dinsdag 16 januari 2007

Het gedicht dat ik niet instuurde

Dit gedicht stuurde ik niet in voor de lokale wedstrijd ter gelegenheid van de gedichten3daagse. Thema: Poëzie en stilte.

- Hé, pst.
- Ssst! Ik slaap al.

maandag 15 januari 2007

Rielerweg (3)

Naar huis fietsen doe ik zelden alleen. Nog voor ik vanaf de Brinkgreverweg rechtsaf de Rielerweg op draai, zit Miesje Masochisje al op schoot, met beide handen aan het stuur. De Rielerweg is een fietsstraat. Miesje en ik weten wat een fietsstraat is. Op een fietsstraat heeft de fiets voorrang. En dus blijf je als automobilist achter fietsers rijden, haal je niet in, en rijd je 30 kilometer per uur, áls je de weg al voor jezelf hebt. Helaas, zo niet hier. Zo absoluut niet hier. De straat waarvan het fietsbezit van bewoners en bezoekers waarschijnlijk het laagst is van heel Deventer, moet een paradijs voor de tweewieler zijn. Het is al vanaf het begin een dorado voor Miesjes. Zij stuurt ons langs portieren die voor onze neus dreigen opengezwaaid te worden, zorgt dat we in het midden blijven rijden als er een auto in wil halen en remt niet onmiddellijk als er een wagen keert zonder kijken. Kirrend van genot wijst ze naar de dubbelgeparkeerde mercedessen aan beide zijden en probeert ze een sliding door een partij rotte paprika's midden op de weg. Pas als ik 300 meter verderop ter hoogte van de brievenbus ben, weet ik Miesje richting hondenuitlaatveldje te duwen. Onmiddellijk neemt Saartje Sadistje haar plek in. We naderen de kruising met de Veenweg. De Rielerweg zit sinds kort in de voorrang. Let op de woorden sinds kort en voorrang. Saartje en ik stuiven op de kruising af. Ons record is acht piepende banden. Vandaag kon ze een joehoe niet onderdrukken, toen we niet alleen vier auto's lieten remmen, maar ook een afslaander van de overkant tot wachten dwongen. Dan mag ik weer alleen verder. Helemaal in balans ben ik.

zondag 14 januari 2007

Tantezeggertjes

Ik droomde vannacht dat ik met mijn zussen op een vlonder zat, midden in het Naardermeer. We speelden een mij onbekend gezelschapsspel. Ik draaide de kaart "Vertel welke tante je het meest bijzonder vond toen je tien jaar was, welke toen je twintig jaar was en welke nu." Een aantal ingrediënten kan ik plaatsen, maar waar die tantes nou opeens vandaan kwamen?

Familieziek ben ik niet, maar vele bloedverwanten zijn me zeker dierbaar. Ik kauwde vandaag op de vraag die me door mijn onderbewuste gesteld werd. Ik heb daar geen antwoord op. Wel schoten mij uitspraken van een drietal tantes te binnen die blijkbaar zoveel impact op me hadden dat ik ze altijd heb onthouden.

Tante Annie
Ik was een jaar of vijftien en met een nichtje op Tienertoer. We logeerden bij familie en kennissen, elke nacht op een ander adres. We zochten met zorg een cadeautje voor onze gastvrouwen uit, lieten ons ophalen bij een station of busten naar ons logeerbed, en vertrokken de volgende ochtend weer vroeg. Bij tante Annie in Veenendaal was het gezellig. We poetsten onze tanden boven de wasbak in de kamer waar we sliepen en zaten al aan de ontbijttafel voor ieder ander. Mijn tante kwam naar beneden en merkte op dat wij de badkamer ongemoeid hadden gelaten. "Jullie zijn vieze meisjes, hoor. Zo wil ik jullie niet nog eens te logeren hebben."

Tante Agnes
Ik logeerde dikwijls bij tante Agnes en haar vier dochters in Leiden. Die nacht mocht ik op de studeerkamer. Ik was een jaar of dertien. 's Nachts had ik geprobeerd de krolse katten in de tuin het zwijgen op te leggen. Ik had de balkondeuren geopend, een paar onschuldige zaken naar beneden gegooid en hier en daar ergens tegenaan geschopt, onderwijl "ksst! stil!" sissend. Mijn tante was er wakker van geworden en uitte 's ochtends haar verbazing over mijn gedrag. "Sinds ik Minoes heb gelezen, vind ik het enig, die pratende katten."

Tante Wil
Met mijn neus bovenop het mes keek ik als elfjarige naar mijn tante Wil die een groot blok ijs in negen stukken probeerde te snijden. Ik constateerde dat de porties van ongelijke grootte waren en zei dat natuurlijk hardop. Tante Wil verzuchtte al hakkend "Als ik ergens een hekel aan heb, dan is het wel aan eerlijk delen."

zaterdag 13 januari 2007

Vrouw in duplo

Ik heb een dubbelganger. Ze woont op De Worp, hemelsbreed zo'n zeven kilometer hier vandaan. Ik ken haar niet. Maar ik weet dat ze bestaat omdat er veel mensen in Deventer zijn die haar kennen en mij niet. En die mij dan zien en denken dat ik haar ben. En dan dichterbij komen en zien dat ik haar niet ben. En dan verbaasd kijken. Of lachen. Eerst dacht ik dat ik een foute bril had. Of dat er iets uit mijn neus hing. Toen kwam ik hier vlakbij huis een man tegen die tegen mij begon te praten. In plat Deventers. Pas toen ik drie keer had gezegd dat ik echt Ina was en niemand anders, en dat in Hooghollands, hield hij op mij te overtuigen dat ik Truus was. Of Petra. Of Moniek. Hij heeft toen een naam genoemd, die ik helaas weer ben vergeten. 'Maar kom je niet van De Worp weg?' was zijn laatste poging.
Vanmorgen had ik het weer. Een zeventiger met een fiets aan de hand kwam mij op de nog rustige markt tegemoet. Klaar om te groeten. Gezien zijn leeftijd dacht ik dat een koorgenoot op mij af kwam, maar nee, ik kende hem echt niet. Hij leek zelfs niet op iemand die ik ken. De man keek, en keek nog eens, en ging in het voorbijgaan zelfs licht door de knieën om mij recht in de ogen te kunnen zien. Vast expres niet zachtjes mompelde hij "Prfhg! Nou, dan niet!!". Arme Truus.


(Afbeelding: Wim Zurné, Twee vrouwen)

vrijdag 12 januari 2007

Bewust (on)bekwaam

Each player of this game starts with the 'Six weird things about you'. People who get tagged need to write a blog post of their own 6 weird things as well as state this rule clearly. In the end, you need to choose 6 people to be tagged and list their names. Don’t forget to leave a comment that says 'you are tagged' in their comments and tell them to read your blog.

Ik ben stokstijf blijven staan en heb me laten tikken. Door nicht E. Die net als ik niet van sport houdt, wel van auto's en pijn kan krijgen van taalvouten. Als ik nu hier besluit dat helemaal niet gek te vinden kan ik andere kanten van mijzelf laten zien.
Om vooraf de regels al verder met voeten te treden: ik ga niemand opzadelen met de verplichting gekke kanten van zichzelf te delen. Wie wil, mag zich uitgenodigd voelen. Ik hoor het wel graag, als je het doet. Want ik ben dol op gekkigheden, ook bij een ander!

Wat er gek is aan mij?
Eerlijk gezegd vind ik steeds minder gek. In ieder geval aan mezelf. Ik zit gek genoeg best lekker in veel vel. Ik vind het goed met mezelf te leven. En al ruim twintig jaar samenwonend, durf ik de stelling aan dat ik niet de enige ben die het wel met mij uit te houden vindt. Maar ik krijg wel eens gevraagd of ongevraagd feedback op wat zaakjes die ik zelf heel normaal vind. En ik ken mezelf ook goed genoeg om te weten dat ik soms wel eens expres gek doe. Daarom, vooruit, de eerste zes zaken die me op deze vrijdag te binnen vallen.


1
Als ik uitga is mijn eerste drankje een glas tonic. Een herinnering aan mijn moeder, die er dol op was.

2
Ik ben dol op stilte. En heb daarom een zeer grote hekel aan wat ik ‘overbodig lawaai’ noem. Neuzen die worden opgehaald, deuren die hard dichtgaan, papieren zakjes, klappende ballonnen (en daarom: ballonnen), krassende stoelen, muziek in de lift, vuurwerk, fluitende conducteurs, brommers, scooters & motoren, zwembaden, lepeltjes in kopjes koffie, ventilatoren (o, het gevoel van genot als om half zes op het werk de machinerieën plots zwijgen!), tikkende klokken, borende buren: ik sidder. Overbodig om te vertellen dat alle lawaai voor mij overbodig is. En maak daar op sommige dagen maar van: alle geluid.

3
Ik heb nog nooit in een polonaise gedanst en zal dit ook nooit doen. In hetzelfde rijtje hoort ritmisch meeklappen en bingo spelen. Ik laat mijn hersenen uitsluitend door de tijd verweken.

