“Zet je fiets niet op slot. De kans dat je het sleuteltje kwijt raakt, is hier groter dan dat je fiets wordt gestolen,” zegt Huug, de coördinator van deze week, tegen 400 mensen op en rond de tribune op het grote grasveld.
De presentaties in de avond, daar horen de zakelijke mededelingen bij. Over overvolle vuilcontainers en gevonden voorwerpen.
Er is een i-Pod nano zoek. Dat steekt. Dingen raken hier niet kwijt. Ze worden gevonden. Een paraplu, een tube Calvin Klein lotion.
“Gisteren kwam iemand een gulden brengen. Op het grote veld gevonden.”
Dat ontroerde toch 400 mensen, en Huug.
*
Ik stel me voor dat je van onweer alleen snel dood kan gaan. Een harde knal, en weg. Of een boom precies op je hoofd. Daar kun je nauwelijks last van hebben. Maar ik heb nog plannen, en thuis houden minstens drie mannen van mij. Dus zit ik in de auto en wacht tot er drie flitsen achter elkaar meer dan 10 tellen ver weg zijn. Het is raar eenzaam in een auto langs een zandweg. Voor mij zie ik ook iemand in een auto zitten. Ook zij – ik zie een paardenstaart – speelt met de ruitenwissers. Dat troost dan weer.
*
Waar ik de tent ook opzet (de familietent, waar wij met z’n vieren ruim in passen), ik sta in de weg. Omdat er geen vakken zijn aangegeven in een staatsbosbeheercamping, maar vooral omdat de scheerlijnen lang zijn. Inkorten kan nauwelijks, dan kan de luifel niet doen wat de luifel moet doen.
En daarom ga ik de week voor ik naar Buitenkunst afreis, altijd even bij de Action langs. Om glow-in-the-dark-staafjes te kopen. Die buig ik dan tot een ringetje. Elke verre scheerlijn eentje. Ik bewaar er zeven. Voor elke avond één, om mijn pols. Val ik ook niet over mezelf.
*
Ja heerlijk, rustig opgestaan, vaak pas na acht uur, met niet teveel zoet ontbijten – de wespen hè? – flink koud douchen want het werd nog warm genoeg, drie, nee vier! boeken gelezen. Niet gebreid, daarvoor was het echt te warm. Een dag plagiaat bedreven, een dag geknipt en geplakt uit boeken, nog een songtekst geschreven, een slaapliedje gezongen voor 60 kleuters, over zandpaden gelopen in het aardedonker met een fles wijn aan mijn mond, teken leren verwijderen, jongeren zien dansen, marionetten in bossen zien hangen, mensen met een kinderbed om hun rug. Ja, echt heerlijk. Jij ook een fijne vakantie gehad?
*
Nog maar een paar jaar geleden hoorde je er verzoeken om een mobieltje te mogen lenen. Je checkte zelf je voicemail, rondlopend, op zoek naar bereik. Toen kwamen de opmerkingen over lege batterijen. Vaak gevolgd door ‘jammer dan’. In de toiletblokken branden lampen. Hoeveel meer elektriciteit hebben we nodig?
In 2010 kun je het mobieltje, de i-Phone, de Blackberry, de filmcamera, opladen in de administratiekeet. In een krap kastje – het moet nog een bijzaak blijven (of lijken?) – op twee planken liggen zo’n 15 stekkerdozen, met een kleine honderd stopcontacten. Dagelijks krioelen zwarte draadjes op weg naar de dagelijkse eenentwintigste-eeuwse voeding.
*
‘Houdt u van een uitdaging?’
Het is me nog nooit gevraagd door een jongetje van zes. Hij friemelt met z’n handen aan zijn korte broek.
‘Ik moet heel nodig plassen. Ik moet zo nodig plassen.’
Ik zie een blauw plastic tuutje tussen zijn vingers. Het glimlacht hier zo makkelijk.
Hij friemelt en friemelt. Zijn T-shirt is nat, zijn broek ook.
‘Ik moet zo nodig plassen, ‘ zegt hij nog een keer. Zijn gezicht vertrekt van de inspanning.
Manneke Pis spelen met een gevuld ballonnetje wil dit keer niet lukken.
‘Morgen dan maar?’, opper ik.
Hij kijkt op, en glimlacht.
*
Dit is de muziek die ik deze week hoorde:
- De Maria Vespers, van Monteverdi, vooral het eerste gedeelte, de sopraanstem.
- Every time we say goodbye, later in de week met name, in the uitvoering van Simply Red.
- Daniël Lohues, Ten Oosten Van De Iessel, de hele week eigenlijk.
