woensdag 30 juli 2008

Soms wou ik dat ik niet wijzer was


  1. Vroeger dacht ik dat jeetje en gossie basterdsuikervloeken waren
  2. Vroeger dacht ik dat meesters leuker waren dan juffen
  3. Vroeger dacht ik dat ik schaakkampioen zou worden, zodra ik maar zou leren schaken
  4. Vroeger dacht ik dat ik dat echt moest leren 'even niet denken'
  5. Vroeger dat ik dat Hans, de SRV-man, Ans was, en vrouw
  6. Vroeger dacht ik dat als je veertig jaar werd, dat dan alles je verteld werd; en dat je dan gedachten kon lezen
  7. Vroeger dacht ik dat mazzel pech was
  8. Vroeger dacht ik dat het in een bos altijd herfst was
  9. Vroeger dacht ik dat honden konden denken
  10. Vroeger dacht dat zoals na morgen overmorgen komt, de buren van de buren de overburen waren
  11. Vroeger dacht ik dat geen boeken erger was dan geen eten
  12. Vroeger dacht ik dat je het lekkerste voor het laatst moest bewaren

Vanmiddag sloeg mijn TomTom op hol op de A12 ter hoogte van Utrecht. Ik reed over de Langeraarseweg, de Aardamseweg op, zag de Ringdijk, vloog over de Oostkanaalweg, de Westkanaalweg. En weer terug. En nog een keer. Ik tolde rond. De afslag naar de A28 nam ik bijna op de gok. Ik was weer zeven jaar en op weg naar school. Altijd was de brug open en altijd klommen we op het hek en altijd schreven we onze namen in het stof van het contragewicht. Dan zakte het gewicht, ging de brug weer dicht en opende de brugwachter het hek. Soms mochten we er nog even op blijven staan.

zaterdag 26 juli 2008

Mobiel theater

[Vrouw toetst nummer in op haar mobiel. Ze oogt nerveus en opgewonden. Zodra er wordt opgenomen begint ze zeer luid te praten:]
Hé hoi.
Ik ben het.
Had niet gedacht hè?
De operatie is geslaagd.
Ze doen het weer.

[Schreeuwend:]
Allebei.
Ik ben blij, joh, blij.

[Terug naar te luide toon van begin van het gesprek:]
Jou bel ik als eerste.
Omdat ik jou van al mijn vriendinnen het eerst weer wil horen.
't Is al 25 jaar geleden dat we jaargenoten werden.
En ik heb al tien jaar jouw stem niet meer gehoord.
Geen vogels, tien jaar geen muziek, moeilijk praten met jullie allemaal.
En nu kan ik alles weer horen.
Ik praat nog wel hard. Zegt de dokter.

[Nog steeds zeer luid en blij:]
Wist je dat een mobiele telefoon piept als je op de knopjes drukt?
Jij natuurlijk wist je dat.
En ik woon hier nu al jaren, hè, maar nu weet ik pas dat de tram in de bocht zo knerpt.
Weet je waar ik het meest zin in heb?
Met jou naar een concert, net als vroeger.
En dat we dan oordopjes indoen omdat het zo'n herrie is.
En dan drinken we bij jou nog een biertje.
En dan hoor ik hoe de beugelfles open plopt.
O ja, je snurkt.
Dat herinner ik me toch goed, hè?
Dwars door de deur heen.
Dat wil ik ook horen.

[Constaterend, nog steeds luid:]
Hoef je niet meer alles op briefjes te schrijven.
Want jouw lippen heb ik nooit kunnen lezen.
Je schreef dat je er wel je best op deed.
Maar dat zag ik eigenlijk niet.
Ik zag wel dat jullie het over mij hadden.
We kunnen wel zien, hoor.
Met jullie gezichten zo dicht bij elkaar, en naar mij kijken.
Alsof dat voor mij uitmaakte, dat jullie fluisteren.
Ik wilde zo graag met alles meedoen, met de jaarclub.
Eerst ging ik nog mee.
Roeien is voor mij ook leuk. En carnaval.
Maar als we ergens gingen eten, dan kwam het eten dat ik zelf niet had besteld.

[Bozig, nog steeds luid:]
Ik paste niet meer in het plaatje, hè?
Ik viel op, tussen de vlotte succesvolle vriendinnen.
Zo zwijgend, op de bank, trok ik natuurlijk precies de verkeerde aandacht.

