donderdag 4 november 2010
Voetbal is zo mooi
Er gaat weinig boven een mooie pot voetbal. Twee enorme doelen, een balletje en maar 22 luitjes op zo'n enorm weiland: hoe moeilijk kan het zijn om die bal in het netje te krijgen? Da's dus Kunst, als zoiets simpels zo mooi moeilijk is.
Het zijn dan ook dikwijls de woordkunstenaars die de wedstrijden mogen verslaan. Op de radio is het helemaal feest. Jack van Gelder, ondanks zijn liefde voor de hoofdstedelijke ballers, is één van mijn genietstemmen. Hij heeft echter twee enorme nadelen. Samen te vatten als: hij kent zijn klassieken niet.
Jouw commentaar mag dan wel met poëzie worden vergeleken worden, maar het is wel prettig als je de woorden ook goed uitspreekt.
Voor eens en voor altijd dan, en dan wil ik het ook nooit meer fout horen:
1. Een speler van de nummer 3 van de eredivisie heet geen Ajaxer, geen Ajaksied, maar altijd en immer een Ajacied. (Nou vooruit, dat stuk chagrijn met z'n overbeet in de voorhoede, als je eens origineel wil zijn.)
2. De club waarvan ze gisteren verloren heet Auxerre, uit te spreken als Oossèr.
woensdag 3 november 2010
Nanologboek (3)
Ina Zandbergen is een toeschouwer. Het leven trekt aan haar voorbij. Ze neemt waar. Ziet, hoort, ruikt, voelt, proeft, maar grijpt niet in. Dan gaat het leven zelden zoals je zou willen. Dan wordt men toeschouwer van zijn eigen ongeluk. Dan heb je niets anders om je aan vast te klampen dan een gevonden groene tas.
(Weer 2026 woorden dichter bij het einddoel.)
(Weer 2026 woorden dichter bij het einddoel.)
Nanologboek (2)
De lange zoon moet een logboek van handvaardigheid maken. Lastig als de structuren in jouw hoofd niet die zijn dewelke je geacht wordt te hebben gevolgd volgens de docent. Zouden er leerlingen zijn die dat wel zo doen? Eerst nadenken over de materialen, deze keuze op papier beargumenteren, dan een aantal (nee, niet een aantal, precies drie) schetsen maken? Die keurig vier referentiebeelden bij hun eigen nog te creëren product hebben gezocht?
Nanowrimo legt slechts 1.667 woorden per dag op. En zelfs dat niet. 50.000 in één dag mag ook. Als er op 30 november 24.00 uur lokale tijd maar minstens dat aantal zijn. Alles wat ik een boek noem, dat noemen zij het ook.
De tweede schrijfdag was even persen. Op de terugweg op de brug over de IJssel typte ik het 2004de en laatste woord aan het hoofdstuk over Onno Heemink. Ook met hem loopt het niet goed af.
Troost
Wij verloren. Dat doen wij wel vaker. Het went nooit helemaal, maar het gebeurt. Ik kijk zo'n avondje geen Studio Sport, maar draag het overigens als een Dame.
Nooit verloren we zo erg. Zelfs na ruim een week laat het zich maar moeilijk beschrijven. Wij verloren met 10-0 van PSV. Het ongeloof was er, de rest van de lange zondag. En de kater maandag. Een echte. Ik kan er pas nu om glimlachen. Voorzichtig, anders doet het pijn. Dat gevoel was lang geleden. Een heusche drankkater, dat was al wat jaren her, dat ik dat voelde, maar een voetbalkater? De laatste echte was in 1978, en midden jaren tachtig nog 'ns, toen die club uit 020 de mat met ons oprolde.
Ik werd op het werk keurig ontzien, ik kan niet anders zeggen. "Je zegt zeker niks." De Utrechtfan kon niet meer gelijk hebben. Later die dag kwam hij met het mopje. "Heb je het gehoord? Rotterdam gaat zijn netnummer wijzigen. 010 kan echt niet meer."
Wat 010, het was geen 0-10. Het was 10-0 (rub it in, toe maar, nog een keer!). Dit mopje klopt niet.
Is mijn gevoel voor taaljuistheid dan toch nog groter dan mijn verdriet? Die gedachte, die troostte me dan toch even.
dinsdag 2 november 2010
Nanologboek (1)
De kop is er af. 2660 woorden. Het ging kinderlijk simpel op het mini-computerje - netboek heet zoiets geloof ik. Twee keer een uur in de trein en klaar was ik.
