De schoenenwinkel dan. Twee scholieren sloffen als nep-verkopers op hun All Stars door de zaak. Hebben jullie deze kleur, maar dan een maat groter? vraagt de zoon, na slechts één aanmoediging, terwijl hij zijn broekspijp optilt. Die hebben ze niet, wel een ander soort grijs en die is dan anderhalve maat groter. Hij past en even later lopen ze met de aankoop aan beide voeten de deur uit. Dit vind ik een fijne winkel, zegt de zoon, er staat lekker weinig in, maar ze hebben precies wat je wilt.
zondag 28 juni 2009
Precies wat je wilt
zaterdag 27 juni 2009
Thriller
Ik zou misschien nog tijden niet aan hem gedacht hebben, of misschien wel nooit meer, ware het niet dat Michael Jackson gisteren overleed.We woonden in hetzelfde studentenhuis. Ik was de jongste, Koen drie jaar ouder en de op een na jongste. Hij vond zichzelf stoer, woest aantrekkelijk en een echte bèta. Zijn studie scheikunde kon niet voorkomen dat er weinig (lees: geen) chemie tussen ons was. Hij droeg strakke truitjes met V-nek. Zijn vriendin was een half hoofd groter dan hij al lang was. Over de daad sprak hij in sporttermen. Daar moest hard bij gewerkt, en flink bij gezweet worden.
Hij was de grootste fan van Michael Jackson die ik kende. Al weken praatte hij in de gemeenschappelijke keuken over niets anders dan het aankomende album. Het zou alle records gaan breken. Hij had al wat voorproefjes ergens mogen horen (want superstoere mannen hebben connecties in the states?) en het was in één woord geweldig.
Wij jonkies woonden beiden aan de noordkant van de flat, hij één of twee hokjes naast mij. Vanaf tel één stond Thriller op hard. Ik heb wekenlang niets anders gehoord. De eerlijkheid gebied me te zeggen, ik vond het niet eens onaardig, en in een poging tot conversatie zal ik dat hem verteld hebben.
Stond hij daarom opeens voor mijn deur en in één stap in het smalle halletjes tussen natte cel, inbouwkasten en deur naar mijn kamer? Zijn zwarte haar had die net iets te zorgvuldige volle coupe. De aftershavelucht was overweldigend.
Zijn sleutel lag op zijn kamer. Of hij even via mijn balkon naar de zijne over mocht stappen.
vrijdag 26 juni 2009
The place to be
In London, daar ben pas echt als jeeen volle ronde met de Circle Line mee rijdt
op de brug staat bij het British Parliament
uren zit te lezen in een gehuurde strandstoel aan de Serpentine
de southbank lopend afstruint
minstens twee grote musea van boven naar beneden snuit
en zo ook zeker drie megaboekenwinkels
de speelgoedwinkel Hamleys niet vergeet
zo wie zo heel veel shopt
en nog een keer met de tube, of de underground
(want als je het verschil kent, ja dan ken je London echt)
en ook in de echte dubbeldekkers, eindeloos vaststaan in Oxford street
aardigste ontmoetingen met de mafste aardigste mensen
de vaste plekken moeten bezocht: even boven komen bij Marble Arch, Piccadilly Circus, Trafalgar Square, the Tower Bridge
en kun je er geweest zijn zonder via St. James's park naar Buckingham palace te lopen?
het eindpunt van welke metro ook biedt altijd iets interessants
dat hoeft niet per sé de voetgangerstunnel naar Greenwich te zijn
een musical moet worden bezocht
indiaas eten in Brick Lane
mensen kijken in Regent Park
het laatste boek van Ruth Rendell, Portobello, nalopen
Ik ga voor hem, hier naar toe. Van de 64 uur die ik op Londonse bodem sta, zal ik er zeker tien besteden aan de overzichtstentoonstelling van Per Kirkeby. Een uurtje of 18 à 21 slapen.
