zondag 23 maart 2008

Daar juicht een toon

Een moeder aan het aanrecht. Een vragend kind erachter. Verstrooide antwoorden.
- Mamma, zing 'ns dat liedje?
- Welk liedje schat?
Het vlees vraagt haar aandacht. Een vijfde pit zou welkom zijn. Wie zou er kunnen tafel dekken?
- Dat liedje met het gansje. Zing je dat?
Ze heeft de hele morgen staan zingen. Nu even niet. De gasten zitten binnen en de servetten zijn nog niet gevouwen. Maar aan verzoeknummers geeft ze doorgaans wel gehoor.
- Ik ken geen liedje van een gansje lieverd.
- Jawel. Dat liedje van dat gansje!
- Alle eendjes zwemm...
- Nee, een gansje!
Het kind stampvoet.
De moeder peinst en roert. En vist de rollade uit de pan en vergeet waar haar hoofd nog meer mee bezig was.
- Ik. Wil. Dat. Liedje. Van. Dat. Gansje!!
- Ik ken geen liedje van een gansje!!
Ze heeft niet vaak tegen haar kind geschreeuwd. Het meisje schrikt. De tranen komen omhoog. Bibberend werpt ze nog iets tegen.
- Je zong het net nog. Van het gansje Ruzalem...

Sanatorium van Baerle

Geen dag zonder Bach. Deze week was het drie maal raak. Zondag zong ik de Johannes, dinsdag beluisterde ik de zingende zussen in de Matthaüs en zaterdagavond zat ik bij het derde grote werk van Bach: zijn onvolprezen Hohe Messe.
De Bergkerk in Deventer, onze eigen zangplek, is aangenaam. De muziektempel waar ik de andere twee meesterwerken mocht beluisteren is een fenomeen: sanotorium van Baerle Het Concertgebouw. Natuurlijk ben ik te vroeg. Ik ben altijd te vroeg. Staand achter glas aanschouw ik nog even de woelige buitenwereld, nippende van zeldzaam smerige koffie. Dan mag ik naar mijn plaats. Ik zit in midden en zorg dus dat ik er vroeg zit. Anders moet iedereen maar voor mij opstaan. Dan kan het concert beginnen nadat ik nog drie maal overeind heb moeten komen voor mensen die blijkbaar een hekel hebben aan wachten. Dinsdag heb ik uitstekend zicht op mijn geliefde zussen en de minister van onderwijs die tijdens het concert nog tweemaal hoorbaar wordt aangewezen. Het vergeelde klavieruittreksel van de sopraan is ontroerend, de pathos van de evangelist weergaloos en het mobieltje dat tot tweemaal toe achter ons afgaat vast een ongelukje. Ook zittend zingt het koor prachtig. De dynamiek is spannend. Ik voel het koor ademen, de spanning opbouwen en gedoseerd zijn muziekzegje doen. Hier wordt een verhaal verteld onderbroken door kuchen, schrapen en rochelen. De stilte na de dood van Jesus verdwijnt in een nies het niets.
Dan zaterdagavond. De Hohe Messe heb ik nog onlangs uitgevoerd en samen met een tweede alt schuif ik vol verwachting op het balkon. Ik heb uitstekend zicht op het podium dankzij de twee stellen die in elkaar verstrengeld voor mij zitten en waar ik precies tussendoor kijk maar waarom mijn maatje alleen hoofden ziet. De sopraansoliste blijkt blind. Ze leest de muziek in braille. Intrigerend. Je hoort wel eens dat andere zintuigen een ontbrekend zintuig compenseren. Dat moet voor een zangeres een weldaad zijn: je volledig kunnen concentreren op de zanger naast je, het gehoest uit de zaal, het begeleidend orgeltje, de snoeppapiertjes, de klikkende brillenkokers, en de balsem van alle zuivere muziek om je heen.
De man naast me krijgt een fishermansfriend. Fijn om te merken dat hoest op onze rij voorkomen wordt. Jammer dat hij er vijf minuten lang op kauwt.
Ja, dat Concertgebouw. Een heilzame plek om geduld en vergeving te leren.

woensdag 19 maart 2008

Aagje leest mee (3)

Aagje was moe en had eigenlijk niet zoveel zin in lezen. Tenminste, wel zin in lezen, maar dan alleen haar eigen boekje. Het boekenweekgeschenk was nog niet gesnoten. Maar zo'n leuke veertiger naast zich, met laptop, die kon ze toch niet ongemoeid laten. Aagje herkende een frivool lettertype, begluurde de layout, stal met een blik een enkele zin. Hier was maar één conclusie te trekken. Naast haar werd een roman geschreven!
De laptop stond op zijn - what's in a name - schoot en was een ietsje van Aagje gedraaid. Toch niet om pottenkijkers buiten te sluiten? De titel van de roman, of van het hoofdstuk, was jaloersmakend fraai. En plotseling voelde Aagje compassie. Hoe moest het voelen, scheppend bezig zijn en dan betrapt te worden, je prachtige boektitel al op een weblog te lezen? Een weblog dat de laatste dagen door honderden per dag wordt bezocht? (Maar daarover misschien later.) Deze reiziger zou ze ongemoeid laten. Omdat hij een romanschrijver is, ja, zo hypocriet is Aagje al geworden.
Ze zou hooguit vertellen dat de titel uit drie woorden bestaat, waarvan de laatste tussen haakjes. Aagje zit nog steeds te peinzen, maar kan zich geen andere boektitel met haakjes voor de geest halen.
Dan staart de man een paar minuten naar een witte pagina en sluit het document af. Hij opent een document wat er uitziet als gewoon werk. Is hij dan toch (maar) een marketing strateeg? 't Is in ieder geval een Belg, leert Aagje thuis, de bedrijfsnaam googelend. Ze vindt zelfs een foto.

