zondag 27 juni 2010

Elfduizend


11.000 postbodes wil TNT ontslaan. Dat mag niet ongemerkt gebeuren. Ik ben (soms best wel) voor (een heel klein beetje) marktwerking, maar dit gaat de goede kant niet op.
Studenten, ZZP'ers zonder pensioen, bijbeuners op milieuvervuilende brommertjes: wie gaan er mijn dagelijkse kaarten bezorgen? Vast niet zo stipt op tijd en prompt als de TNT'ers die nu aan de dijk gezet gaan worden.
Daarom betuigen de postcrossers van Nederland steun aan de postbodes (de postcrossers pur sang, laten we wel wezen).
Op 1 juli steuren wij de TNT'ers een kaartje. Als dankje. Als hart onder de riem.

Doe gerust mee.

vrijdag 25 juni 2010

We spelen tegen de Kameroenezen


De oudste vraagt hoe inwoners van Kameroen heten. Volgt een discussie over Hagenaars en Hagenezen. De gastvrouw breit een patroon van Ribbels. Sommigen bewonderen en zien hardop de wording van een te gek vest voor zich. De dochter die al slaapt mag binnenkort afzwemmen, de onderwatercamera wordt gedemonstreerd. De Turkse hapjes zijn pittig, en we vragen ons even af of een mix van de sausjes ook mag. De vakantie naar Zweden is aanstaande; we praten over Selma Lagerlöf en waar haar gans ook alweer vloog. We halen op wanneer de witte stoel in het leven van de vrienden kwam. We vragen ons af of Femke Halsema bewust weer spreekt over Paars Plus in plaats van Paars Groen. We merken op dat we op de bank zitten met een Marc van 43 jaar die niet bij zijn moeder woont.

Voorkeuren

Als je me in jouw profiel meldt dat je van konijnen houdt, en van roadside attractions en dat geen kaart je te gek is, dan zoek ik niet eens meer op wat roadside attractions precies zijn. Dan krijg je deze kaart, Violet uit Seattle.

zaterdag 19 juni 2010

We spelen tegen de Japanners


Begin jaren '80 deed ik mijn zangoefeningen in de trein. De reis van Amsterdam naar Enschede was lang, en de trein na Apeldoorn nagenoeg leeg. Zodra ik echt de enige was zong ik mijn tertsen, kwarten en kwinten. Zo kwam het vriendje zingend dichterbij.
Kom er heden ten dage nog maar eens om, om een lege trein. Daarvoor moeten we toch minstens ... een voetbalwedstrijd spelen.

School gaat gewoon door, WK of geen WK. Vandaag de beoordeling. Mag ik naar het tweede jaar door? Ik mag. Met respect voor hoe ik het allemaal in mijn leven gepropt krijg, dat enthousiasme en die leergierigheid. Dat horen we graag, maar niet teveel of te lang, want hoe eerder ik in de trein zit, hoe groter de kans dat ik deze wedstrijd nog nét een stukje op de buis kan zien.
Dus weer met de radio in het oor met de onvolprezen Jack van Gelder. Ik stap de trein in tijdens het Wilhelmus. Pas na geëerd ga ik zitten. Ik brei en luister. Even na Stroe mag ik opveren. YES!!
Niemand hoort me.

Weer een reputatie gered.

vrijdag 18 juni 2010

Handelingen 20:35


Steekmarkeerders, een rolcentimeter, bamboe rondbreinaald, keltische harpmzuiek (!), en wel zo'n 600 gram prachtige wolletjes. Voor mutsjes, sokken, een sjaal. Ben ik jarig?

Koningin Beatrix zat mis, o zo mis, toen ze afgelopen kerst orakelde dat de virtuele contacten leeg zijn, en onecht. Als Boekgrrl, Bookcrosser, als Postcrosser, en als Ravelry-enthousiast ontmoet ik de meest krachtige, creatieve, warme en gulle mensen. Kom daar maar eens om, in de forensentrein of de rij naar de kassa!
Ik heet er Willemijn, of Browniepoint, en soms ook Ina, en ben er meer mezelf dan op menige werkdag.

Vandaag ontving ik de Voor Elk Wat Wils Doos. Boordevol breispullen. Om uit te graaien, en om in terug te stoppen. Om alle gulle gevers te laten zien wat ik uit de doos haalde, deze foto. Harstikke bedankt, allemaal!

(Dat kan ook op de site zelf, ik weet het. Maar ik ben denkelijk net zo weinig handig als onze majesteit.)

woensdag 16 juni 2010

stop gil ik


Naar buiten wilde ik, acuut. Maar waarom? De klus was nog niet klaar. Zou ook niet af komen, want ik had ruzie met veel te veel spreadsheets en een aantal bestanden stond op de computer thuis. Maar een uurtje had ik er toch nog aan willen werken. Al was het maar omdat ik beloofd had dat het vandaag af zou zijn.

Toch stond ik opeens na een versneld uitgevoerd ritueel (wc – computer uit – rondje prettige avond mompelen - radio in het oor) bij de liften. Ik had geen enkele reden. Voetbal hoefde ik vandaag niet te zien, er was geen noodzaak een onweersbui voor te zijn, kinderen op te vangen, nog een boodschap te doen. Bovendien bleek mijn timing onmogelijk: ik zou minstens 20 minuten op een trein moeten wachten.

Beetje verdwaasd en verbaasd loop ik de bekende saaie route naar de tram. Vlak voor de oversteek met de trambaan passeert mij een blonde vrouw, met blackberry aan het oor. Aan de overkant staat de spitstram richting station klaar. Die gaan we missen, maar de volgende komt binnen een paar minuten. Van links komt de tram richting Nieuwegein, lief klingelend.

Dan stapt de vrouw de trambaan op.
'STOP' gil ik.
Ze doet een stap terug, kijkt wazig om. ‘Ik zag ‘m niet,’ zegt ze.

Daarom misschien.

maandag 14 juni 2010

We spelen tegen de Denen

Ik ben niet het type dat onderuit zit en zo nu en dan nou nou of poe poe of joepie zegt. Op het puntje van de stoel zit ik, ik spring op, stamp voet, of beer ijs.
Het schuim staat me regelmatig op de lippen. Menig lelijk woord rolt langs mijn ivoren wachters. Mijn zonen zou ik terecht wijzen, maar voor mij is het leed dan al geschied. Drie of meer letters: netjes is het niet wat ik zeg als Kuyt hard onderuit gehaald wordt, of als Olsen kan juichen.
In 1978 gooide ik een stokbroodje camembert tegen de verse kleurentelevisie. Dat zal ik zo snel niet herhalen, maar ik kan niet beloven dat ik niet met vuisten zwaai. Ook bij een rustige wedstrijd ben ik zeer aanwezig. Goedbedoelde adviezen, haarscherpe analyses, venijnige aanmoedigingen: ik roer me. Hard.

Kortom, het lijkt mij voor het verdere verloop van mijn carrière niet verstandig als ik temidden van 300 collega’s naar Nederland-Denemarken ga zitten kijken. Ik zit achter mijn bureau. Met een radio in mijn oor, dat dan weer wel.

vrijdag 4 juni 2010

Komt dat zien, komt dat zien




('t was zo'n gepeuter om bovenstaande afbeelding zichtbaar te krijgen, dat ik nu de tekst onderstreept krijg, en niet meer weg. Nou, zo zien mijn breiwerkjes er dus ook vaak uit.)

zondag 30 mei 2010

Situatie 15

Er zijn maar 36 dramatische situaties. Deze tekst krijg ik mee, als student aan de Schrijversvakschool. Het is geruststellend bedoeld. Want wat ik ook verzin, in een kort verhaal, een filmscript, een toneelstuk of een gedicht. De gedachte is al eens verfilmd, het plot al te boek gesteld, het gegeven heeft al menig toneelplank gezien.
Liefdesrivaliteit tussen verwanten, De noodzaak dierbaren te offeren, Opstand: de lijst is eindig. (Lees vooral het schitterende werkje van Jan Veldman, waarin alle mogelijke verhaalideeën op rij staan.) Bekijk/lees respectievelijk maar eens Assepoester (haar zusjes willen die prins ook!), het verhaal van Abraham en Isaak (God geeft opdracht zijn zoon aan het mes te rijgen), Lucifer van Vondel (als dat geen opstand is!).