- Flarden Bach: aria’s uit de passies, Bist du bei mir, cello-suites.
- Schläft ein Lied in allen Dingen, de mooiste canon aller tijden.
Alles in mijn hoofd. Bij Buitenkunst is geen versterkte muziek. En ik heb geen i-Pod nodig. Ik doe het met mijn hoofd.
(Story of my life, zo wie zo, altijd.)
*
zondag 18 juli 2010
maandag 12 juli 2010
Ik mis je nu al

Het is niet dat ik niet weet hoe te handelen in geval van een rampje, zoals een hoosbui. Of twee. Of een hele lange. Zo eentje waarbij de binnentent onder loopt, ook al staat de tent als een huis op precies de goede plek. Gewoon omdat elke tent onder loopt in de nabije omtrek, simpelweg omdat de hoosbui vier uur duurt.
Het is niet dat ik dan niet adequaat droog houd wat droog gehouden kan worden, niet dat ik niet weet dat ik dan het beste een dagje naar huis kan gaan om de boel te laten drogen.
Het is niet dat ik opzie tegen nog een paar van die buien, tenslotte houd ik van regen, zeker na zon. De eerste bui (eentje met veel felrood in het midden) komt om vijf uur vanmiddag, zegt de buienradar. Ik kan best zelf pannetjes onder de waterval van de luifel zetten, ik kan kleren in een plastic zak stoppen, ik op een fleece gaan liggen, die zich vol kan zuigen als het water omhoog komt. Ik kan zelfs bukken en de boel weer droog dweilen met een handdoek.
Kamperen in je eentje is hemels. Als je die ene maar mee kon nemen die zegt dat het allemaal goed komt. En dat dan ook zo is.
donderdag 8 juli 2010
Wij zijn misschien de beste
Ik ken een man die ruim 25 jaar geleden uitstelde om de liefde te verklaren aan de vrouw die nu al een kwart eeuw zijn allerliefste is. Hij stelde het uit, zo verklaarde hij haar later, omdat hij al wist dat het goed zou komen. Maar zodra hij zich uitgesproken zou hebben, en zij zijn liefde beantwoordde, dan zou het niet meer goed komen. Dan was het al goed, en zou het altijd hetzelfde blijven. Goed.
(Uiteindelijk vroeg zei hem, maar dat is voor dit verhaal niet relevant.)
Ik was tien jaar en wij werden bijna wereldkampioen. Ik ben nu 46 en wij zijn bijna wereldkampioen. Al 36 jaar zijn wij (ben ik) bijna wereldkampioen. Al 36 jaar weten hoe het geweest had kunnen zijn. Had. Kunnen. Zijn. Al 36 jaar noopt iets (masochisme? historische interesse? gedeelde smart?) mij de verhalen te herhalen en te herhalen. De schwalbe van Bernd Holzenbein, de bal op de paal van Robbie Rensenbrink, Herman Kuiphof (koning voetbal hebbe zijn ziel) zijn we er toch weer ingetuind en Wij waren de beste.
Nog 72 uur voor de aftrap. Bestaat er ook zoiets als voor-weemoed? Dat als het gelukt is, en we wereldkampioen zijn, dat het dan over is. In één keer zullen ze zijn geheeld: de krassen op mijn (kinder)ziel, de traumata van de jaren zeventig. Weg zijn de anecdotes van de omgevallen orgelkruk, de eerste kleurentelevisie, de stukken brie die tegen het beeldscherm werden gegooid. Zesendertig jaar hopen en verwachten sluit ik af. En dan? Dan zijn we het.
Wat dan?
(Uiteindelijk vroeg zei hem, maar dat is voor dit verhaal niet relevant.)
Ik was tien jaar en wij werden bijna wereldkampioen. Ik ben nu 46 en wij zijn bijna wereldkampioen. Al 36 jaar zijn wij (ben ik) bijna wereldkampioen. Al 36 jaar weten hoe het geweest had kunnen zijn. Had. Kunnen. Zijn. Al 36 jaar noopt iets (masochisme? historische interesse? gedeelde smart?) mij de verhalen te herhalen en te herhalen. De schwalbe van Bernd Holzenbein, de bal op de paal van Robbie Rensenbrink, Herman Kuiphof (koning voetbal hebbe zijn ziel) zijn we er toch weer ingetuind en Wij waren de beste.
