Je hoort jezelfs soms praten. Als het er rottiger uit komt dan je iets in de verste verte bedoelde, juist tegen zo'n aardig iemand. Als het precies klinkt zoals je moeder klonk. Van die dingen die je nooit wilde herhalen. Soms ook is de boodschap verbazend. Hoe mooi is het witte goedje niet, hoe schoon die witte dwarrelpluizen, hoe feestelijk. En toch, vanmorgen hoor ik uit, uit mijn eigen mond:
'Hè, nee hè. Krijgen we dat weer.'
zondag 24 januari 2010
woensdag 20 januari 2010
Kennis was macht

Lost kijken we, met z'n vieren. We gissen, duiden, voorspellen, verklaren, verzinnen vóór, tijdens, en nadat de schrijvers hun kunsten tonen. Geheel in die geest riep ik maar vast dat ik de titel begreep van de aflevering die op punt stond te beginnen, The 23rd psalm.
De heer is mijn herder! Enthousiast moet ik geklonken hebben. Zo, die kennis was maar weer tentoongespreid en doorgegeven.
Kroost van 14 en 15 jaar is full time kritisch.
Binnen twee seconden heb ik het commentaar op mijn bijbelse kenniseruptie binnen.
Het jongst schaapje: Get a life!
De oudste: Ga breien.
Dat ik zeker denk te weten dat ook zij ooit de bijbel gaan lezen, taalgeïnteresseerd als ze zijn, dat houd ik nog maar even voor me.
vrijdag 15 januari 2010
Chauffeurs en tweede sokken

Jullie hebben gesproken. Vijf maal de keuze op de chauffeur die tijdens zijn laatste rit een moeder en kind dood rijdt. Mooi volk zijn jullie. Eén stem viel op Sven. De stem van de allerliefste. Enfin, die wordt gelukkig vaak genoeg wel gehoorzaamd. 't Is even slikken, want mijn keuze was de tapdansende vrouw. Zo zie je maar. Gelukkig heb ik nog meer vakken. Zoals proza. Misschien dat ik jullie een verhaal laat kiezen, misschien gooi ik daar de potentiële grafschendster in de strijd.
Ondertussen is het eerste idee voor het drama met Tinus, de chauffeur heeft een naam gekregen, de wereld in gestuurd. Morgen op school 'ns horen wat meester en klasgenoten voor dramatische kansen zien.
Second sock syndrome, daar lijd ik aan. Een sok breien is leuk, maar die tweede is een opgave. Gelukkig, de oplossing is me ingegeven. Een sok mag ingewikkeld zijn, en hoe nieuwer hoe beter. Zo ben ik op het moment met een minihaaknaaldjes kraaltjes aan het peuteren. Cool! Maar niet voor nog zoéén. Toch?
Dezelfde wol gebruik ik voortaan voor nóg zo'n ingewikkelde nieuwe sok. Twee keer één is ook een paar. Weet je wat, ik misbruik de slogan van de PSP, van ooit:
Omdat ieder (mens) er één is, en niet de helft van een stel.
Geen idee wat de twee gebeurtenissen met elkaar van doen hebben, maar dat schiet me bij een volgende douchepartij wel te binnen.
maandag 11 januari 2010
Lezer: kies!

De komende twee maanden ga ik me bekwamen in het scenario schrijven. Voor een documentaire, een speelfilm, een korte film, of een soap, of wat dan ook. Welke van de drie ideeën spreekt jou het meest aan, lezer?
Vul de poll in, hiernaast, en/of verras me met je eigen idee.
Dank!
A. Stel dat een busschauffeur na 40 dienstjaren met pensioen mag, en dat hij tijdens zijn laatste rit (een lege bus, rond middernacht) een fietsende moeder - met kind voorop - doodrijdt. Zijn rustige oude dag met moestuin, nieuwe kansen voor relaties met zijn kinderen, het lijkt in één klap verwoest. Wat gebeurt er als hij gewoon doorrijdt?
B. Stel dat een volwassen vrouw op een dag de rouwadvertentie leest van de onderwijzeres die haar als kind gepest heeft. De vrouw zit al jaren op taples, om ooit op het graf van deze vrouw te kunnen dansen. Op de dag van de begrafenis ontmoet ze de dochter van de overledene ...
C. Stel dat een sportarts in opleiding aan de vooravond van een olympische race van Sven Kramer doping bij Sven ontdekt. Hij wordt onder grote druk gezet om de boel te flessen. De jonge arts ruikt zijn kans en chanteert de chef de mission...