[Bitter, nog luider wordend:]
En als je toch moest praten, met die zielige dove Inge?
Dan schreeuwde je toch lekker?
Met dikke aderen in je nek en idiote getuite lippen?
Je zou jezelf eens moeten zien en bedenken wie er eigenlijk zielig is.
Alsof het ook interessant is wat je te melden hebt.
Wil-je-nog-kooooofffffiiiiieeeee? En dan dat roerende gebaar.
Het enige gebaar datje hebt willen leren.

Ik belde je om te vragen of je wat kwam drinken.
Omdat ik zo blij was dat ik je stem weer kan horen.
Maar weet je wat?

[Schreeuwt:]
Hou jij je bek maar.
Elp, 9 juli 2008

woensdag 23 juli 2008

Op de zeepkist (12)

Het leeslint

Onlangs las ik Vingers van Marsepein van Rascha Peper. Een heerlijke leeservaring, niet in het minst omdat het boek gesierd is met een leeslint. Geef een boek een lintje en het heeft gelijk zoveel meer. Gebruiksgemak, allure, eeuwigheidswaarde.
Vanaf de zestiende eeuw is door boekbinders de strijd tegen ezelsoren aangebonden door het aanbrengen van een leeslint. Ik leerde het lint kennen in mijn eerste echte eigen bijbeltje. Kerkbuurmannen hadden soms zelfs twee linten, één voor de oudtestamentische en één voor de nieuwtestamenitische lezing. Kon je die ook vast handig van tevoren opzoeken.
Natuurlijk kunnen we ook een bladwijzer gebruiken, of het boek omgedraaid plat neerleggen (au!), maar een leeslint heeft toch dat ‘je ne sais quoi’ dat mij zeer bevalt.
Amateur boekbinders kopen voor een luttele €0,55 maar liefst twaalf linten. En het is zoveel meer dan een geheugensteuntje om ons te herinneren waar we ook alweer gebleven waren. Uit eigen ervaring weet ik dat je daar ook een lolly voor kunt gebruiken en mijn moeders sterkste verhalen uit 40 jaar bibliotheek maken melding van een plak kaas en een spiegelei.
Het leeslint heeft niet alleen een functie in het hier en nu. Het leeslint mag ook graag tussen die bladzijden gevleid worden die onthouden en teruggevonden moeten kunnen worden. En dat niet alleen door de lezer, maar door iedereen die ooit een boek met een leeslint aantreft. Het persoonlijke is poëzie, schreef Hannes Meinkema. Ik kan me verheugen op mijn nazaten die mijn boekenkasten langsturen op een leeslint en de bladzijde waar ik het ooit – onbedoeld of bewust - liet hangen, zullen herlezen.
Zij zullen de mooiste woorden vinden.

dinsdag 22 juli 2008

Lex Karadzic niet boven de wet

Jarenlang is het de Serviër Radovan K. gelukt onopgemerkt te blijven. Velen zijn geschokt nu bekend is geworden waar hij al die tijd gewoond en gewerkt heeft. De man die eenvoudigweg als 'Lex' bekend stond las voor als geen ander en was geliefd om zijn opa-zachte uitstraling. Het bericht van zijn arrestatie is ingeslagen als een bom. Om zijn bekende straatgenoot T. te citeren: "Poe hé!"


zondag 20 juli 2008

Levende schilderijen

De ochtend stelden we zelf schilderijen samen. We kwamen erachter dat de figuren op een doek in relatie tot elkaar staan, en dat juist dat een afbeelding interessant maakt. 's Middags plaatsten we ons zoals grote schilders eerder groepen mensen hadden geplaatst. Kijk en vergelijk.

Rembrandt van Rijn - Het korporaalschap van Frans Banning Cocq en luitenant Willem Ruytenburgh maakt zich gereed (beter bekend als De Nachtwacht ) - rond 1640


Rembrandt van Rijn - De Bataafse Eed (rond 1660)


Pablo Picasso - Guernica (1937)


Joan Miró - Zelfportret met dochter Dit wordt een zoekplaatje. Het origineel lijkt erg op het eerste tableau. Wie een plaatje vindt, gelieve zich bij mij te melden. (En dat deed Caitlin, dank!!) De onderste foto toont hoe wij de spanning (de ondoorgrondelijke blikken, de handen op rare plaatsen) hebben doorgevoerd.