Naast een romanschrijvende Belg te hebben gezeten op de dag dat Hugo Claus overlijdt, dat vindt Aagje achteraf wreed geluk.

zondag 16 maart 2008

Waarom is verzonnen geen werkwoord?

Ik heb nog niet vaak mensen ontmoet die net als ik van regen houden. Gratis voer uit de hemel, verkoelend vocht, en het ruikt er zo lekker bij. Natuurlijk geniet ik niet van een natte broek die bij de lunch nog niet droog is en vind ook ik dat kamperen bij droog weer relaxt en genieten is. Maar een hekel aan regen? Helemaal niet. Ik wandel graag langs het strand tijdens een stortbui. En wat is er gezelliger dan regengetik op een tentdoek?
Dat ik bepaald geen zonaanbidder ben, dat zal ook wel een rol spelen. Aan zonnetjes en felblauwe luchten, verbrande schouders, parelend zweet: ik houd er geen goede herinneringen aan over. Nee dan de regen.

Die keer dat mijn moeder en mijn zusjes en ik uit Zoetermeer kwamen fietsen en tot de onderbroek nat thuiskwamen. Daarna allemaal op de bank en de speciaal daartoe uitgeklapte stretcher, warm worden onder dekens.
Of toen ik zonder regenpak naar het werk was gefietst en al snel doorhad dat dit betekende dat ik die dag niet meer droog zou worden. I'm singing in the rain! Zalig. Daar dachten de collega's in de lift anders over. "Bah, wat vies!" Ik flapte eruit: "Vies? Oude mannen op een motor, da's pas vies." Pas toen zag ik de twee vijftigers die - natuurlijk - motor reden.
En ik voel nog het warme neefje van één jaar op mijn arm en zie zijn verrukte gezichtje, wadend naar de wc-blokken, nadat in een half uur tijd de Corsicaanse camping letterlijk overspoeld was.
Een weekje buitenkunst in 2006 kende regen, zeer veel regen. Dat betekende moddersculpturen en waterverven en drie workshops in één tent. Het bleek allemaal te kunnen. Het jaar erna vroeg een zoon - we zaten in het ochtendzonnetje aan de kampeertafel - waarom we niet meer gezellig in die grote tent gingen ontbijten.
Ik heb vakanties gehad dat we eerst de buitentent moesten opzetten en dat de schimmel in de fietstassen stond, maar dat levert aardiger verhalen op dan: na vier uur 's middags konden we wat gaan doen, daarvoor was het te heet.
En ik krijg er nog krullen van ook.
Nee, laat deze zondag maar komen.

(Ik sta overigens de hele middag in een kerk Bach te zingen. De kerk gaat om half twee open. Natte jassen schijnen wonderen te doen met de aukoestiek.)

woensdag 12 maart 2008

Another one bites the dust

Ik wilde als kind klarinet spelen. Braaf doorliep ik de AMV-klasjes en leerde ik de blokfluit kennen. Toen we naar de stad verhuisden, ik was inmiddels 10 jaar oud, moest het er echt van komen. Maar nee, een wachtlijst. Daar stond ik op en daar bleef ik op staan. Inmiddels speelde ik ook alt- en tenorfluit, maar de klarinetwens bleef bestaan. En zo ook de wachtlijst. Tot het mijn moeder te gortig werd en wij op een regenachtige middag naar het andere eind van Den Haag togen. Daar troffen wij een particuliere leraar klarinet, die juist twee jongens instrueerde. Hij hoorde mijn moeder aan, vroeg mij over mijn onderlip te blazen en sprak “een prima dwarsfluitmond”.

Het is dertig jaar later en mijn jongste speelt basgitaar. De voorspeelavond op de muziekschool is er een van basgitaristen en drummers samen. In amper twee uur passeren ruim dertig cursisten de trommelvliezen. Het is een plezierige avond. Door het even ontroerende als a-ritmische stokgezwaai en gepluk van de jongsten aan het begin van de avond, en door de pubers die met vier gitaren staan te jammen. Ik deel verbazing over de podiumbevolkers met man en zonen, maar krijg geen gehoor. Dan dit platform maar gebruikt: niet één meisje speelde basgitaar of drum. Waarom?