4
Als ik in de trein tussen Rotterdam en Dordrecht reis, ga ik altijd aan de kant van de Kuip zitten.

5
Ik mijd de zon. Automatisch steek ik straten over en verschuif ik stoelen om maar niet in de zon te hoeven zijn. Niet omdat ik snel verbrand, wat ik wel doe, ook niet omdat ik bang ben voor enge ziektes, wat ik wel ben, maar puur omdat ik niet tegen zonnewarmte kan. Ik word er fysiek ziek van en extreem chagrijnig. Ik kan zeker genieten van iedereen die blij wordt en naar terrasjes stuift zodra de koperen ploert haar opwachting maakt, maar zelf doe ik er niet aan mee. Bewolkt, 21 graden celsius, da’s mijn weer.

6
Ik heb nog nooit een aflevering van
Fawlty Towers in zijn geheel gezien. Er is altijd wel een moment dat ik van gêne niet weet waar ik moet blijven, en dan even in de kussens van de bank duik of helemaal achter de tv vandaan ga. Een soort plaatsvervangende schaamte waar ik, hoe fantastisch leuk ik de serie ook vind, niet mee kan dealen.

donderdag 11 januari 2007

Verliefd

Vandaag is er een weeralarm vanwege zware storm en ik ben verliefd op A.L. Snijders. Ik kocht zijn boek dat op de rug Ntnlzrsdnkn heet en op de kaft Belangrijk is dat ik niet aan lezers denk. Kloek, harde kaft, iets smaller en korter dan het gemiddelde werk. Hulde aan de uitgever. Het blijken honderden ZKV’s, zeer korte verhalen. Nadat ik er drie heb gelezen, weet ik zeker dat dit míjn boek moet worden. Frits Abrahams meets Hans Dorrestijn meets Wim T. Schippers. (Wij hebben hier thuis de gewoonte mensen als hutspot te beschrijven. Hans is in deze vergelijking natuurlijk de ui, wie de aardappel en wie de peen is, is me hier om het even. En ik zoek nog naar een vierde ingrediënt, als worst of als mosterd, met een literaire tint. Even denken. Jan Wolkers.)
De vrouw die met me afrekent reageert net als ik, enthousiast en hebberig. Ik troost haar dat er nog een exemplaar – de bovenste, bevingerde, dat wel, maar dat weet zij niet, al zal ze het wel vermoeden met haar ervaring als boekverkoper - op de tafel ligt.
Nu ben ik een lezer die geen
vorm zonder vent wil kennen. Nee, da’s niet waar, maar een door mij gewaardeerde vorm krijgt nog meer glans en diepgang als ik de vent erachter kan waarderen. En dus speur ik op het net naar informatie over de mij nog totaal onbekende schrijver. Het zal hem een gruwel zijn, mag ik aannemen na het beluisteren van door hem voorgelezen werk en vooral na het horen van het interview met Wim Brands, dat ik nu de neiging heb hem te schrijven of minstens te ontmoeten. In precies 30 minuten, zegt TomTom, kan ik bij zijn huis zijn en zien of zijn dak het houdt vandaag, met al die wind. Dan lees ik dat hij Ronald heet. Dat wil ik eigenlijk niet weten. Als dat me niet zou weerhouden is er nog altijd mijn fatsoen. Net als A.L. ben ik eerder precies dan rekkelijk en acht ik mij gehouden aan "dat doe je niet".


Kabouters

Voor kabouters moet je op campings zijn. In Bakkum
(vijfduizend gasten in zomerse piekweken) staat een
caravan die omringd is door grote kabouters. Soms
staat er ook een monster tussen dat schreeuwt en met
zijn ogen rolt als je door zijn elektronisch oog gesig-
naleerd wordt. Je schrikt door het onverwachte ge-
luid, maar deze zomer zag ik een driejarig jongetje
wel tien keer op het monster toelopen, en al die
keren schrok hij zich rot, zijn kleine lichaam sidderde
en schokte. Het verbaasde me dat hij de schrik zelf
zocht, maar toen ik me realiseerde dat er ook mensen
zijn die pijn lekker vinden, keek ik met vertedering
naar zijn elfde schrikgolf.

Bruidjes kijken (2)

Marjan had al een tijdje langs de nieuwe collectie gelopen en stond bij het rek met afgeprijsde exemplaren, maat 39, toen Ester binnenkwam die op de vlucht was voor een onverwachte regenbui. Marjan en Ester grepen tegelijk naar dezelfde schoen. Ester keek naar Marjan. Marjan keek naar Ester. "Wat een cliché", piepte Ester, die altijd als eerste sprak. "Ja", zei Marjan schor. Ze waren nog net niet ter plekke zoenend tussen de dozen beland, maar sindsdien wel onafscheidelijk.
De schoen die hen had samengebracht stond op de plank boven het bed van Marjan. De rechter van het paar stond op de schouw van Ester. Ze werden samen vrijwilliger in het filmhuis, kookten elke avond minstens drie gangen voor elkaar, deelden hun liefde voor zeehonden en zielige films. Dat Ester niet van kamperen hield was een teleurstelling voor Marjan, maar de huttentocht door de Oostenrijkse Alpen was een groot succes.
Toen Ester dan ook in de late herfst thuiskwam en een met kaarsen gedekte tafel aantrof, waarop de borden met rozenblaadjes waren versierd, begreep zij onmiddellijk wat er aan stond te komen en riep: "Ah, nee, ik had jou morgen willen vragen!". Er werd die avond weinig gegeten en als trouwdatum kozen ze 10 januari, precies een jaar na hun eerste ontmoeting.
Over de kleding waren ze het snel eens. Dat mocht een verrassing voor de ander blijven. En bloemen? Nee, geen bloemen. Wel schoenen. Samen uit te zoeken. Ze liepen in de schoenenzaak als altijd op dezelfde af. "Heeft u deze ook tweemaal in maat 39?"



[Gistermiddag om even voor half twee zag ik een stralend stel op twee identieke paren blauwe pumps de trouwzaal binnengaan. Ze heten vast geen Ester en Marjan. En als iets van de rest waar zou zijn, berust ook dat op toeval.]

woensdag 10 januari 2007

Dat ruimt lekker op

Een treinreis is ideaal om dat ene klusje te doen waar je anders zo moeilijk aan toe komt. Zoals de man naast me die de zaterdagbijlages van zijn regionale dagblad snuit. Voor mij knipt iemand met veel rode krullen zijn of haar nagels. Ook op enige afstand een onaangenaam geluid. De vrouw aan de andere kant van het gangpad, het zou een zus van Belinda Meuldijk kunnen zijn, is er eens goed voor gaan zitten. Ze heeft zich zo ingebakerd dat ze geen buur zal krijgen, hoe druk het in de trein ook wordt. Een grote rugzak plus een tas van een duur modehuis staan op de stoel naast haar, een opengevouwen krant erboven op. Haar jas ligt, keurig met de buitenkant naar binnen gevouwen, in het rek boven haar hoofd. Haar schoudertas moet blijkbaar nodig uitgemest. De inhoud verhuist naar het plankje dat ze uit de leuning van de stoel voor haar heeft gehaald.
Ik zie verschijnen: Een mobieltje, een deostick - die snel even gebruikt wordt -, zes haarspeldjes die op een opgediept kaartje worden geschoven, een dikke zwarte portemonnee, twee lippenstiften - eentje moet nog uit een kartonnetje komen en wordt (zonder spiegel, knap!) gelijk aangebracht - een grote tube crème, bijna leeg, een kokertje waar een filmrolletje in past (zit?), een pakje zakdoekjes, een handvol kleingeld, dat ze hardop fluisterend telt (€ 1,60) en dan bij de overige munten in de portemonnee laat glijden, een aantal paperclips dat gelijk in de afvalbak verdwijnt, nog twee tubes met onduidelijke inhoud, en een enkele sleutel aan een forse sleutelhanger. Ik merk op: geen agenda, geen pen en geen eten. Zou dat allemaal in die rugzak zitten?
Dan wordt de tas ondersteboven gehouden boven de open afvalbak. De afvalbak is veel te klein (lees: ze doet het niet handig) en er tingeltangelt van alles langs. Ha, daar zijn de dropjes en de snoeppapiertjes. Het blijft op de grond liggen. Als alle pluis uit de naden van de tas is gepeuterd wordt alles één voor één weer terug gestopt en keert de rust weer.

Eens even kijken. Ah, de buurman is aan het sportkatern toe...

dinsdag 9 januari 2007

Fijne baan!


