zondag 2 maart 2008

Vriend, god en minnaar

Als ik schrijver wil worden, dan rest mij niet veel anders dan met mijn roman in één keer door te breken. Want dat schrijven in opdracht me niet bevalt, dat merk ik dit weekend weer. Een woordje vooraf in het boekje dat ons concert opleukt, zo ingewikkeld kan dat toch niet zijn? Het is het wel. Ik aarzel tussen blasfemisch, intellectualistisch en ronduit saai. Geen van drieën zal in de smaak vallen, vrees ik. Mijn vrees is dan weer dat ik aan een combinatie van twee van de drie elementen niet zal ontkomen. Want ik wil een citaat van Mauricio Kagel laten landen in mijn woordje namens de voorzitter. Deze 20ste eeuwse componist sprak de prachtige woorden:
Es mag sein, dass nicht alle Musiker an Gott glauben, an Bach jedoch alle.

Mijn liefde voor Bach beleed ik al vaker. Hij is mijn vriend, mijn god, mijn minnaar heb ik regelmatig verzucht. Om te chockeren, natuurlijk om te chockeren. Maar ook (tóch, zouden gelovigen zeggen, maar tóch) in het besef dat het voor mij waar is. Zijn muziek is fantastisch behang voor een gezellig avondje, evenzeer als de punt op de i bij vreugde en malaise. En als ik het slotkoraal van de Johannes Passion zing, dan weet ik zeker dat het ook mij gaat gebeuren. En moet ik mijn best doen de emotie aan de volle kerk te laten, en niet zelf de tranen te laten stromen:

Alsdenn vom Tod erwecke mich,
Daß meine Augen sehen dich
In aller Freud, o Gottes Sohn,
Mein Heiland und Genadenthron!
Herr Jesu Christ, erhöre mich,
Ich will dich preisen ewiglich!

Deze week kwam in het nieuws dat Caroline Wilkinson, forensisch antropologe, de schedel van wijlen Johann Sebastian professioneel omgeknutseld heeft tot zijn ware gezicht. En wat een gezicht blijkt dat te zijn geweest!


Deze bruingebrande betonijzervlechter, zoals de huidige bewoners van Eisenbach hem typeren, nu ze geconfronteerd zijn met de versie van Wilkinson, wat moet ik daar nu toch mee? Wég is de saaie bepoederde pruikdrager die me al veertig jaar aanstaart vanaf muziekboekjes en concertposters. De man van wie ik me voor kan stellen dat hij tientallen CD's vol kon laten tokkelen, strijken en kwelen. Maar deze hier? Dat is een man met twintig kinderen en een drankprobleem (ik las dat Wilkison zijn door brandewijn getekende neus een tikje vriendelijker in zijn gezicht heeft geplaatst). Een man van vlees en bloed. Wat valt dáár nou over te schrijven?

vrijdag 29 februari 2008

Sip

In het schap van de supermarkt ziet ze het al van verre: de nieuwe Hollands Diep ligt er! Met daarin haar prijswinnende Zeer Korte Verhaal. Maar nee, pagina 110 verraadt dat anderen met de eer gaan strijken. Ze sloft naar het brood. Straal voor gek loopt ze op haar Crocs. De parelkandijontbijtkoek die ze in het karretje dumpt zal wel door haarzelf opgevroten worden. Dit weekend wacht een dag vrijwilligerswerk en voor het eerst sinds de nieuwe baan moet er gewerkt worden in de vrije weekendtijd. Dat ze niet af had wat af had moeten zijn kan ze niemand anders verwijten dan zichzelf. En als ze vandaag niet ongesteld wordt, dan verpest het voor zeker haar vakantie in Italië. Bij het vlees dat ze niet voor zichzelf koopt staat een oude vrouw eindeloos te kiezen met een karretje dwars over het pad. De kinderen zijn nog in pyjama. Haar aankopen zijn net geen 30 euro. Toch krijgt ze twee smurfjes. Ze zet de narcissen in haar meest kunstzinnige vaas. Zoonlief mag een wierookstokje branden. Het was zo'n smart afspraak die ze met zichzelf had gemaakt: twee publicaties in 2008. De gedachte dat haar inzending bij de post zoek moet zijn geraakt, weet ze te verdringen.
De aanmelding voor de volgende cursus is op de bus. Alles is materiaal, heeft ze uit eerdere cursussen geleerd. Al is het maar voor een blogje. Ze snijdt een plak koek af. De man die een rioleringsverzekering wil komen verkopen weet ze vriendelijk te onderbreken. Nog een plak koek dan maar.

woensdag 27 februari 2008

Aagje leest mee (1)

Laten we hem Joost nemen. Zo heet hij niet. Maar ook Aagje kent haar grenzen. Die van Joost liggen een stuk verder. Hij vertrekt maandag naar Dubai. Voor drie maanden. Samen met Moes. Die geen Moes heet, maar wel met hem meegaat. En die misschien ook wel technisch bedrijfskundige is bij terugkomst.
Joost zat een half uur te zwoegen op drie alineaatjes. Een opzet voor een weblog, vermoedt Aagje. Geen schrijver, die Joost. Hij gaat iets afstudeerderigs doen met containers die in woningen omgetoverd worden. En hij vermoedt dat hij er waarschijnlijk wel avonturen gaat meemaken. Aagje laat van schrik haar jaarkaart vallen. Met een directe rechtse schopt ze deze richting conducteur, die hem vriendelijk lachend terug geeft. Joost is met z'n gedachten al 'een halve neger'. Aagje neemt aan dat Joost verwacht veel zon te zien.
Iedereen is vast heel benieuwd wat hij in Dubai gaat beleven, tikt Joost. Dan gaat hij flipperen. Dat is via het raam goed te volgen. "Kut", ontsnapt Joost, als zijn derde bal in het niets verdwijnt. Laat ze het in Dubai maar niet horen.

maandag 25 februari 2008

Weldra was machine

Het kan nu niet lang meer duren. De verzorging is waken geworden. Hem alleen laten is eigenlijk geen optie meer. In grote stukken verslikt hij zich al een tijdje. Kreunend en stampend horen we hem tekeer gaan. Met drie treden tegelijk zorgen wij voor redding. Overslaan maar weer, het rappe rondjes draaien. Ook al hebben we het toerental al aan zijn leeftijd aangepast. Nu zit ik er standaard bij, de 40 minuten dat hij zijn standaardoptreden duurt. Niet zelden moet ik mijn volle gewicht in de strijd gooien om ongewenste danspartijen tegen te gaan. Zijn trage rondjes draait hij nog, maar onvoorspelbaar niet altijd warm.
De gemiddelde levensduur schijnt 15 jaar te zijn. Dus we mogen niet mopperen. Drie serieuze operaties heeft hij achter de rug, maar hij is de 18 jaar dan ook al ruim gepasseerd. Het was het samenwoon-cadeau. Een ongekende luxe. Ik teerde al jaren op de goedheid van hospita's of van hen wier huis ik sopte. Of ik zat op zaterdag in de Reigerstraat een huurgeval vooruit te kijken.
Ik heb altijd van 'm gehouden. Ook toen hij ons even in de steek liet precies toen ons huishouden van twee wassen in de week naar minstens één per dag ging. Een buurvrouw op de galerij was gul en de levertijd van het deurrelais maar twee weken. Met een kind aan het been en één op de arm wist ik zijn inspanningen altijd te waarderen. Hij deelde in de moederlijke aandacht. "Ja! Sta jij zo lekker te draaien?"

Op het internet heb ik al naar een consumententest gezocht. En ik weet welke triple A zuinig is. Verwijderbijdrage, het voelt als verraad.

zaterdag 23 februari 2008

Niet-functioneringsverslag

Ze leeft een geordend bestaan. Haar gezinsleven is harmonieus. Ze heeft een betaalde baan, evenals haar, al sinds geruime tijd eeuwige, liefde. Haar zonen bezoeken een school met bestaansrecht volgens de onderwijsinspectie. Haar auto is APK-gekeurd. Als ze tegen iemand opbotst in de openbare ruimte verontschuldigt ze zich. Op de roltrap staat ze rechts, en loopt ze links. Elke maand worden op de filmhuisladder de films aangestreept die aangenaam lijken om te bezoeken. De wc-kalender is niet meer, maar toch worden er (soms) nog verjaarskaartjes gestuurd. De vuilnis gaat op tijd naar buiten, en nooit wordt het GFT aangeboden op dag dat het oud papier wordt opgehaald. Ze is gevoed, gekleed, gekapt, gebekt naar haar kalenderleeftijd. Ze ziet stemrecht als een plicht en heeft er nog geen overgeslagen. Ze zingt met overgave en hartstocht de werken van J.S. Bach. Ze gelooft niet dat de vraag of er een god is, een interessante is. Dat zij zelf leeft alsof zhij niet bestaat, denkt ze niet dat hem/haar zal deren.
Van haar soort zijn er acht miljoen in Nederland.
Welke van onderstaande beweringen is waar?
  1. Zij kan niet functioneren
  2. Zij gelooft
  3. Balkenende heeft een denigrerende, intens domme, mening.

Daarover het debat aangaan in de kamer is geen pesten. Het is terecht een premier de maat nemen die een geloof tot norm wil verheffen. Maar wat ben ik blij dat JP een geloof heeft; anders zou het dus nog erger zijn.

dinsdag 19 februari 2008

Daar kun je mee thuis komen

Stel je mag naar een bijeenkomst met de grote baas. De grote baas is zwaar en groot. Hij praat met lichte stem en heeft humor. Stel er zijn nog meer praatjes. Stel er wordt ook nog een prijs uitgedeeld. Stel je wint die prijs. Stel je krijgt een heel verhaal over wat je wint. Dat het zo'n mooi symbool is voor van alles en nog wat. Stel je stond even niet op te letten. En dat de grote baas je dan dit handen drukt.

maandag 18 februari 2008

"Read less. More TV."