D. Stel dat ...
woensdag 6 januari 2010
SPAM: koop oude postzegels (2)
De 21ste eeuwse postzegel is vaak een sticker. Dat heeft geen allure meer. 't Is reuze makkelijk, dat wel, maar de charme van die papieren tandjes, de illusie dat wat jij plakt ooit afgestoomd kan gaan worden: opgeofferd is het, aan de tand des tijds die snelheid vraagt.
De oude postzegels hadden ook een groot nadeel: het likken is vies. Daar kom ik op terug.
Postzegels worden blijkbaar altijd teveel gedrukt. Of het nu de speciale zomerzegels zijn, de kinderpostzegels, de zegels ter gelegenheid van x jaar rode kruis, een nieuwe koningin, een herdenking van een brok geschiedenis: talloze waardevolle papiertjes bereiken de consument niet, in het betreffende jubeljaar.
Voer voor de opkopers. In Klaaswaal zit er zo één. Ik schreef er al eerder over. 't Is te mooi om waar te zijn. Postzegels vanaf 1977 zijn nog gewoon geldig. De postzegels (uit de tijd van de gulden!) zijn hier nog te koop. Met korting tot wel 20 procent, ook dat nog. 't Vergt natuurlijk wat omrekenen, maar dat doet de firma voor je.
Zo krijg ik mijn velletjes voor Nederland, voor binnen Europa, en voor buiten Europa, keurig aangeleverd in de juiste setjes. Bij elke bestelling zitten er weer zegels tussen die ik nog nooit gezien heb, of die ik me herinner van héél vroeger.
Vandaag dit pareltje. Een echte Kirkeby.
Niet alleen de buitenlandse postcrossers zijn er dol op. 't Is ook een feest voor de zender (mij) of de Nederlands ontvanger (IZA - ik weet zeker dat daar iemand kwijlt bij het prachtigs op de rechterbovenhoek van de envelop met mijn ziektekostendeclaraties).
P.S. Bij een flinke bestelling krijg je een groen rond plastic bakje met een oranje sponsje erin. Een professionele likker!
Iets met voornemens

Nieuw jaar. Nieuwe kansen. Heb ik goede voornemens? Altijd. Voer ik ze uit? Soms wel, soms niet. Waar hangt dat vanaf? Geen idee. Kan ik er achteraf een reden voor verzinnen? Altijd. Heeft het in z'n algemeenheid iets met discipline te maken? Soms wel, soms niet.
Dit jaar dacht ik het volgende:
- iets met bewegen. Fietsen misschien zelfs.
- iets met iets geks. Naar Geen Stijl surfen, tai chi'en of mijn stoep sneeuwvrij houden.
- iets met letters. Lezen ook.
- iets met jongens. Mogen ook pubers zijn.
- iets met chemische middelen. De douche, het balkon.
- iets met kiezen: toneel/poëzie/proza/scenario/essay. 2 van de 5.
- iets met familie. Niet teveel natuurlijk, maar zeker niet te weinig.
- iets met koken. Mag ook gezond zijn.
- iets met wie het kleine niet eert. En dat dat dan geldt voor als ik op het perron sta en mijn trein rijdt niet.
zaterdag 2 januari 2010
donderdag 24 december 2009
Nummer 1
Na ruim vier jaar is het zover. Ik was ooit de nummer negen van de wereld, maar altijd stond die dame uit de buurt van Nijmegen nog boven me. Nee, het is geen wedstrijd, maar grappig is het wel (even): ik ben nummer één van het vierde postcrossingland van de wereld.maandag 21 december 2009
Van een negatief reisadvies en twee mobieltjes
Personages:
Zij (hekel aan staan en wachten, geneigd adviezen ter harte te nemen)
Hij (het komt wel goed, en of en hoe dat bepaal ik zelf wel)
Zij werkt thuis; hij is naar zijn werk gegaan.
Hij: (09.21) Het is prachtig. Koppie koffie bij en genieten maar.
Zij: (09.22) In een trein?
Hij: (09.23) Yep
Zij: (09.39) Volgens de website van annexwinno rijdt de gvu niet.
Hij: (10.19) Welleke website?
Zij: (10.21) Connexxion, maar dat begreep je wel. Streekbus naar Zeist voor jou?
Hij: (10.24) Nee streekbussen vind ik misselijkmakend. Maken de echte mannen een flinke sneeuwpop? X j
(Dienstmededeling: vanaf hier besloot deze schrijver de tamelijk waarheidsgetrouwe sms-wisseling tamelijk waarheidsgetrouw te gaan weergeven op haar weblog. Dit heeft ongetwijfeld de aard van haar teksten beïnvloed.)
