dinsdag 31 juli 2007

Net niet

Ze draagt voor het eerst sinds weken kousen, een broek met lange pijpen, en een beha. Brengt wat make-up aan. Hangt een ketting om. De overgang van camping naar kantoor is groot. De nette schoenen knellen om haar voeten. Dan het schonen van de mailbox en de eerste plastic bekers automatenkoffie. Fijn gehad? vragen de collega's. Nou en of. Lekker uitgerust? Zeker weten. 's Avonds merkt haar zoon op dat haar blouse binnenstebuiten zit.

Gesmeerde actie

Op zondagmorgen vertrekken we van de camping bij Sandane. De weg en het landschap zijn volledig verlaten. We zijn op weg naar een waterval, die te bereiken is via een smal, steil paadje. Net als ik het grind op wil draaien, lijkt het stuur te blokkeren. Ik zie verschillende waarschuwingslampjes gloeien en weet met enige kracht de auto veilig aan de overkant te krijgen. Motor uit. Wat nu? Het instructieboekje meldt dat juist deze lampjes een onmiddellijk bezoek aan een garage noodzakelijk maken. Ik besluit de motorkap te openen. Misschien schiet me iets te binnen. Olie peilen, dat zou ik toch moeten kunnen?

Dan staat er vanuit het niets achter ons een camper. Met een Nederlandse jonge man. Die verstand heeft van motoren. En hij heeft olie bij zich. Ford-olie. En geruststellende tekst. Het is goed zo. Na vijf minuten zijn we weer onderweg. De man is verdwenen.

maandag 30 juli 2007

Als een garnaal je galgenmaal is

't Ziet er nog wel aardig uit. Met een soepele zwaai het nepvisje aan een draad zover mogelijk het fjord in tjoepen en dan de lijn weer binnenhalen met een molentje. Ik heb erbij gezeten, vanmiddag, en stiekem gehoopt dat de zalm die opgevist zou worden mijn avondmaal mag zijn. Maar beet krijgt hij niet, de stoicijnse Duitser, met zijn vrouw op een tuinstoel lezend op drie meter afstand. Tientallen keren zoeft de lijn door de lucht en evenzovele malen komt het gele spierinkje eenzaam boven.
's Avonds staat Pascal op hetzelfde plekje. Hij vist met garnalen. Het is alsof men ruikt dat zijn hengel doorbuigt. Binnen een mum van tijd staat een man of vijf rondom de vissende Nederlander. Behulpzaam wordt een vangnet aan een stok geschroefd en in Hoch- en steenkolenduits loodst men de grote vis naar boven. Een kabeljauw. Trots toont Pascal zijn vangst. De vis glibbert uit zijn handen en petst op het beton.

(foto: Jeroen)

Rode kaartjes in de regen

Al eerder had ik een poging gedaan het hen te leren, maar de motivatie was er nog niet, of mijn uitleg was onvoldoende, of ze waren gewoon te jong. Hoe dan ook, nu is het wel gelukt. De zonen kunnen klaverjassen. Na twee avonden - en die zijn lang in het hoge noorden - was het kunstje onder de knie.
De ene helft van de familie is gezegend met een scherp verstand dat altijd en overal tot onmiddellijk handelen in staat stelt. De andere helft combineert de intelligentie met een relaxte kijk en een intiutief opgooien van bijna altijd briljante kaarten. De vaardigheden werden gemengd en op één van de (slechts) twee volkomen verregende dagen speelden we onze eerste echte pot.

P.S. Voor de liefhebbers: Amsterdams/Utrechts. Voor de geïnteresseerden: de maat hoeft niet ingetroefd en troef wordt gemaakt door de uitkomende speler.

Aanstelleritis

Na een uurtje te hebben staan kijken naar het uitladen van het schip mag ik zelf de m/s Prinsesse Ragnhild oprijden. Het uitrijden van de auto's was langzaam gegaan. Dan eens twee wagens, een enkele keer drie, na een tijdje weer een enkele, zo hadden we de boel van de boot zien komen. Ik zie om me heen nog één auto waarin een vrouw achter het stuur met een man naast zich. In z'n één schuif ik achter een dikke Mercedes over het ribbelmetaal. De mannen in gele hesjes zijn onverbiddellijk: naar rechts worden wij gewezen. Mercedes verdwijnt als door tovenarij. Dan duik ik zelf naar beneden. Scherp draaien. Het wordt krap nu. Verder manouvreren tussen witgesausde wanden, luchtkokers en roodbebiesde palen. Wat veel krassen op de muur! Nog een keer steil naar beneden en weer aan de voet van de smalle ijzeren plank een scherpe draai. Waar eindigt dit? In een plek in de hoek met mijn neus op drie centimeter van een gebutste koker. Rechts is genoeg ruimte om uit te stappen. Mijn stoel naar achteren schuiven is geen optie als zich daarachter twee slaapzakken en een bal bevinden. En zo'n pook zal ook niet even opzij gaan.
Als brandend maagzuur komt de gedachte gedurende de hele reis omhoog: hoe kom ik in vredesnaam die boot weer af?

zondag 29 juli 2007

Dan toch eerst maar over schoenen

Na de zeven reacties op mijn laatste blogje dan toch maar eerst over de krokodillenschoenen geschreven. Beste mensen, ze zijn fantastisch! Natuurlijk, spuuglelijk zijn ze ook. Ik kocht overigens niet een groen, maar een beige (bij avondlicht gouden) paar. Je voorkomt er schimmel mee onder de campingdouche. Ze zijn zo aangeschoten ten behoeve van een nachtelijke plaspartij. Het ruimt er heerlijk de auto mee in, terwijl het kampeerterrein onder water staat. De puppeltjes op het voetbad strelen de zool prettig. En de onze komen in een maat waar drie van de vier gezinsleden mee uit de voeten kunnen.

En dan heb ik nog niet eens verteld dat je ze ook nog kunt versieren! De dertien perfect ronde gaatjes (hieraan herkent men de ware) laten zich naar believen opvullen met lieveheersbeestjes, dolfijnen, doodshoofdjes, bloemetjes, bijtjes en smileys. Ik heb me nog niet vergrepen aan deze extra's (in Noorwegen bij de boekhandel à NOK15, ongeveer €2), maar wat niet is ...

donderdag 12 juli 2007

Let the feast begin (2)

Weer nieuwe parafernalia dit jaar: de tentluifel en de foeilelijke crocs. De auto zit verder vol met dat wat we verleden jaar ook al meenamen.
Noorwegen, here we come.
Tot over twee weken.

Let the feast begin

De film is een seconde of acht begonnen, met een adelaarsshot over Klein Zanikem, en Pelle naast me zucht vergenoegd: "'t Is nu al mijn lievelingsfilm!"
De voorpret was enorm geweest. En nu zaten we er, gevieren, in Zutphen, omdat ons eigen stadje het een tijdje alleen met een (prima) filmhuis moet doen. Daar in Zutphen pakken ze het grootst aan en wij dus ook. Gewapend met een trog popcorn kon de pret beginnen.

En pret hadden we. Als in alle films (western, thriller, actie, you name it) vind ik alleen de pief paf poef scenes saai. Het zal wel mijn diep geworteld pacifisme zijn, of mijn lafheid,of mijn angst dat iemand au krijgt, maar van mij hoeft dat niet, dat achter elkaar aangerén met al dat schieten. De profetieën vielen prachtig, daar niet van.

Superlatieven over de casting, deze nieuwe regisseur, het spel, de humor, het script. Ja, toch ook het script. Natuurlijk vallen vooral de onderwerpen op die géén rol hebben gekregen in de film. Zo ontbreekt de bezem en dus zwerkbal bijna geheel. Er is veel te weinig Sneep (maar dat vind ik altijd).
Al met al: wat een prachtig gemaakt film weer. Een greep uit de hoogtepunten die opborrelen na een nachtje slapen:
  • Het huis van de familie Zwarts
  • De halfbroer van Hagrid (daar gaan we nog plezier van krijgen)
  • De lessen Verweer tegen de Zwarte Kunsten van Harry
  • De casting van Omber en Loena. Vooral Loena, o, wat een heerlijke griet.
  • Knijster (is het hoofd van de conciërge gebruikt?)
  • "Doing a Weasly"

Harry is in de film net zo'n stuk chagrijn als in het hele boek. Heel goed dat daar niet aan gemorreld is. Toch/Dus valt er heel wat te lachen. Vooral om Loena. Die Evanna Lynch, houd haar in de gaten.