"Kijk je naar House? Da's echt iets voor jou!"
Ik nam de mededeling van mijn collega voor kennisgeving aan.
"Heb je nu al eens gekeken? Echt te gek, hoor."
Hij begon me te irriteren.
"Gisteravond was hij weer zo geweldig. Ik begrijp niet dat jij nog niet kijkt."
Ik begon bang te worden. Net als toen ik bridge ging leren. Of autorijden. Straks zou ik zo enthousiast zijn dat ik klaverjassen niet meer leuk vond. Of een brief ging posten met CO2. Die angsten waren terecht gebleken. Ik zat niet te wachten op nog een verslaving. Nee, die House moest het maar zonder mij doen.

Toen zapte ik er langs. En bleef hangen. En keek een keertje een hele aflevering. En toen was ik om.
Hugh Laurie vind ik al jaren top. Samen met Stephen Fry, die ik mateloos bewonder, in A bit of Fry & Laurie en in Blackadder. Ik lees regelmatig in de scripts. En lach hardop.
En nu deze serie, waarin Laurie een amerikaanse even geniale als botte arts speelt, Gregory House. Die beschadigd is, en gelooft dat iedereen liegt, en wanhopig poogt zich aan geen mens te binden.
De ware held van deze serie is natuurlijk de schrijvers, David Shore en vele anderen. De scripts zijn geniaal. Het format heb ik na dit weekend wel door. Ik kan al voorspellen wanneer de patiënt met de onbekende ziekte plotseling bloed begint te braken of in stuipen schiet. En eerst weet House niet wat de patiënt mankeert, dan gokken hij en z'n team drie keer mis, en dan is de diagnose correct. En de behandeling die erop volgt slaat bijna altijd aan.
Ondertussen volgen we het wel en wee van de man achter de dokter, van zijn naaste collega's, zijn enige vriend, zijn ex. De man die stelt: "Humanity is overrated."
Ik geniet van de teksten die Laurie in de mond gelegd krijgt. "Truth begins in lies." En in 2003 voorzag hij misschien wat in 2008 gaat gebeuren, toen hij tegen een zwarte presidentskandidaat zei: "They didn't call it the White House because of the paint job."

Ik kocht de eerste serie op DVD op een mooie dag in Haarlem. Ik zat het hele mooie weekend binnen. Ik keek TV. 22 afleveringen. De hele eerste serie. Ik droom House.

woensdag 13 februari 2008

Vragen staat vrij

De reis naar een werkbijeenkomst in een voor mij niet zo heel bekende stad had beter moeten worden voorbereid. De trein is vertraagd, de uitgezochte bus al weg, en ik heb geen idee waar ik heen moet. Een vriendelijke man in het Connexxion-huisje wijst mij naar de gelede bus onder de klok. De chauffeur doet de deur nog even voor me open. Ik prijs de foto van de peuter op zijn dashboard. Hij wil mij natuurlijk vertellen waar ik eruit moet. 't Is maar één halte! Dat moet goed komen!
Ik moet naar een plein. Ik stap uit, maar daar is geen plein. Een alweer uiterst vriendelijk mens, mooi opgemaakt, stijlvol gekleed, wijst mij nauwgezet hoe ik moet lopen. U bent helemaal niet in de buurt. Nee, die indruk had ik inmiddels ook. Ik bedank haar en stiefel weer verder. Het is een leuke route, allemaal winkels troost ze mijn rug.
Haar routebeschrijving is adequaat. De opgebroken straten van het kernwinkelgebied breken mij niet op. Ik passeer drie boekhandels. 't Is dat ik al bijna te laat ben, anders wist ik het wel. Ik check de richting nog even bij een mij tegemoetkomende vrouw als ik een straat insla die de klassieke dame niet genoemd heeft. Zij is al net zo blij als ik dat ik echt helemaal goed ga. ´t Is nog wel even een tippel, hoor! Ik zet de pas er flink in. Was ik hier al niet voorbij gekomen? Dan zie ik aan het straatnaambordje dat ik warm ben. Ik trek nog maar een snelwandelsprintje naar wat een plein moet zijn. Ik zie nog steeds geen plein. Wel een rokende vrouw. Het provinciehuis? Daar werk ik. En zo loopt met me mee. Terug. Wel vijf minuten terug. Hier was ik in ieder geval al. Ze drukt haar peuk uit, raapt 'm op van straat en wijst me de bezoekersingang. Bij de balie komt het sms'je binnen van de Mug die vandaag niet in haar woonplaats is. Het is niet echt een plein, helpt dat?

Iedereen helpt hier. Wat een heerlijke stad.

dinsdag 12 februari 2008

In de trein (11)

Ik lees juist in de Happinez dat ik niet moet oordelen, maar - al dan niet via open chakra's en meditatieve momenten - de mens als geheel moet binnen laten komen, als het gekraak begint. Ze zijn in Apeldoorn ingestapt en zeggen dat hier overstappen slimmer is dan later, want het scheelt lopen. Ja. En het gaat ook sneller. Ja. Hun stemmen kraken en hun tasjes ook. Het katoenen tasje omhult een plastic tas. Daarin - in allerhande verpakkingen - de oogst van vandaag. We zitten lekker, hè? Ja. En beter hier dan later, want sneller. Toch? Ja. Kijk, maar we rijden al.
Het zijn zo te zien en te horen zussen. Of langer dan een halve eeuw vriendin. De lentedagen hebben geen vat op hen gehad. Ze dragen lange jassen en wat ik oneerbiedig een alpinopetje noem, of, op z'n Joop ter Heuls, een dopje.
- Kijk, ik heb dit.
- Dat is Actimel. Dat is vies.
- Ik vind het wel lekker.
- Ik heb het niet.
- Jij vindt het toch vies.
Het flesje verdwijnt weer in een zakje, in de plastic tas, in de katoenen tas. Ze trekt vijf ansichtkaarten tevoorschijn. Kleurrijke, mafgevormde. Als postcrosser zit ik er watertandend naar te kijken. De zus aan het raam, met gehaakt hoofddekseltje, zegt dat ze daar niets mee doen. En grist het uit de handen boven de tas. Kijk dit doe ik ermee. De kaarten gaan in stukken het vuilnisbakje in.
De katoenen tas bevat nog veel meer. Houten spatels. Biotex. Dropjes. Dan komt iets dat het midden houdt tussen een boekenbon en een nog ingepakte panty naar boven.
- Wat is dat! Dat heb ik niet!
- Heb jij dat niet?
- Nee, dat heb ik niet.
Ze peutert en peutert. Het gehaakte mutsje grist en peutert en peutert. Fijn, hè, dat we overgestapt zijn? Ja, fijn. Wat is het? Het gaat niet open. Ze geeft het terug.
De tas peutert en peutert. De muts grist. Wat doe je nou, met je tanden! Het is een zadeldekje, een blauwe.
- Als dat maar niet afgeeft.

Buiten grijpt de mist me bij de benen. Het wordt pas morgen weer lente.

donderdag 7 februari 2008

Op de zeepkist (11)


De monomane relatie

Iteke Weeda schreef in 1986 het boek Vriendschap in Beweging. Ze betoogt daarin onder andere dat we als mens niet zo krampachtig op zoek moeten naar die ene kennis/vriend/partner waar we alles mee willen en kunnen en moeten. Op vakantie gaan, kinderen krijgen, strandwandelingen maken, spetterende sex, shoppen: waarom moet dit met die ene Ware Jacob(a)?
Het was de tijd dat Weeda zich feministisch sociologe noemde en ik las waar de Vpro en Opzij over spraken. Met een vriendin boomde ik over de Vriendschap. Je bent toch mooi gesjocht als jij degene bent met wie iedereen altijd maar boswandelingen wil maken, was haar stelling. De achterliggende vraag spraken we niet uit: hoe kom je zo aan je spetterende sex?
Ruim twintig jaar ouder (en exact even oud als Iteke was toen ze dit boek schreef) zie ik al een stuk meer in de eenzijdige relaties. De keuze is simpel: alles met iedereen kan niet en alles met één iemand zet teveel leuke mensen buiten spel. Als je al zou willen kiezen. Het is al prachtig als je vriendschappen in stand weet te houden en zo nu en dan weer eens oppoetst. Dus nu heb ik ze, de monomane vriendschappen.
De mooiste vind ik die met mijn sms-man. Mijn hooggewaardeerde, altijd te bereiken, maatwerk-googlelaar. Mijn Henny Meijer hulpdienst. De dienst die ik afneem zo vaak als ik hem verleen. Want ik meen zijn sms-vrouw te zijn.
We zijn ex-collega’s en hebben verder niet meer met elkaar te maken. We delen de liefde voor de grote club van Zuid, en ook dat resulteert in sms’jes. Zoals afgelopen zondag.
- Ik zat in het Concertgebouw. Hoe erg was het?
- Dramatisch
Dan weet ik genoeg.
Maar het meest hebben we aan elkaar als er wel Hier en Nu een Feit opgehoest moet worden en wij niet in de buurt van een computer zijn. Of (en dat is niet om door te vertellen) als wij in gezelschap zijn dat wij pogen te intimideren. Een greep uit wat wij elkaar zoal afvragen:
In welke gemeente ligt Brandevoort?
Hoe heten de Wachters in het engels?
Echte naam van Drs. P.?
Hoe laat volle maan?
Waartoe zijn wij op aarde?