Via postcrossing krijg ik een paar kaarten per week. Er gaat toch weinig boven echte post op de mat. Ik verzoek om kaarten van lezende vrouwen of (not so) ordinary people. Een kaart die precies aan mijn wensen voldoet is heerlijk thuiskomen. De teksten zijn vaak leuk, maar een beetje van hetzelfde. Vandaag een giga-uitzondering. Is ze niet super, dit Finse talenwonder?

maandag 8 januari 2007

Geheugengat

De achterkant van NRC is een dagelijkse traktatie. Fokke en Sukke, ik@nrc.nl, een driekoloms journalistiek stukje en twee columns. Frits Abrahams is mijn nummer één, maar ook de linkerkant is vaak prettig gevuld. Vandaag is de beurt aan Ewoud Sanders. Hij beschrijft in zijn column Staatsvijand nr. 1 een van de gevolgen van de opwarming van de aarde, de teloorgang van de winterwoorden. Daarin vermeldt hij dat zijn tienjarige zoon niet weet wat een wak is. Nu heb ik nog net een tienjarige in de buurt, dus die leg ik het onmiddellijk voor.
"Weet jij hoe een gat in het ijs heet?"
"Uh...wrak?"
Warm.
De twaalfjarige wordt van boven geroepen.
"Weet jij hoe een gat in het ijs heet?"
"Dat heb ik geweten! Wak!"
Heb jij ook kinderen in de buurt? Vraag het eens en vertel me hieronder leeftijd en antwoord. Dan stuur ik dat door aan Ewoud. Ik blijf dol op verrassend onderzoek.

Doornroosje


In 1985 nam Edy de Wilde afscheid als directeur van het Stedelijk Museum in Amsterdam. Hij deed dit met een door hem samengstelde tentoonstelling. La Grande Parade, hoogtepunten uit de schilderkunst na 1940. Er zijn maar liefst 400.000 mensen op afgekomen. Ik ben drie keer geweest. 21 jaar was ik en van moderne kunst wist ik hoegenaamd niets. Deze tentoonstelling heeft me wakker gekust.
Later datzelfde jaar was ik in Stockholm, waar ik het Moderna Museet bezocht. Ik was net zo onder de indruk als in Amsterdam van veel werken, en meer nog. De doeken van Per Kirkeby kwamen recht bij me binnen. Ademloos maakte het me.

Wat maakt zijn werk voor mij magisch? Wist ik het maar. Het kleurgebruik, de schijnbaar slordige wijze van verfsmeren, de natuur als zijn inspiratiebron, het feit dat veel doeken zeer omvangrijk zijn? Dat allemaal, maar er moet meer zijn. Daar heb ik de vinger nog niet op en dat hoeft misschien ook niet.

Sinds die jaren volg ik Kirkeby. Ik heb inmiddels mooie boeken en op verschillende plaatsen in Europa werken van hem gezien. Vorig jaar nog bezocht ik een tentoonstelling in Emden. En bijna elke keer ontnemen zijn schilderijen me letterlijk de adem. Het mooiste werk zag ik tot nu toe 'life' in Arhus in het moderne kunstmuseum, Aros. Alleen het prachtige gebouw is de trip al waard.

Groot is dan ook mijn vreugde dat ik ontdek dat deze zomer daar een tentoonstelling aan Per Kirkeby gewijd wordt. De vakantiebestemming ligt nog niet vast. Het moet raar lopen als we niet door Denemarken reizen.

zaterdag 6 januari 2007

Vals

Vanavond avondvullend een voorstelling van Youp van 't Hek op televisie. Ik blijk toch besmet door de commerciëlen. Ik mis de reclames en de ruimte die dat geeft om koffie te zetten, even te plassen, een blogje te posten. Gelukkig zingt Youp zo nu en dan een liedje.

Nou en?

Hier in huis geldt, in mijn nabijheid, een verbod op "Nou en?". Ik vind het disrespectvol en het irriteert me enorm dit geluid met name uit kinderkelen te horen komen. Mijn zonen zijn creatief genoeg om met alternatieven te komen, dus hun desinteresse kunnen ze (met een lach en met mate) best nog wel kenbaar maken.
P. werd deze week aan tafel betrapt op een té sterk verhaal. Hij vond het moeilijk toe te geven, maar hij ontkwam er niet aan. Altijd tot opvoeden bereid, gaf ik nog wel aan dat voor een goed verhaal best een beetje overdreven mag worden, maar dat je ook dat niet moet overdrijven.

Toen ik gisteravond P. sommeerde naar bed te gaan, omdat het al laat was en over drie dagen school weer begint, zag ik het Nou en? op zijn lippen liggen. Hij besloot tot: I don't give a shit. Hoewel het best komisch klinkt voor een kind van nog geen elf jaar, gaat ook deze uitdrukking me veel te ver. Volgens P. echter had hij dat geleerd in de cursus Engels voor beginners, die hij deze vakantie gestart is. Indachtig zijn verzinsel van eerder deze week, lachte ik hem hartelijk uit. Ik neem toch echt niet aan dat de Hema dát in de cursus heeft opgenomen. Of ik wilde wedden om vijf euro? Toe maar, dacht ik, die durft. Ik wed zelden of nooit en zeker niet om geld met mijn kinderen, maar een lesje voor het mannetje leek me niet slecht.

Enfin. Dit was natuurlijk hier geen onderwerp geworden als P. voor de tweede keer in één week betrapt zou zijn op een onwaarheid.

vrijdag 5 januari 2007

Dat verdient een haiku

Een paar weken geleden had ik met Extreme Tracking een tellertje op deze blog geplaatst. Best knap voor mijn doen, in één keer goed! En leuk om te merken dat ik gemiddeld zeker twintig lezers heb. Een topdag was 2 januari met maar liefst 53 'unique hits'. Ik word een echte schrijver! Met lezers! Al snel werd ik overmoedig en stak de blog in een nieuw jasje. Hierbij sneuvelde het tellertje. Vol vertrouwen door mijn eerdere succes dacht ik dit wel even te herstellen. Om een heel lang verhaal netjes samen te vatten: het lukte niet. En dat terwijl ik een mede-blogger nog toevertrouwd had: "zo'n tellertje installeren, kínderspel!". Alweer ergens te oud voor, zeker.
De noodgreep, een ander gratis programma, leverde ook veel onnette woorden en geram op de toetsen op. Lief zat de krant te lezen en mompelde wat goedbedoelde adviezen, maar het even komen doen: ho maar. Een plaspauze leverde inzicht. En toen: succes!

Mag ik jullie voorgaan?

voor jullie allen
een ereplaatsje in de
blogstatistieken

Rielerweg (2)


Ik sprak al eerder over mijn bijzondere verhouding met de Rielerweg. Leg ik de weg in de ochtend doorgaans zingend af, in oostelijke richting fietsend, aan het einde van de werkdag, ken ik een ander genot.
Ik ben dol op mooie woorden. Je mag mij voor een mooi woord wakker maken. Op de Rielerweg krijg ik sinds jaren een prachtig woord cadeau. Dat woord dat voelt als het doorprikken van een blaar en smaakt als de chocolaatjes bij de dessertkoffie.

Kandelaberen

Dit is een snoeitechniek waarbij de takken van de bomen zover afgezaagd worden dat alleen de hoofdtakken, als ware het een kandelaar, overblijft. Een paar jaar jaar geleden zijn de bomen op het oostelijk gedeelte van de Rielerweg gekandelaberd. Klemtoon op de tweede a, mocht je nog twijfelen.

Kandelaberen is zeldzaam. Het is een heftige ingreep aan de boom, dat mag duidelijk zijn, en het effect (o jee wat groeit de boom groot kan dit niet wat minder) is uiteindelijk niet spectaculair. Meestal wordt gekozen voor drastischer maatregelen als ruimen (de hoveniersterm daarvan ken ik niet) of de groei van de boom accepteren. Ook al betekent dit laatste donkere huiskamers en scheuren in de riolering. Voorkomen is natuurlijk het beste: plant bomen die op de bewuste plek groot en sterk kunnen en mogen worden.

Inmiddels zijn we met de bomen op de Rielerweg in fase 3 beland. Ik denk in het voorbijgaan nog even aan fase 2. Die is rauw, afstotelijk. Als was er brand geweest. Als had iemand het in zo’n hydralisch bakje even helemaal niet begrepen. En dan dat prachtige woord. Kandelaberen. Het zoet na het zuur.

donderdag 4 januari 2007

Thuistaal


Ante scriptum:
Onderstaand blogje schreef ik op 4 januari 2007. Op zaterdag 24 februari ontving dit blogje tientallen bezoekers. Blijkbaar mensen op zoek naar de naam van de moeder die aangebrand eten serveert? Ik ben nieuwsgierig waar uw nieuwsgierigheid vandaan komt. De Staring puzzeltocht? Alstublieft, vertelt u het mij. Laat een comment achter of stuur me een mail (zie rechterkolom). Dank!