Dinsdag gaat deze roman heten. Vijfentwintig hoofdstukken over vijfentwintig mensen met elk hun eigen plan in het leven. Of geen plan. Met eigen dromen en praktische bezwaren. Met elk zovele dinsdagen in hun leven, maar slechts één keer deze dinsdag. Deze dinsdag die voor allen eindigt in de hal van Utrecht Centraal Station.
Nienke Bos komt niet verder dan perron 14a. Zij ruste in vrede.
Dinsdag gaat deze roman heten. Vijfentwintig hoofdstukken over vijfentwintig mensen met elk hun eigen plan in het leven. Of geen plan. Met eigen dromen en praktische bezwaren. Met elk zovele dinsdagen in hun leven, maar slechts één keer deze dinsdag. Deze dinsdag die voor allen eindigt in de hal van Utrecht Centraal Station.
Nienke Bos komt niet verder dan perron 14a. Zij ruste in vrede.
zondag 17 oktober 2010
Een optimist gaat niet over rozen
Ik houd van pianomuziek. Van mijn zoon die oefent en oefent. Van een CD van de hoogste kwaliteit. Van een fluisterstille concertzaal met de jongste beroemdheid.
Ik houd van musea met de op het eerste, en tweede, en soms ook het derde gezicht, onbegrijpelijke installaties. Van handen die achter een wit gordijn in schaduwen over potten en pannen glijden. Achttien overheadprojectorten, op afstand bestuurd. Ik mag mijn naam op de juiste hoogte op de muur van een lege zaal schrijven.
Ik houd van fietsen en van fietsers. Van soepele bewegingen zonder hulp van eeuwenoude diertjes of gebotste atomen. Van fietspaden in de voorrang. Van overvolle stallingen waar altijd dat ene mooie plekje voor mijn eigen stalen ros is.
Ik houd van het kleine en het unieke: een spruitjesteler zonder gif, een woonwagenbewoner met een eigen schooltje, een dame met een weggeefwinkel.
Mijn batterij laadt zich op aan licht, aan lucht, een zalen met gebreide aanrechten, aan een school waar de tram doorheen kllingelt en het vak van kunstenaar wordt onderwezen.
Ik heb geloof ik de verkeerde regering.
50.000
De kogel is door de kerk. Ik ga er weer voor. Net als in 2007. November wordt ook in 2010 mijn novel writing month. Niet lullen, maar poetsen. Woorden poepen. Die kritikaster in mezelf, de kritische meelezer, mijn gevoel voor schoonheid, voor literatuur: alles in de kast voor een maand. Deur dicht, slot erop.
En dan maar schrijven. Vijftigduizend woorden in dertig dagen. Vijfentwintig dagen van tweeduizend woorden en vijf dagen respijt, bijkomen, uitrusten, opladen.
Het idee is er. De titel is er. Dinsdagmorgen. Of is Dinsdagochtend beter? Of misschien toch maar 7.53 uur. Jeetje, het luister best nog nauw. Zeven minuten voor acht. Opnieuw: ik heb wat ideeën voor een titel.
Er mag pas geschreven worden vanaf 1 november 0.00 uur. Het aftellen is begonnen. Personages spoken door mijn hoofd. Kleine verhaallijntjes ontspruiten. Ik weet waar het zich af gaat spelen. Daar kan ik alvast onderzoek gaan doen. Wordt vervolgd!
Nog voor ik een woord op papier heb, is de euforie al groot. Want het jongste en langste kind gaat dit jaar meedoen. Als je een hylarisch toneelstukje voor Duits kunt schrijven, dan ligt een boek binnen handbereik. Gisteren hebben we een schattig laptopje gekocht. Hij mag het houden als de eindstreep gehaald wordt. Samen verheugen we ons op die enorme kick van het halen: 50.000 woorden.
En dan maar schrijven. Vijftigduizend woorden in dertig dagen. Vijfentwintig dagen van tweeduizend woorden en vijf dagen respijt, bijkomen, uitrusten, opladen.
Het idee is er. De titel is er. Dinsdagmorgen. Of is Dinsdagochtend beter? Of misschien toch maar 7.53 uur. Jeetje, het luister best nog nauw. Zeven minuten voor acht. Opnieuw: ik heb wat ideeën voor een titel.
