donderdag 10 september 2009

Sudderen

Voor moeders pappot werd de tijd genomen. Het sudderplaatje en de hooikist waren prominent aanwezig. De hooikist was overigens geen echte hooikist. Zodra de rijst kookte, ging mijn moeder op een holletje de trap op. De dekens van haar kant van het echtelijk bed werden teruggeslagen, de pan erin gezet, hoofdkussen erop en dekens er weer overheen. Als de groente en het vlees op het fornuis platgekookt waren, dan konden we aan tafel.

In mijn keuken zijn deze attributen niet meer te vinden. Blijkbaar ben ik meer van de gauw-gauw-gauw en/of vooral van het continue aandacht schenken aan dat wat ik aan het koken ben. Ik ben wel een mentale sudderaar. Geef mij een opdracht en ik laat het eerst een tijdje broeden. Als ik wil, of als ik moet, of als ik wil omdat het moet, dan knal ik eruit wat nodig is. Geen centje pijn. Meestal.

Het eerste huiswerk van de schrijversvakschool is binnen. Twee vakken, dus twee opdrachten. Deadline: zaterdagochtend kwart over zeven, want het moet in twaalfvoud mee de trein in. Zaterdag, dat is overmorgen. Al mijn eerdere huiswerk – toen ik nog cursussen volgde, en nog niet De Opleiding - ging moeiteloos. Al tijdens het verstrekken van de opdracht ontkiemde een ideetje, dat op dinsdag, uiterlijk woensdag, tot de eerste probeersels op papier leidde. Donderdag was het af, en doorgaans naar tevredenheid. Ik heb deze week nog niet veel meer op papier dan een achterkantje met wat krabbels.

Waarom gingen niet ook de groente en het vlees het bed in? Ik begrijp het nu pas. Twee sudderingen tegelijk; het werkt niet. Ik moet erbij blijven, het actief mijn volle aandacht schenken. Niks van ‘het komt vanzelf wel goed’. Zitten en schrijven moet ik willen. Gauw-gauw-gauw.

vrijdag 4 september 2009

De zaterdag voorbij


Morgen begin ik als student aan de Schrijversvakschool in Amsterdam. Voortaan start ook mijn zaterdag op het station. Van zeven tot zeven van huis, om getraind te worden in de schrijverij. Het eerste huiswerk is gemaakt. Ik popel.
Alle zaterdagen van huis zijn, dat betekent natuurlijk wat. Veel zaterdagse besognes moeten op een ander moment in de week of gewoon (?) niet. De markt is er ook op vrijdag. Cadeautjes kunnen ook op andere momenten gekocht. Weekendjes weg, dat wordt lastig, maar het zij zo. Ook deze opleiding heeft wel eens vakantie. Dan maar met de meute mee. De halfjaarlijkse zussendag gaat naar de zondag, onder licht (of hier niet gehoord) protest. De eerste zondag plannen is acuut een logistieke puzzel, maar de zussendag gaat niet verloren. Er wordt niet meer gesport op de zaterdag, dus er hoeft niet meer gereden. Boodschappen doen, kaarten sturen, boeken lezen, wassen vouwen, huiswerk overhoren: het kan allemaal op andere momenten, tussen het huiswerk maken door. Voor feestjes of films zal ik op zaterdag misschien niet alle puf meer hebben. Het voelt als een offer dat billijk is.

Er is maar één ding dat ik echt ga missen. De Tros Nieuwsshow, zaterdag van 8.30 tot 11.00 uur op Radio 1. Vaste luisterprik. Het eerste uur in een nog verder stil huis. Het laatste vaak onderweg naar de vuilstort, de boekhandel, de markt. Elk kwartier een actueel of actueel te maken onderwerp met een interessante gast. Veel kunst, veel wetenschap, en heel veel literatuur.
Ik ben dol op Mieke op de radio, Peter is ook zwaar okay. De combinatie is echt top. Ik mailde ooit zelfs naar Radio 1 toen het duo uit elkaar gerukt leek te zijn en we het moesten doen met Victor Deconinck (o gruwel! maar daarover niet hier). Gelukkig, Peter bleek slechts een sabbitacalletje te hebben.

Mijn nieuwe telefoon heeft een radio, met ontvangst tot in de rijdende trein. Hoera. Maar de boekbesprekingen (uitgerekend de boekbesprekingen!) zijn na tien uur te horen en dan zijn de lessen begonnen.
[Note to self: ik mag een dag vrij van school als mijn roman wordt besproken.]

Ik kan gaan leren podcasten. Maar da's toch niet het echte werk. Het is tot mij doorgedrongen: de zaterdag zal nooit meer hetzelfde zijn.

woensdag 2 september 2009

Goud van ooit


Uit een Zwitserse bak met koopjes nam ik een enkel bolletje garen van het merk Lang mee, type Thalja. Tachtig procent plastic en twintig procent wol, mohair nog wel. Met zo'n enkel bolletje doe je niet veel. En dus wordt het een vlaggetje. Het breit heerlijk. De blauwe mohair verdwijnt en verschijnt tegen een gouden achtergrond. Waar had ik eerder zo'n glimmend gouddraadje in handen?

De vraag komt een keertje in me op, en blijft onbeantwoord. Dan komt de vraag nog een keer, en nog een keer, en het begint te knagen. Ik wil het weten. Ik zal er achter komen.
Ik had eerder zo'n soort draadje in handen, lang geleden, maar wat was het? Iets uit mijn kindertijd? Van speelgoed? Een draadje om in het haar te doen? Nee, ik droeg nooit iets in mijn haar. Zat het aan een sleutelhanger? Er komt niets boven. Vlechten misschien, of die draadjes die een paar jaar geleden zo populair waren, dat skubidu? Nee, het voelt als langer geleden. Het was van plastic, het was dun, het was er. Ik weet het zeker. Maar wat?
Niet aan denken. Juist aan denken. Hoe voelde het? Een tikje rekbaar. Daar is opeens een clou. Wat ik zoek is een tikje rekbaar. Maar wat was het?
Het heeft de kleur van mijn Crocs. Exact de kleur van mijn crocs. Weet ik nu eindelijk waarom ik van mijn crocs houd? Nee, dit spoor loopt dood. Blijven denken. Ernaast denken. Op een zijspoor zetten. Voelen. Proeven. Wol proeven is niet fijn. Dit wolletje is tegengesteld aan wat ik zoek. Glad zoek ik, en ik moet voorzichtig zijn, want het is een beetje scherp. Waar komt dat inzicht vandaan? Maar wat het is, weet ik na een uur in de trein, breiend
("Kun je weet ik niet wat gaan doen in de trein, ga je breien!", riep mijn collega verbaasd uit. Ach ja, masturberen valt me net iets teveel uit de toon.)
nog steeds niet.