Nog 72 uur voor de aftrap. Bestaat er ook zoiets als voor-weemoed? Dat als het gelukt is, en we wereldkampioen zijn, dat het dan over is. In één keer zullen ze zijn geheeld: de krassen op mijn (kinder)ziel, de traumata van de jaren zeventig. Weg zijn de anecdotes van de omgevallen orgelkruk, de eerste kleurentelevisie, de stukken brie die tegen het beeldscherm werden gegooid. Zesendertig jaar hopen en verwachten sluit ik af. En dan? Dan zijn we het.
Wat dan?
We spelen niet tegen de Duitsers
We dragen een oranje onderbroek. Of juist geen oranje, als we dat tot nu toe geen enkel oranje kledingstuk bewust hebben gedragen.
Zodra we achter komen, gaan we de keuken dweilen.
Als je tien was in 1974, 14 jaar in 1978, dan ben je nu 46. 4+6 is 10, en het wordt dus 1-0. Voor wie?
We branden geen kaarsjes, want de Spanjaarden branden er veel meer. Of dus juist wel, want zo’n enkele, speciale, die doet het ‘m.
Zat je tot nu toe rechts op de bank? Schoof je alleenstaande buurman binnen met een krat bier? Luisterde je halverwege de eerste helft ook even naar het radioverslag van Jack van Gelder? Scheurde je in de rust een zak Lay’s paprikchips open? Doe dit dan voortaan altijd precies zo.
Want, kijk, ja dan, nee toch: je moet er wel in durven geloven.
zaterdag 3 juli 2010
We spelen tegen de Brazilianen
Het is vandaag de warmste dag ooit, zegt de mijnheer van het journaal. Ik veer op. Há, dan hebben we die vast gehad! Tot nu toe, zegt de mijnheer er nog achter aan. Da's gemeen, dat telt niet meer. Dus. De warmste dag is achter de rug.
De jongste leeft naar de aftrap toe, zoals ik in 1978 naar de finale Nederland-Argentinië. Allebei 14 jaar, het klopt als twee bussen. Ik ben akelig ontspannen. Buiten kom ik vandaag niet. Soep met brood is nog wel ergens te vinden. Alle gordijnen en luxaflexxen zijn dicht, dus aankleden hoeft niet, een sok breien kan toch, ook al meet het binnen 26 graden en buiten nog 7 meer. Bovendien..
Eerlijk zijn? Heel eerlijk zijn?
Ik gaf ons geen kans. Geen enkele. Geen centje. Ik was niet eens teleurgesteld van tevoren. Ik berustte al. Alle fases had ik al doorlopen, nog voor de spelers aan de warming up waren begonnen. Ontkenning, woede, intens verdriet. En toen de berusting. Dat breit heerlijk op een te warme dag.
Toch kijken natuurlijk, hè. Eigenwijs.
dinsdag 29 juni 2010
We spelen tegen de Slowaken
Ik las dat de milt een sponsachtig lichaam is. Die spons breekt hier en daar wat lichaamseigen areaal af en behoedt voor kwaden van buiten. Ik las ook dat je zonder milt kan leven. Ik heb een milt in mijn hoofd.
Zodra het kwik boven de zeg 23 graden celsius dreigt te komen dan verwordt mijn grijze massa tot iets dat voor mijn ik – die dus duidelijk niet in mijn hoofd woont – niet meer van nut is. Sterker nog, die me tegenwerkt. Gedachten worden gedempt, slaan onverwachte doodlopende paden in.
Het zijn niet de dagen voor de vlijmscherpe analyses, voor de omstrengelingen met de geliefden, voor de breipartijen, voor zesentachtig nieuwe ideeën, voor buiten zijn. Het zijn geen dagen om te leven.
Met de ogen dicht wachten tot het overgaat, da’s nog het beste. Als het kan binnen, ajb binnen.
Rest alleen nog de vraag waarom ik me niet over geef ? Waarom bescherm ik de komende week mijn kopspons niet, tegen de o zo boze buitenwereld? Waarom trek ik niet een koel laken over me heen en wacht op het moment dat ik plat op straat in de regen mag gaan liggen?
Om de vijf minuten open ik een oog, of als het geluidniveau van de commentator omhoog schiet. We schijnen gewonnen te hebben.
Zodra het kwik boven de zeg 23 graden celsius dreigt te komen dan verwordt mijn grijze massa tot iets dat voor mijn ik – die dus duidelijk niet in mijn hoofd woont – niet meer van nut is. Sterker nog, die me tegenwerkt. Gedachten worden gedempt, slaan onverwachte doodlopende paden in.
Het zijn niet de dagen voor de vlijmscherpe analyses, voor de omstrengelingen met de geliefden, voor de breipartijen, voor zesentachtig nieuwe ideeën, voor buiten zijn. Het zijn geen dagen om te leven.