vrijdag 1 februari 2008

Wat louter macht niet keert

Elke maand nodigt de gemeenteraad 70 inwoners uit om een avondje langs te komen. Als de politiek niet naar de burger komt, dan moet het maar andersom, zal men gedacht hebben. Ik voelde me warm uitgenodigd. Een rondleiding door het stadhuis, een hapje eten, raadsleden ontmoeten en de raadsvergadering bijwonen, dat wilde ik wel. In de gemeente Midden-Drenthe of Leidschendam-Voorburg. Maar in Deventer? Ik heb meer stappen in het stadhuis liggen dan menig raadslid, die stelling durf ik wel aan. En de hele avond ex-collega's met "Hé hallo hoe gaat het?", nee, dank je wel. Maar er stond wel een erg leuk onderwerp op de agenda. En de jongste zoon wilde wel mee. En ik was toch beleefd uitgenodigd? Dan ga je.
Om wat voor redenen dan ook geven elke maand zo'n 15 burgers gehoor aan de uitnodiging. We waren een gemengde groep. Leeftijd van 25 tot 70 jaar, met katoenen tasjes en met merkartikelen, mannen met staart en vrouwen met sjaals, we waren zelfs niet 100% wit. En P. was de jongste en kreeg veel vragen en twee keer sinas.
We genoten een rondleiding, een maaltijd met vlees, en uitleg over het hoe en wat rond een gemeenteraad. `De omvang van de raad is afhankelijk van de omvang van de bewoners.´ Kijk eens aan, met mij zitten ze gebeiteld! ´Een bestemmingsplan is te laat af, daar worden vanavond vragen over gesteld.´ Verbeeldde ik het me, of werd er - verwijtend - mijn kant op gekeken? Ik lachte om mezelf omdat ik best nieuwsgierig ben om welk bestemmingsplan het gaat.
De politieke markt was voor een twaalfjarige ronduit saai, hoe goed voorbereid we ook waren. 's Middags waren we op de plek waar de hoogbouw moet komen waarover nu gesproken werd. Ik had hem voorbereid dat men 's avonds zou spreken over lokatie en relatie met de omgeving en woningbouwprogramma. En misschien zouden ze nog wat zeggen over waarom ze juist nu dit aan het zeggen waren. En dat ze dat dan procedure noemen.
Jammer was dat de zes ontwerpen waaruit de gemeenteraad moet kiezen [NB de gemeenteraad moet eigenlijk niet kiezen, want daar is een aparte commissie voor, en vanavond legde men de zelf bekrachtigde criteria naast de ontwerpen - maar dat was procedure.] niet te zien waren. Gelukkig had ik mijn rijksbraam in de tas en kon ik de plaatjes tevoorschijn toveren. En ik kon voorspellen wat de dames en heren om de tafel gingen zeggen. Ik voorspelde wie geen stelling zou innemen, maar vragen zou gaan stellen en wie anderen in de rede zou vallen. Ik wist nog wie duurzaamheid in de strijd zou gooien, en wie verdienlokatie zou durven gaan zeggen.

Aan de echte raadsvergadering kwamen we niet meer toe. We hielden het langer vol dan de middelbare scholieren die voor het vak Maatschappelijk Vorming exact 59 minuten de zaal een goed gevuld aanzien gaven. Jammer, ik had graag nog met een frisse prépuber gesproken over de fraaie dichtregels op het plafond van de Raadzaal.

Geen evenwicht
dat niet soms even zwicht
en compenseert
wat louter macht niet keert.

woensdag 30 januari 2008

Echte neprook

Voor het werk reizen, niet zijnde woon-werk-verkeer, dat mag in de eerste klasse. Jammie. Ook ik trok een dik pak papier uit mijn tas. Mijn eigen jargon blikt me vertrouwd toe. Systeemgerichte contractbeheersing en inkoopstrategieën: ik krijg steeds meer zin in de dag. Naast me zit iemand te zuchten boven 'toedeling van exact de helft' en 'inbrenging met voorbehoud van stille reserves'. Ik wil niet ruilen.
De werksfeer blijft hangen, het pluche blijft zacht. Geheel uitgerust stap ik in kaal Noord-Holland het perron op. Na wat opgewekt geploeter door geel zand stap ik stipt op tijd de Raadzaal binnen. Mijn goede humeur is aanstekelijk; mijn buurvrouw schenkt me prompt koffie in.
Nog maar nauwelijks raken mijn billen een wat ongemakkelijke stoel aan een rare hoek van de tafel (de vorige keer wat sneller zandscheppen) of er gaat een alarm af. Niet zomaar eentje. Eentje die schreeuwt om actie. Braaf schuifelen we naar buiten. De oranje ontruimers lijken op de ontruimers van overal. Blij met actie, serieuze gezichten, strak geoefende gebaren. De man in de rolstoel wordt - eenmaal buiten - door vier handen in zijn jas geholpen.
De opperveiligheidscoördinator (te herkennen aan het gele hesje) complimenteert ons. En we mogen weer naar binnen. Pas dan zie ik de rook. Terug in het vergaderhonk zie ik ook de stapel aankondigingen.



Dit land kan niet stuk. Laat de politie maar staken. We trekken oranje en gele hesjes aan en alles sal reg kom.

dinsdag 29 januari 2008

Niet verstuurde brief (2)

Beste ex-oud-collega,

Je viel me de eerste dag al op. Toen ik elf maanden geleden weer begon te forenzen zag ik je gelijk. Hé daar is J., de oud-collega! Tijd niet gezien! Ik zie je 's ochtends en 's middags. Je werkt ook in Utrecht. Je doet of je me niet ziet. Of je weet echt niet meer wie ik ben. Dat kan. Natuurlijk, dat kan. Al vind ik het wel een beetje raar. We deden niet veel, maar wel eens wat, samen, in onze vorige banen. En nu groet je niet meer. Nog geen flauwe glimlach. Noch een knikje, een twinkeltje in je ogen.
Ben je bang dat ik bovenop je spring? De foto's van mijn zonen en vakanties onder je neus duw? Met je wil terugkijken op woelige gemeentejaren? Dat wil ik allemaal helemaal niet. Gewoon 'hoi', soms, is genoeg.
Okay, je kent me niet meer. Dat kan. Zo erg is dat ook weer niet.

Maar ik ken jou nog wel. Dus dat ik je gisteren liet slapen, terwijl de trein al aan ons perron stond, en ik naast jou in het gangpad in de rij bij de deur stond te wachten, dat was niet aardig van me. Sorry.

Een oud-ex-collega

dinsdag 22 januari 2008

In de trein (10)

(Sorry, nog één keer. En eigenlijk was het in de tram.)

De vlezige viezerd die ik had proberen te vergeten, stapt in de tram. Sinds ik over hem schreef hoest ik. En niet zo'n beetje ook. Het vergalt het zangplezier en heeft de mannen hier wakker gehouden. De man zit stil te lezen. Ik bezweer de stilte met mijn blikken. De volgende halte komt een bang kijkende vrouw naast hem zitten. Als een volleerd tuberculose-patient komt rochel na rochel uit haar zetten. Ze klemt een zakdoek tegen haar mond. Haar ogen staren angstig in het niets. De man verblikt noch verbloost.
Een vrouw in een paarse regenjas, zittend voor het tweetal, heeft al een paar keer schuw achterom gekeken. Ik mime dat ze een zakdoek gebruikt. Ze glimlacht gerustgesteld. We delen blijkbaar compassie met een mogelijk zwaar zieke.
Dan barst de viezerd los. Zo ken ik hem weer! Het gerochel, de restjes in de snor. Een duet - zij ziekig, hij voluit smerig - klinkt tot de laatste halte. Vlak voor het eindpunt draait de paarse vrouw zich naar hem om. "Dit is echt té vies!" Er komt een spuugbelletje mee. Ze staat op en gaat vast bij de deur staan. De bange vrouw kijkt nu helemaal alsof haar laatste uur geslagen heeft. De snor acht het onwerkelijk dat dit over hem zou gaan. Hij peutert een pakje zware shag tevoorschijn en verlaat als een na laatste de tram.

zondag 20 januari 2008

Mollenkaas??

Sommige dingen vergeef je je ouders nooit. Je herinnert je hoe je tenen kromden, vooral in het bijzijn van vrienden. Hoe je je voornam nooit, maar dan ook nooit, zó te worden!

Al van ver voor de ouderdomsachteruitgang van zijn oren had mijn vader de gewoonte niet altijd even goed te luisteren. Of wij spraken onduidelijk, maar voor het verhaal is het aardiger van het eerste uit te gaan. Dat hij de eerste keer niet gelijk hoorde wat wij zeiden was nog niet zo erg. Op "Wat zeg je?" zouden wij als kinderen adequaat hebben gereageerd.

(Hè?? was bij ons uit den boze. Dat was dan weer mijn moeders invloed. Daarop reageerde ze immer als gestoken. "Zeg, ik ben je vriendje niet!" Of, bij een iets beter humeur: "Of je worst lust!". En meestal een overdreven verbeterend "Wat zeg je, mamma??".
Dat wilde ik niet overnemen. Heb ik wel gedaan. Pavlov op zijn best. Zonder oog voor rang of stand. "Wat zeg je, Ina??" )

Nee, mijn vader vroeg op generlei wijze naar een herhaling van het gesprokene. Hij ging raden. O, beschamende afschuwelijkheid. "Ik had een 8 voor geschiedenis!" leverde iets op als "Wie ligt er in het ziekenhuis?". "Je fiets staat nog niet binnen" werd "Wat kan ik niet verzinnen?". Pubersgruwel.

Gisteren bij de grootgrutter. Een band vol levensmiddelen werd samen met de cassière geroutineerd verwerkt.
"Spaart u koopzegels?"
"Nee, dank u."
En toen, opeens, uit het niets, ik hing met mijn hoofd in de tas de pakken yoghurt te stapelen, sprak ze de onbegrijpelijke woorden:
"Heeft u mollenkaas?"

Een collega heeft mij nog wel eens bedankt dat ik hem zijn eeuwige 'Hè?' heb afgeleerd. Maar de dame achter deze kassa zou het vast niet op prijs hebben gesteld als ik had gezegd wat op mijn tong zweefde. Ik beet op wat de sterkste spier van het lichaam moet zijn. Het voornemen van meer dan vijfentwintig jaar geleden moest er stevig ingedrukt worden. Ik herhaalde in gedachten haar vraag en toen verstond ik het wel.
Ik overhandigde haar mijn Bonuskaart.

vrijdag 18 januari 2008

Niet verstuurde brief (1)

Geachte directeur van NS-reizigers,

Ik reis in de spits, en ik ben niet de enige. Wat vele van mijn mede-reizigers met mij gemeen hebben is het volgende: we reizen vroeg, we reizen over een lang stuk en we slapen. De trein van 6.18 uur waar ik in Deventer instap, is dan al een tijdje onderweg. Stelt u zich de achterste twee treinstellen voor. Hierin zitten mensen die weten op het aankomststation er goed aan hebben gedaan juist in (tot Utrecht) het achterste gedeelte te zijn gaan zitten. Ze willen in Utrecht de Noordertunnel induiken of in Den Haag vooraan eindigen. Dit zijn niet weinig mensen die één uur tot bijna 2,5 uur in de trein doorbrengen.
We reizen nagenoeg elke dag in harmonie en stilte. Op een enkeling na is de salon in ruste. Er wordt geslapen. Ik stel dan ook voor dat deze treinstellen omgebouwd worden tot slaapwagens. Dit hoeven geen luxe bedden te zijn, en zelfs geen ruimteverslindende couchettes. Denkt u aan de kooien op een schip. Wat simpele, niet al te brede, banken met hetzelfde skai bekleed als de u al bekende zitplaatsen. Sommige wat langer dan de andere. Aan het hoofdeinde ruimte voor een tas. Ook onder het onderste bed, dat laag bij de grond is, is nog wat ruimte. De bovenste bedden vereisen slechts een minimale lenigheid om te beklimmen. Een rij links, een rij rechts én een rij in het midden. Geen tweepersoons, stel ik voor.
Helemaal tof zou het zijn als ieder spoorbed uitgerust zou zijn met een trilfunctie, door de slaper in te stellen, zodat men niet onverwacht het station van bestemming voorbij snurkt.