Mix een paar van deze drama's, scherp je pen, herschrijf een keer of wat, en je zou best eens wat leesbaars gemaakt kunnen hebben. En vergeet daarnaast het Echte Leven niet, als inspiratiebron. Maar vergeet vooral niet: Alles is al eens geschreven, au fond.

In de pers de afgelopen weken trof ik weer eens een bewijs:
De spindoctor van het CDA, Jack de Vries, moest aftreden vanwege een buitenechtelijke affaire. Met een ondergeschikte nog wel. En ergens las ik dat de echtgenoot van zijn adjudante utigezonden is naar Uruzgan.
Tijd om een stukje uit het bijbelboek 2 Samuel te citeren:
Op een keer stond hij (David) aan het eind van de middag op van zijn rustbed en  liep wat heen en weer over het dak van het paleis. Beneden zag hij een vrouw die aan het baden was. Ze was heel mooi om te zien. Hij liet uitzoeken wie ze was, en men zei hem: 'Dat is Batseba, de dochter van Eliam, de vrouw van de Hethiet Uria.  David liet  haar bij zich komen en sliep met haar. (...)

Voor Jack mogen we hopen dat de vergelijking hier ophoudt, want koning David bezorgde Uria een baantje waar het hevigste wordt gevochten en zonder rugdekking.

Ik krijg opeens een idee voor een toneelstuk.

zaterdag 29 mei 2010

Doe dat dan ook niet

vrouw zwaargewond na val van perron

Een 22-jarige vrouw uit Utrecht is zaterdagochtend rond negen uur op station Naarden/Bussum zwaar gewond geraakt toen ze wilde instappen in een al rijdende trein.
De vrouw verloor daarbij haar evenwicht en kwam tussen de trein en het perron terecht. De arm van de vrouw is afgerukt, haar voet is verbrijzeld en ze heeft een slagaderklijke bloeding opgelopen, zo heeft een woordvoerder van het korps landelijke politiediensten meegedeeld.  Ze is met spoed overgebracht naar het ziekenhuis. De traumahelicopter is ingezet.

***

Ik ken een 22-jarige vrouw uit Utrecht. Dus ik hoop natuurlijk gelijk dat zij het niet is. Ik zat in een trein naar Amsterdam, kwam stil te staan en mocht niet doorrijden. Wachten wachten. Terug naar Hilversum. Stoptrein naar Utrecht. Kwam niet. Duizenden mensen op het perron. Honderden die een vlucht gingen missen. Mini-leed, natuurlijk, vergeleken bij een afgerukt ledemaat.
Ik wilde naar school, maar zou daar tegen het einde van de les verschijnen. Terug dan maar. Wachten wachten. Há, de vertraagde internationale naar Berlijn. Lekker leeg. Politiehond. Hasjsporen aan mijn tas. Ik krijg de neiging de politie te bellen, maar o nee, die zitten al aan die hond vast. Zesenveertig jaar met een breiwerk, dat lijkt een alibi.
Mini-leed, ik zei het al.
Maar toch.

maandag 17 mei 2010

Hoor ik nou dat Willem II bijna failliet is?

Lieve God....

U heeft de afgelopen tijd mijn favoriete zanger Michael Jackson,
mijn favoriete zangeres Sugar Lee Hooper,
mijn favoriete acteur Patrick Swayze,
mijn favoriete actrice Farah Fawcett
en mijn favoriete entertainer Ramses Shaffy tot U genomen.

Ik wil u even laten weten dat mijn favoriete club AJAX is.

zondag 16 mei 2010

Ik geniet van u

Op een zondag in mei kun je in je piere-eentje naar Ootmarsum rijden. Daar zijn dan kraampjes met dromenvangers, er speelt een harmonie en alle galeries zijn open. Ik had dit jaar nog nooit zo lang op een terrasje gezeten. Zestien graden, uit de wind: dan wil ik zelfs wel in de zon. De handleiding bij mijn ingewikelde breiwerk lag thuis; de wol aaien was ook fijn.
Ik kocht natuurlijk kaarten. Voor mijn postcrossingvrienden van over de hele wereld. Voor de echtgenote van een collega, die rare katten spaart. En voor mezelf, twee lezende vrouwen.
Ik kocht deze kaarten bij de VVV. Een mijnheer van mijn leeftijd gaat een reünie organiseren, en of de mevrouw van de VVV wat ideeën voor hem had? Dat had ze, en ze vertelde precies wat hij nodig had, en meer. Toen hielp ze nog meer mensen, en ook die waren blij en verlieten blij het lelijke kantoor. Toen was ik. En ik dacht op deze zondag in mei Ik ga nu zeggen wat ik denk.
En ik zei tegen de mevrouw van de VVV: Ik geniet zo van hoe u geniet van uw werk. De tranen schoten me in de ogen, zo waar vond ik het, wat ik zei.
De mevrouw lachte nog steeds, en ze vond het leuk om te horen.

zaterdag 15 mei 2010

Als je buurman in de sloot springt ....?

De donderdagse komst van de vuilnisophaaldienst was door de Hemelvaart doorkruist. Glas, blik, plastic, papier: het wordt hier allemaal keurig opgehaald. Behalve deze week dan.

Iemand moet er mee begonnen zijn. Bij vergissing misschien, in de war door al die koninginnedagen, vlaggen met wimpels, canadezen en de albert heijn toch altijd open, welke dag is het eigenlijk, volgens mij hoog tijd voor het vuil. En hup - buiten gezet de doorzichtige grote zak met plastic afval, het teiltje met daarin het blik en de curverkrat met de leeggedronken wijnflessen.
Pavlov op z'n best. Je ziet zo'n stapel vuil bij de buren, en daar ga je, bijna ondersteboven de kelderkast in, om jouw afval ook snel te lozen. En als er twee zijn, dan zijn er zo nog vijf, en dan de hele straat, en de straat ernaast ...

Ik was net klaar met mijn zooi, toen het door mijn hoofd schoot maar het is toch zaterdag?
Een buurvrouw aangesproken. Ach, zegt ze, volgens mij komt niemand het ophalen, maar ja, iedereen doet het.
Zijn we nou helemaal niet lekker geworden?
Om acht uur haal ik de boel weer binnen, besloot ik. Er zijn leukere karweitjes, maar domheid moet gestraft, het is niet anders.

Iemand moet gebeld hebben. Of rijdt er milieupolitie rond? Om drie voor acht rijdt de grote vuilniswagen de straat in. Alles gaat zonder pardon, ongesorteerd, de laadbak in. Behalve het glas, dat blijft staan. Huis aan huis.

P.S. Unbef*ckinglievubbel. Ben ik gewoon weer te braaf. Wie komt er langsgesjeest om tien voor half tien? De glasophaler. Heb ik de boel binnen gehaald. Stomstomstom. De groene golf is ook voor mensen die 60 km per uur door de bebouwde kom scheuren, mag ik weer achter oranje aansluiten met m'n max 50.

dinsdag 23 februari 2010

Een Jan Bolsje

Rensenbrink op de paal. Dat was pas erg.

zondag 24 januari 2010

Soms hoor je jezelf

Je hoort jezelfs soms praten. Als het er rottiger uit komt dan je iets in de verste verte bedoelde, juist tegen zo'n aardig iemand. Als het precies klinkt zoals je moeder klonk. Van die dingen die je nooit wilde herhalen. Soms ook is de boodschap verbazend. Hoe mooi is het witte goedje niet, hoe schoon die witte dwarrelpluizen, hoe feestelijk. En toch, vanmorgen hoor ik uit, uit mijn eigen mond:
'Hè, nee hè. Krijgen we dat weer.'

woensdag 20 januari 2010

Kennis was macht


Lost kijken we, met z'n vieren. We gissen, duiden, voorspellen, verklaren, verzinnen vóór, tijdens, en nadat de schrijvers hun kunsten tonen. Geheel in die geest riep ik maar vast dat ik de titel begreep van de aflevering die op punt stond te beginnen, The 23rd psalm.
De heer is mijn herder! Enthousiast moet ik geklonken hebben. Zo, die kennis was maar weer tentoongespreid en doorgegeven.

Kroost van 14 en 15 jaar is full time kritisch.

Binnen twee seconden heb ik het commentaar op mijn bijbelse kenniseruptie binnen.
Het jongst schaapje: Get a life!
De oudste: Ga breien.