Er mag pas geschreven worden vanaf 1 november 0.00 uur. Het aftellen is begonnen. Personages spoken door mijn hoofd. Kleine verhaallijntjes ontspruiten. Ik weet waar het zich af gaat spelen. Daar kan ik alvast onderzoek gaan doen. Wordt vervolgd!
Nog voor ik een woord op papier heb, is de euforie al groot. Want het jongste en langste kind gaat dit jaar meedoen. Als je een hylarisch toneelstukje voor Duits kunt schrijven, dan ligt een boek binnen handbereik. Gisteren hebben we een schattig laptopje gekocht. Hij mag het houden als de eindstreep gehaald wordt. Samen verheugen we ons op die enorme kick van het halen: 50.000 woorden.
zaterdag 9 oktober 2010
Plop
Een collector's item!
Je ziet het zelden op een boodschappenlijstje staan, maar ik kom wel eens thuis met iets dat 'wel lachen' is. Zoals deze Andrélon Champagneshampoo. Een speciaal feestflesje, omdat ze 70 jaar bestaan, de Andrélonnetjes.
Edam Holland mag alleen Edam heten in het buitenland, omdat Edam Holland is voorbehouden aan 'onze' kaas. Eigen kaas eerst. En daarom mag Champagne alleen in Frankrijk, zegt de Europese keuringsdienst van waren. Mij ontgaat de logica, want Champagne France zou ik zeggen mag alleen daar, en dan mogen wij toch Champagne gebruiken. Tant pis, het mag niet. Dit weekend rijdt menig vrachtwagentje de Kruidvatten, Etossen en supermarkten af om de shampoos uit het schap te halen.
Maar bij mij zullen ze niet aanbellen. Ik kan nog weken bubbelen!
Afscheid
In 1983 waren we op Texel. Ik had net mijn propedeuse gehaald en kreeg een prachtige matwitte vaas. Mijn moeder kocht wol van een Texels schaap. De vaas verloor ik na een paar jaar uit het oog- dankzij een kleptomane huisgenoot. De wol werd in de handen van mijn moeder een solide wintertrui.
Ik erf de trui, die veel te warm voor me is. In plastic, tegen de mot, wacht de trui op hevige koude of een ander mooi moment. Het moment waarop de dochter het breien weer oppakt, bijvoorbeeld. Uithalen en iets moois (mooiers, pardon) van maken!
Die prachtige sjaal misschien, nog zo één? Ik peuter de trui na 27 jaar voorzichtig uit elkaar. Helaas. De enorme lap is al te vervilt, te oud, om nog te recyclen.
Gelukkig hebben we de foto's nog.
Straatnieuwtje
Zie staat niet voor de Aldi, maar voor de buurwinkel, Albert Heijn. Dagelijks, tijdens alle openingstijden. Tegen de pui van de winkels staat een sjofel rugzakje. Zij zelf staat - als het nodig is onder een enorme paraplu - een meter of vijf van de ingang. Spreken doet ze nauwelijks. Haar glimlach is bescheiden en vriendelijk. Met twee handen houdt ze het Straatnieuws voor haar buik.
Bij haar voorganger kocht ik wel eens. Tot hij steeds assertiever naar extraatjes ging vragen, toen vond ik het genoeg, want ik heb niet echt antwoord op de vraag of ik niet meer kan missen. Bij haar heb ik gek genoeg nog nooit een daklozenkrant afgenomen. Ik vraag me af wat er in haar rugzakje zit, en of ze niet moe wordt, van dat eindeloze staan.
Vorige week moest het er maar eens van komen. Het regende en ze glimlachte. Ik zocht naar munten en vroeg me in stilte af, hoe dat moet straks, als wij geen cash meer bij ons dragen, alleen maar een chipknip. Net toen ik haar het geld wilde overhandigen - haar rechterhand liet de krant al even los - ging een mobiel af.
'Moment, zei ze. Met twee dikke m'en. Mmomment. Een internationaal verzoek.
Ze grabbelde naar haar kontzak. Brabbelde hooguit tien seconden in een Slavische taal. Ik betaalde, en stopte de krant naast brood en bananen.
