zondag 27 juni 2010
Elfduizend
11.000 postbodes wil TNT ontslaan. Dat mag niet ongemerkt gebeuren. Ik ben (soms best wel) voor (een heel klein beetje) marktwerking, maar dit gaat de goede kant niet op.
Studenten, ZZP'ers zonder pensioen, bijbeuners op milieuvervuilende brommertjes: wie gaan er mijn dagelijkse kaarten bezorgen? Vast niet zo stipt op tijd en prompt als de TNT'ers die nu aan de dijk gezet gaan worden.
Daarom betuigen de postcrossers van Nederland steun aan de postbodes (de postcrossers pur sang, laten we wel wezen).
Op 1 juli steuren wij de TNT'ers een kaartje. Als dankje. Als hart onder de riem.
Doe gerust mee.
vrijdag 25 juni 2010
We spelen tegen de Kameroenezen
De oudste vraagt hoe inwoners van Kameroen heten. Volgt een discussie over Hagenaars en Hagenezen. De gastvrouw breit een patroon van Ribbels. Sommigen bewonderen en zien hardop de wording van een te gek vest voor zich. De dochter die al slaapt mag binnenkort afzwemmen, de onderwatercamera wordt gedemonstreerd. De Turkse hapjes zijn pittig, en we vragen ons even af of een mix van de sausjes ook mag. De vakantie naar Zweden is aanstaande; we praten over Selma Lagerlöf en waar haar gans ook alweer vloog. We halen op wanneer de witte stoel in het leven van de vrienden kwam. We vragen ons af of Femke Halsema bewust weer spreekt over Paars Plus in plaats van Paars Groen. We merken op dat we op de bank zitten met een Marc van 43 jaar die niet bij zijn moeder woont.
Voorkeuren
zaterdag 19 juni 2010
We spelen tegen de Japanners
Begin jaren '80 deed ik mijn zangoefeningen in de trein. De reis van Amsterdam naar Enschede was lang, en de trein na Apeldoorn nagenoeg leeg. Zodra ik echt de enige was zong ik mijn tertsen, kwarten en kwinten. Zo kwam het vriendje zingend dichterbij.
Kom er heden ten dage nog maar eens om, om een lege trein. Daarvoor moeten we toch minstens ... een voetbalwedstrijd spelen.
School gaat gewoon door, WK of geen WK. Vandaag de beoordeling. Mag ik naar het tweede jaar door? Ik mag. Met respect voor hoe ik het allemaal in mijn leven gepropt krijg, dat enthousiasme en die leergierigheid. Dat horen we graag, maar niet teveel of te lang, want hoe eerder ik in de trein zit, hoe groter de kans dat ik deze wedstrijd nog nét een stukje op de buis kan zien.
Dus weer met de radio in het oor met de onvolprezen Jack van Gelder. Ik stap de trein in tijdens het Wilhelmus. Pas na geëerd ga ik zitten. Ik brei en luister. Even na Stroe mag ik opveren. YES!!
Niemand hoort me.
Weer een reputatie gered.
vrijdag 18 juni 2010
Handelingen 20:35
Steekmarkeerders, een rolcentimeter, bamboe rondbreinaald, keltische harpmzuiek (!), en wel zo'n 600 gram prachtige wolletjes. Voor mutsjes, sokken, een sjaal. Ben ik jarig?
Koningin Beatrix zat mis, o zo mis, toen ze afgelopen kerst orakelde dat de virtuele contacten leeg zijn, en onecht. Als Boekgrrl, Bookcrosser, als Postcrosser, en als Ravelry-enthousiast ontmoet ik de meest krachtige, creatieve, warme en gulle mensen. Kom daar maar eens om, in de forensentrein of de rij naar de kassa!
Ik heet er Willemijn, of Browniepoint, en soms ook Ina, en ben er meer mezelf dan op menige werkdag.
Vandaag ontving ik de Voor Elk Wat Wils Doos. Boordevol breispullen. Om uit te graaien, en om in terug te stoppen. Om alle gulle gevers te laten zien wat ik uit de doos haalde, deze foto. Harstikke bedankt, allemaal!
(Dat kan ook op de site zelf, ik weet het. Maar ik ben denkelijk net zo weinig handig als onze majesteit.)
woensdag 16 juni 2010
stop gil ik
Naar buiten wilde ik, acuut. Maar waarom? De klus was nog niet klaar. Zou ook niet af komen, want ik had ruzie met veel te veel spreadsheets en een aantal bestanden stond op de computer thuis. Maar een uurtje had ik er toch nog aan willen werken. Al was het maar omdat ik beloofd had dat het vandaag af zou zijn.
Toch stond ik opeens na een versneld uitgevoerd ritueel (wc – computer uit – rondje prettige avond mompelen - radio in het oor) bij de liften. Ik had geen enkele reden. Voetbal hoefde ik vandaag niet te zien, er was geen noodzaak een onweersbui voor te zijn, kinderen op te vangen, nog een boodschap te doen. Bovendien bleek mijn timing onmogelijk: ik zou minstens 20 minuten op een trein moeten wachten.
Beetje verdwaasd en verbaasd loop ik de bekende saaie route naar de tram. Vlak voor de oversteek met de trambaan passeert mij een blonde vrouw, met blackberry aan het oor. Aan de overkant staat de spitstram richting station klaar. Die gaan we missen, maar de volgende komt binnen een paar minuten. Van links komt de tram richting Nieuwegein, lief klingelend.
Dan stapt de vrouw de trambaan op.
'STOP' gil ik.
Ze doet een stap terug, kijkt wazig om. ‘Ik zag ‘m niet,’ zegt ze.
Daarom misschien.
maandag 14 juni 2010
We spelen tegen de Denen
Het schuim staat me regelmatig op de lippen. Menig lelijk woord rolt langs mijn ivoren wachters. Mijn zonen zou ik terecht wijzen, maar voor mij is het leed dan al geschied. Drie of meer letters: netjes is het niet wat ik zeg als Kuyt hard onderuit gehaald wordt, of als Olsen kan juichen.