Ik ging op mijn zestiende alsnog trompet spelen. En later hobo. Het is allemaal goed gekomen met mij, muzikaal gezien. Toch knaagt die klarinet nog wel eens. Zit er vandaag ook een zusje een beetje treurig achter haar harp of piano, dromend van versterker of stokjes?

dinsdag 11 maart 2008

Thuistaal

Al jaren vecht ik met succes tegen de aanleiding de hele dag in gezang los te barsten. Ik associeer minstens elk derde woord met een liedje dat ik ken. Alleen in gezelschap van mijn zusjes durf ik er aan toe te geven. Als ik dan al sneller associeer dan zij ....
Zij vroeg mij naar thuistaal en de wortels daarvan. Ik verzamelde tijdens een treinreis 19 voorbeelden. Zo heet elke vlieg hier Henk, eten wij op maandag beton, en smeer ik lippenstip.
De wat mij betreft aardigste vijf quotes die hier in huis blijverdjes zijn:

5
Ik was ooit voorzitter van een studievereniging. De buitenlandse reis was duurder uitgevallen dan begroot. Tijdens de reis was een vrijwillige bijdrage van de reizigers gevraagd. Dat werd tijdens de daarop volgende ledenvergadering breed uitgemeten. Op de voorste rij zaten felle gezichten met verontwaardigde teksten. (Van hen die niet meebetaald hadden, maar dat terzijde.) Ze riepen keer op keer, en dat roepen wij nog steeds bij ophef om (bijna) niks:
't Is stelen van de leden!

4
Onze Pelle was twee jaar en allerschattigst in z'n gele jasje. Hij kwam door de achterdeur op z'n modderige laarsjes, de haren - door vijf kruinen gestut - recht omhoog, een fikse snottebel en zand om de mond. De vrouwelijke helft van een toen nog kinderloos vriendenpaar vroeg voorzichtig:
Zijn alle kinderen zo morsig?

3
Er wordt door de werkenden hier in huis naar Utrecht gependeld. We kennen de begrippen 'gewone tijd', 'een uur later' en soms nemen we de trein waarbij we in Amersfoort over moeten stappen. Deze trein heet
Tinus tussentrein

2
Deze is met de man meegekomen. Op fietsvakanties wil het broodbeleg, of welk voedsel dan ook, nog wel eens andere vormen aannemen dan thuis, als gevolg van krappe fietstassen of warmte. Dit levert op: De Betuwe-schenkboter, de betuwe-schenkkaas, enzovoort.

1
De oudste spreekt graag een woordje mee. Babbelziek is overdreven, maar lang stil is hij zelden. Dat zal de reden zijn waarom hij even niet meekreeg hoe het spreekwoord precies luidde. Zijn versie is goud waard:
Narrare humanum est

zondag 9 maart 2008

Fenomeen

- Spreek ik met iemand van de Hennie Meijer- hulplijn?
- Daar spreekt u mee.
- Ik wilde u gisteren al bellen. Ik zocht de naam van een man die vroeger een radioprogramma presenteerde. Ik wist zeker dat ik het wist, maar kon er maar niet opkomen.
- Dan bent u bij ons aan het goede adres, mevrouw.
- Ons koor had een repetitiezaterdag en opeens moest ik weer aan het programma denken. Geen flauw idee waarom eigenlijk. O ja, ik had het met Anneke over de CD van de Jahreszeiten en waarom ik die van Gardiner in bestelling heb. Doet er niet toe. En toen kregen we het over Discotabel. Zo heette dat radioprogramma. Kent u het?
- Moment, ik pak even een pen die schrijft. U zoekt een presentator?
- Een Friese naam, dat wist ik bijna zeker. Ik hoorde zelfs zijn stemgeluid weer! En ik wist ook dat zijn naam te verbasteren was. Voor- en achternaam omdraaien en dan bleek hoe geweldig hij was. Want dat was hij. Ongelooflijk wat die man van muziek weet. Of wist. Geen idee of hij nog bestaat.
- Welke bronnen heeft u al geraadpleegd?
- De dirigent wist wie ik bedoelde, maar hij kon er ook niet opkomen. En twee koorleden aan wie ik het vroeg ook niet. Dat komt u zeker ook bekend voor?
- Inderdaad. Een Hennie Meijer wordt vaak gedeeld met anderen.
- Ik had mijn sms-man wel kunnen benaderen, maar die is te jong voor dit soort vragen.
- Heeft u al op internet proberen te zoeken?
- Ja, uiteindelijk wel. Bloedirritant, als je weet dat je het weet, maar je komt er maar niet op. Diskotabel vond ik al snel op het internet. Met een k schrijf je het. Lelijk! Maar makkelijk vinden hoe die presentator van meer dan twintig jaar geleden heette, ho maar.
- Presentator uit de jaren tachtig van het radioprogramma Diskotabel met een waarschijnlijk Friese naam die te verbasteren is tot een karakterbeschrijving? Vat ik het zo goed samen?
- Sietse. Ik wist gisteren zeker dat zijn voornaam Sietse was. Ik ging ermee naar bed en ik stond er mee op. Maar nog steeds niets. Ik moet vriendin L. bellen, bedacht ik toen ik vanmorgen in bad zat. Die weet het zeker. En toen opeens schoot zijn naam me te binnen!! Waarom lacht u?
- Dat maken we zo vaak mee. Het voornemen ons te bellen is vaak al voldoende.
- Precies. En daarom wil ik u bedanken. Want ik had de hulplijn nog achter de hand. En daarom bleef ik graven in mijn eigen geheugen. Want het liefst wil je er toch zelf opkomen, hè?
- Heel begrijpelijk. Wij zijn het laatste redmiddel. En dat zijn wij graag. En hoe luidt de naam ...
- Bedankt, nogmaals. Tot een volgende keer!
- ... als ik vragen mag?

Kom je ook? Het wordt vast gezellig.