woensdag 11 juli 2007

Haantje de voorste

“Deze doen maar?”.
De jonge blonde conducteur knikt naar de deur. De hoofdconducteur, naast hem op het perron, humt wat. Ze stappen de trein in. De jonge blonde, staande op de treeplank, speurt naar reizigers die hij nog kan bedienen. Eén oog langs de trein, het andere op de klok. Over het perron komt een vijftiger aansukkelen, net als de hoofdconducteur gezet, ook kalend en ook in NS-uniform. De HC herkent hem.
“Hé, Gerrit!”
De man die Gerrit wordt genoemd klimt half aan boord, schudt eerst de hand van de HC en stelt zich dan voor aan de blonde jongeling, zonder naar dienst naam te luisteren. “Ik rijd met jullie mee naar Amsterdam …. systeem testen … daarna jij en ik samen …”.
Deze laatste woorden zijn voor de blonde. Die reageert opgewekt.
“Dat moet helemaal goed komen”.
Blijkbaar is de jongeling wel meer oudere heren gewend die inbreuk doen op zijn dienstrooster, en hij werpt nog een laatste blik langs de trein en op de klok. Hij brengt zijn hand met de fluit naar de mond. Maar het is Gerrit, die ook naar buiten is gaan leunen, die het schrille vertreksein blaast. Beteuterd bergt de jonge blonde conducteur zijn fluit weer op.

dinsdag 10 juli 2007

De schaamte voorbij

Nog geen vrouw heb ik gevonden, mits zij minstens twee kinderen heeft gebaard, die mij ervan zou weerhouden de uitvinder van de Tena-lady in brons te hullen. De opluchting dat maanden na bezorging van nageslacht op deze aarde het toch nog bijna helemaal goed is gekomen met de naweeën, die opluchting deelt barend Nederland. Naweeën die vooral de bekkenbodem treffen. Maar goed, bijna helemaal goed is niet perfect en dat stinkt. Niet veel, niet erg, maar niet te missen. En de oplossing is nabij! Sinds jaren hul ik mij op spring-, hol-, hoest- en niesdagen in een beschaafd stukje extra textiel. Aan te schaffen bij de grootgrutter.
Nu is het aanschaffen van artikelen die de levenscyclus ondersteunen (danwel onderbreken) blijkbaar precair. Ik herinner me als puber in Engeland dat ik tampons kocht. De cassière kwam achter haar toog vandaan om mij een bruin papieren zakje aan te reiken. Ik zou er toch zo niet mee over straat gaan !?

De firma Tena speelt ook al jaren in op valse schaamte. Zo kun je via de website je spulletjes op proef bestellen die in discrete verpakking worden toegezonden. De laatste vinding van gezellig gezellig niks aan de hand iedereen plast alle druppeltjes alleen op he toilet is het beschermhoesje. De onlangs aangeschafte doos bleek omhuld te zijn door een cellofaantje. Daarop de productinformatie die tot voor kort gewoon op de doos werd gedrukt. Het voordeel van het cellofaan was me onduidelijk. Tot, thuisgekomen, bleek, dat ik het er af kan schuiven en eronder vrolijke pasteltinten tevoorschijn kwamen en de tekst en het logo nergens meer waren aan te treffen. Voortaan hoeft niemand, ook ikzelf niet, meer te weten dat er iemand in huis is die last heeft van uh ... nou ja, ik hoef het niet te noemen, want je ziet het niet, hè.

zondag 8 juli 2007

Op stelten

Het Wellepad ligt vandaag op gelijke hoogte met de IJssel. Hekgolven van op zondag zeldzame binnenschepen doen zo nu en dan een plens water op de kade slaan. De zon schijnt. De wind wappert vriendelijk. Om mij heen groepjes dagjesmensen die - de meesten met een ijsje - de ogen helend over het water laten glijden. De ogen hebben, als de mijne, de afgelopen uren naar de hemel gestaard. Want daar gebeurt het dit weekend in Deventer. Drie dagen lang bezoeken vijftien theatergezelschappen ons stadje, zoals elk jaar in het begin van de zomer. Ze doen mooi, ze doen gek, ze doen knap. Ze amuseren en doen griezelen. "Opa, ik ben zo bang dat ze echt zijn", gilde een meisje naast me. Het meisje dat haar pop kwijt is en de rare man in de Zeppelin zijn er voor de jongsten. Ouderen genieten van Strange fruit (foto) of de mega-voorstelling op het Grote Kerkhof met vis en en zeemeermin en duiker.
't Is een kabbelend stadje, Deventer. Maar zo nu en dan slaat er een golf over de kade en ben ik trots er te wonen.

zaterdag 7 juli 2007

Met open mond

Weinig zo heerlijk als vol bewondering zijn voor mensen die kunnen wat jij zelf bij lange na niet presteert, maar wat je o zo prachtig vindt om naar te kijken. Voor mij is dat het programma De Vloer Op. Onder leiding van Peter de Baan gaan 's Neerlands topacteurs en -actrices een potje staan improviseren. Ze krijgen een opdracht en ze krijgen het podium. En ga je gang maar.
De opdrachten zijn verukkelijk ingenieus, daar begint het al mee. Mirjam, jij bezoekt voor het eerst in tien jaar je in Libanon als militair invalide geraakte vader. Je gaat hem vertellen dat je F16 piloot wordt. Morgen begint je eerste missie. Of, zoals gisteren, werkelijk te bizar voor woorden, een opdracht die zelfs bij de actrice een Nou, Peter! ontlokte: Je bent bij de gynacoloog geweest en die heeft maden in je eierstokken ontdekt. Dat kan alleen komen door sex met dieren of sex met lijken. Je bent thuis en je man komt thuis van zijn werk op het mortuarium.
De aangewezen spelers stappen tussen het publiek uit, kuieren naar de requisieten, trekken wat aan of zetten wat op, en beginnen. In die halve minuut tussen opstaan en het eerste woord moet het ratelen dat het een aard heeft, tussen die twee keer twee oren. Ze hebben immers niks dan hun eigen fantasie: er is nog geen verhaal, geen script, geen plot. En niet alleen moeten ze dat zelf verzinnen, dat moet ook nog eens met z'n tweeën, of soms zelfs gedrieën.
Meesterlijk is om te zien hoe ze geven - ontvangen - terugkaatsen - zoeken - de ruimte krijgen - terugspelen - tot een climax laten komen - de ander laten schitteren - en bijna nooit moet hun verhaal een oplossing krijgen door het Tot hier! van Peter de Baan.
Naast een onbeschrijflijk talent en een grote kennis van het klassieke toneelrepertoire schuilt het succes in de samenwerking en het de vloer gunnen aan de ook getalenteerde en onderlegde medespeler. Je zou er potjedorrie nog een les uit kunnen leren voor je eigen werkvloer.

vrijdag 6 juli 2007

Maar de voorkant zit weer netjes in elkaar

Schoolboeken: vijf jaar
Venetië en Lucca, all in: vier personen, twee weken
Waterpomp voor vluchtelingenkamp: 11 stuks
Sushi van AH to go: 398 maal
Onder- en bovenbeugel: 2 kinderen gedurende 4 jaar
Deurcollectes: 512 maal
Koffiedrinken in de koorpauze: 53 jaar

(en in een volgend leven verzeker ik me all risk)

donderdag 5 juli 2007

Non scholae sed vitae discimus


Waar leer je meer van, van tien jaar lezen op Wikipedia of van tien jaar naar school gaan? Hij bedoelt het als een retorische vraag. School is hem een juk. Wat hij moet leren weet hij al. Of interesseert hem op dat moment niet. Of komt bij hem te langzaam binnen. Of te snel. We weten het met z’n allen niet. We willen zo graag een jongetje dat naar school huppelt. Maar ons motto moet al jaren zijn ‘En van je héla hola houd er de moed maar in’. Of we citeren Seneca. Nog zeven jaar leerplicht. We koesteren de blijde momenten. Zoals vandaag. De laatste schooldag.

dinsdag 3 juli 2007

Waar is Pippi Langkous doodgegaan in Nederland?

Dit blog kent een gemiddelde van 31 lezers per dag. Ik ben daar gepast blij mee. Tot op heden heb ik de neiging onderdrukt dit getal op onnatuurlijke wijze op te krikken. Bokito, Glasgow, Majoor Bosschart, Misa, Uruzgan: het lokt zeker lezers, maar of die hier vinden wat ze zoeken?

Twee statistiekprogramma's laten mij zien op welke dag ik het meeste bezoekers heb (de dinsdag - wie legt mij uit waarom?), hoe laat (tussen negen en tien 's avonds) en op welke woorden ze gezocht hebben in Google voor ze bij Brownie Point terecht kwamen. Een impressie:

leraar latijn verliefd
ze mocht in z'n slip grabbelen
hand verbrand wat doe je dan
de gek geworden bever
moeder kwijt utrecht centraal
slanke bruid
snus is cool

zondag 1 juli 2007

Politicus zoekt Burger


Met een jas over zijn hoofd wordt mijnheer de minister bij mij in bed gebracht. Te bekende Nederlander blijkbaar, om aan iedereen te laten zien dat hij zich bij mij onder de lakens voegt. Hé, er is dus televisie bij? Het kan me niet schelen. We hebben heerlijk staan zoenen, wat hij eerlijk gezegd niet zo héél goed kan, maar de hele entourage is toch wel van dien aard dat ik een vervolg wil geven aan dit feestje.
Naast mij liggen nog twee vrouwen te wachten op wat gaat komen. Het verst van mij af ligt Willeke van Ammelrooij en de vrouw naast mij ken ik alleen van gezicht. En nu ook van mooi lijf.
Mijnheer de minister en ik maken het gezellig. En dan moet hij weer weg. Druk baasje. Maar hij komt terug, dat snap ik wel. Wat mij in de war brengt, want had ik thuis niet Mister Right liggen? En hoe kon ik zo ontzettend stom zijn geweest om het 'zonder' te hebben gedaan?!
"Dinsdag om drie uur bel ik bij je aan met een bos tulpen", belooft hij. Met camera's en alles erbij, ik ben er inmiddels achter dat ik in een programma ben beland met een voor mij nog onbekende naam en einde. Hier kom ik niet meer uit, anders dan door wakker te worden.

zaterdag 30 juni 2007

Na de zonnebril

- Verkoopt u ook oordoppen op maat die geluid tegen houden?
- Zwemdoppen bedoelt u?
- Nou, die lijken me voor water. Ik bedoel doppen die geluid tegen houden.
- Muziek bedoelt u?
- Stemmen, honden, draaiorgels, straatveegmachines.
- U wilt geen geluid horen zeg maar?
- Inderdaad.
- Ik zal even voor u vragen.