Met vriendelijke groet,
voor altijd uw vaste klant,
Ina

dinsdag 15 januari 2008

Aan de ketting

Ze zakt neer naast collega Niek, die ze minstens tweemaal daags aan het lachen wil krijgen.
"Hé Niek. Stel, we gaan een middagje de hei op. Workshops krijgen we. Van onze vrouwen, partners, mannen, egaas. Waar komt jouw vrouw mee aan?"
Hij grijnst al.
"Trombone. Jacqueline speelt trombone."
Ze kijkt naar René, links van haar. Drinkt hij nou chocolademelk bij de ochtendkoffie?
"En Margit? Wat is haar hobby waar we wat van gaan leren?"
"Yoga. Zeker weten."
De vraag gaat als een virus langs de tafel.
"Fietsen, de berg op!"
"Stedentrips."
"Fotograferen."
"Die hebben we al."
"O. Belgische bieren?"
Ze is nog even bang voor wederhelften zonder hobbies. Maar nee. Te kust en te keur komen ze langs. En elke collega kijkt trots.
"Parachute springen."
"Oef!"

Ze denkt aan een verplicht dineetje met een burgemeester, ooit. Tijdens het voorgerecht had hij de tafelgenoten gevraagd wat ze voor activiteiten zouden gaan ontplooien als geld geen rol speelde en de huidige baan geen optie was. Ze had zichzelf horen vertellen dat ze een uitgeverij begon. En cabaretière werd.
Daarna kwam hij met de vraag wat ze de stad als eerste aan zouden doen als ze wethouder werden. De binnenstad autovrij! En toen moest het dessert nog komen.

"Hé, Mark! Jouw vrouw doet toch aan quilten?"
"Glas-in-lood, ja, hoezo?"
"Ze gaat ons een workshop geven."
"Cool!"

Haar koffie is op. Ze schuift haar stoel achteruit. De groep breekt op. Terug achter haar computer constateert ze dat tien minuten koffiepauze lang genoeg is geweest om te vergeten waar ze mee bezig is. Ze staart uit het raam naar de kerkspits van een dorpje verderop. Ze glimlacht. Ze kan altijd nog burgemeester worden.

zondag 13 januari 2008

Heija Mecanoo

Wow. Wat een ontwerp. Ik ga er niet meer over. Nou ja, ik ging er al nooit over, maar had er beroepsmatig dan toch wel iets mee te maken. Nu niet meer. 't Is nog even wennen, uit de krant moeten halen dat er nieuwe bouwplannen en prijsvragen zijn verzonnen. Met oud-collega's praten we blijkbaar niet over alles!
Voor een heel bijzonder plekje Deventer, in de volksmond 'de oude ijsbaan' geheten, worden al jaren nieuwe plannen gemaakt. 't Wil maar niet lukken. De jongste spiering om de kabeljauw te vangen heet prijsvraag. Zes clubjes kwamen met een plan. Binnenkort praat de gemeenteraad er over. De volksmond roert zich luid en duidelijk in de lokale bladen.
Ik heb totaal geen voorspellende gave. Maar wel een mening. En als het aan mij ligt, dan wordt het het ontwerp van Mecanoo. En niet alleen omdat het Ard en Keessie heet.

maandag 7 januari 2008

Nog één keer 2007 (in drievoud)

Sommige stokjes zijn lekker en leuk. Deze neem ik ook weer graag over. Dank.

3 artiesten die ik in 2007 leerde kennen
* Ernst Toch. Een 20ste eeuwse componist (da's ook een artiest, toch?), waar ik deze zomer een spreekkoor van zong.
* Muse. Meer als kreet dan de muziek van deze band. De bijna 12- en 13-jarige hier in huis hebben het oeuvre compleet. Toch hoor ik vooral Queen uit hun boxen komen. Dat zal het feest der herkenning wel zijn, dat de oren wijder opent.
* Paul van Britain's got talent. Hij past ook in de volgende categorie. Die blikken van de jury! Als naar een beschimmelde rat, zo werd er naar deze idols-kandidaat gekeken. Toen kregen ze kippenvel. En schaamden ze zich een beetje. Dat hoop ik.

3 dingen die ik niet licht zal vergeten
* Mijn eerste ongeluk met mijn auto. Op de snelweg nog wel. En zelf veroorzaakt, o gruwel. Gelukkig liep alles goed af.
* De jongste die, 11 jaar oud, deze zomer Harry Potter and the Deathly Hallows las. Ik dacht nog twee dagen dat hij, op weg naar groep 8, de boel fleste, maar na een paar dagen bleek dat hij begreep wat hij las. Na zes dagen was het boek uit.
* De mist tijdens oud en nieuw. Als ik het niet opschrijf zal ik het later niet meer geloven. Jeroen en ik liepen met de armen gestrekt door de straat. Opdat we niet tegen iemand opbotsten.

3 stommiteiten/blunders/schaamtelijkheden
* Begin 2007 solliciteerde ik. Eigenlijk heb ik ook geen idee wat een sociaal geograaf bij Rijkswaterstaat te zoeken heeft brak ik gezellig het ijs. De man die nu mijn baas is kon er om lachen. Hij is er ook één.
* Ik kraakte aan de koffietafel jonge ouders af die zo sneu waren hun kind naar een voetballer te vernoemen. Dennis! Of nog erger: Jari!! De collega naast me gaf geen krimp. Een week later werd zijn zoon geboren. ... U raadt 't al.
* En verder zal ik met mijn grote waffel onbedoeld vast op wat tenen hebben gestaan. En als ik die schaamtelijkheden bemerkt zou hebben, dan zou deze lijst naar lang worden.

3 dingen waar ik trots op ben
* Het Boek. Zeer trots. En nog veel blijer.
* 32 uur werken. Voor het eerst van mijn leven werk ik niet full-time. Een hele wijze beslissing. Het voelt nog steeds als vakantie.
*400 mensen in een grote tent en Ina op het podium. Die een die dag geschreven tekst voordroeg. Over een taboe in de 21ste eeuw. Een tekst die niet voor publicatie geschikt is. En die mensen deed huilen, zo vertelden ze me. Dat ik dat durfde! Dat doet Buitenkunst met mij.

3 gekochte of gekregen dingen
* Drie ansichtkaarten van lieve vrouwen toen ik mijn boek hier op dit blog ten doop hield. Gekoesterd worden ze. De kaartjes. En de vrouwen.
* OV-jaarkaart. De rijksoverheid heeft zo z'n voordelen boven de gemeentelijke. Woonwerkverkeer vergoed krijgen, bijvoorbeeld. In de vorm van een nog steeds luxe aanvoelend stukje plastic.
* In 2007 gekocht om in 2008 van te genieten. Peperdure kaartjes voor twee topconcerten in het Concertgebouw. Ik ga Michael Chance weer horen!

3 mensen die dit stokje van mij krijgen
Als ze dat willen, vanzelf. Doen ze eigenlijk wel aan stokjes? De tijd zal het leren.
Vrijblijvend bied ik het jullie aan, burtbig, yvonnep en gwendolyn.

vrijdag 4 januari 2008

Lekker (is) anders


Ik bereidde hutspot voor de familie, vorige week. Als vleesverlater (fout woord!!) vergeet ik altijd een worst te kopen. Gelukkig lag er eentje klaar voor het pakken tussen onze voorraden. Warm op tafel - gelukkig niet door de peen en uien, maar apart geserveerd - zag het ding wat grijs, en rook dichtbij de neus bijzonder naar. Inspectie van de verpakking leerde ons dat we (ze) het geval het beste uiterlijk in de zomer van 2003 genuttigd hadden moeten hebben. Waar had die Gelderse kromme zich al die jaren verstopt?
Tijd voor actie.
Het potje Seroendeng blijkt de absolute winnaar. Hoe de snode oosterse lekkernij al die jaren aan onze aandacht ontsnapt is, is ook een raadsel. Het strooisel bevindt zich in goed gezelschap van een vijftal Knorpakken met kant- en klaarmaaltijden, twee doosjes papadums, creamcreakers, drie potten mosterd, vier flesjes malt bier en zo nog minstens twintig ooit-etenswaren. Ik herken, zoals ik wel verwacht had, wat smakeloosheden uit kerstpakketten van jaren her.
Onze trapkast is weer uitgemest. Alles dat over datum is, staart me verwijtend aan. Weggooien kan ik nog niet over mijn hart verkrijgen. De mosterdpotjes kunnen dienen als sapglazen. Jeroen vindt dat de gestampte muisjes en de Haust party crackers nog best kunnen. Ik heb een sterke maag, maar zie niet uit naar de maaltijden van de komende dagen. Het gekruid kokosstrooisel was houdbaar tot mei 1999. 't Ziet er niet eens over datum uit.

donderdag 3 januari 2008

Een voorproefje

Het manuscript moet een boek gaan worden. Aldus heb ik besloten. Een project voor 2008. Een paar boffers (bofferinnen, vooral) hebben de eerste ruwe versie mogen proeflezen. Voor alle anderen een amuse.