vrijdag 18 juli 2008

Afscheidsbrief door een positieve bril


Merel, Roos, Arnoud,

Ik wil jullie bedanken. Bedanken voor de prachtige tijd die we met elkaar gehad hebben.
Arnoud, toen we elkaar ontmoetten, wilde ik gelijk wel 100 jaar met je leven. Het zijn er vijftien geworden. Maar wat een heerlijke jaren. Dank je wel voor al die gesprekken bij jouw verrukkelijke wijncollectie. En dank - het allermeest - voor onze zalige dochters.
Mereltje, Rooske, mamma gaat weg. Merel, jij hebt verleden week je zwemdiploma gehaald. En Roos, jij kan lezen en je hebt 's nachts geen luier meer nodig. Ik ben klaar met mijn werk.
Pappa kan al een beetje koken en hij weet hoe de wasmachine werkt, dus dat gaat helemaal goed komen. Wisten jullie dat kinderen van gescheiden ouders later prachtige boeken schrijven, of beroemde toneelspelers worden?
Mamma gaat een nieuw gezin stichten. Ik heb zin in een man met een baard en ik krijg vast een tweeling, twee jongetjes. Komen jullie dan gezellig beschuit met muisjes eten?

Tot ziens lieve schatjes. Alles is goed.

Mamma

Elp, 10 juli 2008

maandag 14 juli 2008

Gebakken lucht

Dans, dat is wel het laatste wat ik zal gaan doen op Buitenkunst. Kop-pig als ik ben zullen er heel wat lezingen, artikelen en persoonlijke uitleggen aan te pas moeten komen wil ik begrijpen wat er gebeurt, tijdens dat gezwaai met die lijven. Ik zeg nooit nooit, maar het verbaast me geenszins dat het er ook dit jaar niet van gekomen is.
Beeldend werken is bijna ook zoiets. Bijna, want in 2007 - 't blijft vooralsnog een unieke gebeurtenis - deed ik het: meedoen met het beeldend programma. Maar ik kan er zeer van genieten. Beluister met plezier wat mensen raakt in schilderijen, beeldhouwwerken, installaties. En zie waar hun inspiratie vandaan komt. En vervolgens ben ik onder de indruk van het vakwerk met kwast, plakband, klei of touw.

Beeldend medewerker Liesje had zich vergaapt aan diverse fraaie opblaasbeesten in New York. Soms komt er een metro langs en dan gaat het beeld leven.
Dat moesten buitenkunsters ook kunnen. En dat konden ze ook. Andere dan ik dan. Pelle hielp wel metro spelen, met behulp van een luchtbedpomp. 3000 liter lucht moest in deze struisvogel.


Liesje, als je nog vijf minuten hebt? Is dit een idee voor volgend jaar?

zondag 13 juli 2008

Wij zijn niet van de dingen


Kom logeren op mijn zolder. Achter de lege schotten liggen slechts opgevouwen verhuisdozen. Zonder kleertjes voor baby's die toch nooit meer zullen komen.
Parkeer je fiets in de straat op de plek van mijn niet-bestaande tweede auto.
Eet met me, praat en lach met me, in de tijd die we niet schenken aan de derde televisie en de vierde computer.
Wij zijn niet van de dingen.

Graai leeg die zolder.
Mest uit de kelder.
Zet aan de stoep.
Deel uit, geef weg.
Wij zijn niet van de dingen.

Een krant wordt een hoed wordt wc-papier.
Een ansichtkaart een schilderij.
De buggy naar de dreumes van de buren.
In vreugde geplopte kurken worden een schip
of oorbellen.
Wij zijn niet van de dingen.

Schenk me de helft van je hartige taart.
Leeg met mij die fles wijn die, ja, veel te duur was.
We rollen het gras
en gooien groene sneeuw.
Wij zijn niet van de dingen.
Elp, 8 juli 2008

Afbeelding: Michiel Schrijver.

zaterdag 12 juli 2008

Vasthouden

Heiloo, 1971. Ik ben zeven jaar en kneed van nat zand de perfecte bal, zo'n echte soete suikerbol. Trots neem ik 'm mee naar het vakantiehuisje. En ondanks de tegenwerpingen van mijn moeder moet en zal ik het ding in het vriesvak bewaren. Zoiets moois mag niet verloren gaan!