(...)

- Ze zijn wel duur.
- Worden ze op maat gemaakt?
- Ja, door de audicien. Zij is er op dinsdag en op vrijdag. Maar ze zijn niet goedkoop.
- Kan ik een afspraak maken?
- Ik zal even voor u vragen.

(...)

- Ze zijn €99. En dan heeft u harde doppen. Zachte zijn nog duurder.
- Ik wil graag een afspraak maken voor volgende week vrijdag.
- Met de audiciën?
- Graag.
- Voor oordoppen?
- Ja.
- Tegen geluid?
- ...
- Tegen geluid?
- Ja.
- Dat hoor je zelden.

vrijdag 29 juni 2007

D-day voor Gerard en Eric

Als mijn geestestoestand erom vraagt is When Harry met Sally één van mijn lievelingsfilms. Hoogtepunt uit deze film is de reactie van Sally als ze hoort dat haar ex gaat trouwen. Meg Ryan is het type vrouw dat mooier wordt met snot en tranen. Gewapend met talloze tissues briest ze snikkend: She's supposed to be his transitional person, she's not supposed to be the one! En Harry en Sally belanden in bed. Maar dan is het hoogtepunt al voorbij.

Dit als inleiding op de feestelijke gebeurtenis van vandaag, het trouwen van een ex. Ik heb geen zakdoekjes nodig gehad toen ik het hoorde. De wonden zijn al sinds lang geheeld. Ik ben oprecht blij voor hen en stiekem nieuwsgierig waarom hun liefde nu bezegeld gaat worden. Als Bewust Ongehuwde Samenwoner ben ik toch altijd benieuwd wat mensen naar het altaar brengt. Ik kom er vandaag vast achter, want ik ben te gast op wat een zeer, zeer feestelijke dag lijkt te gaan worden.

Hier hebben we mee kunnen genieten van de voorbereidingen van Eric. Niets lijkt aan het toeval te worden overgelaten. En ik ben mooi al een beetje op de hoogte van het wel en wee van de familie waar ik vier jaar met plezier te gast ben geweest. Nu maar hopen dat zij de slogan van 29 juni omarmen. Praat ook eens met een veteraan.

woensdag 27 juni 2007

Voor een jarige vriendin

Mooi mens

Zoals ze een muur bouwt,
de stenen dwingend
zich te voegen
met ruimte voor
groen en licht

Zoals ze een taal leert,
gulzig en met lef

Zo eet ze
Zo lacht ze
Zo reist ze

Ze stelt de vragen en wil het antwoord horen
Ze geeft en durft terug te vragen

Ze weet zeker
en toch ook zeker
van niet

Zo stuurt ze
Zo geeft ze
Zo schept ze

Hier gaan groenten groeien
Daar zaait ze bloemen
Alles zonder gif

maandag 25 juni 2007

Solidariteit

Als eenmaal tot me doorgedrongen is dat de vakantie aanstaande is, dan begin ik onwillekeurig af te tellen. En blijkbaar word ik daar heel moe van, want ik ben nauwelijks meer vooruit te branden. Klusjes die moeten, het worden oneetbare rijstebrijbergen. 't Gewone gangetje van trein naar perron is een woestijntocht. De zin is er nog, het nut wordt nog gezien, 't is niet heel moeilijk en iedereen is nog lief, maar ik? Ik zou het liefst als een aangespoelde zeeleeuw de komende drie weken op de bank hangen.

Vamorgen liep ik door de noordertunnel op Utrecht CS richting sneltram. 't Was even ongewoon rustig en uit het niets dook een stinkerd op. "Mevrouw, heeft u een bijdrage voor mijn slaapplaatsje?" Zo opgeschreven lijkt het een niet al te onaardig gestelde vraag, maar de man drukte me tegelijkertijd tegen de muur en hing half over me heen. Het lukte me hem niet aan te kijken, ik maaide met mijn tas in de rondte en mompelde 'vandaag niet', en liep door.

Toen zag ik haar, een meter of vijftig voor me. Een forens als ik. Op de uitkijk. Of ik - net als zij even voor mij, hoogstwaarschijnlijk - ook in staat was mijn mannetje te staan. En zo niet, dan was zij er.

zaterdag 23 juni 2007

ha essen sparen

Iedereen heeft recht op z'n eigen gekte sprak mijn baas, toen ik op weg naar een vergadering een nummerbord noteerde. Het leek minder een vriendelijke constatering, dan een poging zichzelf te overtuigen.
Op de hoedenplank van 58-EZ-95, een DAF 46 uit mijn ouderlijk huis, lag een schriftje. Daarin werd iedere auto genoteerd die ook EZ in het midden van het kenteken had. Een lichte auto was een zusje, een donkere auto een broertje van ons eigen (vrouwelijk, want gebroken wit) exemplaar. Toen ik een jaar of 14 was, kwam een Renault 12 in de familie, kenteken 37-VG-11. Toen was de lol van het opschrijven er af; ik herinner me tenminste geen schriftje meer.
Nu ik voor het eerst een auto heb - vandaag precies een half jaar - merkte ik dat ik de gekte nog in het bloed heb. Ik speur de straten en pleinen af naar familieleden. Welke auto heeft nog meer HS in het midden, met twee cijfers ervoor, en twee letters erachter? Ik zag er al minstens 43 van de 17 x 17 x 100 die er rond rijden of hebben gereden.

De leukste kwam ik tegen op televisie.
In Hengelo was (of is?) sprake van een autopyromaan. Het journaal lardeerde het verslag erover met beelden van de blussende brandweer. En wie bluste ze? Jawel, een HS-broertje.
In Koefnoen kleedde de koningin zich om in een parkeergarage. Achterklep open, vorstin half in de wagen met kleding en pruiken rommelen. Klaar. Klep weer dicht. Het kenteken werd zichtbaar. Hoera, een zusje!

donderdag 21 juni 2007

Gijs uit Arnhem, bedankt

't Is natuurlijk knap gestoord om twee uur na de eerste aanrijding van je leven er een blogje over te schrijven, maar de opluchting moet gedeeld worden. Ik trof de meest hoffelijke mijnheer van ons land. Vijftiger, type landschapsarchitect, vriendelijk, tikje verstrooid, adequaat. En balend. Ja, nogal wiedes als er iemand tegen je achterkant rijdt. Ook al is dat een vrouw die met uitgestoken hand en sorry sorry shit dit is me nog nooit overkomen op je af komt stappen.
De formulieren zijn ingevuld, de verzekering gebeld. Ik heb een verfrommelde bumper en een zielige motorkap en het linkerportier kan niet open. Dus dat zullen wel weinig ijsjes worden deze vakantie. Maar geen van beiden lichamelijk letsel (ach, daar had ik mee moeten beginnen).
Wat gebeurde er? Gaspedaal ingedrukt in plaats van het rempedaal. Dat lijkt me de meest treffende samenvatting. Op de A28, bij de afslag naar de A1. We konden net weer rijden na 20 kilometer file. Blijkbaar waren mijn voeten even de kluts kwijt na een uur ontkoppelen, remmen en gas geven.
Gijs heeft de bumper zo verbogen dat slechts een stuk rubber tegen de voorband drukte. Het stonk niet en het voelde alsof er niets aanliep. De resterende 60 kilometer toch heel rustigjes afgelegd. De achterklep van zijn Mercedesbusje kon met enig geweld weer dicht. Hij reed nog een drie kwartier vlak voor me. Ook voorzichtig. Voor de zevende keer vanmiddag, Gijs: sorry.

woensdag 20 juni 2007

Een dag niet gelachen ... (1)

Zaterdagmorgen op de camping. Met z'n vieren aan de groene kampeertafel. Twee messen wisselen voortdurend van gebruiker. Onderhandelingen over de vlokken en de vruchtenhagel. Over niet al te lang moeten we opbreken, dan moet er gekunst worden.
Moeder heeft al jaren geen horloge meer om, en gebruikt haar mobiel als klok. Die ligt in de tent.
In het algemeen de vraag gesteld:
- Hoe laat leven we?
En dan de zoon, net 13 jaar en al net zo droog als zijn vader:
- In de tijd van pruiken en revoluties.
En hij duikt weer in de vlokken.

dinsdag 19 juni 2007

K3

De mannen uit The Holy Grail op de paarden, die in het bos tot stilstand kwamen waren overduidelijk ridders. Toen ze zich dan ook voorstelden als knights mishoorde ik dat niet, en dacht niet dat ze zichzelf nights meenden te zijn. Maar wat kwam daarna? We are the knights who say kneel? Who say knee? Ni? Pas toen ze luid hinnekend de open plek overdraafden en het bos weer in verdwenen, toen had ik het antwoord.

