maandag 30 juni 2008

fliep floep flieder fladdert *

Van de discussie over 'het lastige combineren van arbeid en zorg' houd ik me afzijdig. Het ontaardt vaak in gemopper over nukkige bazen of regelgeile kinderdagverblijven. Bovendien zoekt de drukbelaste vrouw zelden of nooit de oplossing bij zichzelf. Of bij een hulpvaardige man. Ik heb niks te klagen met een topkerel, twee gezonde en ook nog uitermatige plezierige kinderen en een baan op wieltjes voor maar vier dagen per week.
Maar er zijn van die momenten dat ik de dames begrijp. De tweede helft van december en de laatste weken voor de zomervakantie met name. Geen avond, geen zaterdag, geen zondag is onbezet. Er moeten alvast en alsnog verjaardagen worden gevierd, er zijn proefwerken en rapporten, voorstellingen met publiek, clubkampioenschappen, laatste gitaar- en schrijflessen, er is een ballontocht die voor de derde keer niet doorgaat, er moeten boeken teruggebracht (voeg het formulier in de breedte gevouwen in het voorste boek!) en besteld, muzieklessen verlengd en is de gasfles nog vol genoeg voor een week kamperen en hebben we nog een heel grondzeil?
Het zijn van die weken dat ik het liefst een engel zou zijn. Liefdevol geef ik, eindeloos, elke waar hij of zij behoefte aan heeft. Ik ben precies daar waar ik nodig ben. Alle gymkleren glijden schimmelloos de wasmachine weer uit, we komen feestelijk gekleed met prettig gewenste cadeaus op de bruiloften/kinderfeestje/kerstdiners/zomerfuiven, en verder fladder ik weer. Ik heb honger noch dorst, laat staan eigen wensen over hoe ik de dag wil of moet besteden. Niks opofferen of wegcijferen: één en al engel ben ik. Ik houd zelfs de dagelijkse poets- en was- en strijk- en stof- en opruimbeurten bij. Het zoekgeraakte adres van de hoera weer gevonden vriendin diep ik moeiteloos op en de administratie verdeelt zich in vijf overzichtelijke mappen.

('t Is verder natuurlijk een tamelijk saai bestaan. Na een paar dagen is het nieuwtje van dat vliegen er wel af. En de zin in eten, fietsen, drinken, vrijen zal toch niet voorgoed verdwijnen. Dus het mag bij vier weken per jaar blijven. Dan zal ik echt nooit meer klagen.)

* uit 'Pipijn is 1002'. Tekst: Harrie Geelen

donderdag 26 juni 2008

Als je uil een valk is

Natuurlijk, zijn klasgenootje met afrikaanse roots en hoofddoek mét rapperspetje was ontroerend. En de vrouw naast me glunderde toen haar lange dochter een klasgenoot in het spel te lijf ging, met háár handtas. Dat snap ik best. En de ouders van de kinderen die tegen de achterwand aangeplakt, net uit de maat en als een soort echo van de vooraanstaanders, toch ook een dansje deden: die ouders waren ook trots.
Mag.
Moet.

Ooit presenteerde ik, bepruikt en in roze jurk, professioneel opgemaakt door een tenor, de bonte avond van het USKO. Ik zette een Mies Bouman over the top neer. De volgende ochtend had men het er nog over. "Vond je haar niet fantastisch", vroeg een violist. En de mee-ontbijtende bas begreep niet waarom ik niet enthousiast was.
"Maar ik was het zelf." Ik viel ik weer in mijn dagelijkse rol terug. De ultieme verbazing op hun gezichten was even vleiend als beledigend.

Mijn zoon werd niet door iedereen herkend. Het kon hem niet deren. Hij straalde. De juf vertelde dat ze in de coulissen vol in het gezicht werd getroffen door een pump die met allure uitgeschopt werd. En toen hij de basgitaar omhing was het plaatje af.
"Best mooie benen", oordeelde zijn broer.
Ik omhelsde mijn held(in) met de langst mogelijke armen.
"Hij lijkt op jou", zei de vader van een vriendje.

maandag 23 juni 2008

Niet verstuurde brief (4)