Nervus ulnaris

Joost was binnen twee maanden van studierichting gewisseld. De trompet hing hij aan de wilgen. Slagwerk bleef hij doen, maar nu in combinatie met compositie. Zijn voorliefde voor elektronica kon hij in beide vakken ruimschoots kwijt. Hij knutselde allerhande instrumenten die hij gebruikte voor zijn projecten. Het meest opzien baarde iets dat nog het meest op een spijkerbed leek, maar bij nader inzien uit een plank met flexibele staafjes bestond. Aanraking leverde verscheidene typen geluid, afhankelijk van het materiaal waarmee de staafjes beroerd werden. Zijn composities, in een zelfverzonnen schrift dat de leraren tot wanhoop dreef, stonden vol aanwijzingen als nervus ulnaris en lingua. Muziek maken met het telefoonbotje of de tong beschouwde Joost niet als hilarisch. De confrontatie met zijn recalcitrantie ging geen leraar aan, onder de indruk als ze waren van zijn ideeënrijkdom en de kwaliteit van zijn producten.
En toen hij een wand van vier bij vier meter had opgericht, in ongelijke ramen verdeeld, opgevuld met snaren, gooiden ook de docenten de door Joost verstrekte sleutelbossen op de maat naar de wand.

woensdag 2 januari 2008

Ina in balans in 2008


minder:
piekeren
eten
computerspelletjes
evenveel:
schrijven
vrienden
Buitenkunst
meer:
bewegen
film & theater
opruimen

dinsdag 1 januari 2008

maandag 31 december 2007

Op weg naar 2008

Alle bozen geesten zijn voor het begin van het nieuwe jaar uit deze buurt al verdreven. De rotjongens, achterbuurkinderen waaronder ook een paar meiden, staken al menig rotje, voetzoeker, grondbloem en wat dies meer zij, af. In onze put en ruim binnen mijn levensruimte. Ik wacht tot nu toe tevergeefs op een ijselijke gil. Ik zal koelbloedig en buurvriendelijk het getroffen wezentje naar de eerste hulp brengen.

Gisteravond maakten we, onder leiding van de huisfotograaf, de nieuwjaarskaart. Het idee was dat wij gevieren met sterretjes de letters HAPPY en de cijfers 2008 in de lucht zouden schrijven. Op de achtergrond de treurwilg en onze winterjassen. De sluitertijd bedroeg vier seconden en die werd voorafgegaan door een knipperend lampje. Tijd genoeg om de sterretjes aan te steken en op onze plekken te gaan staan. Dachten we.
Alle elementen spanden tegen ons samen. De aansteker was te zwak, de lucifers waaiden uit, het eerste sterretje was klaar voor het vierde was aangestoken, alle sterretjes waren aan toen de camera weigerde. En toen waren de sterretjes op. Met de modder aan de schoenen klosten we nog wat door het huis. We hebben het hele jaar nog niet zo gelachen.

Happy 2008!

donderdag 27 december 2007

De geest reist

Op de bovenste etage van het warenhuis is de start. Twee anderen doen met mij mee aan de wedstrijd. Tot de laatste seconde aarzel ik of ik wel mee zal doen. Ik weet niet eens meer of het één, twee of vijf kilometer is dat ik word geacht hard te lopen. Als eerste ben ik weg en ik zal vooraan blijven lopen. De weg wordt me gewezen door het winkelend publiek. En dan ben ik op straat, nog steeds op mijn Crocs. De punten slepen over de grond. Moe word ik niet, maar onhandig is het wel. De route is gemarkeerd door roze ballonnen. Niemand valt het op dat ik zo nu en dan een stukje met de bus ga, en ook het eigen geweten valt me er niet mee lastig. Ik draaf door twee kleine dorpjes. In eentje staat ex-collega Chris, volkshuisvester, aan iemand te vertellen over zijn moeder. Ze heeft het zwaar vanwege al die stukken die ze moet lezen als voorzitter van de vrouwenadviescommissie. De verbazing waarom hij opeens hier en nu opduikt maakt dat ik de finish niet bereik.

Men is naar mij op zoek. De nieuwe mogendheden. Helemaal in het wit gekleed en voorzien van de slimste opspoortechnieken. Collega John en ik zien mogelijkheden te ontsnappen. Daarvoor is het zaak dat ik zijn horloge omdoe, ter hoogte van een wasbak, midden op straat. We spreken af in V&D (hé, weer een warenhuis!). Hij wil eerst nog ondergoed kopen. De zaak is vergeven van vrienden en collega's, ook allen in het wit. Zij hebben niet door dat de wereld nooit meer dezelfde zal zijn. Ik schuifel met een leeg winkelwagentje rond. "Dus zo zie je eruit als je stress hebt" zegt iemand me vriendelijk. De redding zal van mij moeten komen. Dan blijkt de uitgang bewaakt door een enorme hoeveelheid, ook in het wit geklede, politieagenten. John nadert vanaf de andere kant van de zaak. Hij draagt inmiddels een donkere pruik en een rode hoed. Ik schuifel naar buiten. Ze bekijken iedereen nauwkeurig. Ik veins onbelangrijk zijn. Dat lukt. Het gaat goed komen.

maandag 24 december 2007

Wie schrijft ...

Het was een prachtig schrijfjaar. Het nanowrimo-boek, natuurlijk. De cursussen proza, poëzie en toneel. De meer dan 200 blogjes op dit weblog. De bijna 1000 (!) mails over schrijven, heen en weer en weer terug, met schrijfmaatje Aye. Het durven meedoen aan een wedstrijd, de nationale gedichtendag. En het gebruik van een eigen schrijfsel als cadeautje. Zo dichtte ik voor het afscheid van een geliefd (toen al oud-)collega, de heer P.B.. (Hij wil niet weten dat hij op bovenstaande foto, een product van Ed Giskes, in korte broek te zien is.)
De beste man, een van de meeste erudiete die ik ken, is secretaris van het Genootschap tot aanleg, instandhouding en exploitatie van enen electrischen tramlijn in de gemeente Deventer. Dat werd mijn inspiratiebron voor een sonnet.

Niet langer wilt u ‘hier Bandel!’ meer heten,
Nog immer jeugdig, maar de tijd schrijdt door.
't Genootschap der collega's laat u weten:
wij wisten ons bediend langs veilig spoor.

U leidde ons langs regels en langs wetten.
Geen wissel nam u fout, geen draad die brak.
U leerde ons geen trede fout te zetten.
Zo werd een helse job een speels gemak.

Uw doel, het eindpunt, naakt - met zacht geklingel,
terwijl wij achter blijven, zwaar onthand,
verdwijnt het laatste rijtuig langs de Singel.
U bent bij de remise aanbeland.

Wij lazen tempus fugit, panta rei, en
Dat nooit meer van u horen doet ons schreien.

zondag 23 december 2007

Pak me dan, als je kan

Neem mij nooit te snel mee op vakantie. Ik ben een stuk chagrijn op de stations, zie alleen maar de donkere zijde van de hotelkamer en ik verander in no-time in een racist, sexist en pessimist. En als je het lef hebt me dat hardop te melden, dan geef ik je een huilbui als toegift.
De vakantie-blues verdwijnt meestal wel, maar tergend langzaam. Voor vier dagen Parijs bijvoorbeeld, eigenlijk niet snel genoeg.

Deze veertien vakantiedagen wil ik zo snel mogelijk laten beginnen. De remedie tegen begin-van-de-vakantie-chagrijn bevindt zich nog in de testfase, maar de eerste resultaten zijn bemoedigend.
Zaak is bezigheden te kiezen waarbij weinig tot niet gedacht hoeft te worden. Met een tweeledig doel. Eén: ze spoelen de hersenen naar een rustiger en veiliger omgeving en Twee: ze zijn de opmaat naar met plezier in actie komen, de rest van de vakantie.

Ik stortte me op het online klaverjassen. Ik zal en ik moet op het scorebord. Op z'n Utrechts. Vier keer zelf troef kiezen, twaalf keer op de kleuren van de anderen reageren. Ina als Willemijn, tegen drie computers. Mijn maat kent de voorgeschreven seinregels niet, maar ik word niet boos en klik door. En na een uurtje: hoera, gelukt! Met bijna 2500 punten ruim bovenaan.
En ik las een driedubbeldikke boeketreeks. De Intiem-variant. Hoog spel. Stompzinnig, slecht vertaald en de ultieme ontsnapping. De laatste bladzijde is nog warm of het boekje ligt al bij het oud papier. Weer een stap dichterbij de zo gewenste vakantiemodus.

Ik denk dat ik aan het eerste vakantieklusje mag gaan beginnen: achterstallige rekeningen.
Heerlijk, vakantie.

zaterdag 22 december 2007

De een-na-laatste week

Ik heb een haat-liefde-verhouding met goede voornemens. "Als het zo simpel was als alleen maar zeggen dat je het anders gaat doen, dan had je het allang gedaan." Ik hoor het mezelf regelmatig zeggen. Tegen anderen.
Toch neem ik me op deze koude morgen (-6.5 graden aan de buitengevel) voor, om het volgend jaar hélémaal anders te gaan doen. In die een-na-laatste week. 't Is de week van 'nog even dit' en 'dit nog even afronden'. De week van eindejaarsborrels en schoolkerstdiners. En laat dat dan ook genoeg zijn. Nog één keer genieten van elkaars gezelschap, uitrollen in prettige sfeer en dan in met zelf gekozen vrienden en familie de vakantie in. En niet een paar dagen waarin we nog even alles willen proppen. Keeperstraining, cursussen, doktersbezoeken, verhuizen op het werk, functioneringsgesprekken, bruiloften, verjaarsfeestjes, kerstdiners. Met als triest dieptepunt dat ik voor een ander een kerstdiner heb uitgedacht en mijn eigen kokerij nog nauwelijks.
Volgend jaar doen we het helemaal anders.
Voetbal, zingen, toneel, gitaar: alle hobby's gaan voor een maandje niet op cursus. Te beginnen half december.
De laatste werkweek rollen we uit. Desnoods nemen we verlof. We zijn alle dagen om uiterlijk vijf uur thuis.
De kinderen staan nummer één. Het omzetten van muziek in F-sleutel, pizza's bakken en de goede wensen in ontvangst nemen van de krantenbezorgertjes gebeurt niet langer in draftempo.
En heel misschien gaan we dan ook weer kerstkaarten sturen.

zondag 16 december 2007

Dat zoeken we op

Het haar wordt weer langer en de krullen nog speelser als het opdroogt met voorbedachte rade. De kapper gebruikte kleine haarklemmetjes. "Handig, die heb ik thuis ook nog liggen!" Ooit lagen ze in het kastje boven de wasbak op de badkamer. Bijna zeker weten. Maar al wat ik vind, geen klemmetjes. Ik ben een kort momentje verdrietig van mijn onderontwikkelde linkerhersenhelft. Waarom ben ik geen geordende controlfreak? En hoe handig is het, als je niet heel makkelijk onthoudt waar iets ligt, om twintig boekenkasten en talloze stapels tijdschriften, kranten, beginnend proza tussen de administratie te hebben slingeren?
Om te voorkomen dat de lezer zou denken dat ik een chaoot ben, beperk ik me tot een top 3. De aantallen tussen haakjes zijn schattingen.