Op Vlieland logeerde ik onlangs in een tenthuisje. Een voor mij nieuw fenomeen. Zonder water, met echte bedden en getooid met een heuse naam. Deze naam moest bij de ingang van de camping genoemd worden om de sleutel in bezit te krijgen. Iets basketbal-achtigs, had ik onthouden. Dunk-nogwat. Het meisje begreep me niet. Hoeveel huisjes stonden er op deze camping, zo onduidelijk was ik toch niet? Ik diepte de informatie uit mijn rugzak en wees het woord aan. Hier met die sleutel.
We zaten al ruim in het huisje, met het gastenboek op schoot toen het k-wartje viel. We logeerden in het duinkonijntje, door de Friezen Dunknientsje genoemd.

Gisteren een lunchlezing over veiligheid met water. Karnemelk erbij, omvangrijke powerpoint, kom maar op met je verhaal. Na een stukje piping en ruim aandacht voor onderzuiging verbaasde het me niet dat een gewichtig probleem als cellulitis op de volgende slide voorkwam. Ik noem ze zelf putjes, die bewoners van menige dij; ze zijn onze aandacht meer dan waard. En dij-kring, dat klinkt gepast serieus.
Toen kwam er een plaatje bij.

zondag 17 juni 2007

Gazelle revisited

Ik wacht graag op haar. Het kan weken duren voor ze me ophaalt uit mijn morsig hoekje. Dan draag ik haar, de vrouw die soms, met vogels en zon, denkt "dit is het". Maar soms drukt het zwaar op haar. Dan zucht ze: "Nou. Ik weet het niet. Ik ben aan het zoeken." Door een mengelmoesje van zon en wolken zie ik haar naderen. Ze draagt de teenslippers van Bram. Een goede aanschaf voor €1,76. Ze schrikt van me. "Gatver", zegt ze, "er heeft iemand op mijn fiets zitten piesen". En ze bestuurt me met haar vingertoppen. Mijn trappers zingen haar liedje.
Kan ik bij mamma
mijn handen
mijn handen
met zeep
met zeep
kan ik bij mamma
mijn handen
wassen
met zeep
De weg is mooier dan de aankomst.

Buitenkunst, Randmeren, 16 juni 2007

vrijdag 15 juni 2007

31 maal de mist in


Een enorm zwak heb ik, voor mensen die naast de zweetdruppels op het betaalde werk er ook nog ettelijke plengen in naam van de Kunst. In de hoop dat ooit die kunst dat betaalde werk ... Een zwak voor mededromers die doeners zijn, heb ik dus. Collega A. is er zo eentje. En hij concerteert binnenkort. In Utrecht nog wel.

Komt dat horen, komt dat zien, mensen. Gemiddeld telt dit blog dagelijks 31 unieke bezoekers. Die kunnen er in theater Kikker vast nog wel bij. Niet uit te sluiten is dat je mij daar ook ontmoet. Eén nummertje, een geografisch natuuurlijk, kan ik al meezingen, zachtjes.

donderdag 14 juni 2007

O, Julia, Julia! Wherefore art thou Julia?

Mijn bekentenis van een paar dagen geleden had een onverwacht staartje. (Vergeef me de lompe woordspeling.) Er viel een anonieme brief op de mat. De keurig beschreven envelop, compleet met volledig en juiste naam en adres nam de zorg weg dat ik hier te doen had met een gevaarlijke gek. Toch was ik niet geheel gerust. Want de afzender zei mij niets.
De moeder van Julia. Welke Julia? Ik ken een Julia, en ook haar moeder, maar die moeder heeft nog twee kinderen en die zou ze dan toch ook op de kaart schrijven. En zelf wilde ik mijn oudste dochter wel Julia noemen. Maar hoe wist de steller van deze kaart dat? En zou ik in dat geval niet zelf de schrijver zijn?
Wilde iemand mij duidelijk maken dat ze meeleest en dat ze een (verse?) dochter heeft, genaamd Julia? Ik meende in het handschrift iets te herkennen. Kwam dit van mijn uit het oog verloren jeugdvriendinnetje Itis? En als ik het nu eens op mijn blog zou schrijven, dan zou zich toch wel vanzelf melden? Ik sliep er een nachtje over.

Ik besluit mijn schrijfmaatje/redacteur eens een sms'je te sturen. Ken jij een moeder van Julia? En terwijl ik mijn duimen over de toetsen laat roffelen valt het kwartje. Maatje zelf schreef een verhaal over een moeder met psychose voor dode dieren. Minder spannend dan stiekem gehoopt. Minder creepy dan stiekem gevreesd. Onverwacht en origineel en daarom openlijk zeer gewaardeerd.

dinsdag 12 juni 2007

Kattenkwaad

Heb je - met je slepende achterpoot
en bloed aan je kop -
nog troost gezocht
onder stilstaande auto's
en druipende bladeren,
voor je tuimelde
en verdween?

De Westertoren in de steigers,
de bomen in herfstdracht,
en jij, vier maanden jong, verzoop
tussen Amstel Glory en Blauwe Nel.
Was niet snel genoeg
voor de pizzakoerier.

Had de familie Werner niet
met dezelfde liefde
voor je kunnen zorgen
als waarmee zij Help! Teigetje vermist!
en je mooiste foto
in plastic schoven?

Een aangenaam tijdelijk huisje

Ik volgde de cursus poëzie aan de schrijversvakschool. De laatste opdracht luidde: analyseer in proza de gedichten die je tijdens deze cursus schreef. Toe maar!
Als procesmens heb ik in ieder geval de volgende gedachten:
Het was heerlijk om mee bezig te zijn. Het aardige van de combinatie braaf zijn en huiswerk opkrijgen is, dat je elke week weet dat je iets zult brouwen. Meestal was ik wel drie avonden, twee treinreizen en een halve weekenddag bezig met het huiswerk. Onderwerpen googlen, rijmschema's opzoeken, mijn schrijfzielsverwant om raad vragen, een eerste versie een nachtje laten slapen.
En het had resultaat. Alle keren leverde ik mijn huiswerk in. De ene keer uitermate content (ik houd zo van de mens die ik hier ben), de andere keer vol pret (Wie sloot de deur achter Mei?). Een keer twijfelend (fotofinish) en ook een keer berustend (Bomenleed). Het commentaar van de groep en de juf was telkenmale verrassend. Waar ik uren op gepuzzled had ging alsnog door de mangel of werd schijnbaar ongelezen gepasseerd. En zomaar zinnetjes werden of weggestreept of kregen het predikaat prachtig. Ik kon er geen peil op trekken wat de lezer vermocht.
Wat ik wel leerde is dat geen woord, geen zin, geen witregel in een gedicht zomaar is. Op zich zou dat spekkie naar mijn bekkie moeten zijn, ik leef ook niet zomaar en mijn brein staat nooit stil. Toch werd ik wel eens moe van de ijzeren logica die in elk gedicht zou moeten worden doorgevoerd. Waar blijft de schoonheid van de klank, de l'art pour l'art?
Waar ik bij proza een eigen toon ontwikkel of misschien al heb ontwikkeld, herken ik dat in mijn gedichten nog niet. Gewoon nog te weinig gedaan, vermoed ik. Maar ook: niet mijn natuurlijke manier om me uit te drukken. Dat wat ik wil vertellen komt in columns, in korte verhalen, in een roman misschien, ooit. Of wie weet in een toneelstuk, een scenario, een essay?
Wat ik ook leerde was dat ik herschrijven aardig vind. Althans één of twee keer. Maar dan is het weer tijd voor wat anders. En gedichten die me zelf niet zeer boeiden, die heb ik na één keer schrijven moeiteloos terzijde gelegd. Of vond ik mooi genoeg als ze bij verwanten tranen hadden opgewekt. Ik weet niet wat ik nog nodig heb om nog veel vaker en verder te herschrijven, maar de druk voelde ik nu nog niet.
Ik vermoordde mijn lievelingen, dat kan ik inmiddels. Een neologisme als telefoonnummerfranje haalde de laatste versie niet van wat eerste Bomenleed heette en uiteindelijk Kattenkwaad.
Laatst las ik "Voor wie afhaakt bij een woord als axioma, daarvoor schrijf ik niet". Prachtig. Ik heb die neiging ook. Niet dat ik denk mijn lezers te onderschatten of zelfs moedwillig te overschatten, maar ik leg mijn eigen lat. Ik wil begrepen worden, maar niet ten koste van alles. Een beeld mag best iets oproepen wat ik niet (ook) bedoelde of juist 'voor zich spreken', zonder dat de achtergrond gekend is.
Daar raak ik wel een punt. Waar ik wat mijn proza betreft 'om' ben, ik wil gelezen worden, is dichten voor mij iets voor mezelf. Leuk om mee bezig te zijn, deze vorm van taalspel, maar niet om de wereld een verhaal te vertellen. Niet om te amuseren. Laat staan dat De Lezer een maatstaf zou zijn over hoe of wat ik zou schrijven.