Gisteren sprak iemand op de lijst van de boekgrrls van het NRC. Au! Ik reageerde en verweet de schrijfster een te groot chauvinisme voor het Amsterdamse. De samenvoeging van de Nieuwe Rotterdamse Courant en Het Handelsblad (uit Amsterdam) leverde ooit Het NRC/Handelsblad op. Af te korten als (en nu nooit meer fout doen) de NRC. Andere grrls associeerden naar andere vloeken in de kerk, zoals P van de A. Dat ontaardde in een fraaie lijst mailtjes over thuis gebruikte uitdrukkingen onder het kopje Thuistaal.
Ik haalde op dat mijn moeder - zelf ook geen begenadigd kok - regelmatig het verhaal vertelde van een vrouw die niet denderend kon koken. Als er commentaar kwam riep ze 'niet zeuren, is beetje aangebrand.' Op een goede dag keek één van de kinderen naar wat op haar bord lag en vroeg:
"Heeft aangebrand ook pootjes, moeder Aagt?" En ik vroeg me hardop af of het echt gebeurd was.
Per omgaande kreeg ik van twee grrls het antwoord:

AANGEBRAND

Aagt Morsebel nam kleinen Piet
In kost, en als het kind, te middag aangezeten,
Haar soms zijn walging merken liet:
De vieze bijsmaak van heur knoeisels werd geweten,
Aan kaarsvet, roet, noch snuif; 't was altoos: "Lekkertand,
Wat zou het zijn, als aangebrand?"
Nu kwam er eens een schotelvol groen eten
Te voorschijn, die Kok Aagt spinazie had geheten:
Hiervan kreeg kleine Piet zijn deel op 't bord gesmakt;
Hij roert er in; hij vindt twee achterpooten
Van d' armen kikvorsch, onder 't warmoes kort gehakt,
En legt, met de oogen half gesloten,
Zijn eetvork neer, terwijl hij vraagt:
"Heeft aangebrand ook voetjes, moeder Aagt?"

A.C.W.Staring (1767-1840)

Ik moet niks

Het allerbeste idee van dit jaar was om nog maar 32 uur te gaan werken. Een eindeloze donderdag strekt zich voor me uit. De lijst met dingen om te kunnen doen is ellenlang. De lijst met dingen die móeten helaas ook. De kerstboom heet J. gisteren al afgetuigd (dank!). Ik heb zojuist de kerstkaarten opgestapeld. En een lijstje gemaakt van mensen die ik zeker terug wil schrijven. De oven en de koelkast zijn uitgeruimd; die gaan straks met de mannen mee die de nieuwe koelkast komen brengen. Ach, wat jammer, dat maakt het niet meer mogelijk vandaag te gaan sporten.
De jongste is semi-vrijwillig in bad geweest, de oudste staat weer eens onder de lat. Als ik nu boodschappen doe vóór de koelkast dan zit ik niet de hele middag op niks te wachten. O, ik zal wel moeten, want ze zullen betaald moeten worden en dat moet cash. Zie dat maar eens in grote hoeveelheden uit een muur te halen. Ben ik al dagen mee bezig. De stofzuiger staat op scherp en de dweil popelt: zodra de te ruimen apparaten van de vloer zijn gelicht, moet er geboend worden.

Volgende week donderdag is een windstille koude dag. De kinderen zijn weer naar school. Er is 's nachts een dik pak sneeuw gevallen. Dan stap ik in de nieuwjaarskaart van Marleen en Norm en loop ik uren door het bos.

P.S. Wat een bizar fenomeen dat juist een blog met de titel 'ik moet niks' weigert om de eerste dertig seconden de titel te laten zien. Mijn vingers jeuken al om een nieuw blogje te maken of de bug in deze posting zit of ergens bovenaan het scherm. Maar nu eerst boodschappen doen.

woensdag 3 januari 2007

Rielerweg (1)

Iedereen zal wel zo'n straat hebben waar je iets extra's mee hebt. Voor mij is dat de Rielerweg. Om meer dan één reden. Ik heb er op zich niets te zoeken, al is er van alles te vinden. Deze weg, de enige die zo heet in heel Nederland, als ik mijn research goed gedaan heb, fiets ik in zijn geheel af, van huis naar werk. En aan het einde van de werkdag weer terug.

Op de heenweg zing ik altijd. Op voorwaarde dat ik niet achterop wordt gereden door een collega of een collega inhaal, want dan wordt er doorgaans samen opgereden tot en met de fietsenkelder of tot onze wegen zich scheiden. Maar dan ben ik allang het zangmoment voorbij. Het zangmoment start aan het begin van de Rielerweg. Het heeft een tijdje geduurd voor ik erachter kwam waar ik begon te zingen. Zingen doe ik namelijk vaak onbewust, als ik me alleen waan. Ik hoor mezelf pas als ik voorbijgangers op zie kijken of collega's in de kamer tegenover me de deur dicht doen of de radio aan.
Op de Rielerweg zing ik altijd een aria. Altijd dezelfde sopraanaria of altijd dezelfde altaria. Ik zing óf uit de Messiah van Händel Rejoice greatly, o daughter of Sion óf de altaria uit het begin van de Matthäuspassion Bereite dich, Zion. Toen ik door kreeg dat het altijd die twee liederen waren die ik daar zong, ben ik eens op gaan letten wat dit toch elke keer weer opwekte. Ik was er vervolgens snel achter. Helemaal aan het begin, op de hoek met de Tjoenerstraat, staat een huis met de naam House of Sion.

dinsdag 2 januari 2007

Laatste lekkernij uit Lucca

In het voorjaar van 2005 waren we twee weken in Italië. Na een handvol fantastische dagen in Venetië, logeerden we een nog heerlijker week in de bergen in de buurt van Lucca. We maakten kennis met agro-toerisme pur sang. Een wijngaard annex proeverij annex restaurant annex appartementenverhuurder annex beroemde mensen ontvanger. De Maionchi's komen uit een rijk en oud geslacht, zo nemen wij aan na ons bezoek. Zij zijn de enige familie met een praalgraf op het begraafplaatsje.
Opvallend was dat de eigenaren en medewerkers vrijwel geen engels spraken. Maar we kwamen er wel. Na een paar dagen in ons schitterend gelegen appartemen Le Salvie, begrepen we dat het zwembad nog leeg was omdat ze dachten dat wij het te koud zouden vinden. Per favore, no! En een halve dag later spartelden we met uitzicht langs cypressen op het Lucca in de verte. En we moesten ook zeker komen eten. Althans, dat dachten we dat ze bedoelden. Jeroen en ik lieten de jongens thuis met brood en chocopasta en togen tussen de middag naar het hoofdgebouw, de middeleeuwse fattoria. En inderdaad stond er een tafel voor ons gedekt. Een grote groep Amerikanen liet zich in de aangrenzende ruimte bedienen met eigen gids. Dan hoor je nog eens wat en werd ons duidelijk dat de aldaar gemaakte producten (vooral olijfolie en wijn) aan de man moesten worden gebracht. Dat verklaarde de drie, geopende, flessen wijn op onze tafel. Het eten was medio della strada (eigen vertaling van middle of the road) en dermate vet dat de wijn goed van pas kwam. De witte vonden we zozo, de twee jaar oude rode al een stuk beter en de rode uit 1998 super!
In het winkeltje zagen we dat Luciano Pavarotti er kind aan huis is, Renate Tebaldi ook en Nicole Kidman koopt haar olie hier! Daar wil je toch niet bij achterblijven.
We namen vier flessen wijn uit '98 mee naar huis. De krantenoppas kreeg er één en wij maakten de andere op mooie momenten soldaat. Op oudjaarsdag met vrienden die wijn kunnen waarderen de laatste. De volgende keer gaan we met de auto.

Zuinig met energie ...

... maar wees niet té zuinig. In het donker een appelflap bestrooien blijkt risicovol. Parmasan is niet hetzelfde als poedersuiker. Een appelflap met geraspte kaas is echt niet lekker.

Wachtwoord (6)

Er zijn weer drie werkmaanden voorbij en dus vroeg de computer vanmorgen of ik mijn wachtwoord wil wijzigen. Het moet altijd een woord zijn waar ik blij van word en toch goed te typen is, en dat is weer gevonden. Over drie maanden verklap ik welk woord bij bovenstaand plaatje hoort. Waag ondertussen gerust een gokje.

Het wachtwoord van de afgelopen drie maanden was doorschrijven. Het motto van mijn schrijfcursus in één woord samengevat. Het googlen om een plaatje leverde zowaar een boek op met de titel Pelle, maar ook een Katja S. in spannend gewaad. Blijkbaar iemand voor wie doorschijnend moeilijk te spellen was.

maandag 1 januari 2007

zondag 31 december 2006

Mijn Top 10 uit de Top 2000

Cyndi Lauper ~ True Colors
Verzoeknummer voor mijn eigen uitvaart.

Ella Fitzgerald & Louis Armstrong ~ Summertime
Geboortekaartje van onze oudste is gesierd met het tweede couplet.

Queen ~ Bohemian rhapsody
Queen is mijn ‘kluppie’. Heb alles, ken alles. Dit blijft nummer één.

Abba ~ Thank you for the music
Kunnen zingen, ik ben er net zo dankbaar voor als A.

