
Vijfentwintig jaar later is het meisje niet onwelkom in de testosteron-tempel die garage heet. De tafel met blauwe overalls tussen de 20 en de 65 jaar dansen hun rituele ochtenddans met koffie, veel suiker, sigaretten en reusachtige brooddozen. Ze zwijgt en kijkt en hoopt te verstaan wat tegen haar gezegd wordt in het mengsel van dialect en jargon. Haar ogen zien het moois in kalenders, asbakken en rouwranden. Ze knikt bewust niet-begrijpend als ze te horen krijgt dat het (de?) gasklephuis weer in orde is. Al haar stress sijpelt weg over de betonnen vloer.
Ze denkt aan de vergadertafels waar ze tussen hordes mannen zit. Moet ze ook daar zwijgen, vriendelijk lachen en onwetendheid veinzen om zo gelukkig te zijn?
2 opmerkingen:
Als ze én gelukkig én geaccepteerd wil zijn zonder dat er ooit iets gebeurt wat zíj wil...
@elsje: LOL. Mijn gasklephuis sputtert in ieder geval niet meer.
En om een medecursist van deze week te citeren: "Is geduld een competentie? Dan wil ik dat wel ontwikkelen."
Een reactie posten