Buiten de cursus om dichtte ik voor een collega die afscheid nam, en bij een schilderij. Met beide gedichten had ik veel lol en oogstte ik bewondering. Ook heb ik nog een opdracht liggen om het poëzie-album van een binnenkort 46-jarige te verrijken. Ik ben benieuwd of ik nog vaker zal grijpen naar deze taalvorm.
Om af te sluiten publiceer ik nog één huiswerkproduct, hierboven.

"Alleen in mijn gedichten kan ik wonen" schreef J.J. Slauerhoff. Ik zeg het hem niet na.

zondag 10 juni 2007

Ik ben Ina en ik ben een moordenaar

Ja, dat moest er een keer gebeuren, hoor ik de cynicus beweren. Zelf was ik tot nu toe naief: het zou mij niet overkomen. Ik zag ze al de 2,5 jaar dat ik nu autorijd liggen: de platte vogels, konijnen, mollen, egels. Een enkele kat, een vos. Niet dat ik wilde beweren dat je er wat aan kunt doen, als zo'n beest voor je wielen komt. Ook hier zou wel gelden "Het was gebeurd voor ik er erg in had". Maar ik meende toch dat het doodrijden van een medeweggebruiker iets was dat voorbehouden was aan de niet oplettende rijder, de scheurder en de jakkeraar. Nu weet ik beter.
Tussen Heerenveen en Drachten, een autoweg en ik reed de maximum toegestane snelheid. Het is druk op dit gedeelte van mijn route; veel lui op weg naar een weekende vakantie, net als ik. Ik rijd op de linkerbaan, over een kilometer moet ik links afslaan lees ik van mijn Tomtom. De auto voor me schuift plotseling naar rechts. Naast me wordt geremd; de andere kant is de vangrail dichtbij. Een moedereend met een kuiken of vier, vijf schuifelt van rechts naar links over de weg. Een wonder dat ze al heelhuids tot halverwege zijn gekomen. Ik heb geen keus zonder mezelf in gevaar te brengen. Ik breng instinctief en zinloos mijn snelheid terug. Ik zie de eend nog een poging doen weg te vliegen, maar ik ben al voorbij. Poddóm zeggen mijn rechterbanden unisono, en dat was moeders. Met minstens twee kuikens. In mijn achteruitkijkspiegel zie ik een portie veren opdwarrelen. De net verweesde overige pluizenbolletjes moeten door achter mij rijdende automobilisten tot pulp geplet zijn.

Naschrift: Ik biechtte mijn zonde op aan een collega. 't Was geen moord, 't was doodslag, probeerde hij me te troosten. Ik ben Ina en ik ben een doodslager. Het klinkt nauwelijks beter.

vrijdag 8 juni 2007

Mijn eerste rondje schijfjes

Ik neem met plezier van haar het stokje over. Wat was je eerste singletje,wat je eerste LP en welke CD kwam als eerste in je huis?

Mijn eerste singletje (ik lees trouwens singlEtje, is dat niet iets met lingerie?) was Save Your Kisses For Me van Brotherhood of Man. Ze hadden het Eurovisiesongfestival gewonnen in 1976. Het eerste songfestival dat ik had mogen kijken. Een tiental jaren is dat een groot genoegen geweest met de zusjes. De ouders verlieten het pand, de bank werd tot op 1,5 meter van de beeldbuis geschoven en er werden lijstjes gemaakt. Alles kreeg punten: de tekst, de muziek, het kapsel, de kleding, het uiterlijk van de dirigent, de verstaanbaarheid, originaliteit. We waren er druk mee. De winnaar hebben we maar één keer juist voorspeld. Dat Belgische meisje met j'aime la vie.
Doodeng vond ik het trouwens, om in Leidsenhage naar Brotherhood of Man te vragen. Wat als mijn engels niet verstaan werd? De titel uitspreken, dat bracht me bij voorbaat al het rood op de kaken.

Mijn eerste LP was net niet een LP van Queen die ik van de broer van een vriendin leende, ongetwijfeld om op te nemen op een cassettebandje. Fietsend naar huis kwam de plaat tussen het stuur en mijn omhoog komende been en klapte dubbel, zo voelde het. Mijn schrik was enorm. Hoe zou ik aan de ƒ19.95 komen die een nieuwe plaat destijds kostte? Gelukkig was News of the World nog heel.
Maar wat was wel mijn eerste LP? De eerste die ik kreeg was er eentje met Pippi Langkous, gekregen van het jongste zusje. Ik vond het toen al meer een cadeau voor haar dan voor mezelf. En de eerste zelf gekochte? Zelf kopen kon vanaf mijn dertiende of veertiende. Toen kreeg ik kleedgeld en het begrip kleding intepreteerde ik vanaf het begin zeer ruim. Mijn eerste zelfgekochte zou toch zomaar een LP van Queen geweest kunnen zijn. Ik gok Jazz.

En de eerste CD? Een stuk of zes CD's kochten we bij de eerste speler die in 1989 op de Jeruzalemstraat bij ons introk. We verdienden allebei, niet veel, maar vergeleken bij onze studententijd waren we stinkend rijk. Bij dit eerste halve dozijn zat een driedubbelaar van maar liefst ƒ150,- die ik nog steeds frequent afspeel. La Traviata van Guiseppe Verdi, een weergaloze opname met Sutherland en Pavarotti.

[Toen afspelen nog draaien heette, gebruikte ik een radio met grammofoon onder de klep. Ongeveer zo een als op het plaatje. Deze heb ik in een vlaag van aardig aan Gerrit Berkouwer cadeau gedaan, een jaar of 25 geleden. Spijt van!]

dinsdag 5 juni 2007

Sorry wil ik horen!


Rita Verdonk heeft Mark Rutte in een interview in HP/De Tijd ´niet echt rechts´ genoemd. Mark boos. Maar ze vindt hem toch een goede leider. En nu zijn ze weer vriendjes.

Het mag op de knieën, het mag met tranen in de ogen, voor mijn voeten met je armen om mijn benen gekneld, diep door het stof is goed. Draag paars als symbool van berouw. Overlaad me met goedmakertjes (Australian chocola, boekenbonnen), bij voorkeur en plein public te overhandigen. Een rectificatie in én Pers én NRC zou ik lezen. Geen brandstof verspillen aan een vliegtuigje met een spandoek erachter, maar een geschreven blijk van spijt vanaf een hoge toren zou aan de orde zijn.

Het kan me niet schelen of je zegt verkeerd geciteerd te zijn. Ik luister niet naar 'zo was het niet bedoeld'. Slechts excuses wil ik horen als je me ooit rechts noemt.

maandag 4 juni 2007

Digi-gekte


De werkelijkheid is dikwijls meer bizar dan ik voor mogelijk houd. Of in dit geval, meer bizar dan ik wenselijk vind. Ik zie het voor me. Gepast mijmerend en met rustige pas wandel ik over het grind naar de laatste rustplaats van haar die ik nog niet vergeten wil. In mijn ooghoeken flitsen de berichten over het marmer.

I was here

Alles gezond onder de grond?

Grandma forever!

Opa, ik heb een nieuw hondje, kijk maar.

zaterdag 2 juni 2007

Co-ouderschap

Dit jaar kreeg ik van Pelle 'Diary of Anne Frank', een televisiebewerking van de BBC. Pelle is het type mens dat graag cadeautjes geeft die hij zelf ook gekregen zou willen hebben. Zo verblijdde hij me al eerder met vele gelpennen. Met zijn elf jaar is onze jongste zeer geïnteresseerd in, ja, in alles eigenlijk, en als hij ergens induikt, dan doet hij dat goed en onthoudt hij ook wat hij tegenkomt.
Samen met hem heb ik de afgelopen weken de zes afleveringen één voor één bekeken. Hij had er wel even in één keer drie uur voor willen gaan zitten, maar ik heb hem uitgelegd dat ik dat niet trek.
Op mijn dertiende verjaardag kreeg ik het Dagboek van Anne Frank voor mijn verjaardag. Op een manier die duidelijk maakte dat het niet o-leuk-dankjewel-weer-een-boek was. Mijn ouders, beide Rotterdammers uit 1934 en 1931, hebben de oorlog zeer bewust en intens beleefd. De verhalen waren bijna dageljkse kost. Zeker ook op mijn verzoek. Een verfilming van het dagboek heb ik pas willen zien toen het boek zo vast in mijn hoofd zat dat het niet meer gewijzigd kan worden. Het Achterhuis zelf heb ik pas een paar jaar geleden bezocht.
Samen met je kind naar zo'n docu-drama kijken voelt als echt opvoeden. Talloze vragen kreeg ik, over waarom de Duitsers dit nou hadden bedacht, en waarom die Nederlanders hielpen als het zo gevaarlijk was, en waarom niet iedereen 'gewoon niet meedeed' en ook hoe ze zich nu toch wasten en of ze die tandarts expres in huis hadden genomen, want dat was wel handig, een tandarts.
En dan het einde. In het dagboek zelf, en in elke bewerking voor toneel, televisie of film, wordt aan het einde verhaald over het lot van de acht onderduikers en hun helpers. De opsomming greep er bij Pelle diep in. Hoewel hij gewoonlijk liefst dicht op de tv zit, kroop hij naast me op de bank en hield me stevig vast. Samen hoopten we, terwijl elk persoon die in de deuropening verscheen en het beeld even stopgezet werd, dat er verhaald zou worden dat het goed was afgelopen. Zeven onderduikers vonden de dood, zes door uitputting of ziekte, slechts (?) één werd vergast. We wisten het al, maar sommige feiten voel je tot in je ziel, elke keer weer. Ik voedde ook mezelf weer op.

donderdag 31 mei 2007

Eeuwige lente

Als lezer zal ik naar de dichter eeuwig smachten
die schoonheid doel en middel maakt
die erf’lijkheid omarmt, en vrije wille laakt
die beelden der natuur me brengt, met karrevrachten!