Met de ogen dicht wachten tot het overgaat, da’s nog het beste. Als het kan binnen, ajb binnen.
Rest alleen nog de vraag waarom ik me niet over geef ? Waarom bescherm ik de komende week mijn kopspons niet, tegen de o zo boze buitenwereld? Waarom trek ik niet een koel laken over me heen en wacht op het moment dat ik plat op straat in de regen mag gaan liggen?
Om de vijf minuten open ik een oog, of als het geluidniveau van de commentator omhoog schiet. We schijnen gewonnen te hebben.
zondag 27 juni 2010
Elfduizend
11.000 postbodes wil TNT ontslaan. Dat mag niet ongemerkt gebeuren. Ik ben (soms best wel) voor (een heel klein beetje) marktwerking, maar dit gaat de goede kant niet op.
Studenten, ZZP'ers zonder pensioen, bijbeuners op milieuvervuilende brommertjes: wie gaan er mijn dagelijkse kaarten bezorgen? Vast niet zo stipt op tijd en prompt als de TNT'ers die nu aan de dijk gezet gaan worden.
Daarom betuigen de postcrossers van Nederland steun aan de postbodes (de postcrossers pur sang, laten we wel wezen).
Op 1 juli steuren wij de TNT'ers een kaartje. Als dankje. Als hart onder de riem.
Doe gerust mee.
vrijdag 25 juni 2010
We spelen tegen de Kameroenezen
De oudste vraagt hoe inwoners van Kameroen heten. Volgt een discussie over Hagenaars en Hagenezen. De gastvrouw breit een patroon van Ribbels. Sommigen bewonderen en zien hardop de wording van een te gek vest voor zich. De dochter die al slaapt mag binnenkort afzwemmen, de onderwatercamera wordt gedemonstreerd. De Turkse hapjes zijn pittig, en we vragen ons even af of een mix van de sausjes ook mag. De vakantie naar Zweden is aanstaande; we praten over Selma Lagerlöf en waar haar gans ook alweer vloog. We halen op wanneer de witte stoel in het leven van de vrienden kwam. We vragen ons af of Femke Halsema bewust weer spreekt over Paars Plus in plaats van Paars Groen. We merken op dat we op de bank zitten met een Marc van 43 jaar die niet bij zijn moeder woont.
Voorkeuren
Als je me in jouw profiel meldt dat je van konijnen houdt, en van roadside attractions en dat geen kaart je te gek is, dan zoek ik niet eens meer op wat roadside attractions precies zijn. Dan krijg je deze kaart, Violet uit Seattle.
zaterdag 19 juni 2010
We spelen tegen de Japanners
Begin jaren '80 deed ik mijn zangoefeningen in de trein. De reis van Amsterdam naar Enschede was lang, en de trein na Apeldoorn nagenoeg leeg. Zodra ik echt de enige was zong ik mijn tertsen, kwarten en kwinten. Zo kwam het vriendje zingend dichterbij.
Kom er heden ten dage nog maar eens om, om een lege trein. Daarvoor moeten we toch minstens ... een voetbalwedstrijd spelen.
School gaat gewoon door, WK of geen WK. Vandaag de beoordeling. Mag ik naar het tweede jaar door? Ik mag. Met respect voor hoe ik het allemaal in mijn leven gepropt krijg, dat enthousiasme en die leergierigheid. Dat horen we graag, maar niet teveel of te lang, want hoe eerder ik in de trein zit, hoe groter de kans dat ik deze wedstrijd nog nét een stukje op de buis kan zien.
Dus weer met de radio in het oor met de onvolprezen Jack van Gelder. Ik stap de trein in tijdens het Wilhelmus. Pas na geëerd ga ik zitten. Ik brei en luister. Even na Stroe mag ik opveren. YES!!
Niemand hoort me.
Weer een reputatie gered.
vrijdag 18 juni 2010
Handelingen 20:35
Steekmarkeerders, een rolcentimeter, bamboe rondbreinaald, keltische harpmzuiek (!), en wel zo'n 600 gram prachtige wolletjes. Voor mutsjes, sokken, een sjaal. Ben ik jarig?
Koningin Beatrix zat mis, o zo mis, toen ze afgelopen kerst orakelde dat de virtuele contacten leeg zijn, en onecht. Als Boekgrrl, Bookcrosser, als Postcrosser, en als Ravelry-enthousiast ontmoet ik de meest krachtige, creatieve, warme en gulle mensen. Kom daar maar eens om, in de forensentrein of de rij naar de kassa!
Ik heet er Willemijn, of Browniepoint, en soms ook Ina, en ben er meer mezelf dan op menige werkdag.