Ik heb vertrouwen in mijn hersens, maar spreek ze toch nog even toe. "Je weet het. Rustig maar, het zit ergens. Het komt er wel uit. Blijven denken. Dan komt het echt goed."

's Avonds op de bank, breien en denken. Het gaat komen, ik wil het. En daar is het, daar is het gewoon, alsof het er nooit niet is geweest. Iets van meer dan 16 jaar geleden. Het plastic goudkleurige platte reepje waarmee ik de wikkel van mijn pakjes Malborough Light haalde.

Een denkend hoofd. Overtuig me van groter genot.

dinsdag 1 september 2009

De chauffeur


Een parade van 18 auto's, kriskras op een grasveld geparkeerd. Elk voertuig is een theater. Publiek kiest welke voorstelling in welke auto('s) het wil bezoeken. Totale voorstelling: 45 minuten. Onderstaande monoloog heb ik een keer of 12 gespeeld.

[Chauffeur opent rechterachterportier. Anderen laten zichzelf in. C. neemt plaats achter het stuur. Monoloog richt zich tot persoon rechts achterin. Contact via achteruitkijkspiegel, een enkele blik achterom. De rit vangt aan. Veel stiltes. De chauffeur dult geen inmenging. Indien toch gereageerd wordt: nee, laat mij maar even vandaag of ik ben nog niet klaar of zeg maar niks, ik hoor het al]

U ziet er weer keurig uit.
Als ik zo vrij mag zijn.
Strak blauw voor zakenlui is zó 2008.
Deze outfit kleedt u goed af.
Succes verzekerd.

Wat u ruikt is polish.
Ik ben net even door de wasstraat geweest.
Volgetankt.

U weet zeker dat u geen stropdas wilt dragen vandaag?
U heeft wel een ontmoeting met mevrouw Jongerius.
Nou lijken die FNV-lui heel casual, maarre .... hè?
Ik maak zo wel even een omweg.
Mijn zwager heeft een uitstekende kledingzaak.

De afspraak met de minister was een succes, neem ik aan?
Heeft u die ijsbreker gebruikt die ik u meegaf?
Sexistische moppen doen het altijd goed bij mannelijke ministers.
O, uw vrouw belde.
Of ze de vakantie naar de Seychellen kon boeken.
Ik heb het afgezegd.
Daar vindt u niets aan.
Ze heeft trouwens in de gaten dat uw trouwbelofte, zal ik zeggen ... wat rékbaar is?
Als ik u mag adviseren, misschien moet u mevrouw Manon maar niet meer meenemen als er camera's zijn.
Ze valt toch op, hè, met die flinke jongens.

Ik heb een cadeautje voor uw vrouw gekocht.
't Zit in uw tas.
Geef het vanavond maar.
Tijdens Pauw en Witteman.

Als u uw mobiel zoekt, die heb ik bij me gestoken.
Uw vrouw belt me net te vaak, en net te vaak ongelegen.
U had een voicemail van ene Jan-Peter.
Heb ik gewist.
We hebben het veel te druk.

Waar was u toch zonder mij?
U mag me wel eens opslag geven.
Wat zeg ik, ik zou het zelf niet slecht doen als CEO.

Zo we zijn er.
Stropdassenwinkel.
Koop wat fatsoenlijks.
Groen staat je niet.
En nou d'r uit.

vrijdag 28 augustus 2009

Mattheus 19:26


Zonder afzender bij ons in de bus gedaan. Door een aardse helper van de Almachtige, naar wij vermoeden. In de met veel plakband weer dicht gemaakte envelop van de verjaarskaart voor de oudste zoon, die ruim twee maanden geleden verjaarde.
Niks is onmogelijk. Vertel ons wat. Je kunt dus een kaart krijgen die niet voor jou bestemd is, die open maken, twee maanden laten liggen en dan aan de rechtmatige eigenaar doen toekomen.
De jongste zoon is deze week met Grieks begonnen. De taal van (onder andere) het nieuwe testament. Ook voor hem zat er een quote bij: God is de alfa en omega het begin en het einde.
De achterkant van het notitieblaadje biedt nog meer. Als een lekkende kraan nog een citaat: Jezus is de heelmeester. Neem Hem aan en eeuwig leven is gegarandeerd.

Het meest intrigeert me de 4 in Sorry 4 het openmaken. Het handschrift suggereert een ouder iemand, maar deze sms-taal ertussen? All things are possible!

dinsdag 18 augustus 2009

Wakker in een vreemde wereld


Het nog niet ontdekte Umbri-volk leeft uit de zon. De zon wordt als de duivel beschouwd, met de maan als zijn nachtelijke kwaadaardige maatje. De wezenlijke zaken in het leven spelen zich in het donker af: eten, spelen, vrijen.
Bij daglicht valt de Umbri-man of –vrouw positief op door een lichte huidskleur. De lelieblanke neus is het ultieme schoonheidsideaal. Ter bescherming dragen velen dan ook een neuskap. Het ontwijken van zonlicht brengt de Engelse ziekte met zich mee, al zal het op hun eiland niet zo heten, want waar wij hen niet kennen, zullen zij onbekend zijn met de Engelsen. Een stevige wandelstok is dan ook een noodzakelijk attribuut. Volwassen is men zodra het gezichtsteken is toegebracht. De inkeping in het gelaat wordt bewust tot hevig pussen en etteren gebracht, zodat een levenslang litteken gewaarborgd is. Aan dit teken herkent men elkaar in de donkerte.

De opdracht van de eerste buitenkunstdag luidde:
Verzin een onontdekt volk met eigen gebruiken. Tot zover geen probleem. Maar dan: Geef vorm aan de specifieke gebruiksvoorwerpen/kledingstukken/rituelen van het volk. Materiaal vrij.

Mensen met weinig ervaring in de beeldende kunst vallen op doordat ze figuratief werken en veel, te veel, oog voor detail hebben, vertelde een kunstgenoot mij later in de week. Ik ben een wandelend voorbeeld. Waar de rest van de ruim twintig mensen met gips en klei en stukken touw driftig aan de slag gingen, en tot onbegrijpelijk fraaie voorwerpen kwamen, knutselde ik een niet te herkennen neuswarmer. Die vervolgens weigerde te blijven zitten op het stuk karton. Een stuk karton dat ik met gevaar voor al mijn vingers met een afbrekend mesje in een gezichtsvorm had gehakt. Waarom weigert lijm bij mij zijn functie te vervullen? Tot na de lunch trok ik de vellen alleslijm (ha!) van mijn handen. De feedback van de meester was mild maar genadeloos. Waar dat touw voor diende? Ja, hallo, het ding moet toch opgehangen worden? Ik zou misschien nog iets met twee handen kunnen doen? Eéntje dan, vooruit. Die omkrulde als was het sigarettenvloei. De rest van de middag vermeed ik de meester. Ik schuilde achter de bomen, spoelde eindeloos de kwasten, en zeulde ver voor sluitingstijd de banken weer terug naar de grote tent.