Zij: (10.26) Ze slapen nog! Wat ga je doen, lopen?
Hij (10.29): Even kijken, plassen, koffie en dan terug. Fotootje hier, Fotootje daar, naar huis en mailen dat ik thuis werk.
Zij (12.05) eta?
Hij (12.07) 1315 als er niets tussen komt. Nu in de trein naar polen.
Enter Hij om 13.19. Tja, niet Alles is materiaal natuurlijk.
Zij (hekel aan staan en wachten, geneigd adviezen ter harte te nemen)
Hij (het komt wel goed, en of en hoe dat bepaal ik zelf wel)
Zij werkt thuis; hij is naar zijn werk gegaan.
Hij: (09.21) Het is prachtig. Koppie koffie bij en genieten maar.
Zij: (09.22) In een trein?
Hij: (09.23) Yep
Zij: (09.39) Volgens de website van annexwinno rijdt de gvu niet.
Hij: (10.19) Welleke website?
Zij: (10.21) Connexxion, maar dat begreep je wel. Streekbus naar Zeist voor jou?
Hij: (10.24) Nee streekbussen vind ik misselijkmakend. Maken de echte mannen een flinke sneeuwpop? X j
(Dienstmededeling: vanaf hier besloot deze schrijver de tamelijk waarheidsgetrouwe sms-wisseling tamelijk waarheidsgetrouw te gaan weergeven op haar weblog. Dit heeft ongetwijfeld de aard van haar teksten beïnvloed.)
Zij: (10.26) Ze slapen nog! Wat ga je doen, lopen?
Hij (10.29): Even kijken, plassen, koffie en dan terug. Fotootje hier, Fotootje daar, naar huis en mailen dat ik thuis werk.
Zij (12.05) eta?
Hij (12.07) 1315 als er niets tussen komt. Nu in de trein naar polen.
Enter Hij om 13.19. Tja, niet Alles is materiaal natuurlijk.
Dit dan (3)
Als je bij de hoogbejaarde achterbuurvrouw hebt aangebeld, om te vragen of je soms een boodschap voor haar kunt doen, en als zij aangeeft dat boodschappen voor haar gedaan worden en dat ze - zeer bedankt, hoor - overigens ook geen nood heeft wat via sneeuwwegen door een ander geledigd kan worden, heb je dan een goede daad verricht?
SPAM: kom naar de boekgrrls
Ze moest minstens de klok rond geslapen hebben. De nooduitgangverlichting gaf een groen schijnsel, en er kwam al wat grijs licht door de hoge vuile raampjes. De geit was onrustig. Ze briesde, en schuifelde heen en weer. Liggen, staan, en weer liggen.'Wat is er, meisje?', fluisterde Rachelle. 'Wil het niet zoals jij wilt?'
Plotseling zag ze de kop van een lammetje, en onmiddellijk daarna plofte vier stakige pootjes met een lijfje ertussen, op het stro. De geit begon als een bezetene te likken. Het lam probeerde op te staan. Rachelle giechelde. Het was geen gezicht. Er kwam nog een jong, zag ze. Wat leuk, een tweeling. Weer likte de geit. Het lam bewoog door de stevige tongstrelingen, maar niet uit zichzelf. Rachelle kroop dichterbij en streelde het geknakte koppetje. De geit liet toe dat haar eerstgeborene begon te drinken. Rachelle had vooral oog voor het tweede jong. Zo prachtig, zo af. Een bokje. Een bokje dat nooit zou bokken. Rachelle nam het dode beestje op. Het nog deels bebloede beestje bevlekte haar jas. Ze kroop over het hek. De staldeur kraakte en schoof over minstens een decimeter sneeuw. Rachelle stond in de deuropening. Ze drukte het bokje wat dichter tegen zich aan. In welke kerstkaart was ze nu terecht gekomen?
~*~
Benieuwd hoe dit verder gaat?
Hoe je van lezen? Ben je vrouw?
Aarzel niet langer en kom 'ns langs bij de boekgrrls.
Vol tips over lezen. Vol meningen over boeken.
We wachten op jouw tips, op jouw meningen!
donderdag 10 december 2009
zondag 6 december 2009
Op weg
Na de tandarts, de tranen om een onvoldoende (bij mij dan, niet die onvoldoende, maar de tranen, nou, omfloersde ogen, maar toch), een onnozel achterlampje met nozele rekening, afgeraffeld maar toch inspirerend huiswerk is het o zo o zo o zo heerlijk in de trein stappen op een vrijdagmiddag.