De klank van ziedende zeeën en diepe gedachten
waar vorm en inhoud samen gaan
waar trots en kalme glorie niet vergaan
brengt mij naast vreugd’ toch ook die één’ gedachte:

Ik proefde nauw’lijks werk, na Gorter, Kloos, Verweij
Een ieder werd gemeden, na Perk en na Van Eeden
Dan knaagt er soms een draakje aan mijn borst

Doe ik mezelf tekort, ben ik te snel tevreden?
Dat ik niet ook naar laat’re dichters dorst?
En wil ik toch ook weten: Wie sloot de deur achter Mei?

woensdag 30 mei 2007

In de trein (3)

Iemand in het vierzitje tegenover me meldt per mobieltje hoe laat hij thuis zal zijn. Het gaat het ene oor in en het andere weer ... hé, blijkbaar doet de klank van de stem mij toch opkijken. En als ik de tekst die is uitgesproken in gedachten nogmaals beluister blijf ik met de prangende vraag zitten: wie heeft deze vrolijke krullenbol - standaard forensenuiterlijk - van midden dertig gebeld?
Het kind van zijn geliefde?
Zijn petekind, wier vader met hem contact zoekt?
Zijn moeder?
Zijn vrouw, om zijn inwonende vader via haar op de hoogte te stellen?
Zijn eigen kind? (Maar hoe noemt die hém dan?)

Dag schat. Wil je tegen pappa zeggen dat ik om zes uur thuis ben vanavond?


Update: een lunchbabbel met een hooggewaardeerde, inmiddels ex-, collega leverde nog een scenario op:
De man is eenzaam en houdt voor de medereizigers de schijn op dat hij mensen heeft die op hem wachten. Of wellicht zit er echt een steekje ls en sprak hij zijn eigen antwoordapparaat in om die blij af te luisteren, later.

dinsdag 29 mei 2007

Zal ik je insmeren?

De opdracht op pinkstermorgen was duidelijk: schrijf een griezelverhaal. Na met de twaalf andere schrijvers bedacht te hebben wat griezelig zou kunnen zijn en wat eerste zinnen te hebben uitgewisseld, bleef nog precies een half uur over om iets op papier te zetten. Je kunt dan natuurlijk bedenken dat dat te kort is voor iets fatsoenlijks. Maar je kunt ook beslissen je pen op het papier te zetten en aan te nemen dat er allicht iets ontstaat. En zo geschiedde.
's Middags werd mijn verhaal uitgangspunt voor maar liefst vier schilders om ermee aan de slag te gaan. Da's een cadeau! Het schilderij dat ik het mooiste vond lag maandagmorgen na afloop van alle workshops tussen een grote stapel schijnbaar achtergelaten kunstwerken. Mijnheer van achter in de veertig met zwartgrijs haar en vrolijke lach: ik heb het meegenomen. Ik hoop dat je het als een compliment beschouwt.





Een dagje naar het strand

"Zal ik je insmeren?" Het klinkt bijna dreigend. Met haar ogen dwingt ze Rudolf op de handdoek te gaan liggen.
"Heerlijk, Saskia, graag."

Haar handen voelen koel en bedreven. Ze smeert me in, van top tot teen, met stevige, bijna pijnlijke greep. Nu al rozig lig ik op het zand.
Er verschijnen rode vlekken op mijn benen en armen.
'De zevende ziekte', grapt Saskia.
De vlekken kriebelen als muggenbulten. Verbaasd staar ik naar mijn vingers. Ik krabde net nog aan het donkerbruine plakkaat dat mijn buik is geworden; nu verschijnen geel-bruine korrels op de plek van mijn vingers. Opeens zijn ook mijn tenen verdwenen. Verschrikt kijk ik Saskia aan. Ze glimlacht naar me. Mijn armen liggen nu, los van mijn lichaam, naast me in het zand. Ik knipper met mijn ogen en ze zijn verdwenen. 'Kijk je uit voor een zonnesteek?' vangen mijn oren nog net op voor ook die in het zand vallen.
Ik ben ooit ingegraven door mijn broertjes; alleen mijn hoofd stak nog boven het zand uit. Maar dit is anders. Langzaam verdwijnt mijn lichaam. Als laatste mijn hoofd. Ik draai naar rechts. Ik kom nog even oog in oog met een perfect roze schelpje.

"Het spul werkt sneller dan ik dacht' mompelde Saskia. Ze raapte Rudolfs zwemshort en zijn handdoek op, gooit ze samen met haar handschoenen in de dichstbijzijnde prullenbak en verlaat het lege strand.

maandag 28 mei 2007

Cross-overs

Buitenkunst gaat over inspireren, over openstaan voor nieuwe dingen, over creëren, over samenwerken in onverwachte combinaties. Het is vooral het proces dat telt, en minder het resultaat. Door in de buitenlucht te durven wat je thuis niet durft, te doen wat je thuis niet doet, kom je op ideeën om thuis wél te doen en wél te durven.
Het proces wordt versneld en beter begrepen als twee kunstvormen of -stijlen elkaar ontmoeten. In lelijk hedendaags wordt dit een cross-over genoemd.
Theater met muziek, dans met beeldend, zang met percussie: alle combinaties werken. Het zijn de workshops waar ik me altijd het meest op verheug.
Deze pinksterzondag was het de combinatie schrijven & beeldend. Al eerder was dit een topervaring.
's Ochtends schreef ik een griezelverhaal, dat in de middag tot inspiratie moest dienen voor een groep schilders. Die op hun beurt 's ochtends iets op het karton hadden gekliederd, waar wij schrijvers in de middag op mochten reageren.
Ik koos een schilderij dat mij onmiddellijk aan Noorwegen deed denken. Ik dacht twee uur te hebben om tot een verhaal te komen. Maar nee, na drie kwartier associëren en een paar regels die liepen, kwamen we al bijeen om elkaar te laten lezen en daarna met de schilders elkaars werk te aanschouwen en aan te horen.
De ontmoeting met de vrouw die 'mijn' schilderij maakte was ontroerend. We waren zeer van elkaars werk onder de indruk. Ik las in haar ogen dezelfde prettige verbijstering, dat dat zo heerlijk is, onder druk inspireren en creëren. En dat het nog tot wat leiden kan ook. Hoe grof opgezet het ook kan zijn. En al zijn het maar drie strofe'tjes die schreeuwen om meer.

Het water hier is brak
voedend zout
louterend zoet
in vloeiend samenspel.

Water geschapen
om een beeld te geven
aan mijn opnieuw
ontdekte schoonheid.

Hier is het laatste oordeel al geweest
en ik
ik die hier ben
ik ben akkoord bevonden.

donderdag 24 mei 2007

De mens die ik hier ben



mijn jeugd was paradijs noch hel
met wel een zeker weten
van een voorland

van twee stokken slechts,
wat touw, tien haringen
en een katoenen doek

van een hemel
geplaveid met gras

waar zittend op een boomstronk
bij een smeulend vuurtje
het zweet des aanschijns droogt

waar het water uit de pomp
niet de smaak draagt
van kamervraag of bonuskaart

o, zo te mogen zijn
die achtenveertig andere weken

woensdag 23 mei 2007

Niet alles is roze

Dit jaar mochten de kinderen van groep 6 zelf het thema van het jaarlijkse schoolfeest verzinnen. De meisjes, in getal en volume in de meerderheid, waren er snel uit. Dit jaar zou de pony het thema zijn. En al snel gingen ze aan de slag met posters, verzamelingen caps en laarzen, kammen en borstels. Ze schreven over concoursen, plakten de zoetste plaatjes en de mamma van Lara regelde dat een levend diertje geknuffeld kon worden.
De jongens, twaalf in getal, stonden erbij en keken ernaar. De juf had al twee maal straf uitgedeeld omdat er brilletjes op ponyfoto's werden getekend.
De pappa van Joost, de enige mannelijke leesmoeder op school, vroeg aan de juf of hij misschien iets met de jongens mocht gaan doen rond het thema? 'Graag', zei de juf, die net had bedacht dat een tekening op het bord haar een nagel zou kosten, 'misschien iets met tekenen op het bord?'