Ik was weer terug in 1969. Ik wist het toen nog niet, maar ik smachtte naar het woord. Letters in rij en gelid, verhalen vormend. Voor mij, door mij. Maar ik moest mijn duim diep in een homp weerbarstige klei drukken. Ik moest kuikentjes prikken, zwarte pietjes uit wc-rollen toveren, kleurpotloden slijpen. Het werd mijn wereld niet. Ik vond dat ik het echt probeerde, maar de frustratie van het niet begrijpen en niet begrepen worden was groot. In de hoek moeten staan omdat je naast je lijmmatje hebt gelijmd, of omdat je efficiënt in één rats het kuikentje met de prikpen uit het karton snijdt, mijn dysknutselarie werd niet erkend.

Veertig jaar later en ik deed nog een keer een poging. Een pinguin in de Sahara ben ik. Hier wordt geen grens verlegd.

zondag 16 augustus 2009

Ajax is een schoonmaakmiddel

We schreven volgens de methode van de writing machine. Vijf minuten non stop schrijven. Pen op het papier en niet meer loslaten. Schrijven wat in je opkomt. Desnoods vult het blad zich met bla bla bla ik weet niks meer wat schijnt de zon fel.
Ter inspiratie hadden we onze handen, neus, ogen en oren gebruikt aan/in/met een keur aan schoonmaakmiddelen. In de originele verpakking, overgegoten in bakjes, aangevreten door gebruik, afwasborstels, vuilniszak, brillo-sponsje. Hoe ruikt het? Wat komt in me op?

Mijn resultaat was een litanie tegen het 020-clubje. Over de teleurstelling die je kunt voelen als een nieuw verworven kennis voor die club is. Over het verraad van zussen die met Amsterdammers trouwden. 's Avonds mocht ik presenteren. Om kwart over tien in het donker nog even mogen schreeuwen, na bijdragen van anderen, mono- en dialoog over huidschilfers onder nagels, menstruatiebroekjes en kieteldood: het was weer niet uit te leggen bijzonder.

Alleen op reis krijgt eigen rituelen. In het donker van de tent speel ik dat ene dagelijkse potje Snake op de computer, en vraag ik met mijn fossiele mobieltje het laatste nieuws op. Nog nagenietend van de beleving op het toneel van graszoden lees ik:
NIEUWS: Politie zet ongeveer 100 Ajax-supporters stad uit wegens wangedrag. Voetbalfans zouden zich hele avond hebben misdragen.

zaterdag 15 augustus 2009

Week 160

Jaren ben ik onderzoeker geweest. Deze methode is nieuw voor me. Een groep mensen die de hele week samen is geweest, maar elke dag diverse workshops heeft gevolgd, in retrospectief aan laten geven welke dag men waar mee bezig was. Eigenlijk moesten we heel stil zijn.

Het zou geen buitenkunst zijn als het ook geen kunstproject was. Of we stil wilden zijn (dus) en zo veel mogelijk wilden filmen. Hierbij mijn resultaat. De rest is op Youtube te bekijken. Ook vanaf de tribune.

't Voelde bijzonder onvolwassen om vanmorgen te lopen janken over de zandpaden. Tant pis. Volgend jaar ga ik twee weken.

woensdag 5 augustus 2009

Van het één ...


'Ik dacht eigenlijk aan de andere wand.'
'Niet tegen de buitenmuur? Okay, kan ook.'

De drievoudige boekenkast moet verkleind tot een tweeledige, of een enkele. Die megacactus in de hoek verplaatsen we naar de erker. Dat moet samen, en met behulp van een sjaal om het gevaarte, om niet geprikt te worden. Vader en zoon klaren de klus. Boeken sjouwen, heel veel boeken sjouwen. En CD's, heel veel CD's. De oudste ruimt vast wat behangsnippers van zijn kamer, daar gaan we morgen wel weer verder. De moeder begint aan haar kasten 'Engels'. Er moet ruimte komen voor de nieuwe schoolboeken. Overal wordt oud stof bruut van de plaats gezogen en geveegd. Nu we toch bezig zijn, dan ook maar die muur even sausen? Haha.

Drie keer op en neer naar Albert Heijn voor dozen. Mag de Wuppie weg? Ogen dicht en naar de container. Met skatebeschermers voor peuters, met sjaals uit de jaren tachtig, met een ooit mooie doos van een kerstpakket. De boeken stapelen zich op. Sommige mogen naar zolder.

'Mag dit semi-antieke krukje weg?'
'Van mij wel.'
'O. Ik zet hem nog wel even hier neer.'

Dan is de wand bloot en spreken we serieus over de lelijkheid van het bouwbehang. Gebroken wit? Even gauwgauw, later voor het echie? Maar tja, dan moeten we echt nieuwe gordijnen, want die steken dan nog viezerder af. Mams naar de Hema. Vijf weken levertijd, maar ze komen, de gordijnen. Thuis zakt die ene overgebleven kast tot een griezelige ruit. De Gamma levert genoeg verf en afdekfolie.

Waar eindigt dit?

Voor de lezer interessanter: waar begon dit? Dat weten we. Vrijdag komt-ie: 1 meter 48 breed, die niet op de tocht mag, en een sieraad in je kamer moet zijn. De piano.

(De jongste heeft oorontsteking en mag doen waar hij zin in heeft. "Stop eens!" commandeert hij. De vader staat stil. "Is hetgeen ik waarneem niet slechts licht, en dus geen materie? Kun je in werkelijkheid niet al 5000 kilometer verderop zijn?" "Jazeker", zegt de vader, "of al jaren dood".)

zaterdag 18 juli 2009

Terra cognita

Roger Federer is het eerste dat in me op komt. Aangeharkte openbare ruimte. Een straat in Lugano waar ik van had durven eten. Plastic sandaaltjes waarop ik door de sneeuw liep, 28 jaar geleden. De wolwinkel, door velen drie suisjes genoemd. Een grote klok, in Bern, op een rare straathoek. Een vieze zielige beer in een kuil. Het is het land waarheen de Von Trapps vluchten, de jongste op de rug van de vader. Chocola natuurlijk! Milka. Toblerone ook? Het land van vier talen. Van het nog nooit bewust gehoorde Retroromaans. Van een vignet om doorheen te mogen rijden. Van best dichtbij, in vergelijking met Italië of Zuid-Frankrijk. Ik weet dat er de hoogste bergen en de zuiverste lucht zijn. Dat er de prachtigste treintochten te maken zijn. Dat er gletschers zijn, waar ik niet op ga. Die snoepjes met al die kruiden op de verpakking, en raclette, kaasfondue en Werther's echte. Ik weet nog van een pension met gasten die binnen een paar dagen namen droegen als Claudius, en De Schommelstoel. Van een veldboeket, geplukt voor haar 47ste verjaardag.
We keren terug. Nieuwe herinneringen ophalen.