Dat ik zeker denk te weten dat ook zij ooit de bijbel gaan lezen, taalgeïnteresseerd als ze zijn, dat houd ik nog maar even voor me.

vrijdag 15 januari 2010

Chauffeurs en tweede sokken


Jullie hebben gesproken. Vijf maal de keuze op de chauffeur die tijdens zijn laatste rit een moeder en kind dood rijdt. Mooi volk zijn jullie. Eén stem viel op Sven. De stem van de allerliefste. Enfin, die wordt gelukkig vaak genoeg wel gehoorzaamd. 't Is even slikken, want mijn keuze was de tapdansende vrouw. Zo zie je maar. Gelukkig heb ik nog meer vakken. Zoals proza. Misschien dat ik jullie een verhaal laat kiezen, misschien gooi ik daar de potentiële grafschendster in de strijd.
Ondertussen is het eerste idee voor het drama met Tinus, de chauffeur heeft een naam gekregen, de wereld in gestuurd. Morgen op school 'ns horen wat meester en klasgenoten voor dramatische kansen zien.


Second sock syndrome, daar lijd ik aan. Een sok breien is leuk, maar die tweede is een opgave. Gelukkig, de oplossing is me ingegeven. Een sok mag ingewikkeld zijn, en hoe nieuwer hoe beter. Zo ben ik op het moment met een minihaaknaaldjes kraaltjes aan het peuteren. Cool! Maar niet voor nog zoéén. Toch?
Dezelfde wol gebruik ik voortaan voor nóg zo'n ingewikkelde nieuwe sok. Twee keer één is ook een paar. Weet je wat, ik misbruik de slogan van de PSP, van ooit:
Omdat ieder (mens) er één is, en niet de helft van een stel.

Geen idee wat de twee gebeurtenissen met elkaar van doen hebben, maar dat schiet me bij een volgende douchepartij wel te binnen.

maandag 11 januari 2010

Lezer: kies!


De komende twee maanden ga ik me bekwamen in het scenario schrijven. Voor een documentaire, een speelfilm, een korte film, of een soap, of wat dan ook. Welke van de drie ideeën spreekt jou het meest aan, lezer?
Vul de poll in, hiernaast, en/of verras me met je eigen idee.
Dank!

A. Stel dat een busschauffeur na 40 dienstjaren met pensioen mag, en dat hij tijdens zijn laatste rit (een lege bus, rond middernacht) een fietsende moeder - met kind voorop - doodrijdt. Zijn rustige oude dag met moestuin, nieuwe kansen voor relaties met zijn kinderen, het lijkt in één klap verwoest. Wat gebeurt er als hij gewoon doorrijdt?

B. Stel dat een volwassen vrouw op een dag de rouwadvertentie leest van de onderwijzeres die haar als kind gepest heeft. De vrouw zit al jaren op taples, om ooit op het graf van deze vrouw te kunnen dansen. Op de dag van de begrafenis ontmoet ze de dochter van de overledene ...

C. Stel dat een sportarts in opleiding aan de vooravond van een olympische race van Sven Kramer doping bij Sven ontdekt. Hij wordt onder grote druk gezet om de boel te flessen. De jonge arts ruikt zijn kans en chanteert de chef de mission...

D. Stel dat ...

woensdag 6 januari 2010

SPAM: koop oude postzegels (2)


De 21ste eeuwse postzegel is vaak een sticker. Dat heeft geen allure meer. 't Is reuze makkelijk, dat wel, maar de charme van die papieren tandjes, de illusie dat wat jij plakt ooit afgestoomd kan gaan worden: opgeofferd is het, aan de tand des tijds die snelheid vraagt.
De oude postzegels hadden ook een groot nadeel: het likken is vies. Daar kom ik op terug.
Postzegels worden blijkbaar altijd teveel gedrukt. Of het nu de speciale zomerzegels zijn, de kinderpostzegels, de zegels ter gelegenheid van x jaar rode kruis, een nieuwe koningin, een herdenking van een brok geschiedenis: talloze waardevolle papiertjes bereiken de consument niet, in het betreffende jubeljaar.
Voer voor de opkopers. In Klaaswaal zit er zo één. Ik schreef er al eerder over. 't Is te mooi om waar te zijn. Postzegels vanaf 1977 zijn nog gewoon geldig. De postzegels (uit de tijd van de gulden!) zijn hier nog te koop. Met korting tot wel 20 procent, ook dat nog. 't Vergt natuurlijk wat omrekenen, maar dat doet de firma voor je.
Zo krijg ik mijn velletjes voor Nederland, voor binnen Europa, en voor buiten Europa, keurig aangeleverd in de juiste setjes. Bij elke bestelling zitten er weer zegels tussen die ik nog nooit gezien heb, of die ik me herinner van héél vroeger.
Vandaag dit pareltje. Een echte Kirkeby.
Niet alleen de buitenlandse postcrossers zijn er dol op. 't Is ook een feest voor de zender (mij) of de Nederlands ontvanger (IZA - ik weet zeker dat daar iemand kwijlt bij het prachtigs op de rechterbovenhoek van de envelop met mijn ziektekostendeclaraties).
P.S. Bij een flinke bestelling krijg je een groen rond plastic bakje met een oranje sponsje erin. Een professionele likker!

Iets met voornemens


Nieuw jaar. Nieuwe kansen. Heb ik goede voornemens? Altijd. Voer ik ze uit? Soms wel, soms niet. Waar hangt dat vanaf? Geen idee. Kan ik er achteraf een reden voor verzinnen? Altijd. Heeft het in z'n algemeenheid iets met discipline te maken? Soms wel, soms niet.

Dit jaar dacht ik het volgende:

  • iets met bewegen. Fietsen misschien zelfs.
  • iets met iets geks. Naar Geen Stijl surfen, tai chi'en of mijn stoep sneeuwvrij houden.
  • iets met letters. Lezen ook.
  • iets met jongens. Mogen ook pubers zijn.
  • iets met chemische middelen. De douche, het balkon.
  • iets met kiezen: toneel/poëzie/proza/scenario/essay. 2 van de 5.
  • iets met familie. Niet teveel natuurlijk, maar zeker niet te weinig.
  • iets met koken. Mag ook gezond zijn.
  • iets met wie het kleine niet eert. En dat dat dan geldt voor als ik op het perron sta en mijn trein rijdt niet.

zaterdag 2 januari 2010

donderdag 24 december 2009

Nummer 1

Na ruim vier jaar is het zover. Ik was ooit de nummer negen van de wereld, maar altijd stond die dame uit de buurt van Nijmegen nog boven me. Nee, het is geen wedstrijd, maar grappig is het wel (even): ik ben nummer één van het vierde postcrossingland van de wereld.

maandag 21 december 2009

Van een negatief reisadvies en twee mobieltjes

Personages:
Zij (hekel aan staan en wachten, geneigd adviezen ter harte te nemen)
Hij (het komt wel goed, en of en hoe dat bepaal ik zelf wel)
Zij werkt thuis; hij is naar zijn werk gegaan.

Hij: (09.21) Het is prachtig. Koppie koffie bij en genieten maar.

Zij: (09.22) In een trein?

Hij: (09.23) Yep

Zij: (09.39) Volgens de website van annexwinno rijdt de gvu niet.

Hij: (10.19) Welleke website?

Zij: (10.21) Connexxion, maar dat begreep je wel. Streekbus naar Zeist voor jou?

Hij: (10.24) Nee streekbussen vind ik misselijkmakend. Maken de echte mannen een flinke sneeuwpop? X j

(Dienstmededeling: vanaf hier besloot deze schrijver de tamelijk waarheidsgetrouwe sms-wisseling tamelijk waarheidsgetrouw te gaan weergeven op haar weblog. Dit heeft ongetwijfeld de aard van haar teksten beïnvloed.)

Zij: (10.26) Ze slapen nog! Wat ga je doen, lopen?

Hij (10.29): Even kijken, plassen, koffie en dan terug. Fotootje hier, Fotootje daar, naar huis en mailen dat ik thuis werk.

Zij (12.05) eta?

Hij (12.07) 1315 als er niets tussen komt. Nu in de trein naar polen.


Enter Hij om 13.19. Tja, niet Alles is materiaal natuurlijk.

Dit dan (3)

Als je bij de hoogbejaarde achterbuurvrouw hebt aangebeld, om te vragen of je soms een boodschap voor haar kunt doen, en als zij aangeeft dat boodschappen voor haar gedaan worden en dat ze - zeer bedankt, hoor - overigens ook geen nood heeft wat via sneeuwwegen door een ander geledigd kan worden, heb je dan een goede daad verricht?