De hele week houdt me dit het meest bezig: Is het raar dat een dakloze mevrouw een mobiele telefoon heeft of ben ik raar omdat ik me deze vraag stel?
zaterdag 25 september 2010
Annie wist in 1971 al raad
's Ochtends geen zin om na te denken over wat je aan moet trekken? Een Britse kunstenaar van het Imperial College in Londen heeft de oplossing bedacht. Een spuitbus waarmee je kleding op je lichaam kunt spuiten.
De 'katoenverf' is een mengsel van katoenvezels, polymeer en een oplosmiddel dat zorgt dat de stof hard wordt zodra het in aanraking komt met je lichaam. Je kunt de dikte van je kledingstuk zelf bepalen door meerdere lagen over elkaar te spuiten.
Dit was deze week nieuws.
Nieuws? Laat me niet lachen.
Zijn wij mijnheer Pen vergeten? Mijnheer Pen, die Aagje Helderder redde van de toorn van haar smetteloze moeder? Aagje mocht op de draaischijf, en met de spuitbus werd haar vuile gescheurde jurkje weer als nieuw. Al plakte ze even een beetje.
vrijdag 24 september 2010
heerlijk soms zo'n studiedag
Beknopste geschiedenis van schrijver dezes
In het jaar dat Adri Duivesteijn wethouder stadsvernieuwing in Den Haag werd, fietste zij als 16-jarige vanuit dat Den Haag de honderd kilometer naar Almere en werd bij haar eerste aanblik op de jonge stad – in 1980 nog in de luiers – een blik op haar toekomst gegund. Het leven was maakbaar. Je pakte dus gewoon wat nieuw land en maakte de stad die jij wilde. Ter plekke besloot zij geografie te gaan studeren. Van Almere houdt zij nog steeds – vooral tijdens lezingen.
++++++++++++++++++++++++
Almere is af
Het is geworden zoals het is op dit moment
Een weg die los staat van de stad
Geordende parallelstructuur want
compact raakt geïsoleerd
In de gedifferentieerde kernenstructuur
hoeft niemand zich bedreigd te voelen
Als we nu stoppen
wordt niemand ongelukkig
Vormgeven is fatsoenlijk fatsoeneren
van wat je gewoon aan het doen bent
++++++++++++++++++++++++++
Vormgevers van Rijkswaterstaat
Helpers van de architecten
die zijn er in twee soorten
Eén is de bevlogene, de ander luistert
zegt de gemeenteman.
Hij velt geen oordeel
zegt hij
Wat je totaal wilt, dat heb je niet niet
zucht hij
Maar toch krijgt iemand aan het einde van de dag
een bloemetje+++++++++++++++++++++++++++
het is me erg goed bevallen, zo mijn aantekeningen van vijf lezinkjes te maken.
woensdag 22 september 2010
Wat is er mis met bruin?
Hoezee en juich juich. Ben ik het toch nog eens eens met Mark. Geke van Velzen noemt het aanstaande kabinet Bruin. "Laat maar lekker gaan. Het is niet mijn soort humor." Aldus Mark. Niet mijn soort humor, indeed!
Er is helemaal niks mis met Bruin.
dinsdag 21 september 2010
Zo moeder ...
Zij gaf de ex-onderwijzer van mijn jongste zusje 20 jaargangen van een één of ander tijdschrift dat zich bij ons in huis had verzameld. Zij borduurde kussenslopen voor elk naderend bruidspaar in de wijde omgeving.
Kwam het gesprek op plastificeren, spelen in de vijver of knutselen, en zij holde naar boven om de gesprekspartner met een rest boeklon of de de rubberboot van de kinderen (ongevraagd - aan die kinderen) in de handen van bezoek te drukken. En nog jaren leverde ze wc-rollen in bij de kleuterjuf in, zakken vol.
Als kind zag ik de verbaasde gezichten, de beleefde bedankjes en ik vroeg me in stilte af, of ze dat nou niet kon laten, dat uitdelen (en recyclen - dat noemde ik nog niet zo, maar het was nog beschamender) van al die spullen.
Een greep uit mijn acties van de afgelopen twee weken.
De Stitch 'n Bitch-genoot uit Zutphen beloofde ik wat bolletjes van het garen dat zij juist wilde gaan kopen. Hoeft niet, want ik heb ze en gebruik ze toch niet!
Het schilderij dat ik op het Binnenhof begon is op reis gegaan naar een vers contact, opgedaan in Drenthe. Doe er nog maar een gevilte hoed bij. Schreef ze het woord hoed niet in één van haar brieven?