donderdag 16 juli 2009

woensdag 15 juli 2009

Vanitas vanitatum

Mijn hobby’s beleef ik passievol, en tijdelijk. Op het moment van het naderend hoogtepunt van de hobby zul je bij mij geen gehoor vinden dat deze hobby ooit niet meer zo’n grote hobby zal zijn. Toch dooft de liefde, vroeg of laat. Om plaats te maken voor een prachtige nieuwe Hobby.
Zo startte ik als één van de eerste in Nederland met bookcrossing. Mijn startpagina was het Nederlandse forum. Er ging geen week voorbij of ik liet wel één of twee boeken los. Broches maken, heb ik ook gedaan. Knippen en plastificeren. Wekenlang niets anders. Ik leerde nieuwe instrumenten spelen: trompet, hobo. Na een tijd of tijdje doofde de liefde, of kwam er een baby tussen. Ik kan zo nog zeker tien voorbeelden (drie dan: fitnessen, postcrossing, webloggen.) Alles is ijdel.
Eén van de geneugten van een Grote Hobby zijn de spullen die ervoor nodig zijn. Dat schaartje met die perfecte scherpe punt, alle werktuigen om zelf hoborieten te snijden, een kaartenmolen.
Op dit moment beleef ik een hyperbreiperiode. En net als altijd kan ik me niet voorstellen dat ook dit zal verflauwen, of zelfs stil zal komen te liggen. Dan is weer een deel van het overvolle huis voller geworden: met een zak vol resten wol, en naalden (met knop, dubbelpuntige, rondbreiers, bamboo).

Zonder veel zelftherapie accepteer ik mijn tijdelijke passies en de ontrouw die er op volgt. Ik heb maar één vraag: wat zullen de volgende Hobby’s worden? Dat ik opsta met een warme gedachte: Hoera! Ik mag weer …. Of dat ik een stedentripje maak en allerlei winkels afloop op weg naar: … Of dat er een verjaardag is en ik niet over mijn werk praat, maar natuurlijk over: ….

Pianospelen?
Italiaans?
Vliegeren?
Borduren?
Boekbinden?
Darts?

zondag 12 juli 2009

Praise the Lord

Ik kan me niet herinneren dat ik het eerder heb gedaan. Gewoon naar Leicester Square, zeggen wat je wilt en met een kaartje de deur uit lopen. The feel good event of the year riepen alle reclamebordjes langs de metroroltrappen me toe. Dat trok me. Lion King en zo nog een vijftal overbekende trekken vooral niet, moet ik zeggen.
't Is nog een hele happening, zo'n musical. Mien uit Assen en Jan met de pet uit Frankrijk, Duitsland, Nederland en vooral Amerika (US of I presume) zijn breed vertegenwoordigd. Ik probeerde mijn omgeving te blokken en mijn aandacht op het toneel gevestigd te houden. Op rij U, als ik goed tel rij 21, nog best een opgave. Het licht was fantastisch, het zingen meer dan okay, de verhaallijn zuigt, maar op die slak moetje geen zout leggen. Ik miste de actualiteit - waarom deed geen van de dansers/zingers nou even een moonwalk?

In het programmaboekje gaan de advertenties ervan uit dat je nu toch minstens óf in de Heer geraakt bent óf meer gospel wil horen. Dat laatste altijd, Heer, altijd. We can go to heaven. Tenzij daar ritmisch meegeklapt wordt door Mien en Jan.

zaterdag 11 juli 2009

Shop till you drop (2)


Eén van de aantrekkelijke kanten van London is dat het allemaal van die grappige kleine dorpjes aan elkaar zijn. Een soort zevenoog, of zo je smakelijker vindt, een margrietwiel - een brood dat we twintig jaar geleden op zaterdagochtend op de Nobelstraat in Utrecht kochten.

Ik metro'de en buste vandaag naar Putney en naar Angel. Zeven uur op de voeten met zo nu en dan even op het pluche zitten. Mijn teennagels zijn spontaan alle het vlees in gekruld, de kuiten geïmplodeerd en de rug een wrak, maar wat was het weer heerlijk, dat rondsjouwen. In volstrekt eigen tempo naar volstrekt eigen bestemmingen. (Had ik al verteld dat in Putney en Angel leuke wolwinkeltjes zijn?) En net als je denkt niet gelukkiger te kunnen worden, met een flinterdunne drizzle op mijn coupe dix doigts, kom ik een afgelegen Waterstones tegen en zijn de cadeautjes voor de zonen ook binnen.

En dan moet mijn 'feel good experience of the year' nog komen!

vrijdag 10 juli 2009

Met stip in de top 3 van lekker toetjes


White chocolate and ginger cheesecake served with a chilli toffee ginger sauce. Werkelijk onovertroffen. Stom genoeg had ik geen fototoestel bij me, maar het internet staat weer voor niets. Nooit geweten dat gember zo lekker kon zijn. Ik heb uitgebreid de complimenten gedaan. Niet echt nodig, want het was bij Wagamama, een keten, en dus overal dezelfde kaart.
Toen ik een minuut later de handenblower in het toilet gebruikte ging een loeihard alarm af. Ergens was brand. We stoven gedisciplineerd naar buiten. Ik was blij voor de bediening dat ik in ieder geval al betaald had.

In dit geval een kam


Je vergeet altijd wel iets mee te nemen.

Shop till you drop



Zaterdagmorgen had ik voor het shoppen bedacht. Met een plotseling vrije vrijdagmiddag waren de winkels te verleidelijk. Waterstones en die ene wolwinkel, door de Londense Stitch 'n Bitches hartelijk aangeraden. Morgen ga ik echt los. Dit is nog maar een beginnetje :-)

Nee heb je


Het is natuurlijk een flinke gok. Vorig najaar reisde ik naar Hummlebaek voor de overzichtstentoonstelling van Per Kirkeby in één van de mooiste musea die ik ken. Dezelfde tentoonstelling zou gaan reizen, en als eerste naar Tate Modern in London. Dat wilde ik wel weer zien. Achteraf luidt de wijsheid: dat kan alleen maar tegenvallen.
In oplopende volgorde van erg:
3. Er waren in slechts twee van de elf zalen bankjes. Toen ik voor één van de doeken op de grond ging zitten, werd mij verzocht om te gaan staan. Mijn 'no thanks' werd gelukkig wel geaccepteerd. De bankjes in de zalen 3 en 11 waren knullig geplaatst. Op geen enkele manier kan je recht voor een schilderij gaan zitten.
2. De bankjes waren er al een teken van, maar het geldt ook voor de rest van de tentoonstelling: het geheel was liefdeloos ingericht. De teksten zakelijk en summier, een oersimpele chronologische indeling, zonder enige motivatie. Het licht was goed en de verdeling over de muren aardig, meer lovends kan ik er niet over zeggen.
1. Maar het ergste was natuurlijk dat de tentoonstelling niet compleet was. Knippen in een overzichtstentoonstelling, dat kan alleen maar garant staan voor een debacle. Ik miste niet alleen mijn lievelingswerk (zie boven), maar kreeg nu iets voorgeschoteld dat ik met Grote Stappen Snel Thuis zou willen kenmerken.