SPAM: kom naar de boekgrrls

Ze moest minstens de klok rond geslapen hebben. De nooduitgangverlichting gaf een groen schijnsel, en er kwam al wat grijs licht door de hoge vuile raampjes. De geit was onrustig. Ze briesde, en schuifelde heen en weer. Liggen, staan, en weer liggen.
'Wat is er, meisje?', fluisterde Rachelle. 'Wil het niet zoals jij wilt?'
Plotseling zag ze de kop van een lammetje, en onmiddellijk daarna plofte vier stakige pootjes met een lijfje ertussen, op het stro. De geit begon als een bezetene te likken. Het lam probeerde op te staan. Rachelle giechelde. Het was geen gezicht. Er kwam nog een jong, zag ze. Wat leuk, een tweeling. Weer likte de geit. Het lam bewoog door de stevige tongstrelingen, maar niet uit zichzelf. Rachelle kroop dichterbij en streelde het geknakte koppetje. De geit liet toe dat haar eerstgeborene begon te drinken. Rachelle had vooral oog voor het tweede jong. Zo prachtig, zo af. Een bokje. Een bokje dat nooit zou bokken. Rachelle nam het dode beestje op. Het nog deels bebloede beestje bevlekte haar jas. Ze kroop over het hek. De staldeur kraakte en schoof over minstens een decimeter sneeuw. Rachelle stond in de deuropening. Ze drukte het bokje wat dichter tegen zich aan. In welke kerstkaart was ze nu terecht gekomen?

~*~


Benieuwd hoe dit verder gaat?
Hoe je van lezen? Ben je vrouw?
Aarzel niet langer en kom 'ns langs bij de boekgrrls.
Vol tips over lezen. Vol meningen over boeken.
We wachten op jouw tips, op jouw meningen!

donderdag 10 december 2009

zondag 6 december 2009

Op weg

Na de tandarts, de tranen om een onvoldoende (bij mij dan, niet die onvoldoende, maar de tranen, nou, omfloersde ogen, maar toch), een onnozel achterlampje met nozele rekening, afgeraffeld maar toch inspirerend huiswerk is het o zo o zo o zo heerlijk in de trein stappen op een vrijdagmiddag.
De reguliere parafernalia (portemonnee, sleutels, mobiel, draadje bij de mobiel, toilettasje (over de inhoud daarvan wellicht ooit later, maar sluiten doettie niet goed meer), leesboek, breiwerk, schrijfboekje, drie pennen, klein leefgruis overig) gaan ook de schoolspullen mee (zo'n map met 12 handige tabjes waarbij dat wat je zoekt nooit eerder dan achter het achtste tabje schuil gaat en een moleskine hardcover schrift), en omdat het vrijdagavond leesblok is, ook een dikke pil die de lezer in mij moet ontwikkelen, als aankomend schrijver niet te verontachtzamen, het belang van lezen. En dus omdat het vrijdagavond leesblok is, en zaterdag school, en het geheel zich in Amsterdam afspeelt, gaat er overnacht worden. Vandaar de pyjama, de tandenborstel en de handdoek. (Het is een jeugdherberg, dus eigen handdoek mee.)
De hele meuk wordt bij aankomst in de stay-okay in een kast geschoven, ik maak een onderbed op, leg tandenborstel en pyjama neer op plekken die op de tast gevonden kunnen worden, en met het hoogstnoodzakelijke nog even de stad in. Winkels kijken, volle trams voorbij zien schuiven, stapeltje postcrossingkaarten kopen en bij je zelf bedenken: de volgende keer ook een paraplu meenemen.
Het geroezemoes bij Wagamama is oorverdovend. Meer dan te doen als je zelf geen geluid wilt maken, anders dan een bestelling doorgeven. Chilli squid, een hypergezond groentevers soepje, twee japanse bieren, en de witte chocolade kwarktaart met gembercaramelsaus. Nog twee zwarte koffie en mijn verplichte leeskost voor de avond die over een uurtje begint, is uit.
Het is donker geworden. De school hier nog geen tien minuten vandaan. De plassen zijn fikse poelen inmiddels, de kerstverlichting is aan, er valt nog een hoop naar huis of elders te spoelen. Straks zit ik binnen, op een goedkope schoolstoel en ik zal hoorcollege krijgen van het fraaiste soort. Ik zal me drie zalige uren nietig en begrepen weten. Ik zal nieuwsgierig worden en de rest van mijn leven niets meer willen doen dan leren, lezen, leven.
Het bier heeft erin gehakt. De plassen worden golven bij elke passerende auto, juist bij de voetgangersoversteek. De lichtjes in de PC Hooftstraat branden alleen voor mij (zonder bril). Ik mag naar school.

vrijdag 20 november 2009

Tikje


In de trein is ze al een bezienswaardigheid. Klein, krom, dikke bril, tastende dunne handen, keer op keer, in haar tas. Ik ben vast niet de enige forens die zich zorgen maakt of deze broze dame in de efficiënte massa veilig thuis zal komen. Haar handen maken met een beverig tikje duidelijk dat ze er in Deventer uit wil. Ik ben vandaag met de auto naar het station gereden. Zal ik haar een lift aanbieden?
Het boodschappen doen in de stationshal kost me een paar minuten. In de parkeergarage tref ik haar aan. Is ze verdwaald? Ze zal toch geen auto rijden? Toch loopt ze richting betaalautomaat. Schuin achter haar staand, zie ik de fraaie halve maantjes haar dikke bril sieren. Het kaartje wil niet in de betaalgleuf, het geld past niet in de ruimte voor het kaartje. Bovendien hangen de aanwijzingen te hoog. Ik help haar.
Ik geloof niet dat ik hier eerder geweest ben, zegt ze.
Moet ik nu kijken of ze zonder brokken de garage uit komt? Ik kijk de schuifelende vrouw na, en stap dan zonder verder te kijken in mijn eigen auto.

Een paar dagen later, 's avonds best laat. Weer tref ik haar in de garage, maar nu duidelijk zoekend. Er staan nog ongeveer tien auto's in de grote ruimte. Ik betaal en spreek de dame aan.
Moet u nog betalen?
Opgelucht kijkt ze me aan. Het kaartje komt moeilijk uit haar vaste greep, maar soepel haalt ze geld uit haar jaszak.
Wel thuis, wens ik haar.
Ze kijkt zoekend rond. Ik ook.
Op goed geluk wijs ik naar een rode kleine auto van een jaar of tien oud.
Is die rode van u? Best donker hier, hè?
Ze knijpt haar ogen samen en haalt haar schouders op. Ze loopt richting de auto. Wat gepruts, en dan gaat de deur open.
Mijn auto staat een stuk verderop. Toch ben ik eerder de garage uit. Een rare bocht, langs de taxi's, linksaf en voorsorteren voor het verkeerslicht. Via de achteruitkijkspiegel zie ik haar naderen. Het rode auto'tje tikt mijn grotere groene aan. Beverig zachtjes.

woensdag 11 november 2009

Verheug (4x)








Na de poëzie volgt het toneel. Leren schrijven doe je door te leren lezen en te leren kijken. Vandaag las ik Frühstück No Future, van Ronald Giphart en Gerard van Kalmthout. Ik genoot vooral van the making of, die uitgebreid beschreven wordt. Er borrelde dankzij dit boek inspiratie voor mijn huiswerk van deze week. Want we hebben natuurlijk schrijfhuiswerk, naast leeswerk (een toneelstuk per week) en kijkwerk (een toneelstuk per week). Het toetje is in Amsterdam, volgende week ga ik in Utrecht. Voor Deventer kocht ik vier kaartjes. Zie de afbeeldingen. Herkent u iets dat reeds lang in het Westen te zien is geweest?
Als het blogwaardig is, dan leest u er hier meer over, te zijner tijd.


dinsdag 10 november 2009

Beauty is in the eye of the beholder


Links Hanneke Groenteman (voor) en rechts Hanneke Groenteman (na). Haar karakter is ongewijzigd, vertelde ze bij Matthijs van Nieuwkerk. Nog steeds kijkt geen man naar haar om. Maar hoe blij is ze met zichzelf. Ze durft nu op televisie zelfs achter de tafel vandaan, om haar hele slanke zelf te laten zien.
Hanneke, beste meid, over smaak valt te twisten. Wat vond ik je altijd mooi, en wat vind ik je nu eng.

maandag 9 november 2009

Dit dan (2)