De reguliere parafernalia (portemonnee, sleutels, mobiel, draadje bij de mobiel, toilettasje (over de inhoud daarvan wellicht ooit later, maar sluiten doettie niet goed meer), leesboek, breiwerk, schrijfboekje, drie pennen, klein leefgruis overig) gaan ook de schoolspullen mee (zo'n map met 12 handige tabjes waarbij dat wat je zoekt nooit eerder dan achter het achtste tabje schuil gaat en een moleskine hardcover schrift), en omdat het vrijdagavond leesblok is, ook een dikke pil die de lezer in mij moet ontwikkelen, als aankomend schrijver niet te verontachtzamen, het belang van lezen. En dus omdat het vrijdagavond leesblok is, en zaterdag school, en het geheel zich in Amsterdam afspeelt, gaat er overnacht worden. Vandaar de pyjama, de tandenborstel en de handdoek. (Het is een jeugdherberg, dus eigen handdoek mee.)
De hele meuk wordt bij aankomst in de stay-okay in een kast geschoven, ik maak een onderbed op, leg tandenborstel en pyjama neer op plekken die op de tast gevonden kunnen worden, en met het hoogstnoodzakelijke nog even de stad in. Winkels kijken, volle trams voorbij zien schuiven, stapeltje postcrossingkaarten kopen en bij je zelf bedenken: de volgende keer ook een paraplu meenemen.
Het geroezemoes bij Wagamama is oorverdovend. Meer dan te doen als je zelf geen geluid wilt maken, anders dan een bestelling doorgeven. Chilli squid, een hypergezond groentevers soepje, twee japanse bieren, en de witte chocolade kwarktaart met gembercaramelsaus. Nog twee zwarte koffie en mijn verplichte leeskost voor de avond die over een uurtje begint, is uit.
Het is donker geworden. De school hier nog geen tien minuten vandaan. De plassen zijn fikse poelen inmiddels, de kerstverlichting is aan, er valt nog een hoop naar huis of elders te spoelen. Straks zit ik binnen, op een goedkope schoolstoel en ik zal hoorcollege krijgen van het fraaiste soort. Ik zal me drie zalige uren nietig en begrepen weten. Ik zal nieuwsgierig worden en de rest van mijn leven niets meer willen doen dan leren, lezen, leven.
Het bier heeft erin gehakt. De plassen worden golven bij elke passerende auto, juist bij de voetgangersoversteek. De lichtjes in de PC Hooftstraat branden alleen voor mij (zonder bril). Ik mag naar school.
De reguliere parafernalia (portemonnee, sleutels, mobiel, draadje bij de mobiel, toilettasje (over de inhoud daarvan wellicht ooit later, maar sluiten doettie niet goed meer), leesboek, breiwerk, schrijfboekje, drie pennen, klein leefgruis overig) gaan ook de schoolspullen mee (zo'n map met 12 handige tabjes waarbij dat wat je zoekt nooit eerder dan achter het achtste tabje schuil gaat en een moleskine hardcover schrift), en omdat het vrijdagavond leesblok is, ook een dikke pil die de lezer in mij moet ontwikkelen, als aankomend schrijver niet te verontachtzamen, het belang van lezen. En dus omdat het vrijdagavond leesblok is, en zaterdag school, en het geheel zich in Amsterdam afspeelt, gaat er overnacht worden. Vandaar de pyjama, de tandenborstel en de handdoek. (Het is een jeugdherberg, dus eigen handdoek mee.)
De hele meuk wordt bij aankomst in de stay-okay in een kast geschoven, ik maak een onderbed op, leg tandenborstel en pyjama neer op plekken die op de tast gevonden kunnen worden, en met het hoogstnoodzakelijke nog even de stad in. Winkels kijken, volle trams voorbij zien schuiven, stapeltje postcrossingkaarten kopen en bij je zelf bedenken: de volgende keer ook een paraplu meenemen.
Het geroezemoes bij Wagamama is oorverdovend. Meer dan te doen als je zelf geen geluid wilt maken, anders dan een bestelling doorgeven. Chilli squid, een hypergezond groentevers soepje, twee japanse bieren, en de witte chocolade kwarktaart met gembercaramelsaus. Nog twee zwarte koffie en mijn verplichte leeskost voor de avond die over een uurtje begint, is uit.
Het is donker geworden. De school hier nog geen tien minuten vandaan. De plassen zijn fikse poelen inmiddels, de kerstverlichting is aan, er valt nog een hoop naar huis of elders te spoelen. Straks zit ik binnen, op een goedkope schoolstoel en ik zal hoorcollege krijgen van het fraaiste soort. Ik zal me drie zalige uren nietig en begrepen weten. Ik zal nieuwsgierig worden en de rest van mijn leven niets meer willen doen dan leren, lezen, leven.