Ik had erop gerekend dat het een chique bruiloft zou worden en de naam van de lokatie was al veelbelovend geweest. Toch val ik stijl achterover van het enorme kasteel. Ik word harteljk verwelkomd en uitgenodigd een slaapplaats te zoeken. Dat lijkt me redelijk voorbarig, maar blijkbaar wil men zeker weten dat iedereen de hele dag én nacht zal blijven. Een grote balzaal biedt een aardig plekje en ik installeer mijn matje en slaapzak.
Er wordt al gedanst. Daar zie ik warempel Paul weer. Ik krijg zijn prachtige grijns, terwijl hij een meisje geoefend heen en weer zwiert. Ik ben underdressed, en niet zo'n beetje. Hoe krijg ik het toch weer voor elkaar. Ik struin door het kasteel op zoek naar een kapstok voor mijn rode regenjas. Zelfs onder de hanenbalken, waar ik rust zoek, is het druk met mensen. Ballonnen, rare hoedjes, gegil van liedteksten: de voorbereiding van de bruiloft is in volle gang.
Buiten in de tuin is ook van alles gaande. Ik ben en blijf toeschouwer. Menig sneue blik glijdt over mijn kleding. Opeens komt een vrouw in mijn gedachten die ik hier absoluut niet wil tegenkomen en besluit ik naar huis te gaan. Het ontbijt waarover ik struikel, in een zaal naast de balzaal en al net zo groot, laat ik niet zomaar staan. Ja, ik ben deelnemer geworden. Ik eet en eet en eet maar door, de ene geroosterde of beboterde heerlijkheid na de andere. Ik heb nog steeds mijn regenjas aan, dat matje en de slaapzak zitten ook alweer in mijn rugzakje. Nog even plassen en dan naar huis. Hoewel er drie wc's zijn per sexe, is de rij lang.
Ik schud de parkeerwacht af en weet mijn auto te bereiken. De groene ford focus staat op mij te wachten. En dat komt me zo bekend voor, dat ik nu pas door heb dat ik droom. In tien minuten ben ik thuis. Het is tien voor half elf.

woensdag 5 maart 2008

Aagje leest mee (2)

De twintiger naast Aagje speelt een spel op zijn computer. Yes sir! Yes sir! Hij schiet heel vaak raak. Here we go! Confirmed. Hij installeert met vaardige vingers een Helipad, een Silo en een Guard Tower. Het scherm blijft vol met poppetjes. Yes sir! Aan de overkant van het gangpad haalt een bebaarde man een glossy A4 uit zijn tas. De activiteiten nader toegelicht kopt het blaadje. Aagje zit net iets te ver weg. Jammer, ze is dol op papieren actie. De jongen naast Aagje weet met zijn linkerhand ook nog een sms’je te produceren. Hij heeft een hip toestel met hele kleine letterjes. Aagje is trots op haar goede ogen. Ik ben onderweg naar huis. Doe maar rustig aan lieverd. Ik zie je wel verschijnen. Aagje kauwt wat na op de combinatie van 575 doden binnen een kwartier en zijn lieverd.
Ze heeft nog een computerscherm in haar blikveld. De eigenaar is druk aan het bellen met ene Steve. His shipment will be in week 13. Can you handle that? What is your forecast? Let’s first wait for his reaction. So what is the ready date? I remind some excellent diner. Aagje is blij dat ze Steve niet is en dwaalt weer terug naar wat ze kan zien. Ze krijgt een nieuwe forens naast zich. De vrouw is 17 dagen eerder geboren dan Aagje en lerares Duits. Nadat ze haar autopapieren gespeld heeft, kijkt de vrouw in hoog tempo proefwerken na. Een station later is ze alweer verdwenen.
Het is een drukke dag voor Aagje. Ook de laatste die op haar bankje schuift vandaag heeft iets te lezen bij zich. Een tot de draad versleten pocket. Life, the universe and everything.
Aagje weet dat Douglas Adam het ook weet: Niets is wat het is en het kost even om daar achter te komen.

zondag 2 maart 2008

Vriend, god en minnaar

Als ik schrijver wil worden, dan rest mij niet veel anders dan met mijn roman in één keer door te breken. Want dat schrijven in opdracht me niet bevalt, dat merk ik dit weekend weer. Een woordje vooraf in het boekje dat ons concert opleukt, zo ingewikkeld kan dat toch niet zijn? Het is het wel. Ik aarzel tussen blasfemisch, intellectualistisch en ronduit saai. Geen van drieën zal in de smaak vallen, vrees ik. Mijn vrees is dan weer dat ik aan een combinatie van twee van de drie elementen niet zal ontkomen. Want ik wil een citaat van Mauricio Kagel laten landen in mijn woordje namens de voorzitter. Deze 20ste eeuwse componist sprak de prachtige woorden:
Es mag sein, dass nicht alle Musiker an Gott glauben, an Bach jedoch alle.

Mijn liefde voor Bach beleed ik al vaker. Hij is mijn vriend, mijn god, mijn minnaar heb ik regelmatig verzucht. Om te chockeren, natuurlijk om te chockeren. Maar ook (tóch, zouden gelovigen zeggen, maar tóch) in het besef dat het voor mij waar is. Zijn muziek is fantastisch behang voor een gezellig avondje, evenzeer als de punt op de i bij vreugde en malaise. En als ik het slotkoraal van de Johannes Passion zing, dan weet ik zeker dat het ook mij gaat gebeuren. En moet ik mijn best doen de emotie aan de volle kerk te laten, en niet zelf de tranen te laten stromen:

Alsdenn vom Tod erwecke mich,
Daß meine Augen sehen dich
In aller Freud, o Gottes Sohn,
Mein Heiland und Genadenthron!
Herr Jesu Christ, erhöre mich,
Ich will dich preisen ewiglich!