Babys ~ Everytime I think of you
Ooit bijna op vreemd durven gaan (héél lang geleden).

Joe Jackson ~ Be my number two
Zo muzikaal als Jackson zijn er weinig.

Meat Loaf ~ Bat out of hell
Als ik dan uit mijn dak ga doe ik het goed en hard.

Police ~ Message in a bottle
Precies de pubermelancholie die ik toen zo goed kon gebruiken.

Acda & De Munnik ~ Als het vuur gedoofd is
Als tekstschrijvers een klasse apart, deze twee.

Hans de Booij ~ Annabel
Komt vaak zomaar in me op en het zingt zo lekker met mezelf mee.

zaterdag 30 december 2006

East is east and west is west. Sure?


Waarom ook de Gamma zo'n winkel is waar je altijd met meer naar buiten komt dan je van plan bent, is me eigenlijk een raadsel, evenzeer als een feit. Dus toen wij vanmiddag bedachten dat we geen uur zonder schilderij-ophangrail voor de zolder konden, had het me niet moeten verbazen dat wij even later in gangpad 24 een lamp uitzochten. Het werd er eentje van het merk Massive, type Compass. Altijd willen weten dat we geografen zijn.
En nog handig ook, zo'n plafondmodel. Dat heeft die Belgische firma goed bekeken. Hoeven we alleen maar het huis ondersteboven te houden om te zien waar de zon opgaat.

Consumptiemaatschappij

Sorry, mamma, de puzzel gaat nu toch de afvalbak in.
(Of om, geheel in de onvermijdelijke ban van de top 2000,
met Bonnie Tyler te spreken: Every now and then I fall apart.)

vrijdag 29 december 2006

De tirannie verdrijven

Een Nederlandse militair krijgt twee maanden cel omdat hij geweigerd had naar Uruzgan af te reizen. Pech gehad, oordeelde de rechter, had je maar een ander vak moeten leren. En dat de man ADHD heeft is geen beletsel. Niet zo heel slim van de betreffende man om er pas na jaren achter te komen dat hij als legerdienaar in een oorlogsgebied terecht kon komen en dat hij daar niet zo voor voelde. Wat had hij dan gedacht te doen? Zandzakken vullen voor overstromingen? Vierdaagses lopen? Of - zoals mijn buurjongen - vooral heel veel vrij zijn en de hele maand december de straat terroriseren met vuurwerk?

Los van dit alles, ik wil de man prijzen. Het is goed je af te vragen waar je slim aan doet in het leven. En naar Uruzgan gaan is verre van slim. Goed gezien, Warffummer. En net als Prins Bernhard en de zaak van de Albert Heijn-medewerker wil ik hem een aanbod doen. Ik wil wel voor je gaan zitten. Ik heb nog vier titels van José Saramago op de plank staan, wil nu eindelijk verder komen dan pagina 14 van Ulysses en mijn eigen roman kan ook wat tijd gebruiken.
Mag jij je ondertussen nuttig maken in mijn buurt. Een ADHD'er vloert toch zeker twintig vuurwerkjongetjes per uur?

Agenda 2007


Minder:
eronderdoor
erbovenop
ertussen

Evenzeer:
genieten
lachen
samen

Meer:
biologisch
schrijven
lezen

donderdag 28 december 2006

Geniet het goede ten dage des voorspoeds

Klaas de Vries was te gast bij Met het oog op morgen. Het was een paar dagen voor de tweedekamerverkiezingen. Klaas wist al - en wij met hem - dat hij niet meer verkiesbaar was. Maar nog meningen genoeg en dus een prettige gast. Ik stond in de file op de A1 op een woensdag na mijn onvolprezen cursus. Een geluksmoment. In mijn, toen nog gehuurde, bolide, in het donker, flesje water, herinnering aan fijne avond, vol ideeën om te schrijven. En vrouw van de wereld, vanzelf, zo op weg naar huis, waar ik, als altijd, warm verwacht werd. Klaas had zijn eigen muziek mee mogen brengen. Onaangekondigd klonk een nummer dat me zo heerlijk in de oren klonk dat ik al na een halve minuut mezelf commandeerde: Naar de aftiteling luisteren! Onthouden!! Toen Klaas mocht vertellen wie er zong, begreep ik waarom ik voor het eerst van mijn leven aangetrokken was door een jazz-nummer (Nee, da's gelogen. Ik houd ook van Porgie & Bess. De tweede keer, dan.) Wie zong er namelijk? De door mij al zo lang gewaardeerde Dame (spreek uit: deem) Kiri te Kanawa.
Ik ging op zoek en vond de CD waarop dit en nog veertien andere jazzklassiekers staan. Klassiekers, dat zegt manlief. Ik wist natuurlijk niet dat het klassiekers waren. En hoe klinkt het thuis, met het licht aan, met de agenda vol? Ach. Anders.

Papier de question

Toen ik gisteren een stukje mee mocht in de comfortabele IC 146, die in de vroege ochtend uit Hannover was vertrokken, viel mijn oog op een achtergebleven reserveringskaartje in de daarvoor bestemde hardplastic houdertjes die aan elk raam kleven. Verder waren alle houdertjes in het rijtuig leeg. Ik filosofeerde wat over overbodigheid van dergelijke zaken in het digitale tijdperk en dat het je baan toch maar zal zijn: die kaartjes inschuiven en verwijderen. Toen stond ik op om het kaartje van wat dichterbij te bekijken.
Op dinsdag 11 mei 2004 reisde iemand van Lyon Part Dieu naar Strasbourg. Een reis van ruim 4,5 uur in de snelste trein; een reservering zeker waard. Zat dit kaartje er al tweeëneenhalf jaar en ben ik echt de eerste die het eruit haalt? Ik krijg net als Brigitte Kaandorp bij Sonja van Veen geen antwoord op mijn vragen. Wie? Waarom? Waarom dit kaartje nog hier?
Geef gerust betekenis aan de nieuwe functie van het stukje papier van 10x3 centimeter; het dient als bladwijzer in de nieuwste roman van Clare Dudman, 98 reasons for being.

Ik ga op reis en neem mijn moeder mee

Zoals wel vaker tijdens schoolvakanties nodig ik de jongens uit voor een dagje samen uit. Een dagje per kind wel te verstaan. Weinig zo leuk als eens een hele dag de aandacht mogen geven aan en krijgen van dat ene kind. Het programma wordt niet door mij bepaald. Ik suggereer hooguit of wijs op randvoorwaardelijke onmogelijkheden.
Gisteren werd het Leiden. De grote trekker zijn dit jaar voor P. de Romeinen en dus togen we eerst naar het Rijksmuseum voor Oudheden. P. is niet voor de poes. Oude spullen zijn vooral leuk als ze écht uit Rome komen, en dus niet uit Tunesië of uit vindplaats onbekend. En bij voorkeur moet goed zichtbaar zijn (gemaakt) hoe het voorwerp er ook in het echt uitgezien heeft. De macquette, hoewel een huis in Pompeji voorstellend, kreeg de meeste aandacht. Het tijdreizen zou voor P. morgen mogen beginnen.
Toen naar het Lido waar Happy Feet speelde. In twee zalen. We kozen voor de nederlands ondertitelde. Op hetzelfde tijdstip draaide ook nog Kruistocht in Spijkerbroek. Lekker, hoor, zo'n grote stad.
Daarna nog even een pannenkoek in 't Oudt Leyden. De bon is in de haast de trein te halen helaas niet meegenomen, maar de spek en de banaan appel waren overheerlijk.

Op de terugreis werden voor de derde maal die dag onze kaartjes gecontroleerd. De conducteur, hoewel vermoedelijk hardhorend en zichtbaar verstrooid, had er zin in, getuige de conversatie met P. (bijna elf jaar en een zachte prater):
C: Zal ik jou een een héél mooi knipje geven?
P: Nee, bedankt.
C: Ik heb niet zomaar een knipje. Ik heb het allermooiste knipje van de wereld. Kijk eens! Zie je wat dit is?
P: Een pootafdruk?
C: Zie je wat dit is? Zie je van welk beest dit is?
P: Hond?
C: Ik help je niet, maar het loopt wel eens door de tuin en het zegt waf waf. Zeg maar kat!
P: ...

zondag 24 december 2006

Ik geef zelf ook wel eens een paard

Toen ik getipt werd voor de ideale boekenstoel kwam ik op een site waar ook deze Boedha-puddingvormpjes te koop werden aangeboden. Ik dacht onmiddellijk aan vriendin C. die prachtige zelfgemaakte Heren en Vrouwen heeft, maar zeker ook in Boedha iets ziet. Dat meen ik uit te mogen maken aan de grote hoeveelheid mannetjes die haar huis sieren. Maar puddingvormpjes, die had ze vast nog niet! Gespeur op het internet maakte duidelijk dat ik niet met een paar muisklikken in het bezit kon komen van deze stukjes plastic. En de enige plek waar ze in Nederland te vinden zouden zijn was een zaak in Eindhoven. Ik dacht een oud-collega wel zo gek te krijgen een bezoek aan zijn ouders te combineren met de aanschaf van de dikke heertjes. Helaas kwam hij niet meer in de lichtstad dit jaar. Maar aardig als hij is, verleidde hij zijn moeder, en via haar heeft C. haar verjaarscadeau mogen ontvangen.