Op zich wordt dit allemaal goedgemaakt door de rest van het museum, de onvolprezen museumshops (meervoud!), de wandeling over de northbank en de mileniumbridge er naar toe, en het nog steeds heerlijke wandelweer toen ik - uren eerder dan ik had verwacht - weer naar buiten kwam.Maar een beetje jammer was het wel.

Ramptoerist


Ik had al heel wat sirenes gehoord terwijl ik etage 5 t/m 1 van Waterstones snoot. Buiten zag ik waarom. Pikzwarte wolken kwamen voorbij drijven. Daar was ergens een megafik! Ik heb vijf minuten de ramptoerist uitgehangen, een fotootje gemaakt en ben toen maar weer doorgelopen, mijn eigen heilige vuur achterna.
In de wolwinkel kwam de buurman van yogawinkel de eigenaresse informeren. Een kantorenblok aan Dean street, had hij horen zeggen.

De o ja experiences

Vanmorgen, straks, na het ontbijt, het hoogtepunt van mijn reis. In ieder geval het doel waarom ik hier ben gekomen. De tentoonstelling van Per Kirkeby bezoeken in Tate Modern. Eenmaal in London zou ik het vergeten en bedenk ik: ik had ook moeten gaan als er helemaal geen tentoonstelling is. Wat een heerlijke stad is het toch. Twee aha-erlebnissen:


The underground, what a place to be. Ze zouden me vier dagen in het systeem mogen opsluiten. Ik reed al weer op the Circle, the Hammersmith, the Central en de Metropolitan line. Die laatste per ongeluk (O, wacht even, verkeerde kant op - geloof ik ...), maar dat geeft helemaal niks. Geen haast hebben en je laten leiden.

Om het hoekje van het hotel zit een supermarktje. Open van 7 uur 's ochtends tot 11 uur 's avonds. Vet handig. Dus moeten er crisps. De prawn flavour was op, maar ik kwam naar buiten met de onion&cheddar en de niet te versmaden thaise variant. With real ingredients!

donderdag 9 juli 2009

Stitch'n Bitch London




Zo zit je in hartje Zutphen temidden van mede-breisters en zo zit je twee avonden later in hartje London. Deze dames, gemiddeld zo'n 30 maar liefst, komen elke week op een andere plek bijeen. Wel altijd dicht bij een metrostation. Ahum, 't is maar wat je dichtbij noemt, tien minuten lopen. Gelukkig zijn alle Engelsen die ik de weg vraag overvriendelijk en brengen me tot aan de tafel van het café.

De overeenkomsten zijn groter dan de verschillen: we voelen aan elkaars garen, we bewonderen elk individueel product, we praten over andere hobbies, over maffe patroontjes, over onze mannen die gelukkig hele dure hobbies hebben (dat laatste was dan niet mijn onderwerp).

Mijn manier van breien wordt 'throwing' genoemd. Highly inefficient noem ik het. Ik word niet tegengesproken.

Dan zie ik een Noord-Londense (maar ze hoeft maar 5 kwartier in de bus te zitten, hoor) een sok breien. Is dat niet ....? En ja hoor, van de 12.000 sokkenpatronen die op Ravelry staan kozen Iris in ik dezelfde:


The cupboard under the stairs


Altijd fijn, alleen reizende gasten. Zo raak je als hotel je minikamertjes aan het einde van de gang nog eens verhuurd. Maar de ramen kunnen open en de badkamer is bijna nog groter dan de ruimte met het erg korte bed.

You cannot go wrong, zei de vriendelijke jongen bij het inchecken, toen ik naar het internet op de kamers informeerde. 't Is nog waar ook!

Alleen reizen geeft een heerlijk globetrotterig gevoel. In een paar uur door vier landen! De baas van de trein naar Brussel sprak haar mededelingen zelfs in vijf talen: Nederlands, Frans, Duits, Engels en als toetje Vlaams. De Fransen hebben geen eigen woord voor pickpockéts, maar de Vlamingen een prachtige: gauwdieven.

Ik kocht al een kaart voor drie dagen onbeperkt metro, tot ver buiten de stadsgrenzen. Helemaal niet nodig, maar 't voelt heerlijk, al die onnodige mogelijkheden. Even langs King's Cross, voor het gevoel ook nog naar Hogwarts af te kunnen reizen.

Het onderweg gelezen boek (de eerste helft) is aantrekkelijk. Een citaatje van pagina 37:
Later that night, she said,'Talk to me in Dutch', and I did. 'Lekker stuk van me' . I growled. 'On second thoughts,' she said, 'don't talk to me in Dutch'.

London by the hour


Ik beken: ik twitter nog niet.
Maar het thuisfront wil wel op de hoogte gehouden worden van mijn doen in Londen. De mobiel is een vrijwel onverwoestbare Nokia uit de vorige eeuw. Het 'vrijwel' komt langzaam in beeld. Laat het hotel nou gratis internet toegang hebben, op alle kamers!
Houd me hier in de gaten, de komende dagen, en reis met me mee.

zondag 5 juli 2009

Van de appel, de boom, en een mislukt beest


Ik kom uit de tijd dat de meisjes handwerken kregen en de jongens handenarbeid. Ik stuntelde wat in de rondte met haaknaalden en merklappen, terwijl ik de jongens bezig hoorde met zaag en hamer. Op de middelbare school was iedereen weer gelijk, maar toch niet helemaal. De jongens moesten een robot knutselen. De meisjes een pop. Ik leverde mijn gebreide meterlange pop in die ik op de lager school nog gemaakt had. Daarna moest er een tekkel gefiguurzaagd, en daartoe kregen we maximaal tien figuurzaagjes van school. Was je dan nog bezig met zaagjes laten breken, dan moets je vijf cent per zaagje betalen. Toen de tekkel klaar was moest ik ƒ3,95 afrekenen.
Toen ik aan moest geven in welke tweede klas ik graag geplaatst wou willen worden kruiste ik gymnasium aan en motiveerde dit met omdat je dan geen tekenen en handenarbeid meer hebt.
De oudste gaat met vooral zevens en achten, en zelfs met negens, over naar de vierde klas van het gymnasium. Veel geleerd heeft hij niet, bekent hij nu, nu alles achter de rug is. Er was wel iets met klei die niet deugde en een beest dat eigenschappen moest hebben maar dan anders. Zijn prachtige lijst wordt gesierd ontsierd met een 5 voor handvaardigheid.