Het bier heeft erin gehakt. De plassen worden golven bij elke passerende auto, juist bij de voetgangersoversteek. De lichtjes in de PC Hooftstraat branden alleen voor mij (zonder bril). Ik mag naar school.
vrijdag 20 november 2009
Tikje

In de trein is ze al een bezienswaardigheid. Klein, krom, dikke bril, tastende dunne handen, keer op keer, in haar tas. Ik ben vast niet de enige forens die zich zorgen maakt of deze broze dame in de efficiënte massa veilig thuis zal komen. Haar handen maken met een beverig tikje duidelijk dat ze er in Deventer uit wil. Ik ben vandaag met de auto naar het station gereden. Zal ik haar een lift aanbieden?
Het boodschappen doen in de stationshal kost me een paar minuten. In de parkeergarage tref ik haar aan. Is ze verdwaald? Ze zal toch geen auto rijden? Toch loopt ze richting betaalautomaat. Schuin achter haar staand, zie ik de fraaie halve maantjes haar dikke bril sieren. Het kaartje wil niet in de betaalgleuf, het geld past niet in de ruimte voor het kaartje. Bovendien hangen de aanwijzingen te hoog. Ik help haar.
Ik geloof niet dat ik hier eerder geweest ben, zegt ze.
Moet ik nu kijken of ze zonder brokken de garage uit komt? Ik kijk de schuifelende vrouw na, en stap dan zonder verder te kijken in mijn eigen auto.
Een paar dagen later, 's avonds best laat. Weer tref ik haar in de garage, maar nu duidelijk zoekend. Er staan nog ongeveer tien auto's in de grote ruimte. Ik betaal en spreek de dame aan.
Moet u nog betalen?
Opgelucht kijkt ze me aan. Het kaartje komt moeilijk uit haar vaste greep, maar soepel haalt ze geld uit haar jaszak.
Wel thuis, wens ik haar.
Ze kijkt zoekend rond. Ik ook.
Op goed geluk wijs ik naar een rode kleine auto van een jaar of tien oud.
Is die rode van u? Best donker hier, hè?
Ze knijpt haar ogen samen en haalt haar schouders op. Ze loopt richting de auto. Wat gepruts, en dan gaat de deur open.
Mijn auto staat een stuk verderop. Toch ben ik eerder de garage uit. Een rare bocht, langs de taxi's, linksaf en voorsorteren voor het verkeerslicht. Via de achteruitkijkspiegel zie ik haar naderen. Het rode auto'tje tikt mijn grotere groene aan. Beverig zachtjes.
Het boodschappen doen in de stationshal kost me een paar minuten. In de parkeergarage tref ik haar aan. Is ze verdwaald? Ze zal toch geen auto rijden? Toch loopt ze richting betaalautomaat. Schuin achter haar staand, zie ik de fraaie halve maantjes haar dikke bril sieren. Het kaartje wil niet in de betaalgleuf, het geld past niet in de ruimte voor het kaartje. Bovendien hangen de aanwijzingen te hoog. Ik help haar.
Ik geloof niet dat ik hier eerder geweest ben, zegt ze.
Moet ik nu kijken of ze zonder brokken de garage uit komt? Ik kijk de schuifelende vrouw na, en stap dan zonder verder te kijken in mijn eigen auto.
Een paar dagen later, 's avonds best laat. Weer tref ik haar in de garage, maar nu duidelijk zoekend. Er staan nog ongeveer tien auto's in de grote ruimte. Ik betaal en spreek de dame aan.
Moet u nog betalen?
Opgelucht kijkt ze me aan. Het kaartje komt moeilijk uit haar vaste greep, maar soepel haalt ze geld uit haar jaszak.
Wel thuis, wens ik haar.
Ze kijkt zoekend rond. Ik ook.
Op goed geluk wijs ik naar een rode kleine auto van een jaar of tien oud.
Is die rode van u? Best donker hier, hè?
Ze knijpt haar ogen samen en haalt haar schouders op. Ze loopt richting de auto. Wat gepruts, en dan gaat de deur open.
Mijn auto staat een stuk verderop. Toch ben ik eerder de garage uit. Een rare bocht, langs de taxi's, linksaf en voorsorteren voor het verkeerslicht. Via de achteruitkijkspiegel zie ik haar naderen. Het rode auto'tje tikt mijn grotere groene aan. Beverig zachtjes.
Abonneren op:
Berichten (Atom)