O gelukkig, ik was even bang dat ik tijd tekort zou krijgen.
dinsdag 23 juni 2009
Mondje dicht
Sommige taboes herken je pas als je ze recht in de ogen staart.
Strak in neplivrei gestoken worden we welkom geheten. We krijgen een plattegrond en mogen al onze vragen stellen. Maar geen enkele livrei weet het antwoord.
"Mijnheer X weet het zeker".
We worstelen ons door de open dag op zoek naar mijnheer X.Wij krijgen het vermoeden cadeau dat hij op de tweede verdieping is. Mijnheer X is niet op de tweede verdieping. Daar loopt wel een mijnheer die mijnheer X net nog heeft zien lopen. Wij vragen waar we mijnheer X aan kunnen herkennen. Het blijft stil. En dan:
'Tja".
Dat vinden wij een verdacht antwoord.
Mijnheer X is niet op de eerste verdieping, en ook niet op de derde. Toch moet hij hier zijn.
"Hoe ziet mijnheer X eruit?" Alweer een 'Tja".
"Ik zoek nog even met u mee. Anders bel ik hem. "
Wij zouden inmiddels zeggen: Bellen die man.
We worden voor de vierde keer het trappenhuis ingestuurd.
"Ik zoek mijnheer X. Kunt u mij zeggen hoe hij eruit ziet?"
De zwijgende vrouw tegenover mij probeert koortsachtig iets opvallends aan de man te noemen. Toch zie ik vooral iemand die iets NIET probeert te noemen. Ik begin steeds nieuwsgieriger te worden. Is hij enorm dik? Nee, dat zou omschreven worden (een forse man). Een pikzwarte neger (uit Kongo)? Verlamd (in een rolstoel)? Twee meter tien (daar kijkt u niet zomaar overheen)? Een idiote bril (een opvallend brilmontuur)?
Opgelucht wijst de vrouw plotseling naar iemand achter mij.
"Daar, daar is mijnheer X!"
Ik loop naar een man van gemiddelde lengte die met zijn rug naar mij toe staat. Hij draagt een spijkerbroek en een onopvallend overhemd. Ik schat zijn BMI op een keurige 20. Zijn haren zijn schoon en vallen net op de kraag. Hij staat recht en ik hoor zijn lach, een prettige.
"Mijnheer X?"
Hij draait zich om. Ik kijk in een vrolijk rond gezicht. Twee vriendelijke ogen achter een moderne, bescheiden, bril. Geen snor, geen baard, fatsoenlijke bakkenbaarden. Ik stel mijn vraag die de livrei niet kon beantwoorden. Mijnheer X wel. Hij begint te praten.
Hij heeft het lelijkste gebit dat ik ooit heb gezien.
Strak in neplivrei gestoken worden we welkom geheten. We krijgen een plattegrond en mogen al onze vragen stellen. Maar geen enkele livrei weet het antwoord.
"Mijnheer X weet het zeker".
We worstelen ons door de open dag op zoek naar mijnheer X.Wij krijgen het vermoeden cadeau dat hij op de tweede verdieping is. Mijnheer X is niet op de tweede verdieping. Daar loopt wel een mijnheer die mijnheer X net nog heeft zien lopen. Wij vragen waar we mijnheer X aan kunnen herkennen. Het blijft stil. En dan:
'Tja".
Dat vinden wij een verdacht antwoord.
Mijnheer X is niet op de eerste verdieping, en ook niet op de derde. Toch moet hij hier zijn.
"Hoe ziet mijnheer X eruit?" Alweer een 'Tja".
"Ik zoek nog even met u mee. Anders bel ik hem. "
Wij zouden inmiddels zeggen: Bellen die man.
We worden voor de vierde keer het trappenhuis ingestuurd.
"Ik zoek mijnheer X. Kunt u mij zeggen hoe hij eruit ziet?"