In 1978 gooide ik een stokbroodje camembert tegen de verse kleurentelevisie. Dat zal ik zo snel niet herhalen, maar ik kan niet beloven dat ik niet met vuisten zwaai. Ook bij een rustige wedstrijd ben ik zeer aanwezig. Goedbedoelde adviezen, haarscherpe analyses, venijnige aanmoedigingen: ik roer me. Hard.
Kortom, het lijkt mij voor het verdere verloop van mijn carrière niet verstandig als ik temidden van 300 collega’s naar Nederland-Denemarken ga zitten kijken. Ik zit achter mijn bureau. Met een radio in mijn oor, dat dan weer wel.
vrijdag 4 juni 2010
Komt dat zien, komt dat zien

('t was zo'n gepeuter om bovenstaande afbeelding zichtbaar te krijgen, dat ik nu de tekst onderstreept krijg, en niet meer weg. Nou, zo zien mijn breiwerkjes er dus ook vaak uit.)
zondag 30 mei 2010
Situatie 15
Liefdesrivaliteit tussen verwanten, De noodzaak dierbaren te offeren, Opstand: de lijst is eindig. (Lees vooral het schitterende werkje van Jan Veldman, waarin alle mogelijke verhaalideeën op rij staan.) Bekijk/lees respectievelijk maar eens Assepoester (haar zusjes willen die prins ook!), het verhaal van Abraham en Isaak (God geeft opdracht zijn zoon aan het mes te rijgen), Lucifer van Vondel (als dat geen opstand is!).
Mix een paar van deze drama's, scherp je pen, herschrijf een keer of wat, en je zou best eens wat leesbaars gemaakt kunnen hebben. En vergeet daarnaast het Echte Leven niet, als inspiratiebron. Maar vergeet vooral niet: Alles is al eens geschreven, au fond.
In de pers de afgelopen weken trof ik weer eens een bewijs:
De spindoctor van het CDA, Jack de Vries, moest aftreden vanwege een buitenechtelijke affaire. Met een ondergeschikte nog wel. En ergens las ik dat de echtgenoot van zijn adjudante utigezonden is naar Uruzgan.
Tijd om een stukje uit het bijbelboek 2 Samuel te citeren:
Op een keer stond hij (David) aan het eind van de middag op van zijn rustbed en liep wat heen en weer over het dak van het paleis. Beneden zag hij een vrouw die aan het baden was. Ze was heel mooi om te zien. Hij liet uitzoeken wie ze was, en men zei hem: 'Dat is Batseba, de dochter van Eliam, de vrouw van de Hethiet Uria. David liet haar bij zich komen en sliep met haar. (...)
Voor Jack mogen we hopen dat de vergelijking hier ophoudt, want koning David bezorgde Uria een baantje waar het hevigste wordt gevochten en zonder rugdekking.
Ik krijg opeens een idee voor een toneelstuk.
zaterdag 29 mei 2010
Doe dat dan ook niet
vrouw zwaargewond na val van perron
De vrouw verloor daarbij haar evenwicht en kwam tussen de trein en het perron terecht. De arm van de vrouw is afgerukt, haar voet is verbrijzeld en ze heeft een slagaderklijke bloeding opgelopen, zo heeft een woordvoerder van het korps landelijke politiediensten meegedeeld. Ze is met spoed overgebracht naar het ziekenhuis. De traumahelicopter is ingezet.
***
Ik ken een 22-jarige vrouw uit Utrecht. Dus ik hoop natuurlijk gelijk dat zij het niet is. Ik zat in een trein naar Amsterdam, kwam stil te staan en mocht niet doorrijden. Wachten wachten. Terug naar Hilversum. Stoptrein naar Utrecht. Kwam niet. Duizenden mensen op het perron. Honderden die een vlucht gingen missen. Mini-leed, natuurlijk, vergeleken bij een afgerukt ledemaat.
Ik wilde naar school, maar zou daar tegen het einde van de les verschijnen. Terug dan maar. Wachten wachten. Há, de vertraagde internationale naar Berlijn. Lekker leeg. Politiehond. Hasjsporen aan mijn tas. Ik krijg de neiging de politie te bellen, maar o nee, die zitten al aan die hond vast. Zesenveertig jaar met een breiwerk, dat lijkt een alibi.
Mini-leed, ik zei het al.
Maar toch.
maandag 17 mei 2010
Hoor ik nou dat Willem II bijna failliet is?
U heeft de afgelopen tijd mijn favoriete zanger Michael Jackson,
mijn favoriete zangeres Sugar Lee Hooper,
mijn favoriete acteur Patrick Swayze,
mijn favoriete actrice Farah Fawcett
en mijn favoriete entertainer Ramses Shaffy tot U genomen.
Ik wil u even laten weten dat mijn favoriete club AJAX is.
zondag 16 mei 2010
Ik geniet van u
Ik kocht natuurlijk kaarten. Voor mijn postcrossingvrienden van over de hele wereld. Voor de echtgenote van een collega, die rare katten spaart. En voor mezelf, twee lezende vrouwen.
Ik kocht deze kaarten bij de VVV. Een mijnheer van mijn leeftijd gaat een reünie organiseren, en of de mevrouw van de VVV wat ideeën voor hem had? Dat had ze, en ze vertelde precies wat hij nodig had, en meer. Toen hielp ze nog meer mensen, en ook die waren blij en verlieten blij het lelijke kantoor. Toen was ik. En ik dacht op deze zondag in mei Ik ga nu zeggen wat ik denk.
En ik zei tegen de mevrouw van de VVV: Ik geniet zo van hoe u geniet van uw werk. De tranen schoten me in de ogen, zo waar vond ik het, wat ik zei.
De mevrouw lachte nog steeds, en ze vond het leuk om te horen.
zaterdag 15 mei 2010
Als je buurman in de sloot springt ....?