En zo werd het toch nog een mooi jaarfeest. Tussen al het roze lag een werkstuk over het opzetten van grote zoogdieren. De banken uit het gymlokaal vormden samen met de stoelen een parcours van hindernissen, die door de ouders springend genomen mochten worden. Lars en Sjoerd waren de jury.
En er werden hapjes geserveerd. Van paardenvlees.

dinsdag 22 mei 2007

Snobisme oblige

Negen dingen die een snob moet weten:

  1. Een instelling voor hoger beroepsonderwijs is een school, waar je schoolgaat.
  2. Morma Liter kennen we niet.
  3. Als iemand zegt onder Rotterdam te wonen, reageer je met: "Wat leuk, in de metro?"
  4. De uitdelers van Spits en Dag groet je vriendelijk, met een glimlach naar je boek.
  5. Marco Borsato heet Marco ... wie?
  6. De Tweeling, Max Havelaar en De da Vinci Code hebben we gelezen, niet gezien.
  7. Een glas wijn serveer je niet met een hand om de kelk.
  8. Foutieve contamisamentrekkingen als "ik zie de bui al vallen" mogen uitsluitend expres gebezigd worden.
  9. Extra is geen ander woord voor expres.

zondag 20 mei 2007

Op de zeepkist (9)

Spelletjes op zondagmiddag

Wat is er heerlijker dan in goed gezelschap de kastjes met de blauwe deurtjes open te trekken en een spelletje eruit te halen? De afgelopen uren speelden mijn jongste zoon en ik respectievelijk SET (ook online te spelen, maar op tafel veel leuker) (Ina) , Mastermind (Pelle), een suf verkeersspel uit de jaren zeventig zonder spelregels (Ina) en Mollenmania (Pelle). In goede harmonie konden we uit elkaar gaan, gelijk als de stand was. We hadden nog graag gekwartet, maar ja, da's met twee nou eenmaal niet zo leuk.
Bij vlagen ben ik een fanatiek speler. De krakers Monopoly en Kolonisten van Katan, natuurlijk, maar ook meer obscure spelletjes als Splitten en Hottenschotten. Een aanrader, die laatste, ook voor in de Thalys, te spelen op twee uitgeklapte tafeltjes.
Nostalgisch blader ik nog even door de moeder aller kwartetten: het verkade kwartet. Er blijken er twee te bestaan, een bruine met dieren en de grijze met verkadeproducten. Die laatste ken ik al sinds mijn eerste kwartetherinneringen. Bijna veertig jaar geleden had ik al geen flauw idee hoe Keps (Minta, Sinaasappel, Gember en Advocaat) smaakten. En carton schreef ik allang niet meer met een c.
Het kost me niet zoveel moeite meer te doen alsof mijn vader knikkebollend in de bank hangt, ik met mijn zusjes in zondagse jurkjes Stap Op zit te spelen en de trap hoor kraken. Mijn moeder komt naar beneden van haar middagdut. We krijgen straks wat drinken en een biskwietje. Met een stukje chocola erop.

vrijdag 18 mei 2007

Koning, keizer, ijdeltuit



Lieve Matthijs,
Het gaat niet langer. Er is geen sympathieke manier je dit te vertellen. Vergeef me de stinkende wond. Hier komt het, met de deur in huis: Niet langer zal je 'Mijn Matthijs' meer heten.
Veel heb ik van je gepikt. Hoe Knock Out ik ook ging van je looks, je humor, je tempo van spreken, altijd was er die twijfel. Is het niet allemaal een beetje té? Te kekke bloesjes, te veel niet over jezelf willen praten, te wat zit ik hier mooi te wezen. Voor deze vrouw gewoon te macho?
Hoezo dit nu opeens? hoor ik je vragen. Het blad, ex-mijn Matthijs, het blad. Eenmalig ben jij Linda. Eenmalig, inderdaad, het had nog erger kunnen zijn. In de inleiding verklaar je al waarom je hier aan meewerkte: Koning, keizer, ijdeltuit? vraag je je af. De vraag stellen is 'm beantwoorden.
Doe maar lekker je ding, tussen tientallen mannengeurtjes en je altijd dezelfde vriendjes. Maar zonder mij dan, jongen. 't Zal even pijn doen. Maar je komt er wel overheen.

donderdag 17 mei 2007

Scheep gaan


Als ik een rode sloep had

met donkerblauw dekzeil,

zou ik die dan Boris noemen?

Of El Salvador?

dinsdag 15 mei 2007

In de trein (2)


Laf.

Ik zou heel graag aan jullie willen vragen om stil te zijn in het gedeelte van de trein waar op elk raam silence en stilte staat geschreven, maar dan gaan jullie verongelijkt zitten zwijgen en dat houdt me ook wakker.

zondag 13 mei 2007

Kom 'ns met je oor?


Is een geheim nog een geheim als je het hebt gedeeld? Ooit was ik zo stom een geheim aan twee mensen tegelijk te vertellen. Binnen no time was het doorverteld. En de bron? Tja, de één wees naar de ander en de ander niet naar zichzelf. Nooit doen dus. Geheimen zijn er voor jezelf. Lekker toch, iets dat niemand van je weet?
Dat vindt blijkbaar niet iedereen. Er zijn hordes mensen met een zeer bezwaard gemoed. De aloude behoefte aan opbiechten, schoon schip maken, zal er ook wel mee te maken hebben. Op twee sites, een Amerikaanse en een Nederlandse, lees ik al een tijdje met de opgebiechte zondes mee. Elke zondag verse. Om te lachen, te gieren en te brullen. Soms om te bibberen en een enkele keer zeer verontrustend.
In the US of A larderen zo zo'n site natuurlijk met allerhande hulpdiensten, maar de bezoeker kan ook op de geheimen van anderen reageren. En er gaat kennelijk troost uit van iemand die zegt dat je het niet moet doen, zelfmoord plegen, omdat het leven zo mooi is. Ja, plattitudes en open deuren worden niet gemeden. En overduidelijk wordt ook dat, hier en overzee, de verwachtingen hoog gespannen zijn: we moeten liefdevol zijn, en sexy, en monogaam, en kinderrijk en creatief,en bloedmooi en oja, we zijn zelf ook nog iemand. Maar gelukkig valt er ook veel te lachen. Zoals bovenstaande kaart. Die angst herken ik. Al hoopte ik niet op de komst van HP deel zeven, maar van het WK voetbal of de eindexamenfeestjes.

zaterdag 12 mei 2007

Hij deed 't weer



Per Kirkeby (1938-
Zonder titel
1994

Geen stedentrip zonder metro en kunst. Hoe leuk ook, ik lever het eten, mensen kijken, shoppen, allerhande andere musea, pleinen en wat de stad nog meer te bieden, in, mits er veel metro en veel kunst te genieten is. Architectonische hoogstandjes, beeldende kunst in de openbare ruimte en levende kunst in metrogangen en op centrale pleinen pik ik in het voorbijgaan mee. Maar de musea voor de kunsten worden altijd opgezocht.
Vijf dagen zijn we in Parijs geweest en ik ben volledig aan mijn trekken gekomen. Fantastisch voorbereid door Jeroen en me badend in de voorpret van de 11- en de 12-jarige, had ik me niet bemoeid met 'waar de reis naar toe zou gaan', als we eenmaal in de mega-stad zouden zijn aangeland.
We hadden gezamenlijk De Da Vinci Code als film gezien. En dan wil je naar het Louvre. We verdwaalden in het inmense gebouw. De Fransen zijn niet met lege handen uit Egypte gekomen. Hoe (en waarom) hebben ze die indrukwekkende en indrukwekkende hoeveelheid spullen mee naar huis gekregen? En waarom wordt het niet terug gegeven, op een certain moment? Hoe dan ook, zeker genoten van een paar zalen Egypte.
Een dag later Musée d'Orsay. Al doet kunst je geen bal, dan nog is dit gebouw, om met de Michelingids te spreken, 'worth the trip'. Dit museum begint zo'n beetje halverwege de negentiende eeuw. Het was heerlijk om met de jongens langs grootheden als Monet, Renoir en Rodin te lopen. Elkaar aanwijzen wat we waarderen (en wat niet) en waarom.
Hoe mooi ook, dit is voor mij slechts de opmaat naar het echte werk. Zo vanaf 1920, met de latere Mondriaans, begint voor mij het echte genieten. Ooit aangestoken door La grande parade is het vuurtje voorde hedendaagse kunst eeuwig brandend. En dan moet je in Frankrijk naar Centre Pompidou. De eerste keer dat ik er was, in 1977, was het nog maar net opgeleverd en een trekker van formaat. Toen vond ik het al een bijzondere plek en dat is het nog steeds. Ik kom er bij elk Parijs-bezoek. Al blijft het een raadsel dat ze nog steeds het klimaat niet weten te beheersen in de plastic doorzichtige kokers waar aan de buitenkant van het gebouw de roltrappen doorheen glijden.
Twee verdiepingen zijn museum voor moderne kunst. De zesde is vanaf 1920 tot zo'n beetje 1960. Daar zijn we rap doorheen gewandeld. Na vier dagen Parijs wisten we niet meer in welke schoenen we geen blaren hadden en soms is het het feest der herkenning dat je langzamer doet lopen, maar soms is het juist dat wat je doet denken 'dat komt nog wel een keer'. En Pelle en ik (de rest was elders grote stad aan het genieten) vonden het boven snel genoeg. Maar de vijfde, met werk vanaf 1960, hebben we helemaal gesnoten. Het kan ons allebei niet gek genoeg zijn, met geverfde handschoenen, gouden sarcofagen, compleet paarse vlakken, heel veel stoelen die niet om op te zitten zijn.
En toen - wat ik al gehoopt had, maar waar ik door gebrek aan eigen voorbereiding niet zeker van kon zijn - , toen deed hij het weer. Ik had nog maar een paar stappen in de prachtig lichte en brede middengang gedaan, met kunstwerken links, rechts én in het midden, toen ik naar de linkerwand, het vijfde kunstwerk, werd getrokken. Het zou toch niet ... ?? Jawel, het was er één, een Kirkeby.
Mijn liefde voor het werk van deze man zal nooit helemaal verklaard worden. Niet door mijzelf in ieder geval. Feit was dat het weer gebeurde. Terwijl mijn eerste reacties was 'brrr, wat een sombere dit' en mijn feitenkennis over zijn werk het onmiddellijk klassificeerde als een 'waarschijnlijk titelloze uit de jaren negentig', greep het me, zoals bijna al het schilderwerk van Kirkeby me doet.
Mijn adem stokt en komt maar langzaam weer op gang, haperend, hoog. Ik kijk en kijk en kijk en moet blijven kijken. Ik ben me bewust van mijn staren, maar niet lang. Tijd, licht, gezelschap: het valt weg. Het schilderij en ik. Alles neem ik op: de lagen over lagen, de kleuren, ik ontdek afbeelding na afbeelding, ik verbeeld me te zien wat in één keer op het doek stond en waar hij heeft fijngeslepen, ik voel de klodders verf, de scherpe randen van het paletmes met mijn ogen, ik snuffel in gedachten alle 60.000 vierkante centimeters van het doek af.
Dan trekt Pelle mij weer de werkelijkheid in. Ik neem node afscheid.