We waren deze week in Drenthe. Pelle en ik bedreven met hartstocht de Buitenkunst. Toegegeven, het was vrijwillig, dat we vanmorgen het paradijs weer verlieten. Maar het maakt de gang naar het dagelijks leven nauwelijks lichter. We waren aboriginal, en figurant van Rembrandt, we stonden op het podium met basgitaar en afscheidsbrief. We predikten de revolutie, pasten in een dekenzak, schreeuwden voicemails vol. Een week zonder cynisme, alleen maar creeëren en vol bewondering voor anderen kunnen zijn. Wat hebben we nog meer nodig?

Het nieuwe gezicht achter de balie bij Albert Heijn zegt dat ze niet bestaan, postzegels van 75 cent, noch die van 92.
"Ach, kijkt u nog even. Ik koop ze hier regelmatig."
"O, die! Ze zeggen altijd voor het buitenland. Zo kan ik het niet snappen, natuurlijk."

De zandbol hield het nog geen 24 uur, in 1971. De bal lag in twee stukken op een bordje. Geen zand tussen het ijs. Had ik al rekening gehouden met een droom die zou knappen?

De nieuwe wasmachine piept als de was gedraaid is. Het klinkt zo dwingend, vandaag.

zaterdag 5 juli 2008

Flickr-stokje op z'n googlish.

Dit leek me nou ook wel eens leuk om te doen, dat wat ik bij haar zag. Jezelf een aantal vragen stellen, de antwoorden bij flickr intypen en uit de eerste pagina met plaatjes een keuze maken. Zie jezelf, zuster.
Blijkt het helemaal niet te kunnen als je zo'n weblog hebt als deze. Sof! Dan maar op z'n googlish. Raad de plaatjes!
[Ik heb niet de hoop, eerder de angst, dat de betekenis van de antwoorden begrepen kan worden. Het lijkt me zelfs stug dat ik over een jaar nog weet hoe ik vandaag in elkaar zit. Jullie hebben in ieder geval een week om er naar te staren. Eerder zal er hier door mij niets worden toegevoegd.]

1. Wat is je eerste naam?

2. Wat is je lievelingseten?

3. Hoe heette je middelbare school?

4. Wat is je lievelingskleur?

5. Op welke beroemdheid ben je verliefd?

6. Wat drink je het liefst?

7. Je droomvakantie?

8. Lekkerste toetje?

9. Wat wil je worden als je later groot bent?

10. Wie zijn je het meest dierbaar?

11. Beschrijf jezelf in één woord.

12. Wat is jouw internetnaam?

dinsdag 1 juli 2008

In memoriam: het roken

De pijp
Midden op het parkeerterrein van winkelcentrum Leidsehage, op de stoep van een mij wildvreemd kantoorgebouw, botsend tegen een plotseling tot stilstand komende herenrug: als meisje kwam ik op de vreemdste plaatsen terwijl ik als in trance de geur van pijptabak volgde. Het eerste serieuze vriendje kreeg dan ook een pijp van mij cadeau. ’t Was een goedkoop dingetje dat niet lekker ingerookt wilde raken. Hij hield van mij en deed zijn best, maar ’t is verder nooit wat geworden met die twee.

De sigaar
Een verjaarsfeestje midden jaren tachtig. Een felle discussie over kernwapens met een ultrarechts jongmens won ik. Toen trakteerde hij alle heren op een sigaar en sloeg mij over. Dat pikte ik niet en even later zoog ik aan mijn eerste bolknak. Een letterlijk bittere teleurstelling. En per ongeluk opbranden in de asbak wilde het ding niet. Met een stalen smoel werd ik misselijker dan ooit.

De sigaret
Ik rookte er vele, zeer vele. Op 22 februari 1993 stak ik de laatste op. Niet roken en minder koffie drinken, dat zou het zwanger worden bespoedigen. Ik at zelfs bamboestengels, maar da’s weer een heel ander verhaal. Toen ik een jaar later in de aanstaande moederboeken las, dat vrouwen in verwachting zelfs asbakken leeg likken vond ik het al vies. Na al die jaren kan ik nog steeds zwetend wakker worden na een droom over die sigaret die toch weer opgestoken is.