Iemand moet er mee begonnen zijn. Bij vergissing misschien, in de war door al die koninginnedagen, vlaggen met wimpels, canadezen en de albert heijn toch altijd open, welke dag is het eigenlijk, volgens mij hoog tijd voor het vuil. En hup - buiten gezet de doorzichtige grote zak met plastic afval, het teiltje met daarin het blik en de curverkrat met de leeggedronken wijnflessen.
Pavlov op z'n best. Je ziet zo'n stapel vuil bij de buren, en daar ga je, bijna ondersteboven de kelderkast in, om jouw afval ook snel te lozen. En als er twee zijn, dan zijn er zo nog vijf, en dan de hele straat, en de straat ernaast ...
Ik was net klaar met mijn zooi, toen het door mijn hoofd schoot maar het is toch zaterdag?
Een buurvrouw aangesproken. Ach, zegt ze, volgens mij komt niemand het ophalen, maar ja, iedereen doet het.
Zijn we nou helemaal niet lekker geworden?
Om acht uur haal ik de boel weer binnen, besloot ik. Er zijn leukere karweitjes, maar domheid moet gestraft, het is niet anders.
Iemand moet gebeld hebben. Of rijdt er milieupolitie rond? Om drie voor acht rijdt de grote vuilniswagen de straat in. Alles gaat zonder pardon, ongesorteerd, de laadbak in. Behalve het glas, dat blijft staan. Huis aan huis.
P.S. Unbef*ckinglievubbel. Ben ik gewoon weer te braaf. Wie komt er langsgesjeest om tien voor half tien? De glasophaler. Heb ik de boel binnen gehaald. Stomstomstom. De groene golf is ook voor mensen die 60 km per uur door de bebouwde kom scheuren, mag ik weer achter oranje aansluiten met m'n max 50.
dinsdag 23 februari 2010
zondag 24 januari 2010
Soms hoor je jezelf
'Hè, nee hè. Krijgen we dat weer.'
woensdag 20 januari 2010
Kennis was macht

Lost kijken we, met z'n vieren. We gissen, duiden, voorspellen, verklaren, verzinnen vóór, tijdens, en nadat de schrijvers hun kunsten tonen. Geheel in die geest riep ik maar vast dat ik de titel begreep van de aflevering die op punt stond te beginnen, The 23rd psalm.
De heer is mijn herder! Enthousiast moet ik geklonken hebben. Zo, die kennis was maar weer tentoongespreid en doorgegeven.
Kroost van 14 en 15 jaar is full time kritisch.
Binnen twee seconden heb ik het commentaar op mijn bijbelse kenniseruptie binnen.
Het jongst schaapje: Get a life!
De oudste: Ga breien.
Dat ik zeker denk te weten dat ook zij ooit de bijbel gaan lezen, taalgeïnteresseerd als ze zijn, dat houd ik nog maar even voor me.
vrijdag 15 januari 2010
Chauffeurs en tweede sokken

Second sock syndrome, daar lijd ik aan. Een sok breien is leuk, maar die tweede is een opgave. Gelukkig, de oplossing is me ingegeven. Een sok mag ingewikkeld zijn, en hoe nieuwer hoe beter. Zo ben ik op het moment met een minihaaknaaldjes kraaltjes aan het peuteren. Cool! Maar niet voor nog zoéén. Toch?
Dezelfde wol gebruik ik voortaan voor nóg zo'n ingewikkelde nieuwe sok. Twee keer één is ook een paar. Weet je wat, ik misbruik de slogan van de PSP, van ooit:
Omdat ieder (mens) er één is, en niet de helft van een stel.
Geen idee wat de twee gebeurtenissen met elkaar van doen hebben, maar dat schiet me bij een volgende douchepartij wel te binnen.
maandag 11 januari 2010
Lezer: kies!

woensdag 6 januari 2010
SPAM: koop oude postzegels (2)
Iets met voornemens

- iets met bewegen. Fietsen misschien zelfs.
- iets met iets geks. Naar Geen Stijl surfen, tai chi'en of mijn stoep sneeuwvrij houden.
- iets met letters. Lezen ook.
- iets met jongens. Mogen ook pubers zijn.
- iets met chemische middelen. De douche, het balkon.
- iets met kiezen: toneel/poëzie/proza/scenario/essay. 2 van de 5.
- iets met familie. Niet teveel natuurlijk, maar zeker niet te weinig.
- iets met koken. Mag ook gezond zijn.
- iets met wie het kleine niet eert. En dat dat dan geldt voor als ik op het perron sta en mijn trein rijdt niet.
zaterdag 2 januari 2010
donderdag 24 december 2009
Nummer 1
Na ruim vier jaar is het zover. Ik was ooit de nummer negen van de wereld, maar altijd stond die dame uit de buurt van Nijmegen nog boven me. Nee, het is geen wedstrijd, maar grappig is het wel (even): ik ben nummer één van het vierde postcrossingland van de wereld.maandag 21 december 2009
Van een negatief reisadvies en twee mobieltjes
Zij (hekel aan staan en wachten, geneigd adviezen ter harte te nemen)
Hij (het komt wel goed, en of en hoe dat bepaal ik zelf wel)
Zij werkt thuis; hij is naar zijn werk gegaan.
Hij: (09.21) Het is prachtig. Koppie koffie bij en genieten maar.
Zij: (09.22) In een trein?
Hij: (09.23) Yep
Zij: (09.39) Volgens de website van annexwinno rijdt de gvu niet.
Hij: (10.19) Welleke website?
Zij: (10.21) Connexxion, maar dat begreep je wel. Streekbus naar Zeist voor jou?
Hij: (10.24) Nee streekbussen vind ik misselijkmakend. Maken de echte mannen een flinke sneeuwpop? X j
(Dienstmededeling: vanaf hier besloot deze schrijver de tamelijk waarheidsgetrouwe sms-wisseling tamelijk waarheidsgetrouw te gaan weergeven op haar weblog. Dit heeft ongetwijfeld de aard van haar teksten beïnvloed.)
Zij: (10.26) Ze slapen nog! Wat ga je doen, lopen?