De zwijgende vrouw tegenover mij probeert koortsachtig iets opvallends aan de man te noemen. Toch zie ik vooral iemand die iets NIET probeert te noemen. Ik begin steeds nieuwsgieriger te worden. Is hij enorm dik? Nee, dat zou omschreven worden (een forse man). Een pikzwarte neger (uit Kongo)? Verlamd (in een rolstoel)? Twee meter tien (daar kijkt u niet zomaar overheen)? Een idiote bril (een opvallend brilmontuur)?
Opgelucht wijst de vrouw plotseling naar iemand achter mij.
"Daar, daar is mijnheer X!"
Ik loop naar een man van gemiddelde lengte die met zijn rug naar mij toe staat. Hij draagt een spijkerbroek en een onopvallend overhemd. Ik schat zijn BMI op een keurige 20. Zijn haren zijn schoon en vallen net op de kraag. Hij staat recht en ik hoor zijn lach, een prettige.
"Mijnheer X?"
Hij draait zich om. Ik kijk in een vrolijk rond gezicht. Twee vriendelijke ogen achter een moderne, bescheiden, bril. Geen snor, geen baard, fatsoenlijke bakkenbaarden. Ik stel mijn vraag die de livrei niet kon beantwoorden. Mijnheer X wel. Hij begint te praten.
Hij heeft het lelijkste gebit dat ik ooit heb gezien.
vrijdag 5 juni 2009
Baktus en Karies
In Noorwegen zijn het grootheden, Baktus en Karies. Zo groot als bij ons Dikkertje Dap. Zo groot als Pippi in Zweden, en the Famous Five in Engeland.Wie kent onze Joris Driepinter nog, die ons als kind moest behouden voor broze botjes en tandeloze tijden, door ons te wijzen op het nut van drie glazen melk per dag? Zulke typjes zijn Baktus en Karies ook. In 1949 schreef een Noor een opvoedkundig werkje over verstandig gebitsonderhoud. De knipoog naar de bacterie en caries is mijn lezers niet ontgaan.
Een andere slimme Noor, een Noorse in dit geval, gebruikt anno nu de namen van de jongetjes (die floreren op koek en wittenbrood en eigenlijk appels en veel gepoets om zich heen moeten hebben) voor twee breipatronen. Eenvoudige rechtoe rechtaan sjaals, een variant in recht, en een variant in tricotsteek. Ideaal om je wol op te krijgen, een lekker makkelijk cadeautje te hebben, of als tussendoortje tussen een wel erg bewerkelijke jurk en een ingewikkeld sokkenpatroon.
Ze zijn een megahit in de virtuele breiwereld ravelry. Ik breide er drie. Eén voor mezelf, één voor het zusje dat dit blog zelden leest. Die groene gaat in de cadeaukast.
maandag 1 juni 2009
15 jaar jonger dan Bruce Spingsteen
(- Jemig, 't is de hand van mijn moeder! De kromme duim. En die huid! Geribbeld!- Da's van de scanner, mens, maak je niet dikker dan nodig.
- Is het te zien, de stempel? Vanavond maar niet douchen dan.
- Niemand kan lezen wat er staat. Maak je geen zorgen.
- Zorgen? Het moet toch opvallen dat ook ik dit weekend een evenement bezocht?
- Kom 'ns wat dichterbij?

- Ik kan 't niet lezen, hoor.
- Echt niet?
- Nee, echt niet. 't Zou zo Pinkpop kunnen zijn.
- Echt??
- Staat hier nou Markelo ?
- (...) Ik ben douchen.)
Als dat maar goed gaat
Het zijn eigenlijke teenslippers, maar dan wat hipper. En een stuk duurder, want het goede doel moet gesteund. Maar sympathiek zijn ze, de plakkies. Het is dat mijn tenen geen stukken plastic ertussen verdragen, anders zou ik voor een paar gaan. Het jeugdjournaal ziet nog een ander bezwaar. De plakkies zijn helaas niet in kindermaten te koop.
Waarom de jongste laat horen dat hij een genetische mengeling van humor en taalgevoel is:
"Als dat maar geen floppie wordt."
zondag 31 mei 2009
Overijssel naar Europa
In het kader van de verkiezingen van aanstaande donderdag is het weer hoog tijd de genomineerden bekend te maken voor de nomen est omen bokaal.