Lieve majesteit,

Ik geloof niet in u, maar ik wil u toch waarschuwen. U bent een vlag op een modderschuit. Nee, omgekeerd, sorry. U bent boedha in een moskee, Ronald McDonald bij de groenteboer, Marco van Basten in Wenen. Dit behoeft uitleg.
Jan Peter vertelt u elke week van de hoogtepunten van zijn kabinet, dat is bekend. Hij zal dus verteld hebben dat Hij van VenW een nieuw ambtelijk onderkomen heeft geopend. Dat was me een feest! De kraan stond open, we riepen aloha zonder lambada en we kregen nieuwe vlaggen. Vlaggen met het nieuwe rijksoverheidslogo. Een nieuw, degelijk, ouderwets soort logo. Maar wel voor alle rijksdiensten éénzelfde. Dat brengt de burgers dichter bij ons ambtenaren. En via ons nader tot u. Het zij u gegund.
Er zijn leuke plaatjes van u gemaakt. Die met die rode hoed en die vlaggestrepen, bijvoorbeeld, die vind ik persoonlijk erg fraai. In de raadzaal van de gemeente Nieuwegein heb ik jaren geprobeerd het moois van u af te kijken, maar dat is me niet gelukt. U bleef prachtig. Zo had ik u graag in ons gebouw gezien. Krachtig, en een tikje schalks.
In Utrecht is een fout gemaakt. U hangt te hoog, in een dynamische, transparante omgeving in een zware lijst aan een te smalle pilaar in een soepjurk. Anton Corbijn zit hier achter. Hij maakte althans de foto. Majesteit, vertel JP de MP dat u zo niet gezien wilt worden in ons Ensemble. Niet zo degelijk, niet zo ouderwets.
U die gestippeld op de postzegel, en in vegen van olie op doek staat, red ons!
Uw nederige dienaar,

vrijdag 20 juni 2008

Sabbatical 2009

Januari en februari: AH to Go
Klantgericht, vriendelijk en snel, ik kan het allemaal zijn. Uren lang op de benen staan lijkt lastiger, en ook de verhouding met de besnorde filiaalcheffin maakt vooraf bezorgd. Maar een topervaring zal het zijn!

Maart en april: De echte AH, achter de kassa.
Nee, niet bij het brood, zéker niet bij de worst, en al helemaal niet dweilen. Zitten en piepen. Net te kort om geveld te worden door een RSI-schouder. Spaart u koopzegels?

Mei en juni: Man van Vriendin is coach en zoekt een maatje. Groepsprocessen, overzicht en goede sfeer, that's me! Ik schrijf tientallen flappen vol, schuif eindeloos met tafels en raak steeds meer stiften kwijt. Nu al zes maanden met hoofdpijn naar bed.

Juli en augustus: gehuld in oranje, met tas op wielen. Ik ben postbode. De honden vallen mee, de vriendelijke gezichten ook. Ik ben nu wel heel veel alleen. Maar de slechte zomer waar ik me moedig doorheen waad is troostrijk. I-pod en Vaccia-oefeningen: mijn stem is weer helemaal top.

September en oktober: de helpdesk van Ziggo is nog steeds dringend op zoek naar mensen. De neiging om de backoffice te reorganiseren weet ik te onderdrukken. Na een maand wordt het tijd de vakantie van dit jaar op te nemen.

November en december: zij-instromer in het onderwijs. Zo dankbaar. Ik wapen me tegen schrapende stoelen en op te halen neuzen. Ik ben streng, humorvol en rechtvaardig. Voldoendes maken populair. Huiswerk opgeven na de bel niet. Welk vak ik eigenlijk geef weet ik na twee maanden nog niet.

Het jaar 2010 begin ik gelouterd en opgeladen. Ik kan er weer helemaal tegenaan!

maandag 16 juni 2008

Junkske

Ik heb een lofdicht geschreven op ons nieuwe ambtelijk onderkomen. In sonnetvorm. In een vlaag van ijdelheid heb ik het gemaild naar de speech-schrijver van onze minister. Tijdens de officiële opening word ik op het podium genodigd. Da's flink schrikken, eens te meer omdat ik in Rotterdam in vergadering ben. Toch sta ik even later in Utrecht naast Camiel achter het spreekgestoelte. Ik mag mijn eigen werk voorlezen.
Daar stuurt de stuurman markt in 't bos
Meer kan ik me niet herinneren, maar blijkbaar kloppen de overige 13 regels ook, want ik krijg enthousiast applaus. Ik wil ongezien wegsluipen, maar dat zint onze minister niet. Hij blijft gezellig babbelen en me bestrooien met complimenten. Nog nooit wilde ik ergens zo graag weg, maar alles is hier van glas en ik weet niet waarheen te vluchten.
Dan vraagt hij of ik mee wil, met hem. Hij heeft kaartjes voor de wedstrijd Nederland-Bern. Mee, met hem? Dat wil ik niet. Naar Nederland-Bern wil ik wel. Dat laatste zeg ik hardop.

Op de tribune staan nog meer kabinetsleden en Erica Terpstra herkent me en drukt me hartelijk aan haar zachte boezem.
'Ben je met Camiel?'
Ik knik voorzichtig.
'Ach, 't junkske toch', zucht Erica.
Ik ben vergeten wat ik van onze directeur ook alweer allemaal tegen de excellentie moest zeggen. Oei, nu komt hij wel heel dichtbij. Ik krom mijn rug en wend mijn gezicht af. Juist dan zwaait de camera ongenaakbaar mijn kant op.

dinsdag 10 juni 2008

Dov’è la Vittoria?