Hij (10.29): Even kijken, plassen, koffie en dan terug. Fotootje hier, Fotootje daar, naar huis en mailen dat ik thuis werk.
Zij (12.05) eta?
Hij (12.07) 1315 als er niets tussen komt. Nu in de trein naar polen.
Enter Hij om 13.19. Tja, niet Alles is materiaal natuurlijk.
Dit dan (3)
SPAM: kom naar de boekgrrls
Ze moest minstens de klok rond geslapen hebben. De nooduitgangverlichting gaf een groen schijnsel, en er kwam al wat grijs licht door de hoge vuile raampjes. De geit was onrustig. Ze briesde, en schuifelde heen en weer. Liggen, staan, en weer liggen.'Wat is er, meisje?', fluisterde Rachelle. 'Wil het niet zoals jij wilt?'
Plotseling zag ze de kop van een lammetje, en onmiddellijk daarna plofte vier stakige pootjes met een lijfje ertussen, op het stro. De geit begon als een bezetene te likken. Het lam probeerde op te staan. Rachelle giechelde. Het was geen gezicht. Er kwam nog een jong, zag ze. Wat leuk, een tweeling. Weer likte de geit. Het lam bewoog door de stevige tongstrelingen, maar niet uit zichzelf. Rachelle kroop dichterbij en streelde het geknakte koppetje. De geit liet toe dat haar eerstgeborene begon te drinken. Rachelle had vooral oog voor het tweede jong. Zo prachtig, zo af. Een bokje. Een bokje dat nooit zou bokken. Rachelle nam het dode beestje op. Het nog deels bebloede beestje bevlekte haar jas. Ze kroop over het hek. De staldeur kraakte en schoof over minstens een decimeter sneeuw. Rachelle stond in de deuropening. Ze drukte het bokje wat dichter tegen zich aan. In welke kerstkaart was ze nu terecht gekomen?
donderdag 10 december 2009
zondag 6 december 2009
Op weg
De reguliere parafernalia (portemonnee, sleutels, mobiel, draadje bij de mobiel, toilettasje (over de inhoud daarvan wellicht ooit later, maar sluiten doettie niet goed meer), leesboek, breiwerk, schrijfboekje, drie pennen, klein leefgruis overig) gaan ook de schoolspullen mee (zo'n map met 12 handige tabjes waarbij dat wat je zoekt nooit eerder dan achter het achtste tabje schuil gaat en een moleskine hardcover schrift), en omdat het vrijdagavond leesblok is, ook een dikke pil die de lezer in mij moet ontwikkelen, als aankomend schrijver niet te verontachtzamen, het belang van lezen. En dus omdat het vrijdagavond leesblok is, en zaterdag school, en het geheel zich in Amsterdam afspeelt, gaat er overnacht worden. Vandaar de pyjama, de tandenborstel en de handdoek. (Het is een jeugdherberg, dus eigen handdoek mee.)
De hele meuk wordt bij aankomst in de stay-okay in een kast geschoven, ik maak een onderbed op, leg tandenborstel en pyjama neer op plekken die op de tast gevonden kunnen worden, en met het hoogstnoodzakelijke nog even de stad in. Winkels kijken, volle trams voorbij zien schuiven, stapeltje postcrossingkaarten kopen en bij je zelf bedenken: de volgende keer ook een paraplu meenemen.
Het geroezemoes bij Wagamama is oorverdovend. Meer dan te doen als je zelf geen geluid wilt maken, anders dan een bestelling doorgeven. Chilli squid, een hypergezond groentevers soepje, twee japanse bieren, en de witte chocolade kwarktaart met gembercaramelsaus. Nog twee zwarte koffie en mijn verplichte leeskost voor de avond die over een uurtje begint, is uit.
Het is donker geworden. De school hier nog geen tien minuten vandaan. De plassen zijn fikse poelen inmiddels, de kerstverlichting is aan, er valt nog een hoop naar huis of elders te spoelen. Straks zit ik binnen, op een goedkope schoolstoel en ik zal hoorcollege krijgen van het fraaiste soort. Ik zal me drie zalige uren nietig en begrepen weten. Ik zal nieuwsgierig worden en de rest van mijn leven niets meer willen doen dan leren, lezen, leven.
Het bier heeft erin gehakt. De plassen worden golven bij elke passerende auto, juist bij de voetgangersoversteek. De lichtjes in de PC Hooftstraat branden alleen voor mij (zonder bril). Ik mag naar school.
vrijdag 20 november 2009
Tikje

Het boodschappen doen in de stationshal kost me een paar minuten. In de parkeergarage tref ik haar aan. Is ze verdwaald? Ze zal toch geen auto rijden? Toch loopt ze richting betaalautomaat. Schuin achter haar staand, zie ik de fraaie halve maantjes haar dikke bril sieren. Het kaartje wil niet in de betaalgleuf, het geld past niet in de ruimte voor het kaartje. Bovendien hangen de aanwijzingen te hoog. Ik help haar.
Ik geloof niet dat ik hier eerder geweest ben, zegt ze.
Moet ik nu kijken of ze zonder brokken de garage uit komt? Ik kijk de schuifelende vrouw na, en stap dan zonder verder te kijken in mijn eigen auto.
Een paar dagen later, 's avonds best laat. Weer tref ik haar in de garage, maar nu duidelijk zoekend. Er staan nog ongeveer tien auto's in de grote ruimte. Ik betaal en spreek de dame aan.
Moet u nog betalen?
Opgelucht kijkt ze me aan. Het kaartje komt moeilijk uit haar vaste greep, maar soepel haalt ze geld uit haar jaszak.
Wel thuis, wens ik haar.
Ze kijkt zoekend rond. Ik ook.
Op goed geluk wijs ik naar een rode kleine auto van een jaar of tien oud.
Is die rode van u? Best donker hier, hè?
Ze knijpt haar ogen samen en haalt haar schouders op. Ze loopt richting de auto. Wat gepruts, en dan gaat de deur open.