Vandaag ontving ik de Voor Elk Wat Wils Doos. Boordevol breispullen. Om uit te graaien, en om in terug te stoppen. Om alle gulle gevers te laten zien wat ik uit de doos haalde, deze foto. Harstikke bedankt, allemaal!
(Dat kan ook op de site zelf, ik weet het. Maar ik ben denkelijk net zo weinig handig als onze majesteit.)
woensdag 16 juni 2010
stop gil ik
Naar buiten wilde ik, acuut. Maar waarom? De klus was nog niet klaar. Zou ook niet af komen, want ik had ruzie met veel te veel spreadsheets en een aantal bestanden stond op de computer thuis. Maar een uurtje had ik er toch nog aan willen werken. Al was het maar omdat ik beloofd had dat het vandaag af zou zijn.
Toch stond ik opeens na een versneld uitgevoerd ritueel (wc – computer uit – rondje prettige avond mompelen - radio in het oor) bij de liften. Ik had geen enkele reden. Voetbal hoefde ik vandaag niet te zien, er was geen noodzaak een onweersbui voor te zijn, kinderen op te vangen, nog een boodschap te doen. Bovendien bleek mijn timing onmogelijk: ik zou minstens 20 minuten op een trein moeten wachten.
Beetje verdwaasd en verbaasd loop ik de bekende saaie route naar de tram. Vlak voor de oversteek met de trambaan passeert mij een blonde vrouw, met blackberry aan het oor. Aan de overkant staat de spitstram richting station klaar. Die gaan we missen, maar de volgende komt binnen een paar minuten. Van links komt de tram richting Nieuwegein, lief klingelend.
Dan stapt de vrouw de trambaan op.
'STOP' gil ik.
Ze doet een stap terug, kijkt wazig om. ‘Ik zag ‘m niet,’ zegt ze.
Daarom misschien.
maandag 14 juni 2010
We spelen tegen de Denen
Ik ben niet het type dat onderuit zit en zo nu en dan nou nou of poe poe of joepie zegt. Op het puntje van de stoel zit ik, ik spring op, stamp voet, of beer ijs.
Het schuim staat me regelmatig op de lippen. Menig lelijk woord rolt langs mijn ivoren wachters. Mijn zonen zou ik terecht wijzen, maar voor mij is het leed dan al geschied. Drie of meer letters: netjes is het niet wat ik zeg als Kuyt hard onderuit gehaald wordt, of als Olsen kan juichen.
In 1978 gooide ik een stokbroodje camembert tegen de verse kleurentelevisie. Dat zal ik zo snel niet herhalen, maar ik kan niet beloven dat ik niet met vuisten zwaai. Ook bij een rustige wedstrijd ben ik zeer aanwezig. Goedbedoelde adviezen, haarscherpe analyses, venijnige aanmoedigingen: ik roer me. Hard.
Kortom, het lijkt mij voor het verdere verloop van mijn carrière niet verstandig als ik temidden van 300 collega’s naar Nederland-Denemarken ga zitten kijken. Ik zit achter mijn bureau. Met een radio in mijn oor, dat dan weer wel.
Het schuim staat me regelmatig op de lippen. Menig lelijk woord rolt langs mijn ivoren wachters. Mijn zonen zou ik terecht wijzen, maar voor mij is het leed dan al geschied. Drie of meer letters: netjes is het niet wat ik zeg als Kuyt hard onderuit gehaald wordt, of als Olsen kan juichen.
In 1978 gooide ik een stokbroodje camembert tegen de verse kleurentelevisie. Dat zal ik zo snel niet herhalen, maar ik kan niet beloven dat ik niet met vuisten zwaai. Ook bij een rustige wedstrijd ben ik zeer aanwezig. Goedbedoelde adviezen, haarscherpe analyses, venijnige aanmoedigingen: ik roer me. Hard.
Kortom, het lijkt mij voor het verdere verloop van mijn carrière niet verstandig als ik temidden van 300 collega’s naar Nederland-Denemarken ga zitten kijken. Ik zit achter mijn bureau. Met een radio in mijn oor, dat dan weer wel.
vrijdag 4 juni 2010
Komt dat zien, komt dat zien

('t was zo'n gepeuter om bovenstaande afbeelding zichtbaar te krijgen, dat ik nu de tekst onderstreept krijg, en niet meer weg. Nou, zo zien mijn breiwerkjes er dus ook vaak uit.)
zondag 30 mei 2010
Situatie 15
Er zijn maar 36 dramatische situaties. Deze tekst krijg ik mee, als student aan de Schrijversvakschool. Het is geruststellend bedoeld. Want wat ik ook verzin, in een kort verhaal, een filmscript, een toneelstuk of een gedicht. De gedachte is al eens verfilmd, het plot al te boek gesteld, het gegeven heeft al menig toneelplank gezien.