Dingen in dit huis aanwezig. Wie weet waar is een held:
Kompas (2)
Koortsthermometer (3)
Haarklemmetjes (16)

Dingen waarvan ik (tegen mezelf zeg dat ik) weet waar ze liggen, maar waarover ik eigenlijk geen flauw idee heb:
Verzekersingspolissen (5)
Adressen van vrienden en bekenden (25)
Aanstellingsbrieven (6)

Dingen waarvan ik weet waar ze liggen, maar die ik niet durf te zoeken omdat ik te bang ben ze niet te vinden:
Paspoort (1)
Codes van internetbankieren (2)
Diploma's (3)

Over een week begint de kerstvakantie. Alles zal goed komen.
Gezellig met vrienden en familie (4)
Uitslapen (16)
Zolder opruimen (1)

zondag 9 december 2007

't Is niet z'n broer


Hij wil mij best vertellen van zijn kind, zijn huis en zijn huwelijk. Want wij kennen elkaar. Hij kent mij omdat ik zijn broer ken. Zijn broer is mij dierbaar. Ik zie in hem waarom ik om zijn broer geef. Het vroeg grijze haar, de glimlach die al pratend ontstaat, de zorgvuldig gekozen woorden.
We treffen elkaar op het station, bij toeval, en reizen een half uur samen. Ik praat met hem en deel mijn dromen. Maar niet zo diep als ik met zijn broer zou doen. We herkennen in elkaar de herkenning. Zoeken het bekende en gaan het andere, het vreemde, uit de weg.
Zijn station. Dag. Tot ziens. Het beste. Dat zeg ik allemaal en duik in mijn boek. Een boek is eigenlijk ook altijd een broer van een zeer dierbare.

dinsdag 4 december 2007

De zak

Man:
Jij hebt uitgepakt!

Vrouw:
Ach, een lettertje hoort er toch bij. En wat grapjes. Kijk, vind je deze pyjama’s niet enig?
(tot zichzelf) Wat zat hier ook alweer in?

Man:
Voor wie is dat allemaal?

Vrouw:
Gewoon, voor ons thuis. Zou er op zolder nog inpakpapier zijn?

Man:
Eén pakje per persoon zouden we doen. Sinterklaas vieren we dit jaar sober, hebben we afgesproken.

Vrouw:
Ik heb Piet gevraagd morgenavond om half negen de zakken voor de deur te zetten. Met wat bonzen erbij.

Man:
Is Sint verhinderend?

Vrouw:
Piet van hiernaast. Wat doe je flauw. Wat is er?

Man:
Eén cadeautje per persoon is een leuke zak met twaalf pakjes. Ik hoor het je nog zeggen. En moet je die zak nu zien staan. De kinderen en ik hebben er nog niets bij gestopt, en het ding puilt al uit.

Vrouw:
Die zak houdt wel. Maak je niet druk. Bij alle pakjes komt een gedicht.

Man:
Maat houden. Ik heb het niet op je verlanglijstje zien staan.

Vrouw:
Ik begrijp dat jij je braaf aan de afspraken hebt gehouden? Geef dat plakband eens aan.

Man:
Ik heb me aan de afspraken gehouden. Neem me dat alsjeblieft niet kwalijk.
Nu sta ik voor gek met m’n drie pakjes.

Vrouw:
Elk jaar zeggen we dat we het sober doen en elk jaar hebben we twee zakken vol. Minstens. Vorig jaar drie. Er staat op de overloop al een halfvolle die de meiden aan het vullen zijn. Geniet er toch van. Doe ‘ns gek.

Man:
Ik had het prettiger gevonden als je me dat wat eerder zou hebben verteld. Dan had ik daar rekening mee kunnen houden.

Vrouw:
Jij moet ook alles voorgekauwd krijgen. Allemaal een verlanglijstje maken, anders weet pappa niet wat hij moet geven. Pappa kan geen verrassing voor ons verzinnen. En al helemaal geen twee!

Man:
Zullen we doen alsof alles van ons samen is?

Vrouw:
Zak.

zondag 2 december 2007

In de trein (9)

Het verhaal van haar over de verminderde meeropbrengst van oom agent bracht me onmiddellijk weer bij vorige week maandag. De eindtijd van de cursus in Amsterdam maakt het mogelijk om nog met tram, trein en auto naar huis te keren. Weliswaar met overstappen in Amersfoort, want de regio wordt sinds een jaar niet meer soepel bediend door de NS, maar toch, thuiskomen lukt altijd nog.
In elk onderzoek waar ik aan mee doe - en ik doe aan elk niet-commercieel onderzoek mee - geef ik aan: graag meer conducteurs in de late treinen. Te vaak heb ik al met joelende, dronken Tukkers of Groningers om me heen een roteinde van de avond gehad. Vooral de laatste trein is berucht, maar ook die paar ervoor zijn niet prettig. Ik ben al eens omwikkeld geweest met rollen toiletpapier. Gelukkig met drie mede-passagiers, maar leuk was anders. En keihard boeren schijnt zo wie zo volksvermaak te zijn dat je blijkbaar maar gewoon moet vinden. Zo ook kotsen in de prullenbakjes. Het feit dat ze vaak in Ajax-kledij zijn gehuld zou mijn irritatie kunnen verklaren, maar ook de afwezigheid van conducteurs verhoogt mijn stemming niet.

Ik heb wel eens midden in de nacht op het station in Deventer twee conducteurs uit staan schelden die opeens pontificaal op het perron stonden. Ik had ze liever het uur ervoor een paar keer gezien, terwijl ik van je hela hola geen ogenblik rust had gehad.
Maar au fond ben ik geen schelder en deel ik liever complimenten uit. Toen er dan ook een conductrice het rijtuig in stapte, om half twaalf 's avonds, keek ik blij verrast op. "Dat vind ik fijn, dat u ook in de latere treinen een ronde doet" sprak ik zo hartelijk mogelijk. Ze was me al half voorbij gebeend. Half opzij bitste ze:
"Ik heb geen dienst meer!"

vrijdag 30 november 2007

Ik heb een boek geschreven

Ik ben bevallen. Zo voelt het. Mijn kind ligt hier voor me op tafel. Een roman met de titel Tot hier, 233 pagina's.
Op de achterkant zou kunnen komen te staan:
Als zijn vader overlijdt ziet Tam eindelijk kans uit zijn ouderlijk huis te ontsnappen. Anderen zullen nu de zorg voor zijn fobische moeder op zich moeten nemen.
Ik kan de 50.000 woorden, die tot stand zijn gekomen in de trein, 's avonds laat en tussendoor, hier al beginnen af te kraken. Verhalenlijnen die onnavolgbaar zijn, talloze typfouten en rare zinnen beginnen me nu al onzeker te maken. Maar daar ga ik me niet aan overgeven.
Trots heeft nu de overhand. Besluit ik.
De handleiding van het onvolprezen Nanowrimo, de site zonder welke ik dit project nooit tot een goed einde had gebracht, zegt nu het volgende:
Laten liggen, je kind. Minstens een maand. Dan weer eens lezen. Ben ik dan nog blij? Dan kan het omwerken tot een publiceerbaar boek beginnen. Dat kost een jaar werk.
Ondertussen geldt wat mij betreft: voor bezoek graag even bellen.

donderdag 29 november 2007

Hoor wie versiert daar

Ik ben dit kalenderjaar meer ziek geweest dan ik me van welk jaar dan ook kan herinneren. Fikse verkoudheden met keelellende, daar blijft het gelukkig toe beperkt. Deze slappe vaatdoek waagde weer een paar stapjes buiten vandaag. Om tot de conclusie te komen dat het nationale versierdag was. De nog niet gevulde tekstballonnen hangen weer in de winkelstraten, de bomen op de Brink zijn bekleed met lampjes, het winkelcentrum op de hoek heeft de glimmende sneeuwkristallen weer van stal gehaald. Ik begin te snakken naar het einde. Van dit jaar, dan.

zondag 25 november 2007

Eindsprint


Is er al een term bedacht voor een stapel deadlines? En voor zelfopgelegde stress? En voor een stapel deadlines van zelfopgelegde stress?
De national novel writing month nadert z'n voltooiing. En dus zo ook mijn boek. Nog vijf dagen en 7.500 woorden te gaan. Het zou moeten kunnen. Dinsdag en vrijdag zijn werkvrije dagen deze week. Nu nog zorgen dat het plot tegen die tijd verzonnen is en niet een minder aantal woorden behoeft.
De toneelmeester geeft ook huiswerk. Het was deze week niet simpel om van de proza-modus in een toneel-tekst te schieten. Ik moet maar tevreden zijn met dat ik nog iets bedacht heb, ook al zegt de gewaardeerde huisgenoot 'mmm, beetje John Lanting'.
En dan hebben we nog de Sint. Komend weekend mag dit gezin een surpriezetje of acht opleveren. O ja, en de kerst? Ik had gedacht een blijspel in 13 bedrijven te maken. Voor de gezelligheid. En laat de gasten zelf maar geen dinergangen meenemen. Dat levert zo'n gedoe op.

vrijdag 23 november 2007

Ik was toch 19 jaar lid van die club

Tegen de tijd dat mijn kinderwens daar was, bestond de dienstplicht niet meer. Ik kon veilig gaan baren, zelfs zonen. Nog geen paar weken wist ik zwanger te zijn of er schoven nieuwe donkere wolken boven de opvoeding van het ongeboren kind. Het was 1993 en we luisterden nog wat naar de radio voor het slapen gaan. Het radiojournaal meldde de invoering van basisvorming. Ik raakte in paniek. Ook voor mij is kansen bieden aan een ieder een groot goed. Dat te bewerkstelligen door iedereen tot z'n zestiende in dezelfde klas te laten zitten is een gotspe. Nog voelde ik de geestelijke ruimte toen ik eindelijk de brugklas achter me kon laten.