[Ik kon de verleiding niet weerstaan en heb de vormpjes uitgeprobeerd. Of het aan het zelfgemaakte recept lag of aan de vormpjes zelf is nog niet duidelijk. Feit is wel dat mijn Sint-surprise compleet mislukte omdat de gelei-klompen geen enkele gelijkenis met welke Boedha dan ook hadden. Laten we hopen dat C. betere recepten en meer geduld heeft.]

zaterdag 23 december 2006

If I could save time in a bottle

Ontwaak in een stil huis. Weet jongste achter zijn vriend de computer en oudste in zijn geliefde zaaldoel, met vader als toeschouwer. Onthaal iedereen, brunch samen en maak lijstjes. Rijd naar de markt in het nieuwe speeltje dat nu al de bijnaam grote groene heeft. Vertoef een wijle bij de straatzanger. Neem lachend afscheid van de bloemenman die vrolijk pasen wenst. Koop vis op maat. Scharrel bekende en onbekende groenten op en teveel fruit. Schil twee kilo peren en zet te kook in suiker, wijn en kaneel. Stoei met drie messen en een kwart enorme pompoen. Stop Charpentier en Händel in de CD-speler. Trakteer de ogen op de kleuren van bloemen, fruit en groente. Proef meermalen in voorbijgaan de lippen van de allerliefste. Ruik de peren en lach om jongste met de neus dicht. Zijg neer op de bank. Lees tot je thuis komt.

vrijdag 22 december 2006

Boekeleed




Met zo'n titel
moet je niet
gek staan te kijken
als je tijdens het badderen
in het water glijdt.

donderdag 21 december 2006

Ik probeer mijn pen als Roald Dahl

Hij wist niet wat ervoor gezorgd had dat hij opgeschrikt was uit zijn hazenslaapje, de nu felle, stekende pijnen in zijn voet en schouder of het feit dat er een man over hem heen stond gebogen. “De bedrieger bedrogen, hè?” gromde een sjofel geklede vijftiger met een mondgeur als was hij het voorportaal van de hel. Bas realiseerde zich, in zijn opluchting dat hij gevonden was, onmiddellijk dat hij voor een stroper werd aangezien. Met zijn rechterbeen in de ene en zijn linkerschouder in de andere vossenklem lag hij er hier op zijn rug verdraaid verdacht bij. “Ik zocht mijn kat … ” begon hij uit te leggen. Hij verschoof zo ver als mogelijk om niet langer een puntige tak onder zijn billen te voelen. Zijn trui die omhoog kroop bij zijn rug kon hij niet naar beneden trekken zonder zich nog meer pijn te doen. De man, met zijn rechterhand in zijn broekzak, deed twee stappen achteruit en lachte kakelend. Hij miste de helft van zijn gebit. Bas was nu weer helemaal wakker. Hoe lang zou hij hier nu al liggen? Een dreinerig regentje had hem, zelfs half onder deze oude beuk liggend, doorweekt. “Ik was al bang dat er niemand langs zou komen, zo ver van het pad”. Hij probeerde de chagrijnige kop van de man vriendelijk aan te kijken. “En nu verwacht jij dat Geert je wel zal bevrijden? Malle Geertje maakt stropertje los?” teemde de man. “Nou, Geert, dat zou me een lief ding zijn” antwoordde Bas zo zakelijk mogelijk. “Ook al ben ik geen stroper. Er liggen een stukje terug wat flinke takken langs de greppel. Als je met zo’n tak de klemmen wilt spreiden, dan ben ik zo weer los en hebben wij onze handen nog”. Bas begon rustiger te ademen bij het idee dat hulp nu zo dichtbij was. “Jij gaat helemaal nergens heen” klonk het hijgend en stoterig. Geert wendde zich van hem af en leek weg te willen lopen. “Geert! Mijnheer? Wat …?” Bas begon benauwd te worden. Aan de schaduwen te zien was het grootste deel van de middag voorbij. Dat iemand hem had gevonden voor het donker werd was een wonder. Hij had zich voorbereid op een treffen met de stroper die ongetwijfeld in de nacht naar zijn klemmen zou komen kijken. Plotseling draaide de man zich om en begon Bas te bevoelen. “Jammer, mooie mijnheer, Geertje laat je liggen. Amateur”. De man sprak in felle korte klanken. Onhandig sjorrend met zijn linkerhand ontdeed hij Bas van portemonnee en mobieltje. “Je hebt hier geen bereik” overwoog Bas te grappen, maar hij bedacht zich. “Mag je allebei hebben” zei hij, in de hoop gul te klinken. “Een flinke beloning lijkt mij hier wel op z’n plaats”. De man had geen aandacht meer voor hem. Hij duwde de spullen in een uitgelubberde zak van zijn morsige colbertjasje, draaide zich om en slofte weg. Vlak voor hij uit het zicht verdween haalde hij zijn arm uit zijn broekzak. Een arm zonder hand.

woensdag 20 december 2006

πάντα ρει και ουδέν μένει

Denkend dat we als afdeling nog één keertje gezellig door de stad zouden kuieren en 'onder het genot van' afscheid zouden nemen van drie tijdelijke collega's die de reorganisatie vooralsnog niet overleven, werd ik zelf toegesproken. En hoe. Over elf dagen ben ik niet langer het hoofd van deze heerlijke afdeling. RJ had passende teksten gezocht. Ons beider voorliefde voor de tale Kanaäns werd niet onvermeld gelaten. Het citaat, uit het 30ste hoofdstuk van het boek Spreuken, werd geleverd in de Willibrordvertaling. Ik ben zo trots op 'mijn' mensen. En vandaag mag ik het ook een beetje op mezelf zijn.
(Maar waarom heb ik daar een zakdoek bij nodig?)

Ode aan een sterke vrouw

Een sterke vrouw, wie zal haar vinden? Haar waarde gaat die van koralen ver te boven! Het hart van haar man vertrouwt op haar en het zal hem aan winst niet ontbreken. Zij brengt hem geluk, geen ongeluk, alle dagen van haar leven. Zij zoekt zorgvuldig wol en linnen uit en werkt ermee tot genoegen van haar handen. Zij is als het schip van een koopman en haalt haar voedsel van ver. Zij staat op terwijl het nog nacht is, deelt proviand uit aan haar familie en geeft haar dienstmaagden het deel dat hun toekomt. Zij bekijkt een akker en koopt die; met de vrucht uit haar handen plant zij een wijngaard. Zij omgordt haar lendenen met kracht en maakt haar armen sterk. Zij merkt dat haar ondernemingen slagen: ’s nachts gaat haar lamp niet uit.

(kunstwerk: Gerri Grijsen)

dinsdag 19 december 2006

Incasseren in Castellum

Ik heb altijd willen geloven dat ik verwekt ben in Rotterdam, in de opkamer, op de boerderij van mijn grootouders. Op steenworp afstand van de Van Brienenoordbrug, in aanbouw toen. Mijn wieg stond een stuk minder romantisch 35 kilometer verderop, in een provincieplaatsje in het Groene Hart, dat toen overigens nog niet zo heette, maar nog wel heel groen was. Mijn vader had er, uitzonderlijk voor een vrijgezel, een eigen tweekamerwoning gekregen. Eenmaal getrouwd en met een kind op komst bleek het een uitkomst dat een buurvrouw wel wilde ruilen en zijn mijn ouders iets groter komen te zitten. Nog voor mijn tweede verjaardag zijn we verhuisd naar een nog groener stukje van 't hart.

Veertig jaar later besluit ik de plek waar mijn zusje en ik zijn geboren nog eenmaal van dichtbij te gaan bekijken. De jaren zestigflat wordt groots onderhouden op het moment.Veel flats staan te koop en een plaatselijke firma pakt de betonrot aan. Voor €1.20 mag ik een uur parkeren voor mijn geboortehuis waar nu L. van Capel en V. Tetteroo wonen. De kozijnen zijn inmiddels van kunststof en de ramen te hoog om naar binnen te kijken. Ik snuif, graaf, laat binnen waaien en pieker suf: maar nee, er komt geen enkele herinnering boven.
Ik probeer mijn moeder voor te stellen met een net lopend kind en een baby in de kinderwagen, worstelend met de voordeur. En mijn vader, die aan komt fietsen van zijn werk, met een bos bloemen of twee palingen bij zich. Ze verschijnen slechts met grote moeite voor mijn geestesoog op deze plek die bij mijzelf niet is ingesleten. Ik loop een rondje om het blok, zoekend naar mijn eigen voetstapjes. Het is een zaterdagochtend met de drukte die erbij hoort: boodschappen worden uit achterbakken gehesen, meisjes fietsen in hockeykleren voorbij. Niemand herkent me.