Collega roept kind en liefde voor paarden en jammer niet op Ameland gekomen, en ik troggel van de liefde een foto af.
Iemand op Ravelry complimenteert mij met mijn halowig (foto). Hup, in een envelop en naar haar toe.
De buurman gaat samenwonen. Ik koop wat voorjaarsbolletjes, kaartje erbij, in een tasje dat nog aan de kapstok hing ...
Zo moeder, zo dochter? OMG, ik ben nog veel erger!
Kwam het gesprek op plastificeren, spelen in de vijver of knutselen, en zij holde naar boven om de gesprekspartner met een rest boeklon of de de rubberboot van de kinderen (ongevraagd - aan die kinderen) in de handen van bezoek te drukken. En nog jaren leverde ze wc-rollen in bij de kleuterjuf in, zakken vol.
Als kind zag ik de verbaasde gezichten, de beleefde bedankjes en ik vroeg me in stilte af, of ze dat nou niet kon laten, dat uitdelen (en recyclen - dat noemde ik nog niet zo, maar het was nog beschamender) van al die spullen.
Een greep uit mijn acties van de afgelopen twee weken.
De Stitch 'n Bitch-genoot uit Zutphen beloofde ik wat bolletjes van het garen dat zij juist wilde gaan kopen. Hoeft niet, want ik heb ze en gebruik ze toch niet!
Het schilderij dat ik op het Binnenhof begon is op reis gegaan naar een vers contact, opgedaan in Drenthe. Doe er nog maar een gevilte hoed bij. Schreef ze het woord hoed niet in één van haar brieven?
Collega roept kind en liefde voor paarden en jammer niet op Ameland gekomen, en ik troggel van de liefde een foto af.
Iemand op Ravelry complimenteert mij met mijn halowig (foto). Hup, in een envelop en naar haar toe.
De buurman gaat samenwonen. Ik koop wat voorjaarsbolletjes, kaartje erbij, in een tasje dat nog aan de kapstok hing ...
Zo moeder, zo dochter? OMG, ik ben nog veel erger!
maandag 20 september 2010
Over smaak valt uitstekend te twisten
Je kunt je verlekkeren aan de smaakvolle aanprijzingen op het etiket. Lekker licht. Knapperige groenten. Fijne smaak.
Of blij worden dat magere kaas meer, en pindakaas veel meer, calorieën bevat.
Je kunt ook nog vrolijk worden en het reclamedeuntje even zingen. Ik hou van lekker fris! Ik hou van lekker anders...!
Maar eet het niet. Heinz Sandwich Spread Tomaat Lente-ui smaakt naar kots.
Of blij worden dat magere kaas meer, en pindakaas veel meer, calorieën bevat.
Je kunt ook nog vrolijk worden en het reclamedeuntje even zingen. Ik hou van lekker fris! Ik hou van lekker anders...!
Maar eet het niet. Heinz Sandwich Spread Tomaat Lente-ui smaakt naar kots.
zondag 19 september 2010
Hallo, wij kennen elkaar
Ik lunch met een collega in de kantine, pardon, het bedrijfsrestaurant. We hebben het over net schoolgaande kinderen, over het weggooien van knutselwerkjes: laat moeders even alleen en ze hebben stof genoeg. Ik groet een vrouw die onze tafel passeert.
'Wie was dat?,' vraag ik.
'Geen idee, jij groette haar,' zegt mijn collega - zeer terecht.
Ze komt me erg bekend voor, maar geen idee wie ze is. Wie weet wel een bekende Nederlander fantaseren we. O, dat lijkt mijn collega zo gênant, als je een BN'er groet, per ongeluk.
'Welnee, ik zou het wel lachen vinden.' Wat ben ik toch avontuurlijk en zelfbewust.
Een paar uur later. De workshops lopen ten einde. De genodigden scharen zich rond de pinda's. Mijn sjaal oogt bekijks. Ik leg mijn workshopleider uit hoe ik dit voor elkaar kreeg. Een leuk mens klit zich aan ons. Een vrolijk gesprek volgt, zonder dat ik ook alweer weet wie ze is. Ik weet wel hoe ze heet, maar waar ken ik haar ook alweer van?
"Zeg, waar kennen wij elkaar ook alwaar van?'
Nou nergens van. Ze is tien jaar lang tv-presentatrice geweest.