Dat zijn de ergste
Mensen die zelf gerookt hebben zijn de fanatiekste nicotinehaters. In mijn geval klopt dat. Ik schaam me plaatsvervangend voor iedereen die ik heb laten meeroken, zelfs in hun eigen nicotinevrije woningen. En ik juich vandaag. Ik verheug me op een biertje bij café de Heks, dat ik al jaren mijd vanwege de bedorven lucht. Een driegangenmenu zonder sigarenwalm in de molen van Olst (Ik vind het ook stinken, zei de ober. En ze stonden op de kaart!).
Nu de terrasverwarming nog verboden verklaren.

maandag 30 juni 2008

fliep floep flieder fladdert *

Van de discussie over 'het lastige combineren van arbeid en zorg' houd ik me afzijdig. Het ontaardt vaak in gemopper over nukkige bazen of regelgeile kinderdagverblijven. Bovendien zoekt de drukbelaste vrouw zelden of nooit de oplossing bij zichzelf. Of bij een hulpvaardige man. Ik heb niks te klagen met een topkerel, twee gezonde en ook nog uitermatige plezierige kinderen en een baan op wieltjes voor maar vier dagen per week.
Maar er zijn van die momenten dat ik de dames begrijp. De tweede helft van december en de laatste weken voor de zomervakantie met name. Geen avond, geen zaterdag, geen zondag is onbezet. Er moeten alvast en alsnog verjaardagen worden gevierd, er zijn proefwerken en rapporten, voorstellingen met publiek, clubkampioenschappen, laatste gitaar- en schrijflessen, er is een ballontocht die voor de derde keer niet doorgaat, er moeten boeken teruggebracht (voeg het formulier in de breedte gevouwen in het voorste boek!) en besteld, muzieklessen verlengd en is de gasfles nog vol genoeg voor een week kamperen en hebben we nog een heel grondzeil?
Het zijn van die weken dat ik het liefst een engel zou zijn. Liefdevol geef ik, eindeloos, elke waar hij of zij behoefte aan heeft. Ik ben precies daar waar ik nodig ben. Alle gymkleren glijden schimmelloos de wasmachine weer uit, we komen feestelijk gekleed met prettig gewenste cadeaus op de bruiloften/kinderfeestje/kerstdiners/zomerfuiven, en verder fladder ik weer. Ik heb honger noch dorst, laat staan eigen wensen over hoe ik de dag wil of moet besteden. Niks opofferen of wegcijferen: één en al engel ben ik. Ik houd zelfs de dagelijkse poets- en was- en strijk- en stof- en opruimbeurten bij. Het zoekgeraakte adres van de hoera weer gevonden vriendin diep ik moeiteloos op en de administratie verdeelt zich in vijf overzichtelijke mappen.

('t Is verder natuurlijk een tamelijk saai bestaan. Na een paar dagen is het nieuwtje van dat vliegen er wel af. En de zin in eten, fietsen, drinken, vrijen zal toch niet voorgoed verdwijnen. Dus het mag bij vier weken per jaar blijven. Dan zal ik echt nooit meer klagen.)

* uit 'Pipijn is 1002'. Tekst: Harrie Geelen

donderdag 26 juni 2008

Als je uil een valk is

Natuurlijk, zijn klasgenootje met afrikaanse roots en hoofddoek mét rapperspetje was ontroerend. En de vrouw naast me glunderde toen haar lange dochter een klasgenoot in het spel te lijf ging, met háár handtas. Dat snap ik best. En de ouders van de kinderen die tegen de achterwand aangeplakt, net uit de maat en als een soort echo van de vooraanstaanders, toch ook een dansje deden: die ouders waren ook trots.
Mag.
Moet.

Ooit presenteerde ik, bepruikt en in roze jurk, professioneel opgemaakt door een tenor, de bonte avond van het USKO. Ik zette een Mies Bouman over the top neer. De volgende ochtend had men het er nog over. "Vond je haar niet fantastisch", vroeg een violist. En de mee-ontbijtende bas begreep niet waarom ik niet enthousiast was.
"Maar ik was het zelf." Ik viel ik weer in mijn dagelijkse rol terug. De ultieme verbazing op hun gezichten was even vleiend als beledigend.

