
Tussen Heerenveen en Drachten, een autoweg en ik reed de maximum toegestane snelheid. Het is druk op dit gedeelte van mijn route; veel lui op weg naar een weekende vakantie, net als ik. Ik rijd op de linkerbaan, over een kilometer moet ik links afslaan lees ik van mijn Tomtom. De auto voor me schuift plotseling naar rechts. Naast me wordt geremd; de andere kant is de vangrail dichtbij. Een moedereend met een kuiken of vier, vijf schuifelt van rechts naar links over de weg. Een wonder dat ze al heelhuids tot halverwege zijn gekomen. Ik heb geen keus zonder mezelf in gevaar te brengen. Ik breng instinctief en zinloos mijn snelheid terug. Ik zie de eend nog een poging doen weg te vliegen, maar ik ben al voorbij. Poddóm zeggen mijn rechterbanden unisono, en dat was moeders. Met minstens twee kuikens. In mijn achteruitkijkspiegel zie ik een portie veren opdwarrelen. De net verweesde overige pluizenbolletjes moeten door achter mij rijdende automobilisten tot pulp geplet zijn.
Naschrift: Ik biechtte mijn zonde op aan een collega. 't Was geen moord, 't was doodslag, probeerde hij me te troosten. Ik ben Ina en ik ben een doodslager. Het klinkt nauwelijks beter.
1 opmerking:
Ik ken wel een goede psych die veel weet van post-traumatische stress stoornissen.....
Nico
Een reactie posten