Deze week kwam in het nieuws dat Caroline Wilkinson, forensisch antropologe, de schedel van wijlen Johann Sebastian professioneel omgeknutseld heeft tot zijn ware gezicht. En wat een gezicht blijkt dat te zijn geweest!


Deze bruingebrande betonijzervlechter, zoals de huidige bewoners van Eisenbach hem typeren, nu ze geconfronteerd zijn met de versie van Wilkinson, wat moet ik daar nu toch mee? Wég is de saaie bepoederde pruikdrager die me al veertig jaar aanstaart vanaf muziekboekjes en concertposters. De man van wie ik me voor kan stellen dat hij tientallen CD's vol kon laten tokkelen, strijken en kwelen. Maar deze hier? Dat is een man met twintig kinderen en een drankprobleem (ik las dat Wilkison zijn door brandewijn getekende neus een tikje vriendelijker in zijn gezicht heeft geplaatst). Een man van vlees en bloed. Wat valt dáár nou over te schrijven?

vrijdag 29 februari 2008

Sip

In het schap van de supermarkt ziet ze het al van verre: de nieuwe Hollands Diep ligt er! Met daarin haar prijswinnende Zeer Korte Verhaal. Maar nee, pagina 110 verraadt dat anderen met de eer gaan strijken. Ze sloft naar het brood. Straal voor gek loopt ze op haar Crocs. De parelkandijontbijtkoek die ze in het karretje dumpt zal wel door haarzelf opgevroten worden. Dit weekend wacht een dag vrijwilligerswerk en voor het eerst sinds de nieuwe baan moet er gewerkt worden in de vrije weekendtijd. Dat ze niet af had wat af had moeten zijn kan ze niemand anders verwijten dan zichzelf. En als ze vandaag niet ongesteld wordt, dan verpest het voor zeker haar vakantie in Italië. Bij het vlees dat ze niet voor zichzelf koopt staat een oude vrouw eindeloos te kiezen met een karretje dwars over het pad. De kinderen zijn nog in pyjama. Haar aankopen zijn net geen 30 euro. Toch krijgt ze twee smurfjes. Ze zet de narcissen in haar meest kunstzinnige vaas. Zoonlief mag een wierookstokje branden. Het was zo'n smart afspraak die ze met zichzelf had gemaakt: twee publicaties in 2008. De gedachte dat haar inzending bij de post zoek moet zijn geraakt, weet ze te verdringen.
De aanmelding voor de volgende cursus is op de bus. Alles is materiaal, heeft ze uit eerdere cursussen geleerd. Al is het maar voor een blogje. Ze snijdt een plak koek af. De man die een rioleringsverzekering wil komen verkopen weet ze vriendelijk te onderbreken. Nog een plak koek dan maar.

woensdag 27 februari 2008

Aagje leest mee (1)

Laten we hem Joost nemen. Zo heet hij niet. Maar ook Aagje kent haar grenzen. Die van Joost liggen een stuk verder. Hij vertrekt maandag naar Dubai. Voor drie maanden. Samen met Moes. Die geen Moes heet, maar wel met hem meegaat. En die misschien ook wel technisch bedrijfskundige is bij terugkomst.
Joost zat een half uur te zwoegen op drie alineaatjes. Een opzet voor een weblog, vermoedt Aagje. Geen schrijver, die Joost. Hij gaat iets afstudeerderigs doen met containers die in woningen omgetoverd worden. En hij vermoedt dat hij er waarschijnlijk wel avonturen gaat meemaken. Aagje laat van schrik haar jaarkaart vallen. Met een directe rechtse schopt ze deze richting conducteur, die hem vriendelijk lachend terug geeft. Joost is met z'n gedachten al 'een halve neger'. Aagje neemt aan dat Joost verwacht veel zon te zien.
Iedereen is vast heel benieuwd wat hij in Dubai gaat beleven, tikt Joost. Dan gaat hij flipperen. Dat is via het raam goed te volgen. "Kut", ontsnapt Joost, als zijn derde bal in het niets verdwijnt. Laat ze het in Dubai maar niet horen.

maandag 25 februari 2008

Weldra was machine

Het kan nu niet lang meer duren. De verzorging is waken geworden. Hem alleen laten is eigenlijk geen optie meer. In grote stukken verslikt hij zich al een tijdje. Kreunend en stampend horen we hem tekeer gaan. Met drie treden tegelijk zorgen wij voor redding. Overslaan maar weer, het rappe rondjes draaien. Ook al hebben we het toerental al aan zijn leeftijd aangepast. Nu zit ik er standaard bij, de 40 minuten dat hij zijn standaardoptreden duurt. Niet zelden moet ik mijn volle gewicht in de strijd gooien om ongewenste danspartijen tegen te gaan. Zijn trage rondjes draait hij nog, maar onvoorspelbaar niet altijd warm.
De gemiddelde levensduur schijnt 15 jaar te zijn. Dus we mogen niet mopperen. Drie serieuze operaties heeft hij achter de rug, maar hij is de 18 jaar dan ook al ruim gepasseerd. Het was het samenwoon-cadeau. Een ongekende luxe. Ik teerde al jaren op de goedheid van hospita's of van hen wier huis ik sopte. Of ik zat op zaterdag in de Reigerstraat een huurgeval vooruit te kijken.
Ik heb altijd van 'm gehouden. Ook toen hij ons even in de steek liet precies toen ons huishouden van twee wassen in de week naar minstens één per dag ging. Een buurvrouw op de galerij was gul en de levertijd van het deurrelais maar twee weken. Met een kind aan het been en één op de arm wist ik zijn inspanningen altijd te waarderen. Hij deelde in de moederlijke aandacht. "Ja! Sta jij zo lekker te draaien?"