Mijn zoon werd niet door iedereen herkend. Het kon hem niet deren. Hij straalde. De juf vertelde dat ze in de coulissen vol in het gezicht werd getroffen door een pump die met allure uitgeschopt werd. En toen hij de basgitaar omhing was het plaatje af.
"Best mooie benen", oordeelde zijn broer.
Ik omhelsde mijn held(in) met de langst mogelijke armen.
"Hij lijkt op jou", zei de vader van een vriendje.

maandag 23 juni 2008

Niet verstuurde brief (4)


Lieve majesteit,

Ik geloof niet in u, maar ik wil u toch waarschuwen. U bent een vlag op een modderschuit. Nee, omgekeerd, sorry. U bent boedha in een moskee, Ronald McDonald bij de groenteboer, Marco van Basten in Wenen. Dit behoeft uitleg.
Jan Peter vertelt u elke week van de hoogtepunten van zijn kabinet, dat is bekend. Hij zal dus verteld hebben dat Hij van VenW een nieuw ambtelijk onderkomen heeft geopend. Dat was me een feest! De kraan stond open, we riepen aloha zonder lambada en we kregen nieuwe vlaggen. Vlaggen met het nieuwe rijksoverheidslogo. Een nieuw, degelijk, ouderwets soort logo. Maar wel voor alle rijksdiensten éénzelfde. Dat brengt de burgers dichter bij ons ambtenaren. En via ons nader tot u. Het zij u gegund.
Er zijn leuke plaatjes van u gemaakt. Die met die rode hoed en die vlaggestrepen, bijvoorbeeld, die vind ik persoonlijk erg fraai. In de raadzaal van de gemeente Nieuwegein heb ik jaren geprobeerd het moois van u af te kijken, maar dat is me niet gelukt. U bleef prachtig. Zo had ik u graag in ons gebouw gezien. Krachtig, en een tikje schalks.
In Utrecht is een fout gemaakt. U hangt te hoog, in een dynamische, transparante omgeving in een zware lijst aan een te smalle pilaar in een soepjurk. Anton Corbijn zit hier achter. Hij maakte althans de foto. Majesteit, vertel JP de MP dat u zo niet gezien wilt worden in ons Ensemble. Niet zo degelijk, niet zo ouderwets.
U die gestippeld op de postzegel, en in vegen van olie op doek staat, red ons!
Uw nederige dienaar,

vrijdag 20 juni 2008

Sabbatical 2009

Januari en februari: AH to Go
Klantgericht, vriendelijk en snel, ik kan het allemaal zijn. Uren lang op de benen staan lijkt lastiger, en ook de verhouding met de besnorde filiaalcheffin maakt vooraf bezorgd. Maar een topervaring zal het zijn!

Maart en april: De echte AH, achter de kassa.
Nee, niet bij het brood, zéker niet bij de worst, en al helemaal niet dweilen. Zitten en piepen. Net te kort om geveld te worden door een RSI-schouder. Spaart u koopzegels?

Mei en juni: Man van Vriendin is coach en zoekt een maatje. Groepsprocessen, overzicht en goede sfeer, that's me! Ik schrijf tientallen flappen vol, schuif eindeloos met tafels en raak steeds meer stiften kwijt. Nu al zes maanden met hoofdpijn naar bed.

Juli en augustus: gehuld in oranje, met tas op wielen. Ik ben postbode. De honden vallen mee, de vriendelijke gezichten ook. Ik ben nu wel heel veel alleen. Maar de slechte zomer waar ik me moedig doorheen waad is troostrijk. I-pod en Vaccia-oefeningen: mijn stem is weer helemaal top.

September en oktober: de helpdesk van Ziggo is nog steeds dringend op zoek naar mensen. De neiging om de backoffice te reorganiseren weet ik te onderdrukken. Na een maand wordt het tijd de vakantie van dit jaar op te nemen.

November en december: zij-instromer in het onderwijs. Zo dankbaar. Ik wapen me tegen schrapende stoelen en op te halen neuzen. Ik ben streng, humorvol en rechtvaardig. Voldoendes maken populair. Huiswerk opgeven na de bel niet. Welk vak ik eigenlijk geef weet ik na twee maanden nog niet.

Het jaar 2010 begin ik gelouterd en opgeladen. Ik kan er weer helemaal tegenaan!

maandag 16 juni 2008

Junkske

Ik heb een lofdicht geschreven op ons nieuwe ambtelijk onderkomen. In sonnetvorm. In een vlaag van ijdelheid heb ik het gemaild naar de speech-schrijver van onze minister. Tijdens de officiële opening word ik op het podium genodigd. Da's flink schrikken, eens te meer omdat ik in Rotterdam in vergadering ben. Toch sta ik even later in Utrecht naast Camiel achter het spreekgestoelte. Ik mag mijn eigen werk voorlezen.
Daar stuurt de stuurman markt in 't bos
Meer kan ik me niet herinneren, maar blijkbaar kloppen de overige 13 regels ook, want ik krijg enthousiast applaus. Ik wil ongezien wegsluipen, maar dat zint onze minister niet. Hij blijft gezellig babbelen en me bestrooien met complimenten. Nog nooit wilde ik ergens zo graag weg, maar alles is hier van glas en ik weet niet waarheen te vluchten.
Dan vraagt hij of ik mee wil, met hem. Hij heeft kaartjes voor de wedstrijd Nederland-Bern. Mee, met hem? Dat wil ik niet. Naar Nederland-Bern wil ik wel. Dat laatste zeg ik hardop.