Mijn auto staat een stuk verderop. Toch ben ik eerder de garage uit. Een rare bocht, langs de taxi's, linksaf en voorsorteren voor het verkeerslicht. Via de achteruitkijkspiegel zie ik haar naderen. Het rode auto'tje tikt mijn grotere groene aan. Beverig zachtjes.
woensdag 11 november 2009
Verheug (4x)



Na de poëzie volgt het toneel. Leren schrijven doe je door te leren lezen en te leren kijken. Vandaag las ik Frühstück No Future, van Ronald Giphart en Gerard van Kalmthout. Ik genoot vooral van the making of, die uitgebreid beschreven wordt. Er borrelde dankzij dit boek inspiratie voor mijn huiswerk van deze week. Want we hebben natuurlijk schrijfhuiswerk, naast leeswerk (een toneelstuk per week) en kijkwerk (een toneelstuk per week). Het toetje is in Amsterdam, volgende week ga ik in Utrecht. Voor Deventer kocht ik vier kaartjes. Zie de afbeeldingen. Herkent u iets dat reeds lang in het Westen te zien is geweest?
dinsdag 10 november 2009
Beauty is in the eye of the beholder

Links Hanneke Groenteman (voor) en rechts Hanneke Groenteman (na). Haar karakter is ongewijzigd, vertelde ze bij Matthijs van Nieuwkerk. Nog steeds kijkt geen man naar haar om. Maar hoe blij is ze met zichzelf. Ze durft nu op televisie zelfs achter de tafel vandaan, om haar hele slanke zelf te laten zien. maandag 9 november 2009
Dit dan (2)
vrijdag 6 november 2009
Dit dan (1)
Het kan niet waar zijn dat al die bladeren die uur in uur uit, dagenlang, wekenlang, naar de grond dwarrelen, aan die paar bomen hebben gezeten.
zondag 1 november 2009
Kleintje
Ik was het tot 6 augustus 1965, maar geheel onbewust.Ik was het daarna heel lang niet meer.
Pas in het begin van de jaren negentig was het, een paar jaar, weer zover. Maar ook toen heb ik er niet zo over nagedacht. Een vrij standaard heterosexuele situatie, de onze.
Vanaf 12 juni 1994 was ik het overduidelijk niet meer. Heb ik er toen over nagedacht dat die situatie ooit weer in zou treden? Anderhalf jaar later leek de status quo - als ik er al over na had gedacht - zich te versterken.
Tot deze week. Wie de eerste was is niet meer te achterhalen. Spruit twee, gok ik. Het feit is in ieder geval daar: de man was het al; nu zijn de jongens het ook: langer dan ik.
Ik ben de kleinste in huis.
zondag 25 oktober 2009
Heel druk
Ik ken hem niet. Het lijkt me een aardige man, ook al drinkt hij thee. De vergadering duurt lang. Elke keer als hij thee wil, schuift hij zijn stoel piepend achteruit, stampt door de zaal, fluistert zeer hoorbaar een vraag, en stampt met waterkan weer terug. Stoel in drie hupjes, zuchten, dop valt op tafel, theezakje plonst. Slurpje thee. Pen erbij. Aan. Uit. Aan. Uit.
Ik maak aantekeningen met een soepel lopende pen. De bladzijde van mijn schriftje sla ik langzaam en geluidloos om. De koffie schenk ik met precies de minst geluid makende snelheid in. Mijn schouders verkrampen - onhoorbaar - tijdens een stoelgeschraap die ik niet aan hoorde komen.
De vriendelijke man heeft stevige tekst. Elke derde woord met een klemtoon krijgt een vuist op tafel. Ik ben het met hem eens. Ik kijk naar die vuist. Hoor het kopje dat scheef op het schoteltje staat sprongetjes maken.
Ik weet me vier uur lang in te houden. Ik deel geen zakdoekje uit. Ik vraag niet, zelfs niet vriendelijk, of de pen wat minder mag. Mijn hand, die zijn vuist wil troosten, bedwing ik.
Wat kun je een hoofdpijn krijgen van een vriendelijke man.
maandag 12 oktober 2009
Toepad
Cadence perdu
Na de kerk en de cake en de kip
het hele gezin in de zwarte Dauphine
om de vader van pa en de moeder van pa
en de neven en nichten te zien
Zingen we canons en psalmen in koor
de heer is mijn herder, de morgen breekt aan
‘Net goed’, zegt de man met de hoed in zijn hand
als wij met pech aan de kant komen staan
Twee kabouters niet thuis in de bocht in de weg
Over de Maas waait een stinkende wind
Mijn laars krijgt een kraagje van zondagse kous
Toepad is daar, met het erf van kastanjes en grind
Wie nog geen zes is die mag op de koe
We besluipen de kuikens in grazige wei
Een oudere nicht die komt nat uit de bron
Een neef met een spijker vol roest in z’n zij
Kijken bij oma naar kaas in de kelder
Opa jaagt spreeuwen omhoog uit de boom
Het vlees in de soep kauw ik zwijgend tot gummie
Een knipoog van links, en ik spuug in de hand van mijn oom
Om vijf over vijf spreekt de man in zwart wit
nul – nul en een één en een drie
Terug in de auto met appels op schoot
en ieder van ons met een reepje cacoafantasie
zondag 11 oktober 2009
Cognac
Je probeert eens wat, als aankomend schrijver. De hoofdwet van het moderne creatieve schrijven luidt Show, don't tell. En dus bekwaam ik me met tien anderen elke zaterdag in de juiste vergelijkingen, de prachtigste metaforen. De zintuigen draaien overuren. De hand van het meisje voelde als een glas goede cognac na een perfecte maaltijd.De meester en de klas waren unaniem: too much. Ik wierp nog zwakjes tegen dat het wel de manier was om duidelijk te maken dat de ik-figuur een puike amateurkok is. Zwakjes, want ik was het wel eens met de kritiek: tikje ranzige connotatie licht op de loer, en dat wilde ik niet.