Op het internet heb ik al naar een consumententest gezocht. En ik weet welke triple A zuinig is. Verwijderbijdrage, het voelt als verraad.

zaterdag 23 februari 2008

Niet-functioneringsverslag

Ze leeft een geordend bestaan. Haar gezinsleven is harmonieus. Ze heeft een betaalde baan, evenals haar, al sinds geruime tijd eeuwige, liefde. Haar zonen bezoeken een school met bestaansrecht volgens de onderwijsinspectie. Haar auto is APK-gekeurd. Als ze tegen iemand opbotst in de openbare ruimte verontschuldigt ze zich. Op de roltrap staat ze rechts, en loopt ze links. Elke maand worden op de filmhuisladder de films aangestreept die aangenaam lijken om te bezoeken. De wc-kalender is niet meer, maar toch worden er (soms) nog verjaarskaartjes gestuurd. De vuilnis gaat op tijd naar buiten, en nooit wordt het GFT aangeboden op dag dat het oud papier wordt opgehaald. Ze is gevoed, gekleed, gekapt, gebekt naar haar kalenderleeftijd. Ze ziet stemrecht als een plicht en heeft er nog geen overgeslagen. Ze zingt met overgave en hartstocht de werken van J.S. Bach. Ze gelooft niet dat de vraag of er een god is, een interessante is. Dat zij zelf leeft alsof zhij niet bestaat, denkt ze niet dat hem/haar zal deren.
Van haar soort zijn er acht miljoen in Nederland.
Welke van onderstaande beweringen is waar?
  1. Zij kan niet functioneren
  2. Zij gelooft
  3. Balkenende heeft een denigrerende, intens domme, mening.

Daarover het debat aangaan in de kamer is geen pesten. Het is terecht een premier de maat nemen die een geloof tot norm wil verheffen. Maar wat ben ik blij dat JP een geloof heeft; anders zou het dus nog erger zijn.

dinsdag 19 februari 2008

Daar kun je mee thuis komen

Stel je mag naar een bijeenkomst met de grote baas. De grote baas is zwaar en groot. Hij praat met lichte stem en heeft humor. Stel er zijn nog meer praatjes. Stel er wordt ook nog een prijs uitgedeeld. Stel je wint die prijs. Stel je krijgt een heel verhaal over wat je wint. Dat het zo'n mooi symbool is voor van alles en nog wat. Stel je stond even niet op te letten. En dat de grote baas je dan dit handen drukt.

maandag 18 februari 2008

"Read less. More TV."

"Kijk je naar House? Da's echt iets voor jou!"
Ik nam de mededeling van mijn collega voor kennisgeving aan.
"Heb je nu al eens gekeken? Echt te gek, hoor."
Hij begon me te irriteren.
"Gisteravond was hij weer zo geweldig. Ik begrijp niet dat jij nog niet kijkt."
Ik begon bang te worden. Net als toen ik bridge ging leren. Of autorijden. Straks zou ik zo enthousiast zijn dat ik klaverjassen niet meer leuk vond. Of een brief ging posten met CO2. Die angsten waren terecht gebleken. Ik zat niet te wachten op nog een verslaving. Nee, die House moest het maar zonder mij doen.

Toen zapte ik er langs. En bleef hangen. En keek een keertje een hele aflevering. En toen was ik om.
Hugh Laurie vind ik al jaren top. Samen met Stephen Fry, die ik mateloos bewonder, in A bit of Fry & Laurie en in Blackadder. Ik lees regelmatig in de scripts. En lach hardop.
En nu deze serie, waarin Laurie een amerikaanse even geniale als botte arts speelt, Gregory House. Die beschadigd is, en gelooft dat iedereen liegt, en wanhopig poogt zich aan geen mens te binden.
De ware held van deze serie is natuurlijk de schrijvers, David Shore en vele anderen. De scripts zijn geniaal. Het format heb ik na dit weekend wel door. Ik kan al voorspellen wanneer de patiënt met de onbekende ziekte plotseling bloed begint te braken of in stuipen schiet. En eerst weet House niet wat de patiënt mankeert, dan gokken hij en z'n team drie keer mis, en dan is de diagnose correct. En de behandeling die erop volgt slaat bijna altijd aan.
Ondertussen volgen we het wel en wee van de man achter de dokter, van zijn naaste collega's, zijn enige vriend, zijn ex. De man die stelt: "Humanity is overrated."
Ik geniet van de teksten die Laurie in de mond gelegd krijgt. "Truth begins in lies." En in 2003 voorzag hij misschien wat in 2008 gaat gebeuren, toen hij tegen een zwarte presidentskandidaat zei: "They didn't call it the White House because of the paint job."