Het gegeven paard

Mijn ogen bedrogen me, maar mijn neus vertelde als eerste wat het was. Het kubusvormige doosje had nog niets verraden. Beplakt met crème, geschept papier en een chocoladekleurig, tot op de kleinste nerf zichtbaar, boomblaadje. Ik kon de verleiding niet weerstaan het niet heel zware doosje licht te schudden en hoorde een vriendelijk zacht gerinkel, zoals de uiteinden van sliertjes aan een indiase jurk klinken. In het doosje zat iets dat eruit zag als een kerstbal. Bruin, deels beplakt met een zilverkleurige sticker in de vorm van het servetje dat je tussen kop en schotel vindt in het café. Bovenop, in het midden van de zilveren versiering drie belletjes die ik inderdaad herkende als jurkknoopjes. Met eerbied, want onder de ogen van de gulle gever, tilde ik de bol met een doorsnede van zo'n zeven centimeter, uit het doosje. Ik lichtte de bovenste helft van wat ik nu voelde dat een houten bal was, op. Toen rook ik het. Een mierzoete lucht. Ik keek neer op een bloem met een geelgroen hart en zuurstokroze blaadjes. Moest dit neergelaten in water en zou het dan opzwellen tot iets vermakelijks kunstzinnigs? Was het de bedoeling dat ik in het hartje zou drukken opdat muziek zou klinken? Maar iets weerhield me om de blaadjes te bevoelen. Daar zag het geheel er te kwetsbaar voor uit.

Thuis bekeken de kinderen het kleinood- als vanzelf met de handen op de rug - met gepaste bewondering. Ik stond er nog mee in mijn handen toen manlief er één blik op wierp en nog voor hij het precies gezien had of het verhaal erachter gehoord, de flap van de vuilnisbak al schuin hield.

Als dank voor het uitlenen van een vooraf onmisbaar geacht kampeergadget kreeg ik van collega J. dit Thais souvenir. Het is inderdaad zeep, met de hand gesneden. Vastgeplakt aan de bodem van de bal is het vast de bedoeling dat het slechts voor de sier is. Ik heb helaas niet zo'n huis met een kraakwitte en dito heldere badkamer waar dit net het perfecte ornament zou zijn. Toch zal het daar terecht komen, en zullen de hotelzeepjes die er normaal zijn uitgestald staan, tijdelijk worden verbannen. Ik vermoed naar de vuilnisbak.

maandag 18 december 2006

Nooit te oud om te leren

Joop Koopman en Astrid Joosten zijn al mijn hele leven gast in mijn huis. Als kind, diep onder de indruk van de parate kennis van mijn ouders, keek ik al naar 2voor12. Tevergeefs heb ik geprobeerd hen samen kandidaat te laten zijn. Zo brutaal om hen achter hun rug om te geven ben ik niet geweest. Jammer dat ik ook brutaal pas later in het leven ben durven zijn.
In 1993 heb ik uiteindelijk samen met mijn moeder de voorrondes doorlopen en werden we uitgekozen om 'voor het echie' mee te doen. Helaas kwam mijn moeders ziekte ertussen. De uitzending van de opname die we op het laatste moment hebben moeten afzeggen vond plaats in de week van haar overlijden.
2voor12 kijken is voor mij dan ook meer dan alleen maar een leuke quiz meedoen. Ik stel me altijd voor dat mijn ouders nóg meer vragen weten dan ik. En zéker dat mijn moeder met een minimum aan letters het woord al zou hebben geraden. Soms spelen het ene of het andere zusje en ik 'moeder en dochtertje': we sms'en zo snel mogelijk antwoorden of bellen elkaar zodra we het woord zien.
Afgelopen vrijdag was een leuke uitzending met twee hele goede kandidatenparen, maar de vragen vonden wij thuisbankzitters te makkelijk. Zeker omdat er hints worden gegeven die de twee minuten durende inleiding op de vraag overbodig maken.
Zo werd er gevraagd naar een kinderspeelgoed, gehuld in een ei, dat stuiterde en allerlei leuke vormen aan kon nemen. Dat schoot me gelijk te binnen: silliepoetie! Toen meldde Astrid er nog bij: de naam betekent in het engels 'rare stopverf'. Wij keken elkaar met open mond aan. Silly putty, natuurlijk! Ook wij zijn nooit te oud om te leren.

(Op zoek naar een leuk silliepoetieplaatje kwam ik er ook achter dat ik met tegen de spiegel gooien en barbapappa's kneden weinig creatief ben geweest. Kunstenaar: Vik Muniz.)

zondag 17 december 2006

Burgen ob Zzzoem


Op fietsvakantie, ooit, troffen we aan het jeugdherberg-ontbijt een meisje uit Australië. Of Nieuw-Zeeland. Eén van die twee. Ze zal even twintig geweest zijn, hooguit, en had voor haar verjaardag een rondreis Europa gekregen. Ik geloof dat ze 15 landen in drie weken wilde zien. De gebruikelijke waanzin.Wat bijzonder aan haar was, afgezien dat ze het in haar eentje deed, was, dat ze niet naar de gebruikelijke plaatsen ging. Parijs, Amsterdam en Londen, daar kom ik nog wel eens, vertelde ze ons. Ze liet zich nu leiden door aantrekkelijke plaatsnamen. In Nederland ging ze naar - en ze kon haar lachen bijna niet inhouden - Burgen ob Zzoem!
Dit schoot me weer te binnen toen ik vrijdagmiddag met collega H. naar een auto ging kijken. De auto voor mij - inderdaad. Een volslagen nieuwe wereld, zo'n garage. Druk, een heerlijke georganiseerde chaos met aardige mensen. Ik stelde quasi-intelligente vragen als 'waar is-ie zo al voor gebruikt?'. Gelukkig kwam collega H. snel opdagen en konden in streektaal de onderhandelingen gevoerd worden. Stukje rijden, enthousiast worden, bakje koffie en zaken doen. Ik vat het uurtje maar even samen. Het is mijn ding totaal niet, onderhandelen over eigen geld. Wat mij betreft halen ze ook een tweedehandsauto gewoon langs de scanner en pin ik het bedrag dat op het raampje verschijnt. Maar H. en de garagehouder hadden er lol in. En ikke wel blij met de auto en voor deze prijs,vanzelf. Toen alles beklonken was durfde ik nog een duit in het zakje te doen.
Of die garagenaam op de kentekenplaat misschien vervangen kon worden? Want om nou rond te rijden met zo'n Brabantse plaatsnaam ...?
En gelukkig, niet alleen vier nieuwe banden, een APK-keuring en een bezoekje van de deukendokter werd mij beloofd. Bergen op Zoom zal vervangen worden door Heino.
Dat ik hier nog eens een punt van zou maken. Skiet mie maa' lek.

dinsdag 12 december 2006

Schatkisten

De aanblik van mensen op straat met muziekinstrument bij zich stemt mij immer vrolijk. Ingepakte muziekinstrumenten, wel te verstaan. Of dit nu een jonge vrouw is, in driekwartjas met een fagotkoffer, een vrouw van middelbare leeftijd op de fiets met een cello op de rug, of een man, hollend naar de tram, zwaaiend met vioolkist. Ze zijn op weg naar, of komen van, een plek waar hun kist open gaat en de schat onthult. Het instrument zelf, maar ook al het overige dat ze torsen.

Open uw kist en ik vertel u wat voor mens u bent. Na in tientallen ruimtes blikken te hebben geworpen in honderden kisten durf ik deze stelling aan. In een mooie ruimte van een echte concertzaal (waar overigens het koor een aparte kamer heeft), of op en onder vergadertafels in carrévorm, in de zijbeuk van een altijd tochtende kerk: de instrumenten kunnen niet tevoorschijn worden gehaald zonder meekijkers, gewenst of ongewenst.

De inhoud van een kist laat zich in drie categorieën delen: het instrument, de parafernalia en de souveniers.

Allereerst het instrument. Dat kan oud, gedeukt, waardevol, alledrie of geen van drieën zijn: in handen van de eigenaar is het altijd mooi. Dat maakt de kist niet meer of minder bijzonder.

De parafernalia kleuren de kist wel. De strijker neemt reservesnaren mee, en hars voor de strijkstok; de kist herbergt waarschijnlijk ook nog een kam. De koperblazer heeft minstens twee monstukken en vaak ook een sourdine bij zich; en natuurlijk een ragger voor het betere schoonmaakwerk. De rietblazers grossieren in rietjes; vooral de dubbelrietblazers koesteren deze kostbare - vaak zelfgemaakte - stukjes hout in diverse kistjes ín de kist. Eén van de leukste attributen vind ik het pakje vloeitjes van de hoboist.
Al die zaken voor dagelijks onderhoud van het instrument bevinden zich tussen het fluweel waarmee de doorsneekist gevoerd is. In de deksel, achter riempjes of in doosjes, open te maken nadat het instrument verwijderd is, of in etuis die naadloos in een daarvoor bedoelde holtes steken. De ene muzikant doet het met wat standaard wordt meegeleverd, de ander zweert bij huismerken, eigen fabrikaat of geeft een persoonlijke noot aan het geheel door bijvoorbeeld juist trombonevet bij de trompet te gebruiken of waar iedereen zweert bij samson-, juist de rizlavloei bij zich te steken.