Op de tribune staan nog meer kabinetsleden en Erica Terpstra herkent me en drukt me hartelijk aan haar zachte boezem.
'Ben je met Camiel?'
Ik knik voorzichtig.
'Ach, 't junkske toch', zucht Erica.
Ik ben vergeten wat ik van onze directeur ook alweer allemaal tegen de excellentie moest zeggen. Oei, nu komt hij wel heel dichtbij. Ik krom mijn rug en wend mijn gezicht af. Juist dan zwaait de camera ongenaakbaar mijn kant op.

dinsdag 10 juni 2008

Dov’è la Vittoria?

(Ik mag veel voetbalkijkers rekenen onder mijn vaste lezers. Dat concludeer ik althans uit het scherp dalend aantal bezoekers sinds de start van het Europees Kampioenschap voetbal. Waarom ik gisteravond wakker lag zal dan ook de lezers die me trouw blijven (fijn!) niet interesseren. Vergeef me, mijn creatieve geest reist beperkt dezer dagen.)

Op 2 juli 2000 zat ik in de Arena van Verona. Het was die dag bloedheet geweest. Het congres over verslavingszorg waaraan ik deelnam was chaotisch en ging gepaard met veel eten en, jawel, ook met veel drinken. Want alcohol was verslavingsvrij, volgens de dagvoorzitter (die dagvoorzitter was omdat hij een drugskliniek sponsorde, maar dat is weer een heel ander verhaal). Volkomen onterecht was Nederland niet doorgedrongen tot de finale van het toen heersende EK. Mij kwam het wel goed uit; ik had om meer dan alleen deze trip naar Italië mijn aandacht voor andere zaken nodig.

Kaartjes voor een voorstelling in de Opera-Walhalla moet je lang van tevoren bestellen. Slechts weinigen zullen afgewogen hebben of ze op deze avond niet liever de finale van het EK hadden gezien. Maar het dubbelde wel, en nog wel met Italië in de finale. Naast mij zat een stel met een kind van een jaar of acht. Buiten het zicht van zijn moeder om kreeg hij een klein radiootje van zijn vader in het oor gepropt. Om beurten luisterden vader en zoon een paar minuten naar wat er in De Kuip gebeurde, terwijl duizenden anderen (deden alsof ze) zich vergaapten aan Aïda.

Het tumult buiten de arena kwam bij vlagen binnenwaaien. Het was nog nét niet hinderlijk. Het werd spannender en spannender, op het podium en op de tribune. Het Italiaanse doelpunt werd gevierd met heel veel kaarsjes en aanstekers. Vlak voor tijd scoorde Frankrijk. Een paar tientallen kaarsjes flakkerden op. Dat betekende verlengen en wachten op de golden goal. Op het toneel waren de gladiotoren al in triomf binnen gehaald. Het jongetje hengelde naar het oortje dat zijn vader steeds langer bij zich hield.
‘Franca è campione’, fluisterde de vader even later zuchtend. Het jongetje ging huilen. Ik wisselde een vertederde glimlach met de vader.

Hij moet nu een jaar of zestien zijn. Hij droeg wellicht een rood-wit-groene narrenhoed. De schminck op zijn gezicht verdroeg zich slecht met hangende mondhoeken. Deed hij wel voorzichtig toen hij op zijn scootertje naar huis scheurde? Hij was altijd een fan van Marco van Basten. Zou zijn vader hem nog kunnen troosten?

zondag 8 juni 2008

3 eetlepels Richteren 4 vers 19

Rond 1980 zat ik in de redactie van de schoolkrant. We zullen stukjes hebben geschreven, anderen tot pennevruchten hebben verleid of gedwongen, en vast veel hebben vergaderd. Ik herinner me vooral het urenlange stencillen en één incident.
Ik had een Concordantie voor mijn verjaardag gekregen. Een soort trefwoordenregister van de bijbel, waar ik al uren plezier mee had gehad. Zo had ik een recept voor een cake gemaakt, waarin niet obligaat 200 gram boter en 3 eieren moesten werden gebruikt. De ingrediënten waren te vinden door de heilige schrift erbij te nemen. Dan werd het bijvoorbeeld 200 gram Richteren 5:25 en 3 maal Jeremia 17:11. Ik vond het reuze geestig en de redactie ging akkoord met plaatsing.