Ik kocht de eerste serie op DVD op een mooie dag in Haarlem. Ik zat het hele mooie weekend binnen. Ik keek TV. 22 afleveringen. De hele eerste serie. Ik droom House.

woensdag 13 februari 2008

Vragen staat vrij

De reis naar een werkbijeenkomst in een voor mij niet zo heel bekende stad had beter moeten worden voorbereid. De trein is vertraagd, de uitgezochte bus al weg, en ik heb geen idee waar ik heen moet. Een vriendelijke man in het Connexxion-huisje wijst mij naar de gelede bus onder de klok. De chauffeur doet de deur nog even voor me open. Ik prijs de foto van de peuter op zijn dashboard. Hij wil mij natuurlijk vertellen waar ik eruit moet. 't Is maar één halte! Dat moet goed komen!
Ik moet naar een plein. Ik stap uit, maar daar is geen plein. Een alweer uiterst vriendelijk mens, mooi opgemaakt, stijlvol gekleed, wijst mij nauwgezet hoe ik moet lopen. U bent helemaal niet in de buurt. Nee, die indruk had ik inmiddels ook. Ik bedank haar en stiefel weer verder. Het is een leuke route, allemaal winkels troost ze mijn rug.
Haar routebeschrijving is adequaat. De opgebroken straten van het kernwinkelgebied breken mij niet op. Ik passeer drie boekhandels. 't Is dat ik al bijna te laat ben, anders wist ik het wel. Ik check de richting nog even bij een mij tegemoetkomende vrouw als ik een straat insla die de klassieke dame niet genoemd heeft. Zij is al net zo blij als ik dat ik echt helemaal goed ga. ´t Is nog wel even een tippel, hoor! Ik zet de pas er flink in. Was ik hier al niet voorbij gekomen? Dan zie ik aan het straatnaambordje dat ik warm ben. Ik trek nog maar een snelwandelsprintje naar wat een plein moet zijn. Ik zie nog steeds geen plein. Wel een rokende vrouw. Het provinciehuis? Daar werk ik. En zo loopt met me mee. Terug. Wel vijf minuten terug. Hier was ik in ieder geval al. Ze drukt haar peuk uit, raapt 'm op van straat en wijst me de bezoekersingang. Bij de balie komt het sms'je binnen van de Mug die vandaag niet in haar woonplaats is. Het is niet echt een plein, helpt dat?

Iedereen helpt hier. Wat een heerlijke stad.

dinsdag 12 februari 2008

In de trein (11)

Ik lees juist in de Happinez dat ik niet moet oordelen, maar - al dan niet via open chakra's en meditatieve momenten - de mens als geheel moet binnen laten komen, als het gekraak begint. Ze zijn in Apeldoorn ingestapt en zeggen dat hier overstappen slimmer is dan later, want het scheelt lopen. Ja. En het gaat ook sneller. Ja. Hun stemmen kraken en hun tasjes ook. Het katoenen tasje omhult een plastic tas. Daarin - in allerhande verpakkingen - de oogst van vandaag. We zitten lekker, hè? Ja. En beter hier dan later, want sneller. Toch? Ja. Kijk, maar we rijden al.
Het zijn zo te zien en te horen zussen. Of langer dan een halve eeuw vriendin. De lentedagen hebben geen vat op hen gehad. Ze dragen lange jassen en wat ik oneerbiedig een alpinopetje noem, of, op z'n Joop ter Heuls, een dopje.
- Kijk, ik heb dit.
- Dat is Actimel. Dat is vies.
- Ik vind het wel lekker.
- Ik heb het niet.
- Jij vindt het toch vies.
Het flesje verdwijnt weer in een zakje, in de plastic tas, in de katoenen tas. Ze trekt vijf ansichtkaarten tevoorschijn. Kleurrijke, mafgevormde. Als postcrosser zit ik er watertandend naar te kijken. De zus aan het raam, met gehaakt hoofddekseltje, zegt dat ze daar niets mee doen. En grist het uit de handen boven de tas. Kijk dit doe ik ermee. De kaarten gaan in stukken het vuilnisbakje in.
De katoenen tas bevat nog veel meer. Houten spatels. Biotex. Dropjes. Dan komt iets dat het midden houdt tussen een boekenbon en een nog ingepakte panty naar boven.
- Wat is dat! Dat heb ik niet!
- Heb jij dat niet?
- Nee, dat heb ik niet.
Ze peutert en peutert. Het gehaakte mutsje grist en peutert en peutert. Fijn, hè, dat we overgestapt zijn? Ja, fijn. Wat is het? Het gaat niet open. Ze geeft het terug.
De tas peutert en peutert. De muts grist. Wat doe je nou, met je tanden! Het is een zadeldekje, een blauwe.
- Als dat maar niet afgeeft.