Hoe dun haar vingers aren viel me pas op toen ze me bij de koffie en cognac had ingehaald. Ze hield het glas vast als was het een babyhandje.
donderdag 1 oktober 2009
Jij kunt beter
Ooit moest ze een opstel schrijven, ik meen in klas vier van het gymnasium. Zij vroeg haar moeder dit voor haar te doen. Of - het zou zo maar kunnen, bedenk ik achteraf - haar moeder bood aan het opstel te schrijven. Zo geschiedde. Het opstel kwam terug. Eronder stond geschreven: Je kunt beter, Herma! Haar moeder, de schrijfster, mijn grootmoeder, was naar verluidt pislink.
Zestig jaar na dato komt mijn zoon thuis met een beginnetje van een verhaal, met de opdracht het verhaaltje af te maken. 't Begin is van Jeannette Winterson, 't vervolg van de kleindochter van de schrijfster. (2009 is niet meer hetzelfde als 1949. Mijn versie wordt 'sorry, hoor' ff flink geëdit.)
De drie vrienden
Er waren eens twee vrienden die een derde vonden. Omdat ze niemand in de hele wereld aardiger vonden, beloofden ze plechtig dat ze in één paleis zouden wonen, op één schip zouden varen en één gevecht zouden leveren met gelijke wapens.
Na drie maanden besloten ze op een zoektocht te gaan.
‘Wat zullen we gaan zoeken?’ vroegen ze elkaar.
De eerste zei: ‘Goud.’
De tweede zei: ‘Vrouwen.’
De derde zei: ‘Dat wat onvindbaar is.’
Ze waren het er allemaal over eens dat dit laatste het beste was, en zo gingen ze fraai uitgedost op stap. De eerste droeg duikkleding, de tweede een imkerspak en de derde een parachute.
De eerste vriend nam het schip mee en zocht onder water. Hij dook in rivieren, in plassen en in de Stille Oceaan, maar wat hij vond, niet dat wat onvindbaar is.
De tweede vriend zocht in alle bijenkasten van de wijde wereld, en in de paleistuin. Hij vond honing, veel honing, en één keer werd hij gestoken, op zijn linkerhand. Maar al wat hij vond, niet dat wat onvindbaar is.
De derde vriend zocht in de lucht. Hij vloog en sprong, vloog en sprong, maar al wat hij inademde en al wat hij zag, niet dat wat onvindbaar is.
Moe, boos en verdrietig kwamen ze weer terug in het paleis.
De eerste zei: ‘Jullie hebben niet goed gezocht.’
De tweede zei: ‘Eén van jullie heeft het gevonden, en houdt het voor zichzelf’.
De derde zei: ‘Ik heb toch liever goud en vrouwen, dan jullie als gezelschap.’
Ze zeiden nog veel meer, en steeds harder. Ze schreeuwden door elkaar. Hoe wijder hun monden open gingen, hoe dichter hun oren gingen zitten. Toen de zon weer opkwam waren ze alledrie hees. Ze fluisterden plechtig dat ze nooit meer in één paleis zouden wonen, op één schip zouden varen en dat één gevecht met gelijke wapens genoeg was geweest.
De verloren vriendschap bleef onvindbaar.
maandag 28 september 2009
Domweg gelukkig, vooral in de trein
Verhalenwedstrijd Trouw ‘wortels’.
Deadline vrijdag aanstaande:
Herschrijven huiswerk poëzie week 3 ‘Ijskast’.
Herschrijven huiswerk poëzie week 4 ‘Dag’.
Alsnog doen huiswerk schrijftraining week 4 ‘Dialogen’.
Huiswerk poëzie week 5 ‘Kaart van mijn belevingswereld’.
Huiswerk schrijftraining week 5 ‘Scenes.’
zondag 20 september 2009
Lettervreter
Ben ik nou de enige die ziet wat ik zie, op deze marsreclame? Beste mensen reclamemakers, In Succes Joris zit géén hoofdletter T, géén hoofdletter V, geen d en geen g. Lettervreters.
Het is de dag (1)
Het is de dag voor nieuwe dingen. Het is de dag dat vooropgezet en bewust deze nieuwe dingen gedaan zullen gaan worden. Dat zet de handvol zintuigen op scherp. Op weg naar de nieuwe dingen komen er dus nieuwe dingen op mijn pad.De sok voor de aanstaande jonge vader wil niet echt vlotten. Het einde van de zwangerschap wel, dus enige haast is geboden. Een hip jeansblauw geval met kabeltjes. Kabeltjes, hoe gingen die ook alweer? In de trein blijk ik een kabelnaald vergeten. Geen nood, ik improviseer wel wat. Twee steken achterhouden (of juist voor), twee steken gewoon breien, de achtergehouden steekjes weer proberen op te halen... Het wordt een fiasco.
Ik ken de man niet. Hoe erg vindt hij slordig gebreide sokken?
Twintig minuten overstaptijd is lang. Dit lijkt het moment om de vooroordelen van anderen over Starbucks (eindeloze rijen, vieze slappe koffie) te testen. De angst dat de veramerikanisering geen grenzen kent, zet ik even opzij.
Ik sluit achteraan aan. De enorme lijst met koffievarianten kan ik niet lezen. Geen nood, ik improviseer wel wat. Al halverwege de rij wordt mij (in mijn moers taal, godlof) gevraagd wat ik wil. Een espresso graag.
'Solo of doppio?'
Toe maar, gaan we duur doen? Ik wil wel een dubbele.
'Next call!', roept de bestelopneemster achter de kassajuffrouw langs. De man achter de bekers stapt naar achter om mijn bestelling te horen. Ik betaal, kom voor de man met de bekers te staan. Hij verwijst me door naar achteren. Ik doe twee stappen. Zie koffie langskomen die niet voor mij is.
De mevrouw van de sokkenwinkel op station Utrecht Centraal denkt met mij mee. Dun rietje, tandenstoker, iets stevig duns ronds? heeft ze dat voor mij? Ze graait in een la onder de toonbank. De paperclip is een vondst.