Dat brengt me bij de derde categorie: de souveniers. Dit is een hobby waar vooral violisten zich mee bezig laten te houden. Niet zelden is het instrument extra omhuld door een eigen sjaaltje. Het zou functioneel kunnen zijn, temperatuur wordt nog beter bewaard, maar het doet vermoeden dat de eigenaar wil opvallen door een lap stof die de persoonlijkheid weergeeft. Een soort nonchalante grote zorg moet uitgestraald worden: het hoogst scoort een schoon, mooi, maar overduidelijk zeer oud lapje.
Dan zijn er de ansichtkaarten en de foto's. De ware exhibitionist gebruikt de deksel onmiddellijk als fotolijstje zodra het instrument is verwijderd. De jongste geliefde, het opgedoekte maar succesvolle kwartet of de gehele familie worden tentoongesteld. Ook een concertprogramma op flyerformaat wil nog wel eens de binnenkant van de deksel sieren.

Een beetje kist heeft plek voor meer en daarom kunnen er ook nog zaken worden aangetroffen als: bladmuziek, de spits of metro, een paperback (vooral bij koperblazers of anderen die delen van muziekstukken of concerten geen partij hebben, maar wel op het podium moeten zitten), of een stemvork.
Een kist kent zijn grenzen, letterlijk en figuurlijk. Zo heb ik nimmer aardse zaken als de boterham, de banaan of de autosleutels aangetroffen. Een kist kan onderweg dan ook altijd dichtblijven. Wat weer maakt dat wij nooit zeker zullen weten wat zich verborgen houdt.

maandag 11 december 2006

Samenzang

De trouwe lezer weet dat ik een zanger ben. Althans, ik zing graag. Als ik niet minstens een boek lees per week en niet naar mijn koortje ga, springt er een lampje op oranje. Oppassen nu! Leg ik de prioriteiten wel goed? Neem ik genoeg tijd voor mezelf?

Zingen doe ik in koorverband sinds mijn vierde jaar. Op het kerkkoortje in Ter Aar was mijn vuurdoop. Ik zal het eerste nummer nooit vergeten: Alles is eitel, Du aber bleibst, und wem Du ins Buch des Lebens schreibst. Zoiets. Het zit toonvast maar tekstueel fonetisch in mijn hoofd.

Daarna volgde nog vele koren. Vooral erg goede herinneringen heb ik aan het VU-koor en het USKO. Maar ook mijn huidige toonkunstkoor, Euterpe, is een warm bad. Wat maakt een koor bijzonder? Veel. Vandaag sta ik even stil bij wat zingen voor mij nog mooier maakt dan het al is: zingen naast een goede maat.

Elk koorlid zal het herkennen: het is heerlijk naast een goede zanger te staan. Als dat ook nog 'ns iemand is waarmee je kunt lachen, die jouw zangkunst ook kan waarderen en waar je kritiek van kunt verdragen en aan kunt geven, dan is er sprake van een echte zangmaat.

Ik heb bijna altijd geboft. Zo heb ik veel gezongen met mijn zusjes, allebei in hoge mate maten. Op het USKO, en later in de Kleine Johannes (ook een topkoor!), was het Lucine. Daar heb ik wat mooie muziek mee gemaakt! Het gedeelde gevoel als het klopt: perfect mengende stemmen, is verrukkelijk. De laatste jaren is het Cara. We begrijpen nog steeds niet waarom we de eerste maand - we kwamen tegelijk op ons koor - níet naast elkaar hebben gestaan. Sinds we elkaar ontdekt hebben houden we van elkaar, koorsgewijs gesproken. Of het nu is als leuner (Requiem van Verdi) of als steunpilaar (Hohe Messe van Bach), en ondanks de twintig centimeter die wij in lengte schelen, we zijn een hecht team.

Als alles vluchtig is, dan blijft toch het genieten.

donderdag 7 december 2006

Mevrouw de voorzitter


Geachte mevrouw Verbeet,

Mag ik u heel hartelijk feliciteren met uw nieuwe baan? Kamervoorzitter, ik ben kan me goed voorstellen dat dat inderdaad een droombaan kan zijn. Als mens in het land ben ik ook altijd benieuwd wie het gaat worden. (Ik kan me Anne Vondeling nog herinneren. En zoals dat ook gaat bij koninginnen en sinterklazen, zal de heer Vondeling voor mij de echte kamervoorzitter blijven. Maar dat terzijde.)
Ik heb de stemming met verbazing gevolgd. Niet dat ik niet heel blij ben dat u het bent geworden, dat zal ik hieronder uitleggen, maar het ging over zulke rare dingen. Of, beter gezegd, het ging over zulke rare dingen níet. Snappen die 149 anderen niet dat ze al die vergaderingen, vier jaar lang, naar iemand moeten luisteren? Dat het handig is dat iemand het regelement van orde van buiten kent en beleefd is tegen een ieder, en de oppositie niet in de watten of de kleine partijen niet in de luren legt, dat zal allemaal wel. Maar het moet toch ook een prettig geluid zijn dat de zittingen opent en weer sluit? Mevrouw Verbeet, daarin had u voor mij al gewonnen voordat het debat begon. U heeft een prettige, warme stem zonder onmiddellijke associaties met midwinterhoorns of blaaskappellen.
Ik heb uw (oude) site bezocht. Daarin kom ik te weten dat u erg van lezen houdt. Dat heeft u dan weer gemeen met uw vrouwelijke voorganger, Jeltje van Nieuwenhoven. En met mij. Ik mag u er nog meer om. U bent voor Ajax. Da's jammer. Maar goed, we hoeven niet gelijk vriendinnen te worden. U heeft nog iets dat ik niet eerder van u wist. U heeft - what's in a name, mevrouw Verbeet - een spleetje tussen uw voortanden! Wist u dat u daar geld mee kunt verdienen? In de winter van 1983 wedde ik met huisgenoten dat ik een rijksdaalder tussen mijn voortanden kwijt kon. Het lukte en ik mocht de rijksdaalder houden. (Jammer was wel dat het muntstuk vervolgens muurvast bleek te zitten en ik met -10 graden en open mond naar het VU-ziekenhuis moest rijden om het te laten verwijderen.) Maar mocht er dus een keer een vergadering opgeleukt moeten worden: gebruik 'm gerust (ik zou beginnen met een stuiver).
Ik wens u een prachtige tijd!

maandag 4 december 2006

Geen gezicht

Ik schrok van het gezicht van collega B. vanmorgen. Rode huid, dikke ogen, net iets te goed gewassen alsof hij verdriet had willen wegpoetsen. Ik ben er eentje van het snelle oordeel en dacht dus onmiddellijk LEED in de smiezen te hebben. Shit, ik wil geen leed; en zeker niet voor anderen. Als in een MTV-clip schoten overleden grootouders, verbroken relaties, zieke moeders, ruziënde vrienden en platte katten door mijn brein. Nooit peuren in verdriet, is mijn devies. Als iemand wil delen gebeurt het vanzelf. Maar doen alsof ik het rode hoofd met de gezwollen ogen niet zag zou ook weer hypocriet zijn. "Jò, onder de zonnenbank in slaap gevallen?" grapte ik maar. Dat kon hij - in het geval van ondeelbaar verdriet - altijd weglachen met "Ja, zoiets." Maar het verhaal liep anders. Hij was dit weekend Zwarte Piet. Het afschminken was nog een heel karwei geweest.

De enige echte

Wie herinnert zich niet de reclame voor Heinz tomatenketchup, waarin het rode spul vergeleken wordt met een ander merk? Een mevrouw en mijnheer aan tafel, die zich rijkelijk bedienen, en zichtbaar smullen van een patatje speciaal, kijken verstoord op van de voice over die roept dat Heinz beter is dan alle andere. Ze grijpen in. De mevrouw spreekt: "Wéllekuh ánderuh??" De man knikt tevreden en beiden vallen weer op de fles aan.

Al twintig jaar is Bram van der Vlugt onze echtste heiligman. Hij doet dat zeer knap. Gezag authentiek, stem okay, lengte prima, humor genieten. Bram is een overtuigende boekhouder. Toch is hij voor mij een hulpsint. Ik ben opgegroeid met Adri van Oorschot. Sinds 1965 kwam hij op TV-aan, liet hij zich toezingen 'van je bimmele bammele bom, zijt wellekom' en regelde hij een huis voor Annabel. Statig. Sonoor. Serieus.


Geloof is een zeker weten: Juliana is mijn koningin; Adri is mijn Sint.
 

blogger templates | Make Money Online