Ik nomineer:
In de categorie Wat ben je met de vluchtelingen van plan?
Frans (LDP) en Wim (CDA) van de Camp en Hans Hekstra (CU/SGP)
In de categorie U zorgt toch wel voor een goed landbouwbeleid?
Cornelis (CDA) en Diederik (LDP) Visser, Betty de Boer (VVD), Joost van den Akker (VVD), Marloes Piepers (SP), en Joop Klomp (Solidara)
In de categorie Ambtelijke molens
Agnes, Jan, Vincent, Gerhard en Marlies Mulder (respectievelijk CDA, VVD, SP, D66 en Libertas)
In de categorie Veilig voor het water
Michiel Dijkman (CDA), Diederik van Dijk (CU/SGP) en Rob van Oeveren (Partij voor de Dieren)
In de categorie Je had ook gewoon een vak kunnen leren
Wim Kuiper (CDA), Betty de Boer (VVD), Evert-Jan Brouwer (CU/SGP)
In de categorie Eigen volk eerst
Ans van Zeeland (CDA), Björn van Roozendaal (D66), Floor Vreeswijk (Libertas)
In de categorie Niks geen soft gedoe meer
Ewout Deurwaarder (Groenlinks), Tineke Strik (Groenlinks), Bart Kruitwagen (Newropeans)
In de categorie Zou het wel goed komen met Europa?
Rein van Gisteren (SP), Marcel de Haas (CU/SGP)
Ik nomineer:
In de categorie Wat ben je met de vluchtelingen van plan?
Frans (LDP) en Wim (CDA) van de Camp en Hans Hekstra (CU/SGP)
In de categorie U zorgt toch wel voor een goed landbouwbeleid?
Cornelis (CDA) en Diederik (LDP) Visser, Betty de Boer (VVD), Joost van den Akker (VVD), Marloes Piepers (SP), en Joop Klomp (Solidara)
In de categorie Ambtelijke molens
Agnes, Jan, Vincent, Gerhard en Marlies Mulder (respectievelijk CDA, VVD, SP, D66 en Libertas)
In de categorie Veilig voor het water
Michiel Dijkman (CDA), Diederik van Dijk (CU/SGP) en Rob van Oeveren (Partij voor de Dieren)
In de categorie Je had ook gewoon een vak kunnen leren
Wim Kuiper (CDA), Betty de Boer (VVD), Evert-Jan Brouwer (CU/SGP)
In de categorie Eigen volk eerst
Ans van Zeeland (CDA), Björn van Roozendaal (D66), Floor Vreeswijk (Libertas)
In de categorie Niks geen soft gedoe meer
Ewout Deurwaarder (Groenlinks), Tineke Strik (Groenlinks), Bart Kruitwagen (Newropeans)
In de categorie Zou het wel goed komen met Europa?
Rein van Gisteren (SP), Marcel de Haas (CU/SGP)
vrijdag 29 mei 2009
Pimpen voor beginners
Kom, ik mail je de foto's wel even. Ik hoorde het mezelf zeggen. Mooi dat mijn mailbestand, of dat van haar, de bulk niet aankon. Dan maar even mijn weblog gebruikt. Wil je ook zo'n tas? Koop en pimp lekker je eigen kartonnegie!


zondag 24 mei 2009
Buitenkunst Rondeel
Die keer dat ik mijn laatste beker melk niet dronkHet tafelkleed was geelbruin met rode strepen
De melk kletste in de granieten spoelbak
De weeë geur die ik niet meer zou proeven
Die keer dat ik mijn laatste beker melk niet dronk
Ik voelde dit nooit nooit meer en vulde me met verse lucht
De wind waaide repen vliegengordijn de keuken in
Die keer dat ik mijn laatste beker melk niet dronk
dinsdag 12 mei 2009
Nieuw woord (1)

Traypoolen
Om maar met de excuses in huis te vallen: Neem me niet kwalijk dat het eerste nieuwe woord in deze nieuwe reeks een engels woord is. Dat moet geen gewoonte worden.