Het bekertje is cute, het dekseltje idem. Te laat las ik dat ik ook nog een 'extra strong shot' had kunnen vragen. Dat zou niet nodig zijn geweest. De koffie is meer dan goed.
Ik brei de eerste perfecte toeren en drink de zuivere koffie. Dit wordt een mooie dag.
dinsdag 15 september 2009
Lilly van Utrecht
zij zuigt jouw geur
tot eeuwige herinnering
vleit je neer
lekkende borsten
bloedende schoot
een naam
geeft zij jou mee
daar lig je
gewiegd door gras
zo gewenst
kind
voor een ander
Lilly
Op zondagmiddag 13 september is bij het ziekenhuis Diakonessesenhuis in Utrecht een baby te vondeling gelegd. Het meisje werd gevonden door twee voorbijgangers. Naar omstandigheden gaat het goed met de baby van een paar dagen oud, aldus de politie. Bij de baby werd een briefje gevonden, waaruit blijkt dat het meisje Lilly heet. In het briefje wordt verzocht goed voor haar te zorgen. De baby ligt in de couveuse. Wie de moeder is van het meisje is niet bekend.
zondag 13 september 2009
9/11
donderdag 10 september 2009
Sudderen
Voor moeders pappot werd de tijd genomen. Het sudderplaatje en de hooikist waren prominent aanwezig. De hooikist was overigens geen echte hooikist. Zodra de rijst kookte, ging mijn moeder op een holletje de trap op. De dekens van haar kant van het echtelijk bed werden teruggeslagen, de pan erin gezet, hoofdkussen erop en dekens er weer overheen. Als de groente en het vlees op het fornuis platgekookt waren, dan konden we aan tafel.In mijn keuken zijn deze attributen niet meer te vinden. Blijkbaar ben ik meer van de gauw-gauw-gauw en/of vooral van het continue aandacht schenken aan dat wat ik aan het koken ben. Ik ben wel een mentale sudderaar. Geef mij een opdracht en ik laat het eerst een tijdje broeden. Als ik wil, of als ik moet, of als ik wil omdat het moet, dan knal ik eruit wat nodig is. Geen centje pijn. Meestal.
Het eerste huiswerk van de schrijversvakschool is binnen. Twee vakken, dus twee opdrachten. Deadline: zaterdagochtend kwart over zeven, want het moet in twaalfvoud mee de trein in. Zaterdag, dat is overmorgen. Al mijn eerdere huiswerk – toen ik nog cursussen volgde, en nog niet De Opleiding - ging moeiteloos. Al tijdens het verstrekken van de opdracht ontkiemde een ideetje, dat op dinsdag, uiterlijk woensdag, tot de eerste probeersels op papier leidde. Donderdag was het af, en doorgaans naar tevredenheid. Ik heb deze week nog niet veel meer op papier dan een achterkantje met wat krabbels.
Waarom gingen niet ook de groente en het vlees het bed in? Ik begrijp het nu pas. Twee sudderingen tegelijk; het werkt niet. Ik moet erbij blijven, het actief mijn volle aandacht schenken. Niks van ‘het komt vanzelf wel goed’. Zitten en schrijven moet ik willen. Gauw-gauw-gauw.
vrijdag 4 september 2009
De zaterdag voorbij

Er is maar één ding dat ik echt ga missen. De Tros Nieuwsshow, zaterdag van 8.30 tot 11.00 uur op Radio 1. Vaste luisterprik. Het eerste uur in een nog verder stil huis. Het laatste vaak onderweg naar de vuilstort, de boekhandel, de markt. Elk kwartier een actueel of actueel te maken onderwerp met een interessante gast. Veel kunst, veel wetenschap, en heel veel literatuur.
Mijn nieuwe telefoon heeft een radio, met ontvangst tot in de rijdende trein. Hoera. Maar de boekbesprekingen (uitgerekend de boekbesprekingen!) zijn na tien uur te horen en dan zijn de lessen begonnen.
Ik kan gaan leren podcasten. Maar da's toch niet het echte werk. Het is tot mij doorgedrongen: de zaterdag zal nooit meer hetzelfde zijn.
woensdag 2 september 2009
Goud van ooit
De vraag komt een keertje in me op, en blijft onbeantwoord. Dan komt de vraag nog een keer, en nog een keer, en het begint te knagen. Ik wil het weten. Ik zal er achter komen.
Ik heb vertrouwen in mijn hersens, maar spreek ze toch nog even toe. "Je weet het. Rustig maar, het zit ergens. Het komt er wel uit. Blijven denken. Dan komt het echt goed."
's Avonds op de bank, breien en denken. Het gaat komen, ik wil het. En daar is het, daar is het gewoon, alsof het er nooit niet is geweest. Iets van meer dan 16 jaar geleden. Het plastic goudkleurige platte reepje waarmee ik de wikkel van mijn pakjes Malborough Light haalde.
Een denkend hoofd. Overtuig me van groter genot.
dinsdag 1 september 2009
De chauffeur
[Chauffeur opent rechterachterportier. Anderen laten zichzelf in. C. neemt plaats achter het stuur. Monoloog richt zich tot persoon rechts achterin. Contact via achteruitkijkspiegel, een enkele blik achterom. De rit vangt aan. Veel stiltes. De chauffeur dult geen inmenging. Indien toch gereageerd wordt: nee, laat mij maar even vandaag of ik ben nog niet klaar of zeg maar niks, ik hoor het al]
U ziet er weer keurig uit.
Wat u ruikt is polish.
U weet zeker dat u geen stropdas wilt dragen vandaag?
De afspraak met de minister was een succes, neem ik aan?
Ik heb een cadeautje voor uw vrouw gekocht.
Als u uw mobiel zoekt, die heb ik bij me gestoken.
Waar was u toch zonder mij?
Zo we zijn er.
vrijdag 28 augustus 2009
Mattheus 19:26
Zonder afzender bij ons in de bus gedaan. Door een aardse helper van de Almachtige, naar wij vermoeden. In de met veel plakband weer dicht gemaakte envelop van de verjaarskaart voor de oudste zoon, die ruim twee maanden geleden verjaarde.