De jongste stond voor de onmogelijke opgaven in de laatste drie maanden meer onvoldoendes weg te werken dan zijn hand vingers telt. Voortschrijdende gemiddeldes, ook dat nog. Veel buikpijn leverde wiskunde op, en latijn. En ook frans, en nederlands. Eigenlijk alle vakken wel (behalve engels, zal hij nu willen dat ik schrijf). Maar de meeste buikpijn leverde handvaardigheid. Nog in de laatste weken moest er een mislukt beest worden gepapiermasjeet. We helpen hem met het logboek. Dan blijkt dat het mislukt beest een creatie van Niki de Saint Phalle zou moeten voorstellen. Dankzij postcrossing heb ik wat kaarten die de collage kunnen sieren. Die vallen bij juf goed in de smaak. Maar het beest blijft mislukt.
Frans en latijn worden stralend opgehaald, alle magere zesjes worden overtuigender. (Engels blijft geweldig.) Wiskunde net niet, maar niet erg. Resteert handvaardigheid. Anno 2009 mag je over met een 4 voor handvaardigheid.

zondag 28 juni 2009

Precies wat je wilt

De zoon groeit als een asperge. De eerste huiswerkvrije dag gaat hij met z'n moeder t-shirts kopen, en een broek, en schoenen. De toffe jongemensenwinkel het eerst. De zoon loopt als in een museum rond. Een niet al te interessant museum, waar je de kaartjes niet gaat lezen. De moeder wil actie, en kopen. Vind je dit een leuk shirt? En deze? Kijk, deze 'ns? Deze dan? Welke kleuren wil je eigenlijk? Maakt het je nog wat uit, v-nek of zo'n rondje hals? Nee, nee, neuh, nee, weet niet, weet niet. Meer krijgt ze niet uit 'm. Wellicht uit medelijden met de moeder gaat hij akkoord met één exemplaar.

De schoenenwinkel dan. Twee scholieren sloffen als nep-verkopers op hun All Stars door de zaak. Hebben jullie deze kleur, maar dan een maat groter? vraagt de zoon, na slechts één aanmoediging, terwijl hij zijn broekspijp optilt. Die hebben ze niet, wel een ander soort grijs en die is dan anderhalve maat groter. Hij past en even later lopen ze met de aankoop aan beide voeten de deur uit. Dit vind ik een fijne winkel, zegt de zoon, er staat lekker weinig in, maar ze hebben precies wat je wilt.

zaterdag 27 juni 2009

Thriller

Ik zou misschien nog tijden niet aan hem gedacht hebben, of misschien wel nooit meer, ware het niet dat Michael Jackson gisteren overleed.
We woonden in hetzelfde studentenhuis. Ik was de jongste, Koen drie jaar ouder en de op een na jongste. Hij vond zichzelf stoer, woest aantrekkelijk en een echte bèta. Zijn studie scheikunde kon niet voorkomen dat er weinig (lees: geen) chemie tussen ons was. Hij droeg strakke truitjes met V-nek. Zijn vriendin was een half hoofd groter dan hij al lang was. Over de daad sprak hij in sporttermen. Daar moest hard bij gewerkt, en flink bij gezweet worden.
Hij was de grootste fan van Michael Jackson die ik kende. Al weken praatte hij in de gemeenschappelijke keuken over niets anders dan het aankomende album. Het zou alle records gaan breken. Hij had al wat voorproefjes ergens mogen horen (want superstoere mannen hebben connecties in the states?) en het was in één woord geweldig.
Wij jonkies woonden beiden aan de noordkant van de flat, hij één of twee hokjes naast mij. Vanaf tel één stond Thriller op hard. Ik heb wekenlang niets anders gehoord. De eerlijkheid gebied me te zeggen, ik vond het niet eens onaardig, en in een poging tot conversatie zal ik dat hem verteld hebben.
Stond hij daarom opeens voor mijn deur en in één stap in het smalle halletjes tussen natte cel, inbouwkasten en deur naar mijn kamer? Zijn zwarte haar had die net iets te zorgvuldige volle coupe. De aftershavelucht was overweldigend.
Zijn sleutel lag op zijn kamer. Of hij even via mijn balkon naar de zijne over mocht stappen.

vrijdag 26 juni 2009

The place to be

In London, daar ben pas echt als je
een volle ronde met de Circle Line mee rijdt
op de brug staat bij het British Parliament
uren zit te lezen in een gehuurde strandstoel aan de Serpentine
de southbank lopend afstruint
minstens twee grote musea van boven naar beneden snuit
en zo ook zeker drie megaboekenwinkels
de speelgoedwinkel Hamleys niet vergeet
zo wie zo heel veel shopt
en nog een keer met de tube, of de underground
(want als je het verschil kent, ja dan ken je London echt)
en ook in de echte dubbeldekkers, eindeloos vaststaan in Oxford street
aardigste ontmoetingen met de mafste aardigste mensen
de vaste plekken moeten bezocht: even boven komen bij Marble Arch, Piccadilly Circus, Trafalgar Square, the Tower Bridge
en kun je er geweest zijn zonder via St. James's park naar Buckingham palace te lopen?
het eindpunt van welke metro ook biedt altijd iets interessants
dat hoeft niet per sé de voetgangerstunnel naar Greenwich te zijn
een musical moet worden bezocht
indiaas eten in Brick Lane
mensen kijken in Regent Park
het laatste boek van Ruth Rendell, Portobello, nalopen

Ik ga voor hem, hier naar toe. Van de 64 uur die ik op Londonse bodem sta, zal ik er zeker tien besteden aan de overzichtstentoonstelling van Per Kirkeby. Een uurtje of 18 à 21 slapen.
O gelukkig, ik was even bang dat ik tijd tekort zou krijgen.

dinsdag 23 juni 2009

Mondje dicht

Sommige taboes herken je pas als je ze recht in de ogen staart.

Strak in neplivrei gestoken worden we welkom geheten. We krijgen een plattegrond en mogen al onze vragen stellen. Maar geen enkele livrei weet het antwoord.
"Mijnheer X weet het zeker".
We worstelen ons door de open dag op zoek naar mijnheer X.Wij krijgen het vermoeden cadeau dat hij op de tweede verdieping is. Mijnheer X is niet op de tweede verdieping. Daar loopt wel een mijnheer die mijnheer X net nog heeft zien lopen. Wij vragen waar we mijnheer X aan kunnen herkennen. Het blijft stil. En dan:
'Tja".
Dat vinden wij een verdacht antwoord.

Mijnheer X is niet op de eerste verdieping, en ook niet op de derde. Toch moet hij hier zijn.
"Hoe ziet mijnheer X eruit?" Alweer een 'Tja".
"Ik zoek nog even met u mee. Anders bel ik hem. "
Wij zouden inmiddels zeggen: Bellen die man.