De rij voor de afruimband van onze kantine, pardon ons bedrijfsrestaurant, is regelmatig lang en langzaam. Een prima plek om te netwerken, maar dat heb je net al met de collega's gedaan je ook nu nog om je heen hebt. Vanmiddag bood een collega aan te traypoolen. Hij wipte zijn klokhuis over op mijn lege sushibakje, stapelde zijn drinkbeker in mijn lege en schoof het ene dienblad onder het andere. Een aardige aap kwam nog uit zijn mouw: "Loop jij maar door, ik doe het wel."
En weg was ik, de rij langs, twee minuten (minstens!) eerder achter het bureau.
zondag 10 mei 2009
Drie biggetjes
De jeugdherberg heet geen jeugdherberg meer. De herbergvader en -moeder zijn vervangen door hulpvaardige twintigers met ludieke t-shirts en luide muziek. De reclamekaarten zijn gratis en voor een luttel bedrag mag je internetten of pool spelen. De doelgroep lijkt nog min of meer dezelfde: de reiziger op de bonnefooi, die niet vies is van een wat goedkopere overnachting, en die niet opkijkt van een toilet op de gang.Ons hostel heet (in goed Duits) Three little pigs. Een voormalig klooster wordt voor twee nachten ons huis. Een vierpersoons kamer, toe maar! We vallen blijkbaar nog in de doelgroep. Een onderkomen voor jongeren und jung gebliebenen. Dan moet je niet vragen of de muziek wat zachter mag, zodat je de uitleg van de Mr. Fawlty ter stede kunt verstaan.
De lakens zijn helder wit en krakend gesteven. Het sanitair ouderwets spic & span. Toch knaagt een veertig-plus knaagje. Zitten de echte jongeren wel te wachten de gang te delen met lui die de val van de Muur met eigen ogen hebben aanschouwd? Die hen met 'Sie' aanspreken, omdat ze dat zo op school geleerd hebben? Die vouwen in het gezicht hebben, vlak na het opstaan in ieder geval, en die al voor het middernachtelijk uur te bed gaan?
's Nacht rommelt het onder onze kamers. Zijn het de socialisten, waar de jongste zo bang voor is, reden waarom hij niet met z'n hoofd bij de deur wilde liggen? Voor onweer is de lucht te helder. Containers, besluit ik weer inslapend, de vuilcontainers worden aan de weg gezet.
De ochtend brengt de waarheid aan het licht. Een grote groep Duitsers is 's nachts aangekomen. Niet met rugzakken, zoals wij. Met rolkoffers.
(Als ik 20 jaar jonger was geweest had ik de naam van de dichter (is het Pfeifer??) me kunnen herinneren en het gedicht dat ik laatst las. Over iemand die wilde genieten van een oude stad en er voorzichtige voetstappen wilde achterlaten, maar helaas: rolkoffer rolkoffer rolkoffer. Of zoiets, want ik heb het niet onthouden.)
vrijdag 8 mei 2009
Sokken van plezier
donderdag 7 mei 2009
Dat is nog eens tijd doden
De tiende trein in minder dan tien dagen maakt opeens misselijk. De jongste heeft de afvalzak extra gevuld. De oudste houdt de boel binnen door de horizon geen moment met de ogen los te laten. Het eindstation wordt opgelucht bereikt. We zijn in Zagreb.Nog één dagje toerist spelen en dan in de nachttrein naar huis. Voor het eerst deze vakantie voelen we de regen. We zijn een beetje brak en Zagreb op zondag, hmm, het bruist niet echt. We eten wat, maar plannen maken lukt niet. Rondlopen stuit op weerstand. De jeugd wil pretpark of slapen. Beide mogelijkheden zijn niet voorradig en het begrip daarvoor is al helemaal afwezig. Dan oppert een ouder de mogelijkheid van de bioscoop. Da's een idee!