Buiten grijpt de mist me bij de benen. Het wordt pas morgen weer lente.

donderdag 7 februari 2008

Op de zeepkist (11)


De monomane relatie

Iteke Weeda schreef in 1986 het boek Vriendschap in Beweging. Ze betoogt daarin onder andere dat we als mens niet zo krampachtig op zoek moeten naar die ene kennis/vriend/partner waar we alles mee willen en kunnen en moeten. Op vakantie gaan, kinderen krijgen, strandwandelingen maken, spetterende sex, shoppen: waarom moet dit met die ene Ware Jacob(a)?
Het was de tijd dat Weeda zich feministisch sociologe noemde en ik las waar de Vpro en Opzij over spraken. Met een vriendin boomde ik over de Vriendschap. Je bent toch mooi gesjocht als jij degene bent met wie iedereen altijd maar boswandelingen wil maken, was haar stelling. De achterliggende vraag spraken we niet uit: hoe kom je zo aan je spetterende sex?
Ruim twintig jaar ouder (en exact even oud als Iteke was toen ze dit boek schreef) zie ik al een stuk meer in de eenzijdige relaties. De keuze is simpel: alles met iedereen kan niet en alles met één iemand zet teveel leuke mensen buiten spel. Als je al zou willen kiezen. Het is al prachtig als je vriendschappen in stand weet te houden en zo nu en dan weer eens oppoetst. Dus nu heb ik ze, de monomane vriendschappen.
De mooiste vind ik die met mijn sms-man. Mijn hooggewaardeerde, altijd te bereiken, maatwerk-googlelaar. Mijn Henny Meijer hulpdienst. De dienst die ik afneem zo vaak als ik hem verleen. Want ik meen zijn sms-vrouw te zijn.
We zijn ex-collega’s en hebben verder niet meer met elkaar te maken. We delen de liefde voor de grote club van Zuid, en ook dat resulteert in sms’jes. Zoals afgelopen zondag.
- Ik zat in het Concertgebouw. Hoe erg was het?
- Dramatisch
Dan weet ik genoeg.
Maar het meest hebben we aan elkaar als er wel Hier en Nu een Feit opgehoest moet worden en wij niet in de buurt van een computer zijn. Of (en dat is niet om door te vertellen) als wij in gezelschap zijn dat wij pogen te intimideren. Een greep uit wat wij elkaar zoal afvragen:
In welke gemeente ligt Brandevoort?
Hoe heten de Wachters in het engels?
Echte naam van Drs. P.?
Hoe laat volle maan?
Waartoe zijn wij op aarde?

vrijdag 1 februari 2008

Wat louter macht niet keert

Elke maand nodigt de gemeenteraad 70 inwoners uit om een avondje langs te komen. Als de politiek niet naar de burger komt, dan moet het maar andersom, zal men gedacht hebben. Ik voelde me warm uitgenodigd. Een rondleiding door het stadhuis, een hapje eten, raadsleden ontmoeten en de raadsvergadering bijwonen, dat wilde ik wel. In de gemeente Midden-Drenthe of Leidschendam-Voorburg. Maar in Deventer? Ik heb meer stappen in het stadhuis liggen dan menig raadslid, die stelling durf ik wel aan. En de hele avond ex-collega's met "Hé hallo hoe gaat het?", nee, dank je wel. Maar er stond wel een erg leuk onderwerp op de agenda. En de jongste zoon wilde wel mee. En ik was toch beleefd uitgenodigd? Dan ga je.
Om wat voor redenen dan ook geven elke maand zo'n 15 burgers gehoor aan de uitnodiging. We waren een gemengde groep. Leeftijd van 25 tot 70 jaar, met katoenen tasjes en met merkartikelen, mannen met staart en vrouwen met sjaals, we waren zelfs niet 100% wit. En P. was de jongste en kreeg veel vragen en twee keer sinas.
We genoten een rondleiding, een maaltijd met vlees, en uitleg over het hoe en wat rond een gemeenteraad. `De omvang van de raad is afhankelijk van de omvang van de bewoners.´ Kijk eens aan, met mij zitten ze gebeiteld! ´Een bestemmingsplan is te laat af, daar worden vanavond vragen over gesteld.´ Verbeeldde ik het me, of werd er - verwijtend - mijn kant op gekeken? Ik lachte om mezelf omdat ik best nieuwsgierig ben om welk bestemmingsplan het gaat.
De politieke markt was voor een twaalfjarige ronduit saai, hoe goed voorbereid we ook waren. 's Middags waren we op de plek waar de hoogbouw moet komen waarover nu gesproken werd. Ik had hem voorbereid dat men 's avonds zou spreken over lokatie en relatie met de omgeving en woningbouwprogramma. En misschien zouden ze nog wat zeggen over waarom ze juist nu dit aan het zeggen waren. En dat ze dat dan procedure noemen.
Jammer was dat de zes ontwerpen waaruit de gemeenteraad moet kiezen [NB de gemeenteraad moet eigenlijk niet kiezen, want daar is een aparte commissie voor, en vanavond legde men de zelf bekrachtigde criteria naast de ontwerpen - maar dat was procedure.] niet te zien waren. Gelukkig had ik mijn rijksbraam in de tas en kon ik de plaatjes tevoorschijn toveren. En ik kon voorspellen wat de dames en heren om de tafel gingen zeggen. Ik voorspelde wie geen stelling zou innemen, maar vragen zou gaan stellen en wie anderen in de rede zou vallen. Ik wist nog wie duurzaamheid in de strijd zou gooien, en wie verdienlokatie zou durven gaan zeggen.

Aan de echte raadsvergadering kwamen we niet meer toe. We hielden het langer vol dan de middelbare scholieren die voor het vak Maatschappelijk Vorming exact 59 minuten de zaal een goed gevuld aanzien gaven. Jammer, ik had graag nog met een frisse prépuber gesproken over de fraaie dichtregels op het plafond van de Raadzaal.

Geen evenwicht
dat niet soms even zwicht
en compenseert
wat louter macht niet keert.
 

blogger templates | Make Money Online