Dat papier met een blauw hondje. Honderden hondjes per rol. Zacht zal het zijn. Het vervult de doelen waar het voor bedoeld is. Maar dat hondje? Voor de achterkant is tot daar aan toe. Maar voor mijn voorkant? Het staat met steeds meer tegen.

vrijdag 6 november 2009

Dit dan (1)

Ik betrap me elk jaar op deze, dezelfde gedachte:
Het kan niet waar zijn dat al die bladeren die uur in uur uit, dagenlang, wekenlang, naar de grond dwarrelen, aan die paar bomen hebben gezeten.

zondag 1 november 2009

Kleintje

Ik was het tot 6 augustus 1965, maar geheel onbewust.
Ik was het daarna heel lang niet meer.
Pas in het begin van de jaren negentig was het, een paar jaar, weer zover. Maar ook toen heb ik er niet zo over nagedacht. Een vrij standaard heterosexuele situatie, de onze.
Vanaf 12 juni 1994 was ik het overduidelijk niet meer. Heb ik er toen over nagedacht dat die situatie ooit weer in zou treden? Anderhalf jaar later leek de status quo - als ik er al over na had gedacht - zich te versterken.
Tot deze week. Wie de eerste was is niet meer te achterhalen. Spruit twee, gok ik. Het feit is in ieder geval daar: de man was het al; nu zijn de jongens het ook: langer dan ik.
Ik ben de kleinste in huis.

zondag 25 oktober 2009

Heel druk

Hij klikt met z'n pen. Aan. Uit. Aan. Uit. De vergaderstukken liggen breed uitgespreid voor hem. Hij schikt en herschikt. En klikt met zijn pen. Zijn stoel schuift hij wat dichter bij de tafel. In drie hupjes. En terug schuift hij weer, zuchtend. Zijn neus laat hoorbaar veel lucht door. Stoel. Pen. Vergaderstukken. Neus.
Ik ken hem niet. Het lijkt me een aardige man, ook al drinkt hij thee. De vergadering duurt lang. Elke keer als hij thee wil, schuift hij zijn stoel piepend achteruit, stampt door de zaal, fluistert zeer hoorbaar een vraag, en stampt met waterkan weer terug. Stoel in drie hupjes, zuchten, dop valt op tafel, theezakje plonst. Slurpje thee. Pen erbij. Aan. Uit. Aan. Uit.

Ik maak aantekeningen met een soepel lopende pen. De bladzijde van mijn schriftje sla ik langzaam en geluidloos om. De koffie schenk ik met precies de minst geluid makende snelheid in. Mijn schouders verkrampen - onhoorbaar - tijdens een stoelgeschraap die ik niet aan hoorde komen.

De vriendelijke man heeft stevige tekst. Elke derde woord met een klemtoon krijgt een vuist op tafel. Ik ben het met hem eens. Ik kijk naar die vuist. Hoor het kopje dat scheef op het schoteltje staat sprongetjes maken.

Ik weet me vier uur lang in te houden. Ik deel geen zakdoekje uit. Ik vraag niet, zelfs niet vriendelijk, of de pen wat minder mag. Mijn hand, die zijn vuist wil troosten, bedwing ik.
Wat kun je een hoofdpijn krijgen van een vriendelijke man.

maandag 12 oktober 2009

Toepad

Het gaat geen punten scoren in de poëzieklas. Een enkel zinnetje haalt een modern gedicht van mijn hand. Misschien. Ooit. Voor de neven en nichten en van vaderszijde, dit kijkje in ons gedeeld verleden. Klik vooral op de link, voor het echte drama.


Cadence perdu

Na de kerk en de cake en de kip
het hele gezin in de zwarte Dauphine
om de vader van pa en de moeder van pa
en de neven en nichten te zien

Zingen we canons en psalmen in koor
de heer is mijn herder, de morgen breekt aan
‘Net goed’, zegt de man met de hoed in zijn hand
als wij met pech aan de kant komen staan

Twee kabouters niet thuis in de bocht in de weg
Over de Maas waait een stinkende wind
Mijn laars krijgt een kraagje van zondagse kous
Toepad is daar, met het erf van kastanjes en grind

Wie nog geen zes is die mag op de koe
We besluipen de kuikens in grazige wei
Een oudere nicht die komt nat uit de bron
Een neef met een spijker vol roest in z’n zij

Kijken bij oma naar kaas in de kelder
Opa jaagt spreeuwen omhoog uit de boom
Het vlees in de soep kauw ik zwijgend tot gummie
Een knipoog van links, en ik spuug in de hand van mijn oom

Om vijf over vijf spreekt de man in zwart wit
nul – nul en een één en een drie
Terug in de auto met appels op schoot
en ieder van ons met een reepje cacoafantasie

zondag 11 oktober 2009

Cognac

Je probeert eens wat, als aankomend schrijver. De hoofdwet van het moderne creatieve schrijven luidt Show, don't tell. En dus bekwaam ik me met tien anderen elke zaterdag in de juiste vergelijkingen, de prachtigste metaforen. De zintuigen draaien overuren.
In het korte verhaal over een leraar de midden in een drukke winkelstraat een jonge moeder tegenkomt, schreef ik:
De hand van het meisje voelde als een glas goede cognac na een perfecte maaltijd.
De meester en de klas waren unaniem: too much. Ik wierp nog zwakjes tegen dat het wel de manier was om duidelijk te maken dat de ik-figuur een puike amateurkok is. Zwakjes, want ik was het wel eens met de kritiek: tikje ranzige connotatie licht op de loer, en dat wilde ik niet.
Vrijdag kreeg ik sinds lang Hersenschimmen van Bernlef in handen. De treinreis is lang, het zelf meegebrachte leesvoer uitgeput en ik had naar het boek van de scholier naast me gegrepen. Wat lees ik op pagina 58?

Hoe dun haar vingers aren viel me pas op toen ze me bij de koffie en cognac had ingehaald. Ze hield het glas vast als was het een babyhandje.

donderdag 1 oktober 2009

Jij kunt beter

Mijn grootmoeder was schrijfster van wat destijds 'jongemeisjesboeken' heetten. Hoe Hanneke een vriendinnetje kreeg is net geen klassieker geworden. Louise Charlotte vond ik persoonlijk wel één van de toppers, al haalde het niet bij het meest bekende De Valckeniertjes. Het woord kende ik nog niet, maar ik vond het altijd supercool dat mijn oma 'echte boeken' had geschreven. Mijn moeder - zelf niet vies van een fraai sinterklaasgedicht of een hartelijke brief - vertelde met graagte deze anecdote:

Ooit moest ze een opstel schrijven, ik meen in klas vier van het gymnasium. Zij vroeg haar moeder dit voor haar te doen. Of - het zou zo maar kunnen, bedenk ik achteraf - haar moeder bood aan het opstel te schrijven. Zo geschiedde. Het opstel kwam terug. Eronder stond geschreven: Je kunt beter, Herma! Haar moeder, de schrijfster, mijn grootmoeder, was naar verluidt pislink.

Zestig jaar na dato komt mijn zoon thuis met een beginnetje van een verhaal, met de opdracht het verhaaltje af te maken. 't Begin is van Jeannette Winterson, 't vervolg van de kleindochter van de schrijfster. (2009 is niet meer hetzelfde als 1949. Mijn versie wordt 'sorry, hoor' ff flink geëdit.)

De drie vrienden


Er waren eens twee vrienden die een derde vonden. Omdat ze niemand in de hele wereld aardiger vonden, beloofden ze plechtig dat ze in één paleis zouden wonen, op één schip zouden varen en één gevecht zouden leveren met gelijke wapens.

Na drie maanden besloten ze op een zoektocht te gaan.

‘Wat zullen we gaan zoeken?’ vroegen ze elkaar.

De eerste zei: ‘Goud.’

De tweede zei: ‘Vrouwen.’

De derde zei: ‘Dat wat onvindbaar is.’

Ze waren het er allemaal over eens dat dit laatste het beste was, en zo gingen ze fraai uitgedost op stap. De eerste droeg duikkleding, de tweede een imkerspak en de derde een parachute.

De eerste vriend nam het schip mee en zocht onder water. Hij dook in rivieren, in plassen en in de Stille Oceaan, maar wat hij vond, niet dat wat onvindbaar is.

De tweede vriend zocht in alle bijenkasten van de wijde wereld, en in de paleistuin. Hij vond honing, veel honing, en één keer werd hij gestoken, op zijn linkerhand. Maar al wat hij vond, niet dat wat onvindbaar is.