In de kerstvakantie waren wij in de lege school druk bezig met 1.500 nieuwjaarsnummers. De concierge kwam vragen of wij even bij de rector wilden komen. Dat was nieuw. Ik was nog nooit in de enorme zaal geweest waarin hij kantoor hield. Mijn recept bleek het onderwerp van gesprek te zijn.
'De Bijbel is een heilig boek. Er zijn mensen die er aanstoot aan nemen als stukken tekst worden misbruikt. Blasfemie noemen ze dat.'
Hij keek me vriendelijk aan boven zijn halve bril, er helemaal van overtuigd dat ik al had besloten het recept niet te plaatsen. Ik zweeg, zoals ik in die jaren meestal zweeg als ik op onrecht stuitte. Te kwaad voor woorden. Dat aanstoot nemen, dat zou best. Daar kon ik me niet zo over opwinden. Dan zocht de familie met de vlechten maar een andere school. Veel erger vond ik dat hij mijn recept onder ogen had gekregen nog voor dat de dummy klaar was. Niemand wist wat wij gingen plaatsen, behalve een zacht Jeremia 17:11 van een maatschappijleerleraar die alles best vond. Iemand had in onze papieren gerommeld!
Briesend van woede kwam ik thuis. Mijn moeder, van wie ik geleerd heb dat veel in der minne geschikt kan worden, suggereerde me de bewuste cake te bakken en er de volgende dag nog eens rustig met de rector over te praten. Ik oefende een speech die eindigde in een deemoedig verlies van de rector.

De rector was in gesprek toen ik de cake kwam aanbieden.
'Zo. Kom je vurige kolen op mijn hoofd stapelen?'
Hij zei het niet eens onvriendelijk, maar het was totaal de voorzet niet die ik nodig had om mijn speech af te steken. Maar met mijn geheugen was nog niets mis. En ook de spreekworden had ik de afgelopen weken uit de Concordantie gevist.
'U citeert uit het boek Spreuken. Er zijn mensen die aanstoot nemen aan dergelijke vormen van blasfemie.'
Het recept kwam in de schoolkrant. Van enig tumult erover is mij niets gemeld; de rector heb ik nooit meer gesproken.

vrijdag 6 juni 2008

Wees niet zo dom als ik


Iedereen heeft recht op eigen fouten. Maar er zijn van die tips ... ik wilde dat ik ze wat eerder had gekregen.

Draai geen flesje vruchtensap open in een huurauto. Zeker niet als dat flesje al 48 in de auto bewaard werd. En helemaal niet terwijl je rijdt.

Zet je tent niet op een mierenhoop. Ook niet als het de laatste plek is op een bomvolle camping in Boedapest en je denkt dat iedereen dit plekje links had laten liggen omdat het op een helling van 15 graden ligt.

Ga geen weddenschap aan als je dronken bent. Vooral de combinatie rijksdaalder, net iets te weinig ruimte tussen je voortanden, ziekenhuis op drie kilometer afstand, en minus 10 graden is hierbij onaangenaam.

Denk niet dat de flatdeur die achter je dicht sloeg alleen een harde knal veroorzaakte, en til het glas uit je voet voor je naar de lift loopt.

Ga niet met iemand mee naar huis die je eigenlijk vanaf het begin al een beetje griezelig vond.

Snijd geen rotonde scherp aan op weg naar het kinderdagverblijf met een kind voorop en een kind achterop. Het kan geijzeld hebben.

Denk daarna niet: ik ben alleen thuis, ik zet voor dat wekadvies wel de wekker.

Gebruik het bijgeleverde badmutsje bij de thuisset coupe soleil en smeer de emulsie niet op je hoofd.

Ga daarna gewoon naar de dokter én de kapper en wacht niet tot de blaren en het gele stro vanzelf over gaan.

Hecht geen waarde aan uitspraken 'hij doet niks' of 'dat doet hij anders nooit'.

(met dank aan Elsje)
(foto: Boedapest, 1984, twee maanden na de coupe soleil)

 

blogger templates | Make Money Online