De eerste wordt net verbouwd. De tweede blijkt een filmhuis en voorlopig nog niet open. Naar de derde is het zoeken. We zien ondertussen toch nog het oude centrum. Een modern gebouw met een Engels sprekende medewerker heet ons welkom. We kunnen nog net in de film van half vier vallen. Niet nagesynchroniseerd. In het pikkedonker stommelen we naar rij 11.
In een stoffige pluchen Kroatische zaal komen we alle vier weer tot leven. Na anderhalf uur zijn de gelederen weer gesloten. Zo eensgezind zijn we zelden, en dat buiten we uit. We praten nog lang na. De sfeer blijft uitstekend. Nog 'ns en nog 'ns checken we het bij elkaar. Vond jij ook dat..? Ja. Heb jij ooit ...? Nee.
We blijven het eens. Dit is wel de grootste butfilm die er is.
Lampje
In mij woont een Florence Nightingale. Ze bewoont niet een heel groot deel van mijn hart, hoofd en handen, maar op sommige dagen is ze bijzonder actief. Dan zet ik, over straat lopend, gevallen fietsen overeind. Ik tik op een autoruitje en wijs de bestuurder op zijn centuur die tussen de portier uitpiept. Ik grijp naar een peuter die de stoep afholt, net iets eerder dan de ook alerte moeder. Zoekende mensen wijs ik de weg, nog voor ze wie dan ook een vraag hebben kunnen stellen. Op zulke dagen word ik erg moe van mezelf.Ik zit naast een jong meisje in de trein. Veel sieraden voor een tiener, een schooltas vol boeken, een schrift open en pen in de aanslag. Een geschiedenisboek houdt ze als een zangboek voor zich. Verschil tussen horigen en edelen? Ze schrijft met grote ronde letters. Ik kan in haar boek kijken en zie in drie duidelijke punten de verschillen aangeduid. Maakt ze een samenvatting? Dat kan handiger.
Kon je als horige ooit land verwerven? De ronde letters zijn uitstekend leesbaar. Het boek ook, en dus het antwoord op haar vraag. Vindt ze het echt zo ingewikkeld? Kan ze dan niet beter de antwoorden noteren, in plaats van de vragen?
Florence Nightingale wordt wakker. Zal ik je even overhoren? Het bereikt mijn lippen net niet. Want ondertussen valt een kwartje. De jonge vrouw naast me maakt een overhoring. Ze is een juf.
zondag 19 april 2009
vrijdag 27 maart 2009
Kastje 185
'Ik heb maat 43'.
Inmiddels ben ik het al gewend, de treinconducteurs die commentaar geven op mijn breien. Vorige week nog iemand die geheel verbaasd was over mijn bamboe breinaaldjes (zijn woord: satéprikkers). Ik praat meestal een beetje mee en beloof natuurlijk grif om een paar sokken voor hen te breien.
'Ik zit hier wel vaker, kom over een week maar eens kijken of het af is.'
Gisteren was iets anders. De vrolijke conducteur, een midden vijftiger met rode muts, hippe bril en de nodige oorbellen, kwam met een heel verhalen over onderdelen van het uniform (jawel, de sokken), die niet meer verkrijgaar zijn. Dat hij zweetvoeten heeft en dat ik een bonnetje bij de sokken moet doen, en dat ik dan mijn geld terug krijg. Even later bracht hij zijn werkadres.
'Heeft u ook nog een naam?'
'Kastje 185.'
Zijn collega noemde hem Tom. Zelf zei hij meestal sukkel genoemd te worden. Toen vond ik dat de humor lang genoeg aan hem had gekleefd en deed ik zelf maar een duit in het zakje.
'Een sukkel? Dat ben ik, als ik straks met twee linkersokken aan kom zetten.'
Hij was even stil, en vroeg verbaasd:
'Maakt dat uit dan?'