De derde vriend zocht in de lucht. Hij vloog en sprong, vloog en sprong, maar al wat hij inademde en al wat hij zag, niet dat wat onvindbaar is.

Moe, boos en verdrietig kwamen ze weer terug in het paleis.

De eerste zei: ‘Jullie hebben niet goed gezocht.’

De tweede zei: ‘Eén van jullie heeft het gevonden, en houdt het voor zichzelf’.

De derde zei: ‘Ik heb toch liever goud en vrouwen, dan jullie als gezelschap.’

Ze zeiden nog veel meer, en steeds harder. Ze schreeuwden door elkaar. Hoe wijder hun monden open gingen, hoe dichter hun oren gingen zitten. Toen de zon weer opkwam waren ze alledrie hees. Ze fluisterden plechtig dat ze nooit meer in één paleis zouden wonen, op één schip zouden varen en dat één gevecht met gelijke wapens genoeg was geweest.

De verloren vriendschap bleef onvindbaar.

maandag 28 september 2009

Domweg gelukkig, vooral in de trein

Deadline woensdag aanstaande:
Verhalenwedstrijd Trouw ‘wortels’.

Deadline vrijdag aanstaande:
Herschrijven huiswerk poëzie week 3 ‘Ijskast’.
Herschrijven huiswerk poëzie week 4 ‘Dag’.
Alsnog doen huiswerk schrijftraining week 4 ‘Dialogen’.
Huiswerk poëzie week 5 ‘Kaart van mijn belevingswereld’.
Huiswerk schrijftraining week 5 ‘Scenes.’

zondag: beginnetje met kaart van de belevingswereld, een flink beginnetje.
maandag: dialogen geschreven.
dinsdag: 'dag' herschreven.
ook dinsdag: besloten niet aan verhalenwedstrijd Trouw mee te doen.
ook dinsdag: zakatlas van de belevingswereld in de tas gestopt, voor woensdag in de trein.

zondag 20 september 2009

Lettervreter

Ik lees alles. De verpakking van de handzeep, drie maal daags. Of vier keer, als ik vier keer naar het toilet ga. Reclames, naambordjes, krantenkoppen, vertrekstaten: alles waar mijn oog op valt wordt gelezen. Volstrekt ongemerkt, en even dwangmatig.

Ben ik nou de enige die ziet wat ik zie, op deze marsreclame? Beste mensen reclamemakers, In Succes Joris zit géén hoofdletter T, géén hoofdletter V, geen d en geen g.
Lettervreters.

Het is de dag (1)

Het is de dag voor nieuwe dingen. Het is de dag dat vooropgezet en bewust deze nieuwe dingen gedaan zullen gaan worden. Dat zet de handvol zintuigen op scherp. Op weg naar de nieuwe dingen komen er dus nieuwe dingen op mijn pad.

De sok voor de aanstaande jonge vader wil niet echt vlotten. Het einde van de zwangerschap wel, dus enige haast is geboden. Een hip jeansblauw geval met kabeltjes. Kabeltjes, hoe gingen die ook alweer? In de trein blijk ik een kabelnaald vergeten. Geen nood, ik improviseer wel wat. Twee steken achterhouden (of juist voor), twee steken gewoon breien, de achtergehouden steekjes weer proberen op te halen... Het wordt een fiasco.
Ik ken de man niet. Hoe erg vindt hij slordig gebreide sokken?

Twintig minuten overstaptijd is lang. Dit lijkt het moment om de vooroordelen van anderen over Starbucks (eindeloze rijen, vieze slappe koffie) te testen. De angst dat de veramerikanisering geen grenzen kent, zet ik even opzij.
Ik sluit achteraan aan. De enorme lijst met koffievarianten kan ik niet lezen. Geen nood, ik improviseer wel wat. Al halverwege de rij wordt mij (in mijn moers taal, godlof) gevraagd wat ik wil. Een espresso graag.
'Solo of doppio?'
Toe maar, gaan we duur doen? Ik wil wel een dubbele.
'Next call!', roept de bestelopneemster achter de kassajuffrouw langs. De man achter de bekers stapt naar achter om mijn bestelling te horen. Ik betaal, kom voor de man met de bekers te staan. Hij verwijst me door naar achteren. Ik doe twee stappen. Zie koffie langskomen die niet voor mij is.

De mevrouw van de sokkenwinkel op station Utrecht Centraal denkt met mij mee. Dun rietje, tandenstoker, iets stevig duns ronds? heeft ze dat voor mij? Ze graait in een la onder de toonbank. De paperclip is een vondst.

Het bekertje is cute, het dekseltje idem. Te laat las ik dat ik ook nog een 'extra strong shot' had kunnen vragen. Dat zou niet nodig zijn geweest. De koffie is meer dan goed.

Ik brei de eerste perfecte toeren en drink de zuivere koffie. Dit wordt een mooie dag.

dinsdag 15 september 2009

Lilly van Utrecht

zij zuigt jouw geur
tot eeuwige herinnering
vleit je neer
lekkende borsten
bloedende schoot
een naam
geeft zij jou mee

daar lig je
gewiegd door gras

zo gewenst
kind
voor een ander

Lilly



Op zondagmiddag 13 september is bij het ziekenhuis Diakonessesenhuis in Utrecht een baby te vondeling gelegd. Het meisje werd gevonden door twee voorbijgangers. Naar omstandigheden gaat het goed met de baby van een paar dagen oud, aldus de politie. Bij de baby werd een briefje gevonden, waaruit blijkt dat het meisje Lilly heet. In het briefje wordt verzocht goed voor haar te zorgen. De baby ligt in de couveuse. Wie de moeder is van het meisje is niet bekend.

zondag 13 september 2009

9/11

kom dan groot vliegtuig
boem
au
help vuur
joehoe ik spring

krak krak
plof
tadu tadu

rommel
blokken
doos

stofwolk

vliegtuig weg
pappa weg

***

(Jantine en Ina gaan de laatste tien minuten van de poëzieles even lekker los)

donderdag 10 september 2009

Sudderen

Voor moeders pappot werd de tijd genomen. Het sudderplaatje en de hooikist waren prominent aanwezig. De hooikist was overigens geen echte hooikist. Zodra de rijst kookte, ging mijn moeder op een holletje de trap op. De dekens van haar kant van het echtelijk bed werden teruggeslagen, de pan erin gezet, hoofdkussen erop en dekens er weer overheen. Als de groente en het vlees op het fornuis platgekookt waren, dan konden we aan tafel.

In mijn keuken zijn deze attributen niet meer te vinden. Blijkbaar ben ik meer van de gauw-gauw-gauw en/of vooral van het continue aandacht schenken aan dat wat ik aan het koken ben. Ik ben wel een mentale sudderaar. Geef mij een opdracht en ik laat het eerst een tijdje broeden. Als ik wil, of als ik moet, of als ik wil omdat het moet, dan knal ik eruit wat nodig is. Geen centje pijn. Meestal.

Het eerste huiswerk van de schrijversvakschool is binnen. Twee vakken, dus twee opdrachten. Deadline: zaterdagochtend kwart over zeven, want het moet in twaalfvoud mee de trein in. Zaterdag, dat is overmorgen. Al mijn eerdere huiswerk – toen ik nog cursussen volgde, en nog niet De Opleiding - ging moeiteloos. Al tijdens het verstrekken van de opdracht ontkiemde een ideetje, dat op dinsdag, uiterlijk woensdag, tot de eerste probeersels op papier leidde. Donderdag was het af, en doorgaans naar tevredenheid. Ik heb deze week nog niet veel meer op papier dan een achterkantje met wat krabbels.