(Ik mag veel voetbalkijkers rekenen onder mijn vaste lezers. Dat concludeer ik althans uit het scherp dalend aantal bezoekers sinds de start van het Europees Kampioenschap voetbal. Waarom ik gisteravond wakker lag zal dan ook de lezers die me trouw blijven (fijn!) niet interesseren. Vergeef me, mijn creatieve geest reist beperkt dezer dagen.)

Op 2 juli 2000 zat ik in de Arena van Verona. Het was die dag bloedheet geweest. Het congres over verslavingszorg waaraan ik deelnam was chaotisch en ging gepaard met veel eten en, jawel, ook met veel drinken. Want alcohol was verslavingsvrij, volgens de dagvoorzitter (die dagvoorzitter was omdat hij een drugskliniek sponsorde, maar dat is weer een heel ander verhaal). Volkomen onterecht was Nederland niet doorgedrongen tot de finale van het toen heersende EK. Mij kwam het wel goed uit; ik had om meer dan alleen deze trip naar Italië mijn aandacht voor andere zaken nodig.

Kaartjes voor een voorstelling in de Opera-Walhalla moet je lang van tevoren bestellen. Slechts weinigen zullen afgewogen hebben of ze op deze avond niet liever de finale van het EK hadden gezien. Maar het dubbelde wel, en nog wel met Italië in de finale. Naast mij zat een stel met een kind van een jaar of acht. Buiten het zicht van zijn moeder om kreeg hij een klein radiootje van zijn vader in het oor gepropt. Om beurten luisterden vader en zoon een paar minuten naar wat er in De Kuip gebeurde, terwijl duizenden anderen (deden alsof ze) zich vergaapten aan Aïda.

Het tumult buiten de arena kwam bij vlagen binnenwaaien. Het was nog nét niet hinderlijk. Het werd spannender en spannender, op het podium en op de tribune. Het Italiaanse doelpunt werd gevierd met heel veel kaarsjes en aanstekers. Vlak voor tijd scoorde Frankrijk. Een paar tientallen kaarsjes flakkerden op. Dat betekende verlengen en wachten op de golden goal. Op het toneel waren de gladiotoren al in triomf binnen gehaald. Het jongetje hengelde naar het oortje dat zijn vader steeds langer bij zich hield.
‘Franca è campione’, fluisterde de vader even later zuchtend. Het jongetje ging huilen. Ik wisselde een vertederde glimlach met de vader.

Hij moet nu een jaar of zestien zijn. Hij droeg wellicht een rood-wit-groene narrenhoed. De schminck op zijn gezicht verdroeg zich slecht met hangende mondhoeken. Deed hij wel voorzichtig toen hij op zijn scootertje naar huis scheurde? Hij was altijd een fan van Marco van Basten. Zou zijn vader hem nog kunnen troosten?

zondag 8 juni 2008

3 eetlepels Richteren 4 vers 19

Rond 1980 zat ik in de redactie van de schoolkrant. We zullen stukjes hebben geschreven, anderen tot pennevruchten hebben verleid of gedwongen, en vast veel hebben vergaderd. Ik herinner me vooral het urenlange stencillen en één incident.
Ik had een Concordantie voor mijn verjaardag gekregen. Een soort trefwoordenregister van de bijbel, waar ik al uren plezier mee had gehad. Zo had ik een recept voor een cake gemaakt, waarin niet obligaat 200 gram boter en 3 eieren moesten werden gebruikt. De ingrediënten waren te vinden door de heilige schrift erbij te nemen. Dan werd het bijvoorbeeld 200 gram Richteren 5:25 en 3 maal Jeremia 17:11. Ik vond het reuze geestig en de redactie ging akkoord met plaatsing.

In de kerstvakantie waren wij in de lege school druk bezig met 1.500 nieuwjaarsnummers. De concierge kwam vragen of wij even bij de rector wilden komen. Dat was nieuw. Ik was nog nooit in de enorme zaal geweest waarin hij kantoor hield. Mijn recept bleek het onderwerp van gesprek te zijn.
'De Bijbel is een heilig boek. Er zijn mensen die er aanstoot aan nemen als stukken tekst worden misbruikt. Blasfemie noemen ze dat.'
Hij keek me vriendelijk aan boven zijn halve bril, er helemaal van overtuigd dat ik al had besloten het recept niet te plaatsen. Ik zweeg, zoals ik in die jaren meestal zweeg als ik op onrecht stuitte. Te kwaad voor woorden. Dat aanstoot nemen, dat zou best. Daar kon ik me niet zo over opwinden. Dan zocht de familie met de vlechten maar een andere school. Veel erger vond ik dat hij mijn recept onder ogen had gekregen nog voor dat de dummy klaar was. Niemand wist wat wij gingen plaatsen, behalve een zacht Jeremia 17:11 van een maatschappijleerleraar die alles best vond. Iemand had in onze papieren gerommeld!
Briesend van woede kwam ik thuis. Mijn moeder, van wie ik geleerd heb dat veel in der minne geschikt kan worden, suggereerde me de bewuste cake te bakken en er de volgende dag nog eens rustig met de rector over te praten. Ik oefende een speech die eindigde in een deemoedig verlies van de rector.