vrijdag 11 mei 2007

Ik heb intuïtie, toevallig!

Ik heb weer gedaan. Voor de tweede keer in mijn leven heb ik geschilderd. En weer naar genoegen. Naar eigen procesgenoegen, althans. Lekker gekliederd, genoten van alle geluiden om me heen van collega's die smeerden, spetterden en zelfs gooiden. Ik hield het beschaafd met als summum (relatief dan, hè, voor iemand die nog geen rechte lijn op papier kan zetten en vanwie zelfs een wolk op een schaap lijkt. Of andersom) het plakken van reepjes wc-papier op het doek, om die er later weer af te halen. Vieze handen vind ik zonder zweet en bukken in ieder geval niet erg.

Het doek moet mee terug naar kantoor. Da's jammer, want het staat hier eigenlijk wel mooi te wezen op de dekenkist in de hoek. Laat ik het minimaal vereeuwigen met de camera, dacht ik net. En toen zag ik het pas. De kleuren die ik gemengd heb zijn exact (en als ik bedoel exact, dan bedoel ik ook echt ongelooflijk precies en exact exact) de kleuren van mijn hangmat.

dinsdag 8 mei 2007

Raindrops on roses

Nee, dat verhaaltje van gisteren, dat beviel me toch niet. Ik zou cynisch kunnen worden, maar dat is wel het laatste dat ik wil. En ik heb mezelf beloofd: op mijn weblog onderdruk ik de neiging te simmen. Geen negatieve energie hier.

Tijd voor tegengif.

Raindrops on roses. Als je nu spontaan gaat zingen of neuriën, dan begrijp je dat ik troostgoederen zoek. Gejat heb ik deze titel, trouwens, maar ik vind 'm te goed om niet te gebruiken.

Vandaag de dag wordt mijn leven een stuk aangenamer door:
  1. de geur van een houten finse sauna
  2. momenten van zielsverwantschap
  3. de aanblik van mensen met muziekkoffers
  4. schilderijen van Per Kirkeby
  5. een fis" zingen met Cara
  6. de eerste 100 meter op de fiets in de vroege morgen
  7. mijn opschrijfboekje (V&D, €3,50)
  8. een postcrossingkaart op de deurmat
  9. schemering boven de hangmat
  10. j.s. bach

maandag 7 mei 2007

...hoop ik.

Beste organisator van de cursusdag waar ik best zin in had,

De tram, die volgens www.9292ov.nl elke tien minuten rijdt, liet vijfentwintig minuten op zich wachten. Dat het regende dat het goot, waardoor lopen geen optie was, ook dat wil ik u ook niet aanrekenen. Ik kwam vijf minuten te laat, maar u was al begonnen. Niets dan lof, daarvoor. En er was toch nog plek, dank.
Dat ik vrijwel gelijk met mijn buurvrouw begon te smiespelen was niet omdat wat u vertelde oninteressant was. Althans, wij namen aan dat zin en doel van de dag net in die vijf minuten aan de orde waren geweest toen wij nog niet binnen waren. Neem ons niet kwalijk dat we zo moesten lachen. Maar de buurman was van mening dat uw collega de Balkenende-generator had ingeslikt. Ze heeft in vijftien minuten precies niks gezegd met evenzoveel worden. En nog steeds was de doel van de dag me niet duidelijk. En ik, newby, durfde niks te vragen. Ook niet waarom mijn ervaren collega's ook zo glazig keken.
Dat ik uw oog raakte met de after dinner mints was echt per ongeluk. Maar goed opgevoed als ik ben liet ik de snoepjes liggen tot na de lunch. De sheets waren al uitgedeeld, dus schrijven hoefde niet, en ik wilde toch iets met mijn handen doen. En zeg nou zelf, postbode-elastiekjes op tafel laten slingeren, da's toch wel een beetje de kat op het spek binden?
Mijn buurman at zijn frustratie weg (dat zult u mij in gezelschap nou nooit zien doen) met een stapel van huis meegebrachte boterhammen. Ik kon nog net voorkomen dat hij aan zijn sinaasappel begon, dat zou u en mij teveel gestoord hebben, vermoedde ik. Mijn snelle greep naar het fruit moet vanuit uw gezichtspunt op een worp hebben geleken, zo begrijp ik achteraf. Gelukkig raakte ik niet tweemaal hetzelfde oog.
Over ogen gesproken, ik moet echt weer eens naar de oogarts. Of een cursus snellezen volgen. Of allebei. Dat ik de nummers op de sheets hardop voorlas, was een oefening. Jammer dat u zich erdoor opgejaagd voelde. Zesenveertig volgetypte sheets kunt u er als ervaren spreker vast normaalgesproken wel in een uurtje doorheen draaien. Ook zonder alle verduidelijkende vragen. 't Was niet echt een intelligente groep vandaag, vond u ook niet?
Stom dat ik dacht dat het laatste onderdeel, de evaluatie, over u zou gaan. Mag ik u nogmaals bedanken voor de feedback die ik mocht ontvangen? De overige 24 werkuren deze week zal ik me netjes gedragen ...

dinsdag 1 mei 2007

Tale of a city

In 1977 was ik voor het eerst, in 1992 was ik er voor het laatst. Beide keren in oktober. De eerste keer ter ere van de 15-jarige trouwdag van mijn ouders en de laatste keer ondanks hun 30-jarige trouwdag. De laatste keer ging ik met de Kleine Johannes, het prachtige koor(tje) waar ik deel van uitmaakte en waar voor de gelegenheid mijn jongste zusje aan toegevoegd was. We gaven twee concerten in de lichtstad. Brachten Bach naar les banlieues.

Ik heb niet zo bar veel met Parijs. Een keer of acht was ik er, maar ik heb de stad nooit de kans gegeven me meer te bieden dan de standaard toeristische plekken. Waar ik genoot, maar die ik ook weer vergat. Misschien was ik morgen liever naar Londen gegaan, voor de tigste keer. De stad waar ik ooit twee weken was en liep en liep en liep. Misschien wel de garantie om verliefd te kunnen worden op een stad. Al helpen boekwinkels met boeken in een taal die je goed kunt lezen, mij ook. En mijn frans is nooit meer geworden wat het op het eindexamen geweest is.

Mijn mooiste Parijse herinnering is in de bus die de Kleine Johannes terugbracht naar huis. Nog maar net op weg, wilde de alto (zodra ik me zijn naam weer herinner zal ik 'm hier opschrijven) de dirigent en de groep bedanken dat hij mee had mogen doen. Hij had zijn solo's prachtig gezongen en in de bus bereidde hij ons een heerlijk toetje. De lichten werden gedempt en terwijl wij nog binnen de bebouwde kom in de file stonden zong hij Summertime van Gershwin, spatzuiver en gevoelig. Langs de zijruit gleed vanachter de hand van mijn zusje naar mijn schouder. Een knijpje was voldoende om dit moment voor eeuwig vast te houden.
 

blogger templates | Make Money Online