Waarom gingen niet ook de groente en het vlees het bed in? Ik begrijp het nu pas. Twee sudderingen tegelijk; het werkt niet. Ik moet erbij blijven, het actief mijn volle aandacht schenken. Niks van ‘het komt vanzelf wel goed’. Zitten en schrijven moet ik willen. Gauw-gauw-gauw.

vrijdag 4 september 2009

De zaterdag voorbij


Morgen begin ik als student aan de Schrijversvakschool in Amsterdam. Voortaan start ook mijn zaterdag op het station. Van zeven tot zeven van huis, om getraind te worden in de schrijverij. Het eerste huiswerk is gemaakt. Ik popel.
Alle zaterdagen van huis zijn, dat betekent natuurlijk wat. Veel zaterdagse besognes moeten op een ander moment in de week of gewoon (?) niet. De markt is er ook op vrijdag. Cadeautjes kunnen ook op andere momenten gekocht. Weekendjes weg, dat wordt lastig, maar het zij zo. Ook deze opleiding heeft wel eens vakantie. Dan maar met de meute mee. De halfjaarlijkse zussendag gaat naar de zondag, onder licht (of hier niet gehoord) protest. De eerste zondag plannen is acuut een logistieke puzzel, maar de zussendag gaat niet verloren. Er wordt niet meer gesport op de zaterdag, dus er hoeft niet meer gereden. Boodschappen doen, kaarten sturen, boeken lezen, wassen vouwen, huiswerk overhoren: het kan allemaal op andere momenten, tussen het huiswerk maken door. Voor feestjes of films zal ik op zaterdag misschien niet alle puf meer hebben. Het voelt als een offer dat billijk is.

Er is maar één ding dat ik echt ga missen. De Tros Nieuwsshow, zaterdag van 8.30 tot 11.00 uur op Radio 1. Vaste luisterprik. Het eerste uur in een nog verder stil huis. Het laatste vaak onderweg naar de vuilstort, de boekhandel, de markt. Elk kwartier een actueel of actueel te maken onderwerp met een interessante gast. Veel kunst, veel wetenschap, en heel veel literatuur.
Ik ben dol op Mieke op de radio, Peter is ook zwaar okay. De combinatie is echt top. Ik mailde ooit zelfs naar Radio 1 toen het duo uit elkaar gerukt leek te zijn en we het moesten doen met Victor Deconinck (o gruwel! maar daarover niet hier). Gelukkig, Peter bleek slechts een sabbitacalletje te hebben.

Mijn nieuwe telefoon heeft een radio, met ontvangst tot in de rijdende trein. Hoera. Maar de boekbesprekingen (uitgerekend de boekbesprekingen!) zijn na tien uur te horen en dan zijn de lessen begonnen.
[Note to self: ik mag een dag vrij van school als mijn roman wordt besproken.]

Ik kan gaan leren podcasten. Maar da's toch niet het echte werk. Het is tot mij doorgedrongen: de zaterdag zal nooit meer hetzelfde zijn.

woensdag 2 september 2009

Goud van ooit


Uit een Zwitserse bak met koopjes nam ik een enkel bolletje garen van het merk Lang mee, type Thalja. Tachtig procent plastic en twintig procent wol, mohair nog wel. Met zo'n enkel bolletje doe je niet veel. En dus wordt het een vlaggetje. Het breit heerlijk. De blauwe mohair verdwijnt en verschijnt tegen een gouden achtergrond. Waar had ik eerder zo'n glimmend gouddraadje in handen?

De vraag komt een keertje in me op, en blijft onbeantwoord. Dan komt de vraag nog een keer, en nog een keer, en het begint te knagen. Ik wil het weten. Ik zal er achter komen.
Ik had eerder zo'n soort draadje in handen, lang geleden, maar wat was het? Iets uit mijn kindertijd? Van speelgoed? Een draadje om in het haar te doen? Nee, ik droeg nooit iets in mijn haar. Zat het aan een sleutelhanger? Er komt niets boven. Vlechten misschien, of die draadjes die een paar jaar geleden zo populair waren, dat skubidu? Nee, het voelt als langer geleden. Het was van plastic, het was dun, het was er. Ik weet het zeker. Maar wat?
Niet aan denken. Juist aan denken. Hoe voelde het? Een tikje rekbaar. Daar is opeens een clou. Wat ik zoek is een tikje rekbaar. Maar wat was het?
Het heeft de kleur van mijn Crocs. Exact de kleur van mijn crocs. Weet ik nu eindelijk waarom ik van mijn crocs houd? Nee, dit spoor loopt dood. Blijven denken. Ernaast denken. Op een zijspoor zetten. Voelen. Proeven. Wol proeven is niet fijn. Dit wolletje is tegengesteld aan wat ik zoek. Glad zoek ik, en ik moet voorzichtig zijn, want het is een beetje scherp. Waar komt dat inzicht vandaan? Maar wat het is, weet ik na een uur in de trein, breiend
("Kun je weet ik niet wat gaan doen in de trein, ga je breien!", riep mijn collega verbaasd uit. Ach ja, masturberen valt me net iets teveel uit de toon.)
nog steeds niet.

Ik heb vertrouwen in mijn hersens, maar spreek ze toch nog even toe. "Je weet het. Rustig maar, het zit ergens. Het komt er wel uit. Blijven denken. Dan komt het echt goed."

's Avonds op de bank, breien en denken. Het gaat komen, ik wil het. En daar is het, daar is het gewoon, alsof het er nooit niet is geweest. Iets van meer dan 16 jaar geleden. Het plastic goudkleurige platte reepje waarmee ik de wikkel van mijn pakjes Malborough Light haalde.

Een denkend hoofd. Overtuig me van groter genot.

dinsdag 1 september 2009

De chauffeur


Een parade van 18 auto's, kriskras op een grasveld geparkeerd. Elk voertuig is een theater. Publiek kiest welke voorstelling in welke auto('s) het wil bezoeken. Totale voorstelling: 45 minuten. Onderstaande monoloog heb ik een keer of 12 gespeeld.

[Chauffeur opent rechterachterportier. Anderen laten zichzelf in. C. neemt plaats achter het stuur. Monoloog richt zich tot persoon rechts achterin. Contact via achteruitkijkspiegel, een enkele blik achterom. De rit vangt aan. Veel stiltes. De chauffeur dult geen inmenging. Indien toch gereageerd wordt: nee, laat mij maar even vandaag of ik ben nog niet klaar of zeg maar niks, ik hoor het al]

U ziet er weer keurig uit.
Als ik zo vrij mag zijn.
Strak blauw voor zakenlui is zó 2008.
Deze outfit kleedt u goed af.
Succes verzekerd.

Wat u ruikt is polish.
Ik ben net even door de wasstraat geweest.
Volgetankt.

U weet zeker dat u geen stropdas wilt dragen vandaag?
U heeft wel een ontmoeting met mevrouw Jongerius.
Nou lijken die FNV-lui heel casual, maarre .... hè?
Ik maak zo wel even een omweg.
Mijn zwager heeft een uitstekende kledingzaak.

De afspraak met de minister was een succes, neem ik aan?
Heeft u die ijsbreker gebruikt die ik u meegaf?
Sexistische moppen doen het altijd goed bij mannelijke ministers.
O, uw vrouw belde.
Of ze de vakantie naar de Seychellen kon boeken.
Ik heb het afgezegd.
Daar vindt u niets aan.
Ze heeft trouwens in de gaten dat uw trouwbelofte, zal ik zeggen ... wat rékbaar is?
Als ik u mag adviseren, misschien moet u mevrouw Manon maar niet meer meenemen als er camera's zijn.
Ze valt toch op, hè, met die flinke jongens.

Ik heb een cadeautje voor uw vrouw gekocht.
't Zit in uw tas.
Geef het vanavond maar.
Tijdens Pauw en Witteman.

Als u uw mobiel zoekt, die heb ik bij me gestoken.
Uw vrouw belt me net te vaak, en net te vaak ongelegen.
U had een voicemail van ene Jan-Peter.
Heb ik gewist.
We hebben het veel te druk.

Waar was u toch zonder mij?
U mag me wel eens opslag geven.
Wat zeg ik, ik zou het zelf niet slecht doen als CEO.

Zo we zijn er.
Stropdassenwinkel.
Koop wat fatsoenlijks.
Groen staat je niet.
En nou d'r uit.

vrijdag 28 augustus 2009

Mattheus 19:26


Zonder afzender bij ons in de bus gedaan. Door een aardse helper van de Almachtige, naar wij vermoeden. In de met veel plakband weer dicht gemaakte envelop van de verjaarskaart voor de oudste zoon, die ruim twee maanden geleden verjaarde.
Niks is onmogelijk. Vertel ons wat. Je kunt dus een kaart krijgen die niet voor jou bestemd is, die open maken, twee maanden laten liggen en dan aan de rechtmatige eigenaar doen toekomen.
De jongste zoon is deze week met Grieks begonnen. De taal van (onder andere) het nieuwe testament. Ook voor hem zat er een quote bij: God is de alfa en omega het begin en het einde.
De achterkant van het notitieblaadje biedt nog meer. Als een lekkende kraan nog een citaat: Jezus is de heelmeester. Neem Hem aan en eeuwig leven is gegarandeerd.