[Terwijl ik dit zit te schrijven zit de jongste, groep 8, zijn veters te strikken. En vragen te stellen.
"Hoe wordt de grootste satelliet die om de aarde draait genoemd?"
Een strikvraag tijdens het veteren.
"De maan?"
Hij kijkt waarderend op.
"Bij mij in de klas zeggen ze dan 'Ja, hoe moet ik dat weetuh!'"]

Ik zocht Jeroens ogen en zag ik in zijn hoofd ook menig doemscenario rondspoken. Het idee viel ons tegelijk in. Onze gezichten kwamen tot rust. "Zwitserland" knikten we naar elkaar en konden rustig gaan slapen.

Het liep gelukkig zo'n vaart niet. Althans, hoeveel in de loop der tijden kapot is gemaakt mag op dit moment een commissie uitzoeken. Mijn kinderen lijken de polonaise te ontspringen. Gisteren brak er een wilde staking uit op de middelbare school van de oudste. Het aantal uren, 1040 per jaar, zou véél te veel zijn. Mijn zoon deed niet mee.

dinsdag 20 november 2007

Ein Schluck Erde

Jeroen was in Berlijn en nam chocolade mee terug. Hij is dol op 't spul. Hoe donkerder hoe beter. De donkerste stukken van de grootgrutter, met 70% cacaomassa, liggen standaard op voorraad in onze keukenkast. Voor het vervolg van dit verhaal is het misschien aardig om te weten dat - naar Europese maatstaven - chocola met minstens 35% cacaobestanddelen al puur mag heten.
Hij ging naar Berlijn en kwam terug met een stuk van 85% en eentje van maar liefst 99%.
Dit bleek kost voor gevorderden. De Edelbitter Extra Kräftig komt met een Verorberhandleiding. Opbouwen is het sleutelwoord. Goede koffie zetten, er lekker voor gaan zitten en genieten maar.
Begin met een stuk van 70%. Niet te grote happen. Langzaam op de tong laten smelten. De rijkelijk aanwezige bittere en vruchtentonen mengen zich aangenaam met het zoet (naar alle waarschijnlijkheid de overige 30 procent). Nog een slok koffie. Dit kennen we. Dit is lekker. We zijn klaar voor de tweede ronde.
We vallen aan op de stukjes 85%, door de gulle gever in blokjes van twee vierkante centimeter gebroken. We laten smelten, laten de tong rollen, smakken lichtjes. We lezen elkaars gezichten af. Was dit okay? Ja, zijn we geneigd te zeggen. Stevig, zeker. En zou een glaasje water naast de koffie misschien een goed idee zijn? We oordelen dat deze chocola zeker grote liefhebbers moet kennen.
Dan de sprong naar het grote onbekende. Op het derde schoteltje liggen flintertjes van het zwaarste spul. De gouden binnenwikkel ligt voor ons op tafel. We voelen ons Sjakie die de fabrieksgeheimen krijgt onthuld. Een schema, op het goudpapier gedrukt, bereidt ons voor op de aankomende smaaksensatie. De zuurgraad zou bij aanvang heel hoog zijn. Dan gaan zich vruchten en bitter laten proeven en cacao, in stijgende, stijl stijgende lijn.
Een eerste communiegang kan nauwelijks plechtiger zijn. We bedienen onze tongpunt. De tong wordt al snel alle bewegingsruimte ontnomen. We bollen de wangen om niet teveel te hoeven proeven. Het is alsof ik een hap aarde heb genomen. Ik breng met moeite mijn tong naar buiten en pak het stukje van mijn tong. Ik gooi het in de afvalbak en spoel mijn mond nog lang, lang na.

zondag 18 november 2007

En dat is zeven

We werden ingedeeld bij Ravenklauw. De sorteerhoed, hier van het type Amerikaanse tapdans, had gezwegen, maar de parttime-heks was onverbiddellijk. Pelle in ik overlegden en vonden dat het geen ramp was. Tien voor twaalf en wij hoorden bij de laatsten die in de winkel werden toegelaten. We stommelden in het halfduister via de kinderafdeling naar achter in de winkel om toch nog een goed plekje te hebben op de omfloerste stem van boven.
De theatermaker uit het dorp had z'n best gedaan op een heuse Harry Potter Quiz. Helaas voor ons. Ik heb hem wel eens geslaagdere voorstellingen zien en horen geven. Ruim 150 mensen die hun bedgang uitstellen of onderbreken, aangenomen mag toch worden dat dit types zijn die deel één tot en met zes zo niet uit het hoofd kennen, dan toch minstens gelezen hebben.
"Woont Harry bij de familie Ellendeling of de familie Duffeling?" Het publiek stak als één man het juiste papiertje omhoog. "Heet de huiself Tubby of Dobby?" Dat niveau. Pelle en ik besloten het geduldig uit te staan. En hoewel we sterk de neiging hadden, hebben we niet flauw gedaan. Geen enkele vraag vulden we aan met en in welk hoofdstuk gaat-ie dood??

P.S. En dankzij ijzersterk samenspel - stapel boeken en kassa waren zeker vijf meter van elkaar verwijderd - stonden we mét boek als een van de eersten weer buiten. Een Ravenklauw waardig.

vrijdag 16 november 2007

Veilig verkeer

De omgeving van de waterplas tussen Utrecht en Nieuwegein was een ontmoetingsplek voor homo's. Veiliger kon je als vrouw niet zijn. Toch vond ik het nooit echt een pretje om in het donker van huis naar werk of vice versa te fietsen. Dat veranderde toen ik een kind kreeg.
Ik kon mezelf met angstig gemak bang maken, dat de man die mij op de fietsbrug over de A12 tegemoet kwam het misschien op mijn portemonnee of erger had gemund. Maar toen ik eenmaal een fiets met een kinderzitje had, kon ik me niet meer voorstellen dat er ook maar één reden zou zijn mij een haarbreed in de weg te leggen. En helemaal als ik luiers bij me had. Dan voelde ik me 100% onaantastbaar.

Op kraamvisite gaan bij een 18 dagen jonge moeder vraagt om iets anders dan het standaardcadeau. De kleertjes zijn ruimschoots binnen, zo mag worden aangenomen. Rammelaars en knuffels zullen intussen ook wel in voldoende mate aanwezig zijn. Soms neem ik dan iets mee dat overduidelijk niet voor de nieuwgeborene bedoeld is. Maar als je bent vergeten of het kind in een huis met bad is geboren valt grotemensenbadschuim af. En lezen is leuk, en een boek nooit verkeerd, maar wellicht een tikje sadistisch. Ik besloot tot een pak luiers.
Ze waren goedkoper dan ik me herinnerde. Toen schoot me te binnen dat ik luiers nooit met euro's had betaald. Bij de kassa kon ik zonder commentaar van de zwangere vrouw achter me afrekenen. Ik droeg het pak als een trofee. Inpakken deed ik het natuurlijk niet. Wel vulde ik een envelop met de tientallen merkjes van de pakken luiers die ik ruim 13 jaar geleden ben begonnen te kopen. Alle acties zijn aan me voorbijgegaan. Te druk met heen en weer fietsen, vermoedelijk.

woensdag 14 november 2007

In de trein (8)

Drie keer heen en drie keer terug. Voor de zesde maal deze week heeft mijn trein vertraging. Ik ben het zat en vloek inwendig afwisselend op de NS, Prorail, privatisering in het algemeen, nogmaals Prorail, de omroepster en op mezelf omdat ik zo humeurig ben. Naar buiten probeer ik niets te laten merken. Ik knoop een praatje aan met een medeforens uit Apeldoorn. We delen opgewekt het leed dat veel erger kan. Dan komt eindelijk de trein toch nog en ik vind een zitplaats.
Zie je wel, het kan veel erger.
Ik klap mijn laptop open om mijn dagelijkse 2.000 woorden te gaan schrijven. Naast me komt een vrouw van middelbare leeftijd met een boek. Ik houd mijn plezierige toon nog even vast.
"Beter laat dan nooit, hè?"
De vrouw blikt verschrikt opzij.
"Pardon?"
"Beter laat dan nooit, hè?"
Ze blijft schichtig kijken.
Ik vervolg mijn roman waarin iemand op het punt staat een trap onder te kotsen. In een poging tot concentratie kijk ik om me heen. Nu zie ik welk boek de vrouw naast me leest.
Als verdwenen vaders terugkeren.

maandag 12 november 2007

De nieuwe man


(normale gesprekstoon)
Hé, fijn dat ik met jullie mee terug naar huis kan rijden. ´t Is net te ver om te fietsen, hè? Normaal haalt Erik me altijd op, maar… nou ja, da’s vanavond wat moeilijk.
Je rijdt zeker over de Rodelaan en dan linksaf bij de begraafplaats? Dan stap ik bij de bushalte uit.

(gaat fluisteren)
Ik ga Erik straks zeggen dat ik weg ga. Vanavond ga ik het zeggen. En ik ga vanavond weg.
(…)
Het is echt een fantastische vent, wat ie niet doet voor de buurt en zo actief met de hockey, trainer en begeleider, en alles. En met de meiden…

(normale gesprekstoon)
Jullie lijken me echt gelukkig!

(weer terug naar fluisterend)
Ach, misschien lijk ik dat ook wel.
(…)
Elke avond, hè, dan blijf ik beneden tot ik zeker weet dat hij slaapt. En zo stil mogelijk glijd ik dan naast hem in bed. De hele nacht, elke keer dat hij beweegt, word ik wakker. En dan doe ik of ik slaap. En ’s ochtends doet mijn schouder zo’n pijn, omdat ik de hele nacht naast die man heb moeten liggen.
Die slappe wangen, dat kwijl uit die mond. Ik walg ervan.
Ik word zo misselijk van zijn adem. Als ik die voel al. Tegen mijn achterhoofd. Of langs mijn arm die boven de dekens ligt. Dan schuif ik nog dichterbij de rand.
’t Is gelukkig een tijd geleden dat hij tegen me aan kroop. Ik wil niet zo’n oude vieze slappert die alleen doet wat hij wil. Ik bepaal wanneer het moment goed is. Toch? Zoals vier maanden geleden. Die ene keer nog.