Liefdesrivaliteit tussen verwanten, De noodzaak dierbaren te offeren, Opstand: de lijst is eindig. (Lees vooral het schitterende werkje van Jan Veldman, waarin alle mogelijke verhaalideeën op rij staan.) Bekijk/lees respectievelijk maar eens Assepoester (haar zusjes willen die prins ook!), het verhaal van Abraham en Isaak (God geeft opdracht zijn zoon aan het mes te rijgen), Lucifer van Vondel (als dat geen opstand is!).
Mix een paar van deze drama's, scherp je pen, herschrijf een keer of wat, en je zou best eens wat leesbaars gemaakt kunnen hebben. En vergeet daarnaast het Echte Leven niet, als inspiratiebron. Maar vergeet vooral niet: Alles is al eens geschreven, au fond.
In de pers de afgelopen weken trof ik weer eens een bewijs:
De spindoctor van het CDA, Jack de Vries, moest aftreden vanwege een buitenechtelijke affaire. Met een ondergeschikte nog wel. En ergens las ik dat de echtgenoot van zijn adjudante utigezonden is naar Uruzgan.
Tijd om een stukje uit het bijbelboek 2 Samuel te citeren:
Voor Jack mogen we hopen dat de vergelijking hier ophoudt, want koning David bezorgde Uria een baantje waar het hevigste wordt gevochten en zonder rugdekking.
Ik krijg opeens een idee voor een toneelstuk.
Liefdesrivaliteit tussen verwanten, De noodzaak dierbaren te offeren, Opstand: de lijst is eindig. (Lees vooral het schitterende werkje van Jan Veldman, waarin alle mogelijke verhaalideeën op rij staan.) Bekijk/lees respectievelijk maar eens Assepoester (haar zusjes willen die prins ook!), het verhaal van Abraham en Isaak (God geeft opdracht zijn zoon aan het mes te rijgen), Lucifer van Vondel (als dat geen opstand is!).
Mix een paar van deze drama's, scherp je pen, herschrijf een keer of wat, en je zou best eens wat leesbaars gemaakt kunnen hebben. En vergeet daarnaast het Echte Leven niet, als inspiratiebron. Maar vergeet vooral niet: Alles is al eens geschreven, au fond.
In de pers de afgelopen weken trof ik weer eens een bewijs:
De spindoctor van het CDA, Jack de Vries, moest aftreden vanwege een buitenechtelijke affaire. Met een ondergeschikte nog wel. En ergens las ik dat de echtgenoot van zijn adjudante utigezonden is naar Uruzgan.
Tijd om een stukje uit het bijbelboek 2 Samuel te citeren:
Op een keer stond hij (David) aan het eind van de middag op van zijn rustbed en liep wat heen en weer over het dak van het paleis. Beneden zag hij een vrouw die aan het baden was. Ze was heel mooi om te zien. Hij liet uitzoeken wie ze was, en men zei hem: 'Dat is Batseba, de dochter van Eliam, de vrouw van de Hethiet Uria. David liet haar bij zich komen en sliep met haar. (...)
Voor Jack mogen we hopen dat de vergelijking hier ophoudt, want koning David bezorgde Uria een baantje waar het hevigste wordt gevochten en zonder rugdekking.
Ik krijg opeens een idee voor een toneelstuk.
zaterdag 29 mei 2010
Doe dat dan ook niet
vrouw zwaargewond na val van perron
Een 22-jarige vrouw uit Utrecht is zaterdagochtend rond negen uur op station Naarden/Bussum zwaar gewond geraakt toen ze wilde instappen in een al rijdende trein.
De vrouw verloor daarbij haar evenwicht en kwam tussen de trein en het perron terecht. De arm van de vrouw is afgerukt, haar voet is verbrijzeld en ze heeft een slagaderklijke bloeding opgelopen, zo heeft een woordvoerder van het korps landelijke politiediensten meegedeeld. Ze is met spoed overgebracht naar het ziekenhuis. De traumahelicopter is ingezet.
***
Ik ken een 22-jarige vrouw uit Utrecht. Dus ik hoop natuurlijk gelijk dat zij het niet is. Ik zat in een trein naar Amsterdam, kwam stil te staan en mocht niet doorrijden. Wachten wachten. Terug naar Hilversum. Stoptrein naar Utrecht. Kwam niet. Duizenden mensen op het perron. Honderden die een vlucht gingen missen. Mini-leed, natuurlijk, vergeleken bij een afgerukt ledemaat.