Zo gênant.
zondag 29 augustus 2010
Hyperacusis
Ergens moet het staan, op het wereldwijde web. Dat er teveel geluid is. Teveel voor sommige mensen in ieder geval.
Ik heb mezelf gediagnosticeerd als lijder aan hyperacusis. De gang naar de dokter stel ik uit, omdat er zo verrekte weinig aan te doen is. Anderhalf jaar therapie, zeggen ze elders op het web, met weinig kans op afdoende succes.
Geluiden die voor anderen nauwelijks hoorbaar zijn, of op prettige afstand, die krijg ik binnen alsof ze op twee centimeter van mijn oor afgespeeld worden. Als ik eenmaal weet wat het is, dan kan ik ze wel weer naar de achtergrond krijgen, maar verdwijnen doen ze niet.
Mijn aandoening is een mengeling van een hersenfoutje, stress en aanstelleritus. Ze zijn tegelijkertijd niet uit te sluiten, en dus heb ik last, en op tijden veel last. Stel je niet aan, helpt niet. Doe wat rustiger aan, ook niet. Allebei waar, maar alleen haalbaar door thuis op de bank te blijven zitten breien.
Voor degenen die zijn blijven lezen, een korte opsomming van wat voor mij uiterst pijnlijk is: spelende kinderen op laminaat, brillenkokers in het concertgebouw, het uitpakken van oreokoekjes, lepeltjes die door de koffie roeren, de scannerpiep bij de supermarkt, deuren die harder dan muisstil worden gesloten, de baas die een appel gaat eten tijdens een overleg, pennen die aan-uit-aan-uit gaan, fluitende conducteurs, vakkenvullende kratschuivers, een lepel die op een bord valt.
Bent u er nog? Twee voorbeelden nog. De reden van dit stukje. Dat het ergens opgemerkt is. Dat het almaar toeneemt, al die geluiden.
1. De piep van de OV-chipkaart.
2. De wieltjes van de nieuwe mandjes in AH, die ook voort kunnen worden getrokken.
Au!
Ik heb mezelf gediagnosticeerd als lijder aan hyperacusis. De gang naar de dokter stel ik uit, omdat er zo verrekte weinig aan te doen is. Anderhalf jaar therapie, zeggen ze elders op het web, met weinig kans op afdoende succes.
Geluiden die voor anderen nauwelijks hoorbaar zijn, of op prettige afstand, die krijg ik binnen alsof ze op twee centimeter van mijn oor afgespeeld worden. Als ik eenmaal weet wat het is, dan kan ik ze wel weer naar de achtergrond krijgen, maar verdwijnen doen ze niet.
Mijn aandoening is een mengeling van een hersenfoutje, stress en aanstelleritus. Ze zijn tegelijkertijd niet uit te sluiten, en dus heb ik last, en op tijden veel last. Stel je niet aan, helpt niet. Doe wat rustiger aan, ook niet. Allebei waar, maar alleen haalbaar door thuis op de bank te blijven zitten breien.
Voor degenen die zijn blijven lezen, een korte opsomming van wat voor mij uiterst pijnlijk is: spelende kinderen op laminaat, brillenkokers in het concertgebouw, het uitpakken van oreokoekjes, lepeltjes die door de koffie roeren, de scannerpiep bij de supermarkt, deuren die harder dan muisstil worden gesloten, de baas die een appel gaat eten tijdens een overleg, pennen die aan-uit-aan-uit gaan, fluitende conducteurs, vakkenvullende kratschuivers, een lepel die op een bord valt.
Bent u er nog? Twee voorbeelden nog. De reden van dit stukje. Dat het ergens opgemerkt is. Dat het almaar toeneemt, al die geluiden.
1. De piep van de OV-chipkaart.
2. De wieltjes van de nieuwe mandjes in AH, die ook voort kunnen worden getrokken.
Au!
Soepzooi
Een gezonde periode luid ik steevast in met het maken van soepen. Lange gezonde periodes kenmerken zich door wekelijkse (meestal vrijdagse) soepen. Garant staan ze voor minstens drie avonden dineren zonder harde vetten, veel pasta, of kaassaus.
Een groentebeest zal ik nooit worden. Zo'n bak salade, al die tomaten, ik zucht al als ik er aan denk. (O, als een mens zich eens naar een BMI van 25 kon zuchten! Een topmodel zou ik zijn.) Maar fruit is ook gezond. Allez, naar de markt met mij!