We worden voor de vierde keer het trappenhuis ingestuurd.
"Ik zoek mijnheer X. Kunt u mij zeggen hoe hij eruit ziet?"
De zwijgende vrouw tegenover mij probeert koortsachtig iets opvallends aan de man te noemen. Toch zie ik vooral iemand die iets NIET probeert te noemen. Ik begin steeds nieuwsgieriger te worden. Is hij enorm dik? Nee, dat zou omschreven worden (een forse man). Een pikzwarte neger (uit Kongo)? Verlamd (in een rolstoel)? Twee meter tien (daar kijkt u niet zomaar overheen)? Een idiote bril (een opvallend brilmontuur)?
Opgelucht wijst de vrouw plotseling naar iemand achter mij.
"Daar, daar is mijnheer X!"

Ik loop naar een man van gemiddelde lengte die met zijn rug naar mij toe staat. Hij draagt een spijkerbroek en een onopvallend overhemd. Ik schat zijn BMI op een keurige 20. Zijn haren zijn schoon en vallen net op de kraag. Hij staat recht en ik hoor zijn lach, een prettige.
"Mijnheer X?"
Hij draait zich om. Ik kijk in een vrolijk rond gezicht. Twee vriendelijke ogen achter een moderne, bescheiden, bril. Geen snor, geen baard, fatsoenlijke bakkenbaarden. Ik stel mijn vraag die de livrei niet kon beantwoorden. Mijnheer X wel. Hij begint te praten.

Hij heeft het lelijkste gebit dat ik ooit heb gezien.

vrijdag 5 juni 2009

Baktus en Karies

In Noorwegen zijn het grootheden, Baktus en Karies. Zo groot als bij ons Dikkertje Dap. Zo groot als Pippi in Zweden, en the Famous Five in Engeland.
Wie kent onze Joris Driepinter nog, die ons als kind moest behouden voor broze botjes en tandeloze tijden, door ons te wijzen op het nut van drie glazen melk per dag? Zulke typjes zijn Baktus en Karies ook. In 1949 schreef een Noor een opvoedkundig werkje over verstandig gebitsonderhoud. De knipoog naar de bacterie en caries is mijn lezers niet ontgaan.

Een andere slimme Noor, een Noorse in dit geval, gebruikt anno nu de namen van de jongetjes (die floreren op koek en wittenbrood en eigenlijk appels en veel gepoets om zich heen moeten hebben) voor twee breipatronen. Eenvoudige rechtoe rechtaan sjaals, een variant in recht, en een variant in tricotsteek. Ideaal om je wol op te krijgen, een lekker makkelijk cadeautje te hebben, of als tussendoortje tussen een wel erg bewerkelijke jurk en een ingewikkeld sokkenpatroon.
Ze zijn een megahit in de virtuele breiwereld ravelry. Ik breide er drie. Eén voor mezelf, één voor het zusje dat dit blog zelden leest. Die groene gaat in de cadeaukast.

maandag 1 juni 2009

15 jaar jonger dan Bruce Spingsteen

(- Jemig, 't is de hand van mijn moeder! De kromme duim. En die huid! Geribbeld!
- Da's van de scanner, mens, maak je niet dikker dan nodig.
- Is het te zien, de stempel? Vanavond maar niet douchen dan.
- Niemand kan lezen wat er staat. Maak je geen zorgen.
- Zorgen? Het moet toch opvallen dat ook ik dit weekend een evenement bezocht?
- Kom 'ns wat dichterbij?


- Ik kan 't niet lezen, hoor.
- Echt niet?
- Nee, echt niet. 't Zou zo Pinkpop kunnen zijn.
- Echt??
- Staat hier nou Markelo ?
- (...) Ik ben douchen.)

Als dat maar goed gaat

Het jeugdjournaal bericht over een nieuw soort schoeisel, ontworpen en gemaakt door kinderen uit Zuid-Afrika. Twee studenten uit Delft, van het type ondernemer, hebben inmiddels een fabriekje geopend waarin deze zuivere waar gemaakt wordt.
Het zijn eigenlijke teenslippers, maar dan wat hipper. En een stuk duurder, want het goede doel moet gesteund. Maar sympathiek zijn ze, de plakkies. Het is dat mijn tenen geen stukken plastic ertussen verdragen, anders zou ik voor een paar gaan. Het jeugdjournaal ziet nog een ander bezwaar. De plakkies zijn helaas niet in kindermaten te koop.
Waarom de jongste laat horen dat hij een genetische mengeling van humor en taalgevoel is:
"Als dat maar geen floppie wordt."

zondag 31 mei 2009

Overijssel naar Europa

In het kader van de verkiezingen van aanstaande donderdag is het weer hoog tijd de genomineerden bekend te maken voor de nomen est omen bokaal.
Ik nomineer:

In de categorie Wat ben je met de vluchtelingen van plan?
Frans (LDP) en Wim (CDA) van de Camp en Hans Hekstra (CU/SGP)

In de categorie U zorgt toch wel voor een goed landbouwbeleid?
Cornelis (CDA) en Diederik (LDP) Visser, Betty de Boer (VVD), Joost van den Akker (VVD), Marloes Piepers (SP), en Joop Klomp (Solidara)

In de categorie Ambtelijke molens
Agnes, Jan, Vincent, Gerhard en Marlies Mulder (respectievelijk CDA, VVD, SP, D66 en Libertas)

In de categorie Veilig voor het water
Michiel Dijkman (CDA), Diederik van Dijk (CU/SGP) en Rob van Oeveren (Partij voor de Dieren)

In de categorie Je had ook gewoon een vak kunnen leren
Wim Kuiper (CDA), Betty de Boer (VVD), Evert-Jan Brouwer (CU/SGP)

In de categorie Eigen volk eerst
Ans van Zeeland (CDA), Björn van Roozendaal (D66), Floor Vreeswijk (Libertas)

In de categorie Niks geen soft gedoe meer
Ewout Deurwaarder (Groenlinks), Tineke Strik (Groenlinks), Bart Kruitwagen (Newropeans)

In de categorie Zou het wel goed komen met Europa?
Rein van Gisteren (SP), Marcel de Haas (CU/SGP)

vrijdag 29 mei 2009

Pimpen voor beginners

Kom, ik mail je de foto's wel even. Ik hoorde het mezelf zeggen. Mooi dat mijn mailbestand, of dat van haar, de bulk niet aankon. Dan maar even mijn weblog gebruikt. Wil je ook zo'n tas? Koop en pimp lekker je eigen kartonnegie!









zondag 24 mei 2009

Buitenkunst Rondeel

Die keer dat ik mijn laatste beker melk niet dronk
Het tafelkleed was geelbruin met rode strepen
De melk kletste in de granieten spoelbak
De weeë geur die ik niet meer zou proeven
Die keer dat ik mijn laatste beker melk niet dronk
Ik voelde dit nooit nooit meer en vulde me met verse lucht
De wind waaide repen vliegengordijn de keuken in
Die keer dat ik mijn laatste beker melk niet dronk

dinsdag 12 mei 2009

Nieuw woord (1)


Traypoolen

Om maar met de excuses in huis te vallen: Neem me niet kwalijk dat het eerste nieuwe woord in deze nieuwe reeks een engels woord is. Dat moet geen gewoonte worden.