De rector was in gesprek toen ik de cake kwam aanbieden.
'Zo. Kom je vurige kolen op mijn hoofd stapelen?'
Hij zei het niet eens onvriendelijk, maar het was totaal de voorzet niet die ik nodig had om mijn speech af te steken. Maar met mijn geheugen was nog niets mis. En ook de spreekworden had ik de afgelopen weken uit de Concordantie gevist.
'U citeert uit het boek Spreuken. Er zijn mensen die aanstoot nemen aan dergelijke vormen van blasfemie.'
Het recept kwam in de schoolkrant. Van enig tumult erover is mij niets gemeld; de rector heb ik nooit meer gesproken.

vrijdag 6 juni 2008

Wees niet zo dom als ik


Iedereen heeft recht op eigen fouten. Maar er zijn van die tips ... ik wilde dat ik ze wat eerder had gekregen.

Draai geen flesje vruchtensap open in een huurauto. Zeker niet als dat flesje al 48 in de auto bewaard werd. En helemaal niet terwijl je rijdt.

Zet je tent niet op een mierenhoop. Ook niet als het de laatste plek is op een bomvolle camping in Boedapest en je denkt dat iedereen dit plekje links had laten liggen omdat het op een helling van 15 graden ligt.

Ga geen weddenschap aan als je dronken bent. Vooral de combinatie rijksdaalder, net iets te weinig ruimte tussen je voortanden, ziekenhuis op drie kilometer afstand, en minus 10 graden is hierbij onaangenaam.

Denk niet dat de flatdeur die achter je dicht sloeg alleen een harde knal veroorzaakte, en til het glas uit je voet voor je naar de lift loopt.

Ga niet met iemand mee naar huis die je eigenlijk vanaf het begin al een beetje griezelig vond.

Snijd geen rotonde scherp aan op weg naar het kinderdagverblijf met een kind voorop en een kind achterop. Het kan geijzeld hebben.

Denk daarna niet: ik ben alleen thuis, ik zet voor dat wekadvies wel de wekker.

Gebruik het bijgeleverde badmutsje bij de thuisset coupe soleil en smeer de emulsie niet op je hoofd.

Ga daarna gewoon naar de dokter én de kapper en wacht niet tot de blaren en het gele stro vanzelf over gaan.

Hecht geen waarde aan uitspraken 'hij doet niks' of 'dat doet hij anders nooit'.

(met dank aan Elsje)
(foto: Boedapest, 1984, twee maanden na de coupe soleil)

woensdag 4 juni 2008

Aagje leest mee (6)

Ze kan nog net in de dubbeldekker richting Groningen springen. Op het balkon staat in dit type trein een ziteiland voor vier comfort zoekende reizigers. Aagje vindt een plekje tegenover twee mannen. De man tegenover haar zou een vrouw kunnen zijn. Aagje stelt zich voor dat hij zijn snor afscheert en een pruik over zijn kale hoofd trekt. De tattoo op zijn linkerarm zou hij moeten bedekken. Aagje heeft nog nooit een vrouw met een enorm vervaagd hart zien lopen. En die vijf puntjes op zijn hand? Duiden die op een bajesverleden? Misschien toch net iets te weinig vrouw. Ook de uitpuilende buik onder het ruitjesoverhemd en het blikje cola in de borstzak leiden af. Hij heeft in ieder geval een mooie mond met zachte volle lippen.
Aagje ziet hij hoe een rapport in A4 formaat, met goedkope witte ringband, aanstaart. Parkeerhandhaving communicatie kan Aagje ondersteboven ontcijferen. In het Nederlands is dat één woord, denkt kritisch Aagje onmiddellijk. De man kijkt wat mistroostig. Het rapport is in de breedte dubbelgevouwen geweest, alsof het in de achterzak van zijn grote spijkerbroek heeft gezeten. Hij vouwt dubbel, en weer open, leest nogmaals de voorkant, knijpt zijn lippen op elkaar en staart naar buiten.

De slanke man naast hem, schuin tegenover Aagje, draagt een zwartgrijs pak wat volgens Aagje, die hier totaal geen verstand van heeft, wel eens van een duur modehuis zou kunnen komen. Het stijfgestreken overhemd heeft dezelfde kleur als zijn ogen. Om zijn rechterpols zit een gevlochten, zilveren sieraad. Zijn haar is met zorg gecoiffeerd met veel aandacht voor de bakkenbaarden. Een Italiaan, besluit Aagje. Een Italiaan die Engels leest. Wat aan de twee veters om zijn hals hangt, kan ze niet zien zonder vrijpostig te worden. De veters zijn vast van echt leer en tussen zijn bossen borsthaar lijkt iets van jade te schemeren.