Niks is onmogelijk. Vertel ons wat. Je kunt dus een kaart krijgen die niet voor jou bestemd is, die open maken, twee maanden laten liggen en dan aan de rechtmatige eigenaar doen toekomen.
De jongste zoon is deze week met Grieks begonnen. De taal van (onder andere) het nieuwe testament. Ook voor hem zat er een quote bij: God is de alfa en omega het begin en het einde.
De achterkant van het notitieblaadje biedt nog meer. Als een lekkende kraan nog een citaat: Jezus is de heelmeester. Neem Hem aan en eeuwig leven is gegarandeerd.
Het meest intrigeert me de 4 in Sorry 4 het openmaken. Het handschrift suggereert een ouder iemand, maar deze sms-taal ertussen? All things are possible!
dinsdag 18 augustus 2009
Wakker in een vreemde wereld
Bij daglicht valt de Umbri-man of –vrouw positief op door een lichte huidskleur. De lelieblanke neus is het ultieme schoonheidsideaal. Ter bescherming dragen velen dan ook een neuskap. Het ontwijken van zonlicht brengt de Engelse ziekte met zich mee, al zal het op hun eiland niet zo heten, want waar wij hen niet kennen, zullen zij onbekend zijn met de Engelsen. Een stevige wandelstok is dan ook een noodzakelijk attribuut. Volwassen is men zodra het gezichtsteken is toegebracht. De inkeping in het gelaat wordt bewust tot hevig pussen en etteren gebracht, zodat een levenslang litteken gewaarborgd is. Aan dit teken herkent men elkaar in de donkerte.
De opdracht van de eerste buitenkunstdag luidde:
Verzin een onontdekt volk met eigen gebruiken. Tot zover geen probleem. Maar dan: Geef vorm aan de specifieke gebruiksvoorwerpen/kledingstukken/rituelen van het volk. Materiaal vrij.
Mensen met weinig ervaring in de beeldende kunst vallen op doordat ze figuratief werken en veel, te veel, oog voor detail hebben, vertelde een kunstgenoot mij later in de week. Ik ben een wandelend voorbeeld. Waar de rest van de ruim twintig mensen met gips en klei en stukken touw driftig aan de slag gingen, en tot onbegrijpelijk fraaie voorwerpen kwamen, knutselde ik een niet te herkennen neuswarmer. Die vervolgens weigerde te blijven zitten op het stuk karton. Een stuk karton dat ik met gevaar voor al mijn vingers met een afbrekend mesje in een gezichtsvorm had gehakt. Waarom weigert lijm bij mij zijn functie te vervullen? Tot na de lunch trok ik de vellen alleslijm (ha!) van mijn handen. De feedback van de meester was mild maar genadeloos. Waar dat touw voor diende? Ja, hallo, het ding moet toch opgehangen worden? Ik zou misschien nog iets met twee handen kunnen doen? Eéntje dan, vooruit. Die omkrulde als was het sigarettenvloei. De rest van de middag vermeed ik de meester. Ik schuilde achter de bomen, spoelde eindeloos de kwasten, en zeulde ver voor sluitingstijd de banken weer terug naar de grote tent.
Ik was weer terug in 1969. Ik wist het toen nog niet, maar ik smachtte naar het woord. Letters in rij en gelid, verhalen vormend. Voor mij, door mij. Maar ik moest mijn duim diep in een homp weerbarstige klei drukken. Ik moest kuikentjes prikken, zwarte pietjes uit wc-rollen toveren, kleurpotloden slijpen. Het werd mijn wereld niet. Ik vond dat ik het echt probeerde, maar de frustratie van het niet begrijpen en niet begrepen worden was groot. In de hoek moeten staan omdat je naast je lijmmatje hebt gelijmd, of omdat je efficiënt in één rats het kuikentje met de prikpen uit het karton snijdt, mijn dysknutselarie werd niet erkend.
Veertig jaar later en ik deed nog een keer een poging. Een pinguin in de Sahara ben ik. Hier wordt geen grens verlegd.
zondag 16 augustus 2009
Ajax is een schoonmaakmiddel
Alleen op reis krijgt eigen rituelen. In het donker van de tent speel ik dat ene dagelijkse potje Snake op de computer, en vraag ik met mijn fossiele mobieltje het laatste nieuws op. Nog nagenietend van de beleving op het toneel van graszoden lees ik:
NIEUWS: Politie zet ongeveer 100 Ajax-supporters stad uit wegens wangedrag. Voetbalfans zouden zich hele avond hebben misdragen.
zaterdag 15 augustus 2009
Week 160
Jaren ben ik onderzoeker geweest. Deze methode is nieuw voor me. Een groep mensen die de hele week samen is geweest, maar elke dag diverse workshops heeft gevolgd, in retrospectief aan laten geven welke dag men waar mee bezig was. Eigenlijk moesten we heel stil zijn.
Het zou geen buitenkunst zijn als het ook geen kunstproject was. Of we stil wilden zijn (dus) en zo veel mogelijk wilden filmen. Hierbij mijn resultaat. De rest is op Youtube te bekijken. Ook vanaf de tribune.
't Voelde bijzonder onvolwassen om vanmorgen te lopen janken over de zandpaden. Tant pis. Volgend jaar ga ik twee weken.
woensdag 5 augustus 2009
Van het één ...

Waar eindigt dit?
Voor de lezer interessanter: waar begon dit? Dat weten we. Vrijdag komt-ie: 1 meter 48 breed, die niet op de tocht mag, en een sieraad in je kamer moet zijn. De piano.
(De jongste heeft oorontsteking en mag doen waar hij zin in heeft. "Stop eens!" commandeert hij. De vader staat stil. "Is hetgeen ik waarneem niet slechts licht, en dus geen materie? Kun je in werkelijkheid niet al 5000 kilometer verderop zijn?" "Jazeker", zegt de vader, "of al jaren dood".)