Vanmorgen heb ik donkerblauw breigaren gekocht.
maandag 23 maart 2009
De wereld van de fictie
Soms zijn er momenten dat de waarheid ondanks alles de beste is. Zo bestaat er in de wereld van de betaalde arbeid naast het reguliere verlof de mogelijkheid geoorloofd afwezig te zijn als gevolg van bevallen, grote mantelzorgen, verhuizen, studie, divers lief&leed, pappa-/mammadagen en soorten bijzonder verlof waar ik nog niet op gestuit ben. Tel daar nog de arbeidsduurverkorting en de hier en daar gebezigde compensatieuren op, en het zou toch niet nodig hoeven zijn vaker bij het betaalde werk weg te blijven.
Behalve een dag als vandaag. Die vraagt om recht voor z’n raap.
“Zeg, ik kom vandaag niet.”
“Scheelt er aan?”
“Ik heb een goed boek.”
vrijdag 20 maart 2009
Steeds asocialer
In de week dat Sire een campagne start die ons erop opmerkzaam moet maken dat we met z'n allen steeds asocialer worden, overkwam me het volgende. Ik ben er de hele dag naar van geweest. Vooral omdat ik vermoed dat de mijnheer in de blauwe jas meende in de geest van de campagne te handelen.
Een volle trein nadert station Utrecht. Een achttal mensen dat het laatste kwartier op het balkon heeft moeten doorbrengen maakt zich klaar om uit te stappen. Een magere veertiger, in een blauwe gewatteerde jas wijst naar een krant op de vloer.
'Je laat wat achter, joh.'
Hij richt zich tot een bleke slungel van een jaar of achttien, met de dopjes van zijn I-pod stevig in zijn oren.
De veertiger knipt met zijn vingers vlak voor het gezicht van de jongeman.
'Hé, die krant! Je gooit 'm zo achter je neer.'
De jongen haalt vriendelijk kijkend een dopje uit zijn oor.
'Doe je dat thuis ook, zo je rommel achter je aan laten slingeren?'
De jongen snapt nu zo te zien dat het om de krant gaat. De trein remt. We waggelen wat op onze benen.
De jongen antwoordt, naar ik vermoed naar waarheid.
'Uh ... ja'.
(Het verhaal had nog alle kanten op kunnen gaan. Menig schrijver ziet voer voor menig plot. De waarheid is altijd bizarder dan het meest extreme verhaal, zegt mijn schrijfjuf.)
De trein is tot stilstand gekomen. De deuren zijn open. De veertiger beweegt zich achter de jongeman naar buiten. Tegen zijn achterhoofd geeft hij zijn laatste feedback.
'Dan wordt het tijd dat jij een nekschot krijgt.'
Een volle trein nadert station Utrecht. Een achttal mensen dat het laatste kwartier op het balkon heeft moeten doorbrengen maakt zich klaar om uit te stappen. Een magere veertiger, in een blauwe gewatteerde jas wijst naar een krant op de vloer.
'Je laat wat achter, joh.'
Hij richt zich tot een bleke slungel van een jaar of achttien, met de dopjes van zijn I-pod stevig in zijn oren.
De veertiger knipt met zijn vingers vlak voor het gezicht van de jongeman.
'Hé, die krant! Je gooit 'm zo achter je neer.'
De jongen haalt vriendelijk kijkend een dopje uit zijn oor.
'Doe je dat thuis ook, zo je rommel achter je aan laten slingeren?'
De jongen snapt nu zo te zien dat het om de krant gaat. De trein remt. We waggelen wat op onze benen.
De jongen antwoordt, naar ik vermoed naar waarheid.
'Uh ... ja'.
(Het verhaal had nog alle kanten op kunnen gaan. Menig schrijver ziet voer voor menig plot. De waarheid is altijd bizarder dan het meest extreme verhaal, zegt mijn schrijfjuf.)
De trein is tot stilstand gekomen. De deuren zijn open. De veertiger beweegt zich achter de jongeman naar buiten. Tegen zijn achterhoofd geeft hij zijn laatste feedback.