Op een klapstoel aan de ander kant van het pad zit een jonge vrouw met een broodje en een MP3-speler. Ze ziet Aagje schrijven en ze ziet de twee mannen. Ze glimlacht naar Aagje.

dinsdag 3 juni 2008

Oma's finale

Tot mijn laatste snik zal ik volhouden dat ik op 25 juni 1988 de stad trilde, en dat ik – net zoals in een stripverhaal – opgegooide bolhoedjes boven Utrecht zag zweven. En toen was het nog maar 1-0. Ons vertrouwen was bij voorbaat enorm en werd niet beschaamd. Het oude huisje onder de watertoren aan de overkant van de Jutfaseweg was nauwelijks bestand tegen het enthousiasme. Naar buiten moesten we!

Na de wedstrijd toog ik lopend naar het station. Al dagen ervoor had ik met mijn moeder afgesproken samen bij haar steeds zieker wordende moeder te waken. Of ik mijn moeder of mijn oma terzijde moest staan, kan ik me niet meer goed herinneren. Pyjama, boek en tandenborstel zaten in mijn keurige werkkoffertje. Het Wed was bedolven onder de oranje feestvierders. Ik kwam er alleen doorheen door in te haken, een rondje met een vriend of kersverse kennis rond te draaien en weer los te laten als de neus richting Zadelstraat stond.

Ik streel oma’s dunne, beverige hand. Ze informeert naar de herrie die haar donkere kamer binnen komt. Zo, waren we kampioen geworden? Zij die tot voor kort midden in het leven stond, verbaast me met haar volgende vraag:
‘Deed Feijenoord ook mee?’
Moet ik haar nu uitleggen dat een Europees Kampioenschap iets anders is dan de UEFA-cup? Aarzelend noem ik de namen van de Feijenoorders in de selectie.
Het blijft een tijdje stil in de kamer. Oma trekt haar hand tussen mijn strelende vingers vandaan. Buiten gaat het toeteren door.
‘Natuurlijk deed Feijenoord niet mee!’ zegt ze opeens, zachtjes. En dan fel, de ogen naar het plafond, maar overduidelijk voor mij bedoeld:
‘Wil je het wel zeggen als ik domme dingen begin te vragen?!’

zaterdag 31 mei 2008

De prullenbak kan altijd nog

Ik heb je in de bibliotheek niet kunnen vinden. 't Was er ongemeen rustig. Werk je er misschien? Door het nieuwe uitleensysteem heb ik er geen mensen meer nodig. De computer laat me alle titels zien die interessant zijn, maar niet in deze collectie opgenomen. En dat ene boek piept zich zonder menselijke inmenging tot mijn tijdelijk eigendom.
Toch ook nog maar langs de boekhandel. Mijn zoon wil geen spekkies of duizendschoon, maar een boek, als beloning voor 4x11 km lopen. Heb jij ook zulke kinderen? Ik kwam de winkel uit met het Waanzinnig om te weten-deeltje over regenwouden. Jou zag ik niet.
Er stonden wel 50 mensen, verdeeld over de Brink, te kijken naar de kermis in opbouw. Er ronkten wat generatoren, maar verder leken de kermislui klaar voor deze dag. Maar de kijkers waren er al. Vooral jongeren, per twee op een scooter of een wankele fiets. En middelbare mannen, veel middelbare mannen. De kermis werkt als een magneet voor hen. Zoals een kettingbotsing, een schoorsteenbrand of een flinke vechtpartij hen aantrekt. Ik zat op een terras en stal een half uurtje eigen tijd met een spa rood. Zag ik jou over het hoofd?
Toen de aankomst der gladiatoren. Ik was te vroeg, zoals ik overal te vroeg ben, en kon nog zitten op de stenen leuning van de brug, op de hoek van de Emmastraat. Eerst kwamen de rolstoelers, maar die waren allemaal oud, en de duwers vrouwen. We keken natuurlijk ook niet naar elkaar, maar met ogen vol voorprettrots naar onze bloedjes die nog kilometers van ons verwijderd waren.
Ach natuurlijk! Je zat in zo'n pak van één van de fanfarekorpsen. En dan ook nog de mond van een tuba voor je snor. Je zou het me eens makkelijk maken je te vinden.
Ik overwoog jouw foto terug te leggen op de plek waar ik hem gevonden had. Het tweelingbroertje lag er nog, daar bij de automaat van de parkeergarage. Zijn ze uit de portemonnee van je vrouw gedwarreld? Of had je twee pasfoto's nodig voor een paspoort en verloor je per ongeluk expres de overige twee?
Je bent de monteur van de automaat? De groenteboer van de Rielerweg? Vader van een tafeltenniser bij Swift?
Hoe kijk je als ik je vind en deze foto tevoorschijn haal?