De rij voor de afruimband van onze kantine, pardon ons bedrijfsrestaurant, is regelmatig lang en langzaam. Een prima plek om te netwerken, maar dat heb je net al met de collega's gedaan je ook nu nog om je heen hebt. Vanmiddag bood een collega aan te traypoolen. Hij wipte zijn klokhuis over op mijn lege sushibakje, stapelde zijn drinkbeker in mijn lege en schoof het ene dienblad onder het andere. Een aardige aap kwam nog uit zijn mouw: "Loop jij maar door, ik doe het wel."
En weg was ik, de rij langs, twee minuten (minstens!) eerder achter het bureau.

zondag 10 mei 2009

Drie biggetjes

De jeugdherberg heet geen jeugdherberg meer. De herbergvader en -moeder zijn vervangen door hulpvaardige twintigers met ludieke t-shirts en luide muziek. De reclamekaarten zijn gratis en voor een luttel bedrag mag je internetten of pool spelen. De doelgroep lijkt nog min of meer dezelfde: de reiziger op de bonnefooi, die niet vies is van een wat goedkopere overnachting, en die niet opkijkt van een toilet op de gang.

Ons hostel heet (in goed Duits) Three little pigs. Een voormalig klooster wordt voor twee nachten ons huis. Een vierpersoons kamer, toe maar! We vallen blijkbaar nog in de doelgroep. Een onderkomen voor jongeren und jung gebliebenen. Dan moet je niet vragen of de muziek wat zachter mag, zodat je de uitleg van de Mr. Fawlty ter stede kunt verstaan.

De lakens zijn helder wit en krakend gesteven. Het sanitair ouderwets spic & span. Toch knaagt een veertig-plus knaagje. Zitten de echte jongeren wel te wachten de gang te delen met lui die de val van de Muur met eigen ogen hebben aanschouwd? Die hen met 'Sie' aanspreken, omdat ze dat zo op school geleerd hebben? Die vouwen in het gezicht hebben, vlak na het opstaan in ieder geval, en die al voor het middernachtelijk uur te bed gaan?

's Nacht rommelt het onder onze kamers. Zijn het de socialisten, waar de jongste zo bang voor is, reden waarom hij niet met z'n hoofd bij de deur wilde liggen? Voor onweer is de lucht te helder. Containers, besluit ik weer inslapend, de vuilcontainers worden aan de weg gezet.
De ochtend brengt de waarheid aan het licht. Een grote groep Duitsers is 's nachts aangekomen. Niet met rugzakken, zoals wij. Met rolkoffers.

(Als ik 20 jaar jonger was geweest had ik de naam van de dichter (is het Pfeifer??) me kunnen herinneren en het gedicht dat ik laatst las. Over iemand die wilde genieten van een oude stad en er voorzichtige voetstappen wilde achterlaten, maar helaas: rolkoffer rolkoffer rolkoffer. Of zoiets, want ik heb het niet onthouden.)

vrijdag 8 mei 2009

Sokken van plezier

Hij staat in het blaadje voor NS-medewerkers, de Koppeling. Met 'mijn' sokken. Hoe koel is dat?
Mij stuurde hij al een lief bedankkaartje, en nu krijg ik dit onder ogen gespeeld. Op sommige dagen is de wereld zo mooi.

donderdag 7 mei 2009

Dat is nog eens tijd doden

De tiende trein in minder dan tien dagen maakt opeens misselijk. De jongste heeft de afvalzak extra gevuld. De oudste houdt de boel binnen door de horizon geen moment met de ogen los te laten. Het eindstation wordt opgelucht bereikt. We zijn in Zagreb.
Nog één dagje toerist spelen en dan in de nachttrein naar huis. Voor het eerst deze vakantie voelen we de regen. We zijn een beetje brak en Zagreb op zondag, hmm, het bruist niet echt. We eten wat, maar plannen maken lukt niet. Rondlopen stuit op weerstand. De jeugd wil pretpark of slapen. Beide mogelijkheden zijn niet voorradig en het begrip daarvoor is al helemaal afwezig. Dan oppert een ouder de mogelijkheid van de bioscoop. Da's een idee!
De eerste wordt net verbouwd. De tweede blijkt een filmhuis en voorlopig nog niet open. Naar de derde is het zoeken. We zien ondertussen toch nog het oude centrum. Een modern gebouw met een Engels sprekende medewerker heet ons welkom. We kunnen nog net in de film van half vier vallen. Niet nagesynchroniseerd. In het pikkedonker stommelen we naar rij 11.

In een stoffige pluchen Kroatische zaal komen we alle vier weer tot leven. Na anderhalf uur zijn de gelederen weer gesloten. Zo eensgezind zijn we zelden, en dat buiten we uit. We praten nog lang na. De sfeer blijft uitstekend. Nog 'ns en nog 'ns checken we het bij elkaar. Vond jij ook dat..? Ja. Heb jij ooit ...? Nee.

We blijven het eens. Dit is wel de grootste butfilm die er is.

Lampje

In mij woont een Florence Nightingale. Ze bewoont niet een heel groot deel van mijn hart, hoofd en handen, maar op sommige dagen is ze bijzonder actief. Dan zet ik, over straat lopend, gevallen fietsen overeind. Ik tik op een autoruitje en wijs de bestuurder op zijn centuur die tussen de portier uitpiept. Ik grijp naar een peuter die de stoep afholt, net iets eerder dan de ook alerte moeder. Zoekende mensen wijs ik de weg, nog voor ze wie dan ook een vraag hebben kunnen stellen. Op zulke dagen word ik erg moe van mezelf.

Ik zit naast een jong meisje in de trein. Veel sieraden voor een tiener, een schooltas vol boeken, een schrift open en pen in de aanslag. Een geschiedenisboek houdt ze als een zangboek voor zich. Verschil tussen horigen en edelen? Ze schrijft met grote ronde letters. Ik kan in haar boek kijken en zie in drie duidelijke punten de verschillen aangeduid. Maakt ze een samenvatting? Dat kan handiger.
Kon je als horige ooit land verwerven? De ronde letters zijn uitstekend leesbaar. Het boek ook, en dus het antwoord op haar vraag. Vindt ze het echt zo ingewikkeld? Kan ze dan niet beter de antwoorden noteren, in plaats van de vragen?

Florence Nightingale wordt wakker. Zal ik je even overhoren? Het bereikt mijn lippen net niet. Want ondertussen valt een kwartje. De jonge vrouw naast me maakt een overhoring. Ze is een juf.

zondag 19 april 2009

Schrijf je nog wel tussen al dat breien door?

Eigenlijk niet, nee. Maar mijn grootste fan zou me een seintje geven als ik op haar hier ga lijken.
 

blogger templates | Make Money Online