'Dan wordt het tijd dat jij een nekschot krijgt.'
donderdag 19 maart 2009
Steekje los
Een digibeet zou ik mezelf niet willen noemen. Toch heb ik op het gebied van e-commerce nog wel wat te leren, getuige onderstaande acties.
A. Een Amerikaans breitijdschrift heeft precies dat patroon dat ik NU wil gaan breien. Online bestellen kan helaas niet omdat ik buiten de USA en Canada woon. Flauw zeg. Troostvoer moet worden gezocht. Nog wel even gemaild naar de firma: waarom mag ik jullie product niet in Europa krijgen?
B. Een Nederlandse breiwinkel online. Een knot dikke breiwol met 3 mm bamboenaaldjes wil ik ook wel. Prima troostvoer. Klikkerdeklik. De bevestigingsmail komt binnen. Zodra u het geld overgemaakt heeft, krijgt u de bestelling. Hmm, toch wel duur voor één bol en vijf naaldjes. Weet je wat? Ik maak niks over, dan sturen ze me ook niks. De behoefte aan troostvoer mag elders gevonden.
C. Een Britse boekwinkel online. Prachtige sokkenpatronen voor een koopje in een glossy boek. Ik val ook voor een tikje duur maar nog mooier boek met nog mooiere patronen. Klikkerdeklik. On its way. So far so good.
D. Dan krijg ik een mail van de Nederlandse breiwinkel. Wij zagen uw bestelling, maar wij kunnen niet zien of u al betaald heeft. In goed vertrouwen hebben wij het vandaag naar u op de post gedaan. O jee. Nou, betalen dan maar. Met zo’n doosje terug naar het postkantoor is ook zo’n gedoe.
E. Dan een mail uit de VS over het breitijdschrift. We maken graag voor u een uitzondering. Kom maar op met je gegevens, en wij sturen het graag naar je toe. Vandaag nog! Wat een vriendelijkheid, wie kan dat weigeren?
De dikke knot wol is inmiddels binnen. De boeken verwacht ik morgen; het tijdschrift volgende week.
A. Een Amerikaans breitijdschrift heeft precies dat patroon dat ik NU wil gaan breien. Online bestellen kan helaas niet omdat ik buiten de USA en Canada woon. Flauw zeg. Troostvoer moet worden gezocht. Nog wel even gemaild naar de firma: waarom mag ik jullie product niet in Europa krijgen?
B. Een Nederlandse breiwinkel online. Een knot dikke breiwol met 3 mm bamboenaaldjes wil ik ook wel. Prima troostvoer. Klikkerdeklik. De bevestigingsmail komt binnen. Zodra u het geld overgemaakt heeft, krijgt u de bestelling. Hmm, toch wel duur voor één bol en vijf naaldjes. Weet je wat? Ik maak niks over, dan sturen ze me ook niks. De behoefte aan troostvoer mag elders gevonden.
C. Een Britse boekwinkel online. Prachtige sokkenpatronen voor een koopje in een glossy boek. Ik val ook voor een tikje duur maar nog mooier boek met nog mooiere patronen. Klikkerdeklik. On its way. So far so good.
D. Dan krijg ik een mail van de Nederlandse breiwinkel. Wij zagen uw bestelling, maar wij kunnen niet zien of u al betaald heeft. In goed vertrouwen hebben wij het vandaag naar u op de post gedaan. O jee. Nou, betalen dan maar. Met zo’n doosje terug naar het postkantoor is ook zo’n gedoe.
E. Dan een mail uit de VS over het breitijdschrift. We maken graag voor u een uitzondering. Kom maar op met je gegevens, en wij sturen het graag naar je toe. Vandaag nog! Wat een vriendelijkheid, wie kan dat weigeren?
De dikke knot wol is inmiddels binnen. De boeken verwacht ik morgen; het tijdschrift volgende week.
Abonneren op:
Posts (Atom)