Het meest intrigeert me de 4 in Sorry 4 het openmaken. Het handschrift suggereert een ouder iemand, maar deze sms-taal ertussen? All things are possible!

dinsdag 18 augustus 2009

Wakker in een vreemde wereld


Het nog niet ontdekte Umbri-volk leeft uit de zon. De zon wordt als de duivel beschouwd, met de maan als zijn nachtelijke kwaadaardige maatje. De wezenlijke zaken in het leven spelen zich in het donker af: eten, spelen, vrijen.
Bij daglicht valt de Umbri-man of –vrouw positief op door een lichte huidskleur. De lelieblanke neus is het ultieme schoonheidsideaal. Ter bescherming dragen velen dan ook een neuskap. Het ontwijken van zonlicht brengt de Engelse ziekte met zich mee, al zal het op hun eiland niet zo heten, want waar wij hen niet kennen, zullen zij onbekend zijn met de Engelsen. Een stevige wandelstok is dan ook een noodzakelijk attribuut. Volwassen is men zodra het gezichtsteken is toegebracht. De inkeping in het gelaat wordt bewust tot hevig pussen en etteren gebracht, zodat een levenslang litteken gewaarborgd is. Aan dit teken herkent men elkaar in de donkerte.

De opdracht van de eerste buitenkunstdag luidde:
Verzin een onontdekt volk met eigen gebruiken. Tot zover geen probleem. Maar dan: Geef vorm aan de specifieke gebruiksvoorwerpen/kledingstukken/rituelen van het volk. Materiaal vrij.

Mensen met weinig ervaring in de beeldende kunst vallen op doordat ze figuratief werken en veel, te veel, oog voor detail hebben, vertelde een kunstgenoot mij later in de week. Ik ben een wandelend voorbeeld. Waar de rest van de ruim twintig mensen met gips en klei en stukken touw driftig aan de slag gingen, en tot onbegrijpelijk fraaie voorwerpen kwamen, knutselde ik een niet te herkennen neuswarmer. Die vervolgens weigerde te blijven zitten op het stuk karton. Een stuk karton dat ik met gevaar voor al mijn vingers met een afbrekend mesje in een gezichtsvorm had gehakt. Waarom weigert lijm bij mij zijn functie te vervullen? Tot na de lunch trok ik de vellen alleslijm (ha!) van mijn handen. De feedback van de meester was mild maar genadeloos. Waar dat touw voor diende? Ja, hallo, het ding moet toch opgehangen worden? Ik zou misschien nog iets met twee handen kunnen doen? Eéntje dan, vooruit. Die omkrulde als was het sigarettenvloei. De rest van de middag vermeed ik de meester. Ik schuilde achter de bomen, spoelde eindeloos de kwasten, en zeulde ver voor sluitingstijd de banken weer terug naar de grote tent.

Ik was weer terug in 1969. Ik wist het toen nog niet, maar ik smachtte naar het woord. Letters in rij en gelid, verhalen vormend. Voor mij, door mij. Maar ik moest mijn duim diep in een homp weerbarstige klei drukken. Ik moest kuikentjes prikken, zwarte pietjes uit wc-rollen toveren, kleurpotloden slijpen. Het werd mijn wereld niet. Ik vond dat ik het echt probeerde, maar de frustratie van het niet begrijpen en niet begrepen worden was groot. In de hoek moeten staan omdat je naast je lijmmatje hebt gelijmd, of omdat je efficiënt in één rats het kuikentje met de prikpen uit het karton snijdt, mijn dysknutselarie werd niet erkend.

Veertig jaar later en ik deed nog een keer een poging. Een pinguin in de Sahara ben ik. Hier wordt geen grens verlegd.

zondag 16 augustus 2009

Ajax is een schoonmaakmiddel

We schreven volgens de methode van de writing machine. Vijf minuten non stop schrijven. Pen op het papier en niet meer loslaten. Schrijven wat in je opkomt. Desnoods vult het blad zich met bla bla bla ik weet niks meer wat schijnt de zon fel.
Ter inspiratie hadden we onze handen, neus, ogen en oren gebruikt aan/in/met een keur aan schoonmaakmiddelen. In de originele verpakking, overgegoten in bakjes, aangevreten door gebruik, afwasborstels, vuilniszak, brillo-sponsje. Hoe ruikt het? Wat komt in me op?

Mijn resultaat was een litanie tegen het 020-clubje. Over de teleurstelling die je kunt voelen als een nieuw verworven kennis voor die club is. Over het verraad van zussen die met Amsterdammers trouwden. 's Avonds mocht ik presenteren. Om kwart over tien in het donker nog even mogen schreeuwen, na bijdragen van anderen, mono- en dialoog over huidschilfers onder nagels, menstruatiebroekjes en kieteldood: het was weer niet uit te leggen bijzonder.

Alleen op reis krijgt eigen rituelen. In het donker van de tent speel ik dat ene dagelijkse potje Snake op de computer, en vraag ik met mijn fossiele mobieltje het laatste nieuws op. Nog nagenietend van de beleving op het toneel van graszoden lees ik:
NIEUWS: Politie zet ongeveer 100 Ajax-supporters stad uit wegens wangedrag. Voetbalfans zouden zich hele avond hebben misdragen.

zaterdag 15 augustus 2009

Week 160

Jaren ben ik onderzoeker geweest. Deze methode is nieuw voor me. Een groep mensen die de hele week samen is geweest, maar elke dag diverse workshops heeft gevolgd, in retrospectief aan laten geven welke dag men waar mee bezig was. Eigenlijk moesten we heel stil zijn.

Het zou geen buitenkunst zijn als het ook geen kunstproject was. Of we stil wilden zijn (dus) en zo veel mogelijk wilden filmen. Hierbij mijn resultaat. De rest is op Youtube te bekijken. Ook vanaf de tribune.

't Voelde bijzonder onvolwassen om vanmorgen te lopen janken over de zandpaden. Tant pis. Volgend jaar ga ik twee weken.

woensdag 5 augustus 2009

Van het één ...


'Ik dacht eigenlijk aan de andere wand.'
'Niet tegen de buitenmuur? Okay, kan ook.'

De drievoudige boekenkast moet verkleind tot een tweeledige, of een enkele. Die megacactus in de hoek verplaatsen we naar de erker. Dat moet samen, en met behulp van een sjaal om het gevaarte, om niet geprikt te worden. Vader en zoon klaren de klus. Boeken sjouwen, heel veel boeken sjouwen. En CD's, heel veel CD's. De oudste ruimt vast wat behangsnippers van zijn kamer, daar gaan we morgen wel weer verder. De moeder begint aan haar kasten 'Engels'. Er moet ruimte komen voor de nieuwe schoolboeken. Overal wordt oud stof bruut van de plaats gezogen en geveegd. Nu we toch bezig zijn, dan ook maar die muur even sausen? Haha.

Drie keer op en neer naar Albert Heijn voor dozen. Mag de Wuppie weg? Ogen dicht en naar de container. Met skatebeschermers voor peuters, met sjaals uit de jaren tachtig, met een ooit mooie doos van een kerstpakket. De boeken stapelen zich op. Sommige mogen naar zolder.

'Mag dit semi-antieke krukje weg?'
'Van mij wel.'
'O. Ik zet hem nog wel even hier neer.'

Dan is de wand bloot en spreken we serieus over de lelijkheid van het bouwbehang. Gebroken wit? Even gauwgauw, later voor het echie? Maar tja, dan moeten we echt nieuwe gordijnen, want die steken dan nog viezerder af. Mams naar de Hema. Vijf weken levertijd, maar ze komen, de gordijnen. Thuis zakt die ene overgebleven kast tot een griezelige ruit. De Gamma levert genoeg verf en afdekfolie.

Waar eindigt dit?

Voor de lezer interessanter: waar begon dit? Dat weten we. Vrijdag komt-ie: 1 meter 48 breed, die niet op de tocht mag, en een sieraad in je kamer moet zijn. De piano.

(De jongste heeft oorontsteking en mag doen waar hij zin in heeft. "Stop eens!" commandeert hij. De vader staat stil. "Is hetgeen ik waarneem niet slechts licht, en dus geen materie? Kun je in werkelijkheid niet al 5000 kilometer verderop zijn?" "Jazeker", zegt de vader, "of al jaren dood".)
 

blogger templates | Make Money Online