om vijf over vijf spreekt de man in zwart wit
nul – nul en een één en een drie
Terug in de auto met appels op schoot
en ieder van ons met een reepje cacoafantasie

zondag 11 oktober 2009

Cognac

Je probeert eens wat, als aankomend schrijver. De hoofdwet van het moderne creatieve schrijven luidt Show, don't tell. En dus bekwaam ik me met tien anderen elke zaterdag in de juiste vergelijkingen, de prachtigste metaforen. De zintuigen draaien overuren.
In het korte verhaal over een leraar de midden in een drukke winkelstraat een jonge moeder tegenkomt, schreef ik:
De hand van het meisje voelde als een glas goede cognac na een perfecte maaltijd.
De meester en de klas waren unaniem: too much. Ik wierp nog zwakjes tegen dat het wel de manier was om duidelijk te maken dat de ik-figuur een puike amateurkok is. Zwakjes, want ik was het wel eens met de kritiek: tikje ranzige connotatie licht op de loer, en dat wilde ik niet.
Vrijdag kreeg ik sinds lang Hersenschimmen van Bernlef in handen. De treinreis is lang, het zelf meegebrachte leesvoer uitgeput en ik had naar het boek van de scholier naast me gegrepen. Wat lees ik op pagina 58?

Hoe dun haar vingers aren viel me pas op toen ze me bij de koffie en cognac had ingehaald. Ze hield het glas vast als was het een babyhandje.

donderdag 1 oktober 2009

Jij kunt beter

Mijn grootmoeder was schrijfster van wat destijds 'jongemeisjesboeken' heetten. Hoe Hanneke een vriendinnetje kreeg is net geen klassieker geworden. Louise Charlotte vond ik persoonlijk wel één van de toppers, al haalde het niet bij het meest bekende De Valckeniertjes. Het woord kende ik nog niet, maar ik vond het altijd supercool dat mijn oma 'echte boeken' had geschreven. Mijn moeder - zelf niet vies van een fraai sinterklaasgedicht of een hartelijke brief - vertelde met graagte deze anecdote:

Ooit moest ze een opstel schrijven, ik meen in klas vier van het gymnasium. Zij vroeg haar moeder dit voor haar te doen. Of - het zou zo maar kunnen, bedenk ik achteraf - haar moeder bood aan het opstel te schrijven. Zo geschiedde. Het opstel kwam terug. Eronder stond geschreven: Je kunt beter, Herma! Haar moeder, de schrijfster, mijn grootmoeder, was naar verluidt pislink.

Zestig jaar na dato komt mijn zoon thuis met een beginnetje van een verhaal, met de opdracht het verhaaltje af te maken. 't Begin is van Jeannette Winterson, 't vervolg van de kleindochter van de schrijfster. (2009 is niet meer hetzelfde als 1949. Mijn versie wordt 'sorry, hoor' ff flink geëdit.)

De drie vrienden


Er waren eens twee vrienden die een derde vonden. Omdat ze niemand in de hele wereld aardiger vonden, beloofden ze plechtig dat ze in één paleis zouden wonen, op één schip zouden varen en één gevecht zouden leveren met gelijke wapens.

Na drie maanden besloten ze op een zoektocht te gaan.

‘Wat zullen we gaan zoeken?’ vroegen ze elkaar.

De eerste zei: ‘Goud.’

De tweede zei: ‘Vrouwen.’

De derde zei: ‘Dat wat onvindbaar is.’

Ze waren het er allemaal over eens dat dit laatste het beste was, en zo gingen ze fraai uitgedost op stap. De eerste droeg duikkleding, de tweede een imkerspak en de derde een parachute.

De eerste vriend nam het schip mee en zocht onder water. Hij dook in rivieren, in plassen en in de Stille Oceaan, maar wat hij vond, niet dat wat onvindbaar is.

De tweede vriend zocht in alle bijenkasten van de wijde wereld, en in de paleistuin. Hij vond honing, veel honing, en één keer werd hij gestoken, op zijn linkerhand. Maar al wat hij vond, niet dat wat onvindbaar is.

De derde vriend zocht in de lucht. Hij vloog en sprong, vloog en sprong, maar al wat hij inademde en al wat hij zag, niet dat wat onvindbaar is.

Moe, boos en verdrietig kwamen ze weer terug in het paleis.

De eerste zei: ‘Jullie hebben niet goed gezocht.’

De tweede zei: ‘Eén van jullie heeft het gevonden, en houdt het voor zichzelf’.

De derde zei: ‘Ik heb toch liever goud en vrouwen, dan jullie als gezelschap.’

Ze zeiden nog veel meer, en steeds harder. Ze schreeuwden door elkaar. Hoe wijder hun monden open gingen, hoe dichter hun oren gingen zitten. Toen de zon weer opkwam waren ze alledrie hees. Ze fluisterden plechtig dat ze nooit meer in één paleis zouden wonen, op één schip zouden varen en dat één gevecht met gelijke wapens genoeg was geweest.