woensdag 28 mei 2008

Twee maal Haarlem en één keer Utrecht

U wist niet dat buschauffeurs een gevaar op de weg zijn? Werkelijk ongelooflijk hoe ze hun grote bakken invoegen. Geen respect. Echt niet. Alsof zij de enige zijn die ergens op tijd moeten zijn.
Gebroken diensten? Laat me niet lachen. Voor dat salaris mogen ze echt niet klagen. €1500 per maand. Of het niks is. Voor een beetje zitten en een baas die voor je zorgt.
En die automobilisten die zich opstellen op de rechterstrook, voor een stoplicht? Kent u die? Die dus niet het linkervak kiezen, nee, kent u die lui die altijd rechts gaan staan? Die hebben gewoon teveel tijd! Dat zie je toch zo, die lui hebben niks te doen.
En denk maar niet dat als het een keer een beetje lekker rustig op de weg kan zijn, omdat die pleurisbussen staken, dat je dan door kunt rijden. Nee, hoor, dan nemen we allemaal de auto mee de stad in. En we kennen de weg niet, hè! En natuurlijk is de boel opgebroken en is het hier elke ochtend bal.
Of er ook mensen zijn die gewin halen uit de acties van de streekvervoerders? Ja, ammehoela, heeft u wel eens diensten gedraaid van 12 uur zonder te pissen en een happie te doen?

Dat wist u allemaal niet?? Dan zou ik toch eens wat vaker met een taxichauffeur praten.

zondag 25 mei 2008

Trots op Fanny

Ik probeerde me voor te stellen hoe het zou zijn als je, zeg al 15 jaar, niet meer in je eigen land woont. Uit vrije keus of uit noodzaak. En dat er dan in je nieuwe land een erwtensoepfestijn wordt gehouden, of een schaatswedstrijd. Zou ik dan gaan, met een vlag om mijn schouders en blij schreeuwen en de hele dag lachen? Ik sluit het niet uit.

Sinds juli 2000 had ik niet meer zo lang in de zon gezeten. Elk half uur factor 30 heeft de schade beperkt gehouden. Verder was alles perfect. Alles? Ja, alles. De athleten en hun prestaties waren weergaloos, de mensen voor naast en achter ons spraken vrolijk, het zicht op kogelstoten en -slingeren en alle loopnummers was uitstekend. Ook het polsstokhoogspringen was goed te volgen. De stadionspeaker was niet te luid en to the point, het gezelschap meer dan te pruimen, de kersen werden in puntzakken verkocht. Naast ons kwam een discuswerper zitten, de jongste ving een bos bloemen van een verse blijde winnaar. De wave kwam pas helemaal op het eind.

En dan de Ethiopiërs. Ze waren er in groten getale. Natuurlijk om hun sterren aan te moedigen. Lachend, dansend. Onvermoeibaar met hun warme vlag, waar ons roodwitblauw maar kil bij afsteekt.

Geef me nog zo'n dag en ik overweeg serieus om te gaan sporten.

vrijdag 23 mei 2008

Aagje leest mee (5)


De vrouw op leeftijd met indrukwekkend getoupeerd grijs haar heeft hulp nodig bij het instappen. Het rugzakje, het tasje onder haar arm en een hond, dat zou al oppassen geblazen zijn. De duitse intercitytreinen hebben een listige instap. Maar daarbij heeft ze ook nog een Brompton vouwfiets en een derde tas bij zich. Wat ook niet helpt is het enorme stuk boomschors dat uit haar rugzak steekt. Aagje herkent in haar een notoire inspreekster uit haar dorpje, en glimlacht toch om het tafereel. De trein glijdt het station uit. Zou ze gaan lezen, de pronte grijze hondenliefhebster?
Even later komt Aagjes trein. Ze heeft er zin in en vlijt zich naast een man met laptop. Hij zou een zoon van Woody Allen kunnen zijn. Een tikje beter gehumeurd en gelukkig iets beter verzorgd. Zijn blouse duidt op een creatief beroep. Hoe bedrieglijk!
Met het stokje van zijn electronische agenda als een sigaret tussen zijn vingers bladert hij lusteloos in de vele mails over iets met geïndiceerde cliënten in de gezondheidszorg. Aagje denkt al snel te begrijpen dat hij iets ingewikkelds doet met het omzetten van gegevens van het ene in het andere computersysteem. Daarbij is het belangrijk om rekening te houden met verwerking van uitval uit het eigen proces, zo weet Aagje nu ook.
Ah! Hij gaat tijdschrijven. Dat vraagt veel raadplegen van de agenda. Een half uur lang lijkt hij zijn vorige week bij elkaar te verzinnen. Aagje is het spoor weer bijster. Hij is toch de baas? Dat ziet ze aan de vele instructies die hij per mail eerder heeft verstuurd. Het is van het grootste belang dat we hier nu de hoogste prioriteit aan geven. Dat soort teksten.
Piet, laten we hem Piet noemen, wat de vaste lezer van Aagjes avonturen terecht doet vermoeden dat de man Peter, Hans of Jan heet, is op weg naar Den Haag. De hele dag is hij op bezoek bij wat Aagje inmiddels vermoedt dat een hele grote klant is. Tussen de middag heeft hij tijd om te lunchen, met Tineke. Aan het strand, verzint Aagje er bij. Piet zelf lijkt haar geen bruisende ideeënman. Ondanks de blouse.

woensdag 21 mei 2008

Zintuigelijke ketening


Ik neem een stokje over dat mij niet eens is toegeworpen. Surfend kwam ik op deze golf, en probeer jezelf dan nog maar eens tegen te houden.