Ik wilde naar school, maar zou daar tegen het einde van de les verschijnen. Terug dan maar. Wachten wachten. Há, de vertraagde internationale naar Berlijn. Lekker leeg. Politiehond. Hasjsporen aan mijn tas. Ik krijg de neiging de politie te bellen, maar o nee, die zitten al aan die hond vast. Zesenveertig jaar met een breiwerk, dat lijkt een alibi.
Mini-leed, ik zei het al.
Maar toch.
De vrouw verloor daarbij haar evenwicht en kwam tussen de trein en het perron terecht. De arm van de vrouw is afgerukt, haar voet is verbrijzeld en ze heeft een slagaderklijke bloeding opgelopen, zo heeft een woordvoerder van het korps landelijke politiediensten meegedeeld. Ze is met spoed overgebracht naar het ziekenhuis. De traumahelicopter is ingezet.
***
Ik ken een 22-jarige vrouw uit Utrecht. Dus ik hoop natuurlijk gelijk dat zij het niet is. Ik zat in een trein naar Amsterdam, kwam stil te staan en mocht niet doorrijden. Wachten wachten. Terug naar Hilversum. Stoptrein naar Utrecht. Kwam niet. Duizenden mensen op het perron. Honderden die een vlucht gingen missen. Mini-leed, natuurlijk, vergeleken bij een afgerukt ledemaat.
Ik wilde naar school, maar zou daar tegen het einde van de les verschijnen. Terug dan maar. Wachten wachten. Há, de vertraagde internationale naar Berlijn. Lekker leeg. Politiehond. Hasjsporen aan mijn tas. Ik krijg de neiging de politie te bellen, maar o nee, die zitten al aan die hond vast. Zesenveertig jaar met een breiwerk, dat lijkt een alibi.
Mini-leed, ik zei het al.
Maar toch.
maandag 17 mei 2010
Hoor ik nou dat Willem II bijna failliet is?
Lieve God....
U heeft de afgelopen tijd mijn favoriete zanger Michael Jackson,
mijn favoriete zangeres Sugar Lee Hooper,
mijn favoriete acteur Patrick Swayze,
mijn favoriete actrice Farah Fawcett
en mijn favoriete entertainer Ramses Shaffy tot U genomen.
Ik wil u even laten weten dat mijn favoriete club AJAX is.
U heeft de afgelopen tijd mijn favoriete zanger Michael Jackson,
mijn favoriete zangeres Sugar Lee Hooper,
mijn favoriete acteur Patrick Swayze,
mijn favoriete actrice Farah Fawcett
en mijn favoriete entertainer Ramses Shaffy tot U genomen.
Ik wil u even laten weten dat mijn favoriete club AJAX is.
zondag 16 mei 2010
Ik geniet van u
Op een zondag in mei kun je in je piere-eentje naar Ootmarsum rijden. Daar zijn dan kraampjes met dromenvangers, er speelt een harmonie en alle galeries zijn open. Ik had dit jaar nog nooit zo lang op een terrasje gezeten. Zestien graden, uit de wind: dan wil ik zelfs wel in de zon. De handleiding bij mijn ingewikelde breiwerk lag thuis; de wol aaien was ook fijn.
Ik kocht natuurlijk kaarten. Voor mijn postcrossingvrienden van over de hele wereld. Voor de echtgenote van een collega, die rare katten spaart. En voor mezelf, twee lezende vrouwen.
Ik kocht deze kaarten bij de VVV. Een mijnheer van mijn leeftijd gaat een reünie organiseren, en of de mevrouw van de VVV wat ideeën voor hem had? Dat had ze, en ze vertelde precies wat hij nodig had, en meer. Toen hielp ze nog meer mensen, en ook die waren blij en verlieten blij het lelijke kantoor. Toen was ik. En ik dacht op deze zondag in mei Ik ga nu zeggen wat ik denk.
En ik zei tegen de mevrouw van de VVV: Ik geniet zo van hoe u geniet van uw werk. De tranen schoten me in de ogen, zo waar vond ik het, wat ik zei.
De mevrouw lachte nog steeds, en ze vond het leuk om te horen.
Ik kocht natuurlijk kaarten. Voor mijn postcrossingvrienden van over de hele wereld. Voor de echtgenote van een collega, die rare katten spaart. En voor mezelf, twee lezende vrouwen.