(normale gesprekstoon)
Hier naar links, toch? O ja, je gaat achter het winkelcentrum langs.

(weer terug naar fluisteren)
Ik heb al een nieuwe man. Die groeit in mij. Die wordt alleen van mij. Over vijf maanden ben ik uitgerekend.
Vorig jaar was het ook gelukt. Ik had de koffers al gepakt, net als ik gisteravond heb gedaan. Maar toen bleek uit de vlokkentest dat het een meisje was. Die abortus heb ik van mijn eigen geld betaald.
En nu is het een jongen. Mijn nieuwe man. Uit mij gemaakt. Die gaat precies doen wat ik wil. Die wil precies wat ik wil. Die mag wel in mijn bed slapen.
(…)
Zeg, zouden jullie een oogje op Erik willen houden als ik weg ben? Ik vertrouw ’t toch nooit zo, een man alleen ….. met dochters.

(normale gesprekstoon)
Bedankt! En ook voor de lift.

vrijdag 9 november 2007

Pas de deux

Een collega vertelde dat hij een jaar lang dansles heeft gehad om zijn dochter op haar bruiloft te kunnen verrassen. Ik ben zwaar onder de indruk van zoveel vaderliefde. En had hij het leuk gevonden, die lessen? Zijn antwoord liet aan eerlijkheid niets te wensen over. Nee!

Op zondag zap ik de laatste weken - en vanaf overmorgen niet meer toevallig - langs Strictly come dancing op de BBC. Een paar handenvol beroemdheden doen elke week wie het minst slecht een tango of een wals op de vloer kan leggen, onder leiding van een professional. Op een enkele uitzondering na ken ik deze celebrities niet. Dat maakt dat ik het eigenlijk wel geinig vind om naar te kijken.

De masterclass adviseren behelsde oefenen met een acteur. Mijn optreden werd geëvalueerd. Goed adviseren is eigenlijk als een dans. Ik had zo enigjes de bewegingen gemaakt. En zo fijn samen.

Als er gedanst moet worden in real life weet ik niet hoe snel ik naar de bar moet hollen. En stijldansen? Ik ben er niet in opgeleid en het trekt me totaal niet. Als puber stond het idee me tegen zo dicht bij een man te moeten verkeren en vastgepakt te worden. Voor slechts een dansje. En eigenlijk voel ik dat nog steeds zo.
Blijft het feit dat ik binnen twee weken over dansen blijf struikelen. Drie keer is scheepsrecht zou ik in onzekerder tijden denken. Dit komt niet voor niets op mijn pad. Blijkbaar moet ik iets met dansen. Gelukkig heb ik het leven stevig vast. En daar wil ik van alles mee. Maar niet dansen.

woensdag 7 november 2007

Gast aan tafel

Het meisje stapt een studentenhuis in, bewoond door alleen maar jongens. Ze schuift aan de enorme tafel in de keuken, en probeerde weg te vallen tegen de keukenkastjes en de stapel televisietoestellen. Ze zwijgt, lacht vriendelijk mee met onbegrijpelijke teksten van de kerels en kijkt haar ogen uit. Het meisje uit het meidengezin geniet van deze wereld die zij niet kent. En waarin zij, hoewel niet onwelkom, niet nodig is. Ze geniet.
Vijfentwintig jaar later is het meisje niet onwelkom in de testosteron-tempel die garage heet. De tafel met blauwe overalls tussen de 20 en de 65 jaar dansen hun rituele ochtenddans met koffie, veel suiker, sigaretten en reusachtige brooddozen. Ze zwijgt en kijkt en hoopt te verstaan wat tegen haar gezegd wordt in het mengsel van dialect en jargon. Haar ogen zien het moois in kalenders, asbakken en rouwranden. Ze knikt bewust niet-begrijpend als ze te horen krijgt dat het (de?) gasklephuis weer in orde is. Al haar stress sijpelt weg over de betonnen vloer.
Ze denkt aan de vergadertafels waar ze tussen hordes mannen zit. Moet ze ook daar zwijgen, vriendelijk lachen en onwetendheid veinzen om zo gelukkig te zijn?

maandag 5 november 2007

Vol verwachting

Nog nauwelijks november of we voelden al de behoefte om de kerstdagen te regelen. Tijdens de zaterdagavonddis werden de ideeën in de gezinsgroep gegooid. We waren er al snel uit. Gelijk ook maar oud&nieuw geregeld. Nu nog wat uitnodigingen de deur uit en de rest van de wereld teleurstellen en dat decembervarkentje is weer gewassen.
Zondagavond kwam de jongste gelijk maar met de lootjes voor de Sint op de proppen. Tot ons aller verbazing leverde de tweede ronde al geen "ik heb mezelf" meer op. Dus laat die goedheiligzak ook maar komen.
Het virus was nog niet uitgewoed. Vanmorgen op het werk kwam de organisatie van de kerstborrel ter sprake. Nee zeggen kan ik steeds beter, mits er iets gevraagd wordt.
"Jij zou toch zingen, Ina?"
"Uh ... nee."
Maar op ongestelde vragen niet los gaan, daar moet ik nog eens voor op cursus. Toen de organisator uit ons midden al was aangewezen stormden de plannen mijn hoofd binnen. Een zangworkshop misschien? Christmas Carols zingen als oefening in samenwerking?
En er kwam een naam bij me op van iemand die misschien wel zo'n workshop zou willen geven. Hij woont in Utrecht, da's handig. Hij is meestal in het grijs gekleed, lange vent, voor z'n leeftijd een tikkeltje ouwelijk kapsel. Een prettig tenorstem. Ik kon me maar één ding niet voor de geest halen. Hoe kon ik hem bereiken?
Toen viel het kwartje en kreeg ik een vervreemdend kijkje in mijn multi-taskende hoofd. Ik was Gerard Reve op zoek naar het telefoonnummer van Frits van Egters.

zaterdag 3 november 2007

Kijken kijken kopen

Het huiswerk van de toneelcursus voor deze weken: Lees een toneelstuk en vind er wat van. Ik heb wel een aantal toneelstukken in de kasten op zolder staan. Maar verse in huis halen is toch het leukste. Op naar de bibliotheek.
De bibliotheek heeft aan mij een goede. Trouw betaal ik jaar in jaar uit mijn contributie, terwijl ik er hooguit vijf boeken leen. Er zijn twee soorten boeken die ik uit de bieb wil halen. Het eerste soort is wat wij vroeger 'secundaire literatuur' plachten te noemen. Studieboeken, achtergrondmateriaal. Maar daar is dit stadje en dus haar bibliotheek gewoon te klein voor en het internet te ruim. Als ik in Den Haag zou wonen, ja, dan zou ik kind aan huis zijn bij de KB. En ook de hoofdvestigingen van de grote steden zullen over ieder gewenst onderwerp niet een paragraafje in één boek, maar wel vijf kloeke werken in de kast hebben staan.
Het andere soort is het boek dat ik hooguit één keer wil lezen. Tja, een boek dat ik hooguit één keer wil lezen, dat wil ik vaak helemaal niet lezen. Slechts bij hoge geldnood besluit ik niet tot aanschaf, maar tot lening (en dan nog eerder van het geld om het aan te schaffen dan van het boek).
Langzaamaan komt er een derde reden bij om vaker naar de bieb te gaan. Wat moet ik met al die gekochte boeken? Ook al denk ik dat ik ze nog wel eens wil lezen. Wanneer doe ik dat? En in welke kast passen ze nog? Leve de bookcrossing, for a start. Maar al dat papier ... het kost wel bomen.
Zoals ik vol plannen kan zitten om me aan een dieet te houden, en nu echt!, met een volle maag, zo besluit ik terugkomend van de boekhandel dat ik voortaan naar de bibliotheek zal gaan.

Dit alles als inleiding op mijn aanschaf van gisteren. Op weg naar de Brink moet je wel langs de lokale fraaie boekhandel. Alleen maar even kijken, dan. In een rechte lijn liep ik naar een schitterend uitgegeven boek van iemand die ik niet eens ken als toneelschrijver. Ik sloeg het boek open. Las over een personage Ina en een personage Do. Ik sta deze dagen op en ga naar bed met een Do. Dit boek moest van mij worden. 't Was wel duur. Net goed.

vrijdag 2 november 2007

Misschien als titel

In de tijd van de badhuizen waren bezoekers blijkbaar gewoon het poedelen gepaard te laten gaan met al te luidkeels gezang. Dit bordje hing in de openbare wasplaats aan de Rotterdamse Bruynstraat. Ik zou er een grage gast zijn geweest. Ik ben dol op stilte. Misschien dat één van mijn (over)grootouders er ooit niet gezongen heeft.
Ook het aan jezelf opleggen dagelijks 1.667 woorden te schrijven gaat prettiger bij stilte en door geen tijd te verspillen aan zingen. Dat laatste is overigens een te grote opgave. Zeker nu mijn koor aan het werk voor volgend jaar is begonnen: De Johannes Passion van J.S. Bach. Gisteren heb ik al wenend onder Zijn kruis gestaan, Hem rust toegezongen en het publiek uitgenodigd naar ons verhaal te luisteren. De bekende van het werk, of van Zijn Werk, zal begrijpen dat van enige chronologie nog geen sprake was bij het oefenen.

NaNoWriMo is gestart. Ik schrijf deze maand een boek. Ik heb drie round characters, een tiental plattte, wat Willen, een Conflict. En al bijna 3.000 woorden. Helaas nog geen Plot. Daar probeer ik al schrijvend achter te komen. De omgeving wordt er eentje met veel muziek. Zo kan ik van mijn leven buiten het schrijven mijn veldwerk maken. Twee komende zaterdagen zit ik bij de stemtesten, als notulerend koorlid. Wee de dirigent en de zangpedagoge, die onwetend zijn dat deze schrijfster hen als Muzes zal uitbuiten.

Beleefd verzocht. Stilte.
 

blogger templates | Make Money Online