De top 3 van mijn neus
3. Chanel Allure
2. Goeie hasj. Sinds 15 jaar, 3 maanden minus één dag mag ieder ander het roken, maar de lucht vind ik nog steeds onweerstaanbaar.
1. De geur van een eigen pasgeboren baby; het heeft me opgezadeld met een levenslange kinderwens.

De top 3 van mijn smaakpapillen
Ik lust geen melk en ben niet dol op verse sinaasappelen. Maar verder? Alles en alles en alles lust ik. 't Is echt een feest om mij aan tafel te hebben ;-) Het zou te flauw zijn om de top drie vis, zetmeel en kaas te laten zijn. Een iets meer toegespitste top:
3. Het kaasplankje. Opbouwend smullen. Op z'n gereformeerds: het lekkerste, de pittigste blauwader, voor het laatst.
2. Hazelnootschuimgebak. Na twee stuks heb zelfs ik een kwartiertje geen trek in iets anders.
1. Sushi, met net iets teveel van dat japanse mierikswortelspul.

De top 3 van mijn huid
3. Een net iets te stevige scrubbeurt, door mezelf, aan mezelf.
2. Regen, vooral die lauwe op een te warme dag
1. Het paarse rokje, als gegoten als BMI=25

De top 3 van mijn ogen
3. Vanaf de drempel, op de hurken voor de onderste planken, aan de leestafel: de boekhandel.
2. Het werk van Per Kirkeby. A sight for sore eyes indeed. In het najaar ga ik naar een overzichtstentoonstelling in Denemarken.
1. Eén van mijn drie mannen die aan komt fietsen over de Vijfhoeksweg, rechtsaf het bruggetje op rijdt en naar mij, achter het keukenraam, zwaait.

De top 3 van mijn oren.
3. Buiten gezichtsveld van je kinderen, of ziek in bed als kind, luisteren naar 'het lek'. Kabbelgesprekken van geliefden, heerlijk.
2. Het familiefluitje van de Van Venen. Als de overlevering goed is overgekomen is het de eerste regel van een liedje dat begint met iedere morgen om kwart over acht.
1. Als ik de schepper achteraf nog een suggestie mag doen: oren die dicht kunnen als waren het ogen. Blind zijn voor elk geluid. Stekedoof, voor kikkers, voor bladblazers, voor kauwgomkauwers, wat moet dat (tijdelijk, tuurlijk) zalig zijn.
Wie volgt?

maandag 19 mei 2008

Boodschappen doen



Italië bezoeken betekent een onvermijdelijke onderdompeling in de Renaissancekunst, zodra je een kerk of museum binnenstapt. Een voor mij praktisch onbekende kunstperiode, waar ik aangenaam door getroffen werd. De thematieken zijn schaars. 'Daar heb je weer zo'n INRI', wezen de jongens na aanblik van de tigste kruisiging. Ook de Maria Boodschap, de Annunciazione, deed het goed op fresco, hout of doek.
In het evangelie van Lucas (hoofdstuk 1, vers 26-35) bezoekt Gabriël het meisje Maria om haar te vertellen dat ze de zoon van god zal dragen. 'Ze moet zo oud zijn geweest als jullie nu', merkte een lerares in klas twee of drie van de middelbare school ooit op. 'Oef, mijn moeder zou me nooit geloven', reageerde een klasgenootje. Onder andere Pintoricchio - we bezochten een tentoonstelling in Perugia - legde het gebeuren voor de relatieve eeuwigheid vast.
Opvallend is dat Maria in bijna alle afbeeldingen leest. Het zou de heilige schrift zijn, een gedeelte uit het boek Jesaja, waar vooruit verwezen wordt naar wat haar gaat overkomen. Dat ze leest is prettig voor mijn verzameling lezende vrouwen, maar - excusez le mot - ongeloofwaardig. Om het heftige moment vast te leggen (help een engel en wat zegt hij nou!?) is het zonder meer een vondst haar met een boek af te beelden. Een lezende is immers geconcentreerd, en elke verstoring levert al een natuurlijk afweer op. Fraaie lichaamstaal, door de schilders talloze malen indrukwekkend in verf gevangen.
Edith de Gilde ving het moment in even mooie woorden:


annunciatie

het zal je maar gebeuren
leef je gewoon je meisjesleven
knielt er ineens een engel aan je deur
je draait je lichaam
heft handen in afweer
vindt elke vluchtweg afgesneden -
het goed is al geschied
en jij krijgt het te dragen

zaterdag 17 mei 2008

Dubbelgangers



Ze zijn vast engeltjes voor hun partner, de hamster en de krantenjongen, maar voor mij hebben ze de nou-nee-factor. Ik ben bang voor het type man dat het altijd beter zegt te weten. Zoals deze twee. David Morse speelt een hele enge politieagent in de derde House-serie. De andere David heet Flip. Flip is onder andere columnist in NRC. Ik lees graag columns, maar hij had er geen foto bij moeten plaatsen. Omdat Flip de Kam bijbeunt in the States. Dat zie je toch zo!