Ik kocht deze kaarten bij de VVV. Een mijnheer van mijn leeftijd gaat een reünie organiseren, en of de mevrouw van de VVV wat ideeën voor hem had? Dat had ze, en ze vertelde precies wat hij nodig had, en meer. Toen hielp ze nog meer mensen, en ook die waren blij en verlieten blij het lelijke kantoor. Toen was ik. En ik dacht op deze zondag in mei Ik ga nu zeggen wat ik denk.
En ik zei tegen de mevrouw van de VVV: Ik geniet zo van hoe u geniet van uw werk. De tranen schoten me in de ogen, zo waar vond ik het, wat ik zei.
De mevrouw lachte nog steeds, en ze vond het leuk om te horen.
zaterdag 15 mei 2010
Als je buurman in de sloot springt ....?
De donderdagse komst van de vuilnisophaaldienst was door de Hemelvaart doorkruist. Glas, blik, plastic, papier: het wordt hier allemaal keurig opgehaald. Behalve deze week dan.
Iemand moet er mee begonnen zijn. Bij vergissing misschien, in de war door al die koninginnedagen, vlaggen met wimpels, canadezen en de albert heijn toch altijd open, welke dag is het eigenlijk, volgens mij hoog tijd voor het vuil. En hup - buiten gezet de doorzichtige grote zak met plastic afval, het teiltje met daarin het blik en de curverkrat met de leeggedronken wijnflessen.
Pavlov op z'n best. Je ziet zo'n stapel vuil bij de buren, en daar ga je, bijna ondersteboven de kelderkast in, om jouw afval ook snel te lozen. En als er twee zijn, dan zijn er zo nog vijf, en dan de hele straat, en de straat ernaast ...
Ik was net klaar met mijn zooi, toen het door mijn hoofd schoot maar het is toch zaterdag?
Een buurvrouw aangesproken. Ach, zegt ze, volgens mij komt niemand het ophalen, maar ja, iedereen doet het.
Zijn we nou helemaal niet lekker geworden?
Om acht uur haal ik de boel weer binnen, besloot ik. Er zijn leukere karweitjes, maar domheid moet gestraft, het is niet anders.
Iemand moet gebeld hebben. Of rijdt er milieupolitie rond? Om drie voor acht rijdt de grote vuilniswagen de straat in. Alles gaat zonder pardon, ongesorteerd, de laadbak in. Behalve het glas, dat blijft staan. Huis aan huis.
P.S. Unbef*ckinglievubbel. Ben ik gewoon weer te braaf. Wie komt er langsgesjeest om tien voor half tien? De glasophaler. Heb ik de boel binnen gehaald. Stomstomstom. De groene golf is ook voor mensen die 60 km per uur door de bebouwde kom scheuren, mag ik weer achter oranje aansluiten met m'n max 50.
Iemand moet er mee begonnen zijn. Bij vergissing misschien, in de war door al die koninginnedagen, vlaggen met wimpels, canadezen en de albert heijn toch altijd open, welke dag is het eigenlijk, volgens mij hoog tijd voor het vuil. En hup - buiten gezet de doorzichtige grote zak met plastic afval, het teiltje met daarin het blik en de curverkrat met de leeggedronken wijnflessen.
Pavlov op z'n best. Je ziet zo'n stapel vuil bij de buren, en daar ga je, bijna ondersteboven de kelderkast in, om jouw afval ook snel te lozen. En als er twee zijn, dan zijn er zo nog vijf, en dan de hele straat, en de straat ernaast ...
Ik was net klaar met mijn zooi, toen het door mijn hoofd schoot maar het is toch zaterdag?
Een buurvrouw aangesproken. Ach, zegt ze, volgens mij komt niemand het ophalen, maar ja, iedereen doet het.
Zijn we nou helemaal niet lekker geworden?
Om acht uur haal ik de boel weer binnen, besloot ik. Er zijn leukere karweitjes, maar domheid moet gestraft, het is niet anders.
Iemand moet gebeld hebben. Of rijdt er milieupolitie rond? Om drie voor acht rijdt de grote vuilniswagen de straat in. Alles gaat zonder pardon, ongesorteerd, de laadbak in. Behalve het glas, dat blijft staan. Huis aan huis.
P.S. Unbef*ckinglievubbel. Ben ik gewoon weer te braaf. Wie komt er langsgesjeest om tien voor half tien? De glasophaler. Heb ik de boel binnen gehaald. Stomstomstom. De groene golf is ook voor mensen die 60 km per uur door de bebouwde kom scheuren, mag ik weer achter oranje aansluiten met m'n max 50.
dinsdag 23 februari 2010
Abonneren op:
Posts (Atom)