De verloren vriendschap bleef onvindbaar.

maandag 28 september 2009

Domweg gelukkig, vooral in de trein

Deadline woensdag aanstaande:
Verhalenwedstrijd Trouw ‘wortels’.

Deadline vrijdag aanstaande:
Herschrijven huiswerk poëzie week 3 ‘Ijskast’.
Herschrijven huiswerk poëzie week 4 ‘Dag’.
Alsnog doen huiswerk schrijftraining week 4 ‘Dialogen’.
Huiswerk poëzie week 5 ‘Kaart van mijn belevingswereld’.
Huiswerk schrijftraining week 5 ‘Scenes.’

zondag: beginnetje met kaart van de belevingswereld, een flink beginnetje.
maandag: dialogen geschreven.
dinsdag: 'dag' herschreven.
ook dinsdag: besloten niet aan verhalenwedstrijd Trouw mee te doen.
ook dinsdag: zakatlas van de belevingswereld in de tas gestopt, voor woensdag in de trein.

zondag 20 september 2009

Lettervreter

Ik lees alles. De verpakking van de handzeep, drie maal daags. Of vier keer, als ik vier keer naar het toilet ga. Reclames, naambordjes, krantenkoppen, vertrekstaten: alles waar mijn oog op valt wordt gelezen. Volstrekt ongemerkt, en even dwangmatig.

Ben ik nou de enige die ziet wat ik zie, op deze marsreclame? Beste mensen reclamemakers, In Succes Joris zit géén hoofdletter T, géén hoofdletter V, geen d en geen g.
Lettervreters.

Het is de dag (1)

Het is de dag voor nieuwe dingen. Het is de dag dat vooropgezet en bewust deze nieuwe dingen gedaan zullen gaan worden. Dat zet de handvol zintuigen op scherp. Op weg naar de nieuwe dingen komen er dus nieuwe dingen op mijn pad.

De sok voor de aanstaande jonge vader wil niet echt vlotten. Het einde van de zwangerschap wel, dus enige haast is geboden. Een hip jeansblauw geval met kabeltjes. Kabeltjes, hoe gingen die ook alweer? In de trein blijk ik een kabelnaald vergeten. Geen nood, ik improviseer wel wat. Twee steken achterhouden (of juist voor), twee steken gewoon breien, de achtergehouden steekjes weer proberen op te halen... Het wordt een fiasco.
Ik ken de man niet. Hoe erg vindt hij slordig gebreide sokken?

Twintig minuten overstaptijd is lang. Dit lijkt het moment om de vooroordelen van anderen over Starbucks (eindeloze rijen, vieze slappe koffie) te testen. De angst dat de veramerikanisering geen grenzen kent, zet ik even opzij.
Ik sluit achteraan aan. De enorme lijst met koffievarianten kan ik niet lezen. Geen nood, ik improviseer wel wat. Al halverwege de rij wordt mij (in mijn moers taal, godlof) gevraagd wat ik wil. Een espresso graag.
'Solo of doppio?'
Toe maar, gaan we duur doen? Ik wil wel een dubbele.
'Next call!', roept de bestelopneemster achter de kassajuffrouw langs. De man achter de bekers stapt naar achter om mijn bestelling te horen. Ik betaal, kom voor de man met de bekers te staan. Hij verwijst me door naar achteren. Ik doe twee stappen. Zie koffie langskomen die niet voor mij is.

De mevrouw van de sokkenwinkel op station Utrecht Centraal denkt met mij mee. Dun rietje, tandenstoker, iets stevig duns ronds? heeft ze dat voor mij? Ze graait in een la onder de toonbank. De paperclip is een vondst.

Het bekertje is cute, het dekseltje idem. Te laat las ik dat ik ook nog een 'extra strong shot' had kunnen vragen. Dat zou niet nodig zijn geweest. De koffie is meer dan goed.

Ik brei de eerste perfecte toeren en drink de zuivere koffie. Dit wordt een mooie dag.

dinsdag 15 september 2009

Lilly van Utrecht

zij zuigt jouw geur
tot eeuwige herinnering
vleit je neer
lekkende borsten
bloedende schoot
een naam
geeft zij jou mee

daar lig je
gewiegd door gras

zo gewenst
kind
voor een ander

Lilly



Op zondagmiddag 13 september is bij het ziekenhuis Diakonessesenhuis in Utrecht een baby te vondeling gelegd. Het meisje werd gevonden door twee voorbijgangers. Naar omstandigheden gaat het goed met de baby van een paar dagen oud, aldus de politie. Bij de baby werd een briefje gevonden, waaruit blijkt dat het meisje Lilly heet. In het briefje wordt verzocht goed voor haar te zorgen. De baby ligt in de couveuse. Wie de moeder is van het meisje is niet bekend.
 

blogger templates | Make Money Online