vrijdag 16 mei 2008

Twee druppels water
















In z'n twee, en in sommige bochten moest ik dan toch nog even terugschakelen, was ik naar boven gekronkeld. De camping was bijna leeg. Aan de ingang was niet duidelijk hoe openbekvallend fraai het een paar terrasjes hoger was. De tent stond een half uur later met vrij zicht op Urbino en de heuvels eromheen.

De avond viel en ik ademde het landschap in. Ik maakte deel uit van de achtergrond van de Mona Lisa. En dat ik moest denken aan de verpakking van de VSM-producten gaf weer een heel nieuwe uitleg aan de Renaissance.

Zie hier voor veel meer Italiaanse schoonheden via Jeroens lens.

donderdag 15 mei 2008

Ik denk niet dat ik het droog houd vandaag

Met hoofdpijn thuisgekomen, een half uur later dan gewoonlijk, omdat ik de trein gemist had. Eigenlijk onmiddellijk achter mensen aan moeten bellen voor mijn vrijwilligerswerkminiozovervelende klusje. Snel de computer opstarten. En dan dit bericht vinden.

"Hello Willemijn,
I will thank you for your so fine Lezende vrouwen -site.
The card from Italy are - wonderful! beautyfull. I`m sitting and wondering. I can`t travel because I have nowadays such as earsickness, but I`ll travell with postcards and photos.
I like so much also Urbino-cards - but I love card of Pinturicchio - and Raffaello Sanzio. So fine, that we can see it on your blogsite.
Thank you. I wish you good life.
Best wishes
Jatta/Helsinki/Finland"

When in Rome do as the Romans do

Het restaurant leek er - in de bocht van de zoveelste haarspeld – speciaal voor ons te liggen. De parkeerplaats was leeg en de temperatuur passend bij hoogte waarop we ons hier bevonden: laag. Bij nader inzien stond er toch nog een flink formaat touringcar achter het gebouw. De bijbehorende schoolklassen hadden wij ’s ochtends al in een eeuwenoude abdij ontmoet. Donkerharige tien- tot vijftienjarigen, in niet al te dure maar wel dikke kleding, met universele keelgeluiden en sms-duimen.
We besloten uitgebreid te gaan eten. Twee gangen en misschien nog een toetje? De inrichting was rustiek, de zwijnen aan de muur staarden ons onbewogen aan, de vleesgerechten werden in de haard naast onze tafel door de maître d’ bereid.
Een van de andere tafels was bezet door een vijftal keurig gekapte dames en heren van middelbare leeftijd. Ze zaten er zo te zien al even. De antipasti werden net afgeruimd. We herkenden de leraren en de chauffeur van de touringcar. Waar waren de leerlingen?
Het bestellen nam een aanvang. Nog een hele klus, met een kieskeurig blondje aan tafel en een volledig Italiaans menu. We schreven onze namen op het papieren menu, om bij het brengen zelf nog te weten wie welk gerecht gegokt had. Het tafelkleed was ook van papier en werd op maat langs de ruitjes afgeknipt. We schonken water uit fraaigevormde glazen flessen. De leraren kregen hun eerste echte gang.
Onze eerste vier gerechten vielen in de smaak, al beviel de combinatie lamscarpaccio / citroen niet iedereen. We namen onze tijd. Het tafelkleed bleek uitermate geschikt om de normaalverdeling op uit te leggen. Het vijftal insegnati zat ontspannen te wachten op hun volgende ronde voedsel.
Plotseling leek de zon te verdwijnen; er schoven schaduwen over de tafels. Dit bleken hoofden te zijn, die achter de ramen verschenen. Het dubbele glas maakte zicht van buiten naar binnen alleen mogelijk door, met handen aan weerszijden van het hoofd, de ogen dicht bij het glas te brengen. Daar waren de leerlingen!

Enfin, wij zaten nog zeker een uur te smikkelen, namen ook nog dolci, toe maar ook nog koffie na. En al die tijd zaten de leraren en de chauffeur binnen, en de leerlingen buiten. Hun boterhammen waren al uren op. Een schraal briesje maakte de dikke kleren meer dan nodig. Een leuke klauterpartij op de weides aan de overkant van de weg was blijkbaar verboden; ze bleven tamelijk braaf rondom de picknicktafels hangen.
De serveerster haalde het ruitjesvel van onze tafel. Lichtelijk verbijsterd bekeek ze de berekeningen van standaarddeviaties. Wij staarden als keken wij naar een tenniswedstrijd van de leraren naar de leerlingen en weer terug.
 

blogger templates | Make Money Online