Vijgen, dadels, pruimen, aardbeien, appels, bananen, mandarijnen, een enkele sinaasappel, twee peren: de tassen worden zwaar. Gezonde vis, een envelop voor de belofte aan België, eekhoorntjesbrood en 30+ oude kaas wegen ook. Dan de groenten: witlof, peultjes, peentjes, avocoda en de onvolprezen pompoen.
De kraam draagt uitsluitend hele pompoenen. Da's me te gortig. Een helft zou ik al teveel vinden. Op verzoek wordt er gesneden, gelukkig. De puber in de kraam is er duidelijk eentje uit een marktfamilie. Van jongsafaan heeft hij de nonchalante hartelijkheid van de marktkoopman aangeleerd Ook de manier waarop hij de plastic zakjes openschudt, en nog een paar pruimen van afstand in het papier werpt, getuigen van paplepelervaring. Maar een pompoen snijden, da's nieuw.
Met een angstig groot, maar bot mes gaat hij de megavrucht te lijf. De deksel van een bananendoos, compleet met opening in het midden, dient als snijplank. Ik sta op afstand doodsangsten uit. Ik schuif mijn tassenmassa vast wat onder de kraam. Een meter links van me kan ik tussen de aardbeien en de pruimen door, om in een stap of zeven, acht bij hem te zijn, mocht hij in plaats van de pompoen zijn onderarm gaan slachten.
Zijn grootste zorg is niet zijn eigen veiligheid, of de arbodienst, maar de grootte van het stuk pompoen dat ik belief. Eénderde, heb ik gevraagd. Na de fronsen in zijn voorhoofd maakte ik er iets minder dan de helft van.
Het gaat natuurlijk goed. Ik maak me als altijd teveel zorgen. Met minder dan een kwart van de vrucht ben ik ook heel blij.
dinsdag 17 augustus 2010
zondag 25 juli 2010
Recht(s) zo die gaat
Ik heb wat uurtjes tijd te doden. De binnenstad van Den Haag is vriendelijk vandaag. Knerpende trams, beschaafd zonnetje, boekhandel, wolwinkeltje. Ik beland op het Binnenhof. Daar gebeurt het, deze zomer. De ijscoman geeft mij een ijsje. Er is een bankje in de schaduw.
Ik brei vaak, zo vaak dat ik ook wel eens niet thuis brei. Net zo makkelijk brei ik in de trein, of op een bankje op het Binnenhof. Ik fantaseer een geïnteresseerde Femke Halsema, en dat we dan via mijn werk op het hare kunnen komen. Ik wil haar best wat tips geven, harten onder de riem steken en luidop prijzen. Aan haar ligt het niet, denk ik.
Als Maxime Verhagen naar buiten komt, klontert een groepje journalisten en cameradragers om hem heen. Ik hoor op de radio in mijn oor wat hij zegt. Hij weet nog niet of hij informeel wil gaan doen met de VVD en de PVV, daarover moet hij zijn fractie raadplegen. (En dan nu het eerste en enige agendapunt: Gaan we informeel overleggen? Ik zou graag tot een helder en eensluidend standpunt komen. Wie mag ik als eerste het woord geven?)
Dan zie ik Emile Roemer op de rug. Weer holt het journaille over de keitjes. Ik brei op mijn bankje. De toeristen, de buitenlandse, maken foto's van de fontein, en van mij. Het blijft lang leeg naast mij. Dan toch een vriendelijke meneer. Die kijkt en kijkt en kijkt naar het werk in mijn handen, maar er niet over praat. Wel over Nijmegen, de formatie, zijn ontmoeting met Wouter Bos op dit bankje, zijn dochter. Ik antwoord eenlettergrepig, niet al te onvriendelijk. Mijn breiwerk vordert. Geen idee nog wat het wordt. De man kijkt, maar vraagt nog steeds niets.Ferry Mingelen hangt onderuitgezakt te wachten.
"Ik heb wel vertrouwen in Lubbers," zegt de man.
Ik heb geleerd een man als Lubbers uit principe te wantrouwen, maar vandaag gaat niemand dat wat aan. "Ja?" lijkt mij een passende reactie.
De man knikt lang en langzaam. "Lubbers gaat er ongetwijfeld iets verrassends van breien."
Abonneren op:
Posts (Atom)













