dinsdag 4 november 2008

Onbelangrijk stokje

Ik kreeg van haar een stokje toegeworpen. Vertel zes onbelangrijke dingen over jezelf. Toe maar! Ik hoorde mezelf de afgelopen weken meermalen zeggen dat ik niet zo'n weblog heb van "Gisteren waren we in de dierentuin en het was erg leuk". Is dit niet hetzelfde soort informatie?
Ach, komaan, ik moet de weblogdraad duidelijk weer oppakken. Daarom, hierbij, zes onbelangrijke zaken over mijzelve:

1
Ik trek eerst de linkerschoen en dan de rechterschoen aan.
2
Ik gebruik op het werk de middelste van de drie damestoiletten.
3.
De huisnummers van mijn woningen tot nu toe: 12, 18, 317, 440, 136, 104bis, 43, 6, 236, 29 en 20.
4.
Mijn moeders moeder had 25 kleinkinderen, waarvan ik in tijd de tweede en het eerste meisje was.
5.
Als de ingeblikte NS-omroeper werkzaamheden aankondigt en begint met 'Dames en heren...', dan antwoord ik hardop 'Ja?'.
6.
Bij de koffie lust ik alle soorten chocola en gebak, maar van suiker in de koffie ga ik over mijn nek.

maandag 3 november 2008

Dubbelgangers (2)










Het jongske links kent u. Het is Gerard Bakker, als Elvis onvolprezen in Van jonge leu, de Tukse soap. Rechts ziet u zijn oudere broer, zijn piepjonge vader, nee, niet echt, maar dan toch bijna. Prachtige foto trouwens. De mijnheer rechts heet Paul Sterk. Hij debuteert binnenkort. Met een roman. Hij wel. Boeiende sprekers zijn te verwachten op zijn boekpresentatie, later deze maand. Dat dan weer wel.

woensdag 15 oktober 2008

Het kleurt ook beter bij mijn jas

’s Ochtends bij binnenkomst en het uurtje na de lunch is de verlichting blauw. Een koele, wat scherpe kleur, die zorgt voor een heldere schaduw van het beeldscherm op het bureau. We worden er alert van, onze biologische klok tikt ‘Ac-tie, ac-tie’. Het schakelt onze klokken ook gelijk. Mijn collega’s en ik worden tegelijk wakker en krijgen tegelijk zin in resultaten boeken, in concrete afspraken maken, in snel to the point komen.
Later op de morgen en in de middag verkleuren de lampen langzaam maar zeker naar rood. Naar warm, sfeervol rood. Het miezert buiten en we krijgen zin in warme chocolademelk. We zijn dankbaar dat we mogen samenwerken, sturen onze projecten ‘op relatie’, en we durven buiten de vaste kaders te kijken.
Om ons niet het gevoel overgeleverd te zijn aan de machinerieën, laat staan dat we vermoeden dat we gemanipuleerd worden, hangt in elke werkkamer een bedieningskastje. De temperatuur kan omhoog en omlaag, de lampen kunnen uit – tot we bewegen, dan plingen ze weer aan – en naar believen roder of blauwer afgesteld worden. Er gaan dagen voorbij dat ik er niet bij stilsta, bij de hedendaagse kantoorfilosofie die maar niet paars wil worden. Vandaag bracht mijn huidige Amerikaanse trein-leesvoer me ertoe de dag te beginnen met een koffie uit het grand café. Op de achtste etage kies ik een werkhokje en schuif de lamp geheel op rood. Na twintig minuten naar het kanaal staren komt de vraag in mij op: schoof ik de lamp op rood, omdat ik nog geen zin heb in resultaten, of zoek ik de zingeving buiten, omdat de lamp het wil?

zondag 28 september 2008

Na 20 jaar

I
"En de kinderen?" wordt ook zo afgezaagd. Daarom maar eens anders. "Hoe is het met je kwartet?" vraag ik.
Ze kijkt me verslagen aan.
"Och. Dat doe ik niet meer!"
Ze moet schreeuwen in de volle kelder met te harde muziek.
"Ik bedoel je kinderen!"
"O!! Die gaan geweldig, echt."
(Ik vergeet te vragen aan welk kwartet ze nou eerst dacht.)

II
"Je ziet er geweldig uit" roep ik gemeend.
"Dank je! " antwoordt hij. En dan:
"Hoe is het met jou?"
(Nou zeg!)

III
Waarom beginnen alle mannen over hun werk en alle vrouwen over de man en/of de kinderen?

IV
Ja, we werken allebei weer in Utrecht. Nee, we willen niet verhuizen.

V
Onveranderd: de geur van zo'n kelder, het bevredigende slap geouwehoer, de steile werftrap, de nooit genoeg geprezen hartelijkheid van geografen.

maandag 22 september 2008

Aagje leest mee (10)


Na het leeghalen van een prullenbak is Aagje niets meer te dol. Ze raapte nu een vele malen belopen notitieblaadje van straat op. Een lief briefje vindt Aagje. Van een vrouw aan haar man. Of hij hun dochter, en ook een vriendinnetje, van de sportclub wil ophalen. En als de man in blinde verwarring zou zijn (wat hij niet is, denkt Aagje, want zo'n man vraagt gewoon aan de dochter 'moest er niet iemand mee?'), maar goed, stel dat hij in verwarring zou zijn, dan denkt ze dat te voorkomen door te vertellen dat hij het vriendinnetje kan kennen. Van de zwemles van het zoontje, immers? Aagje denkt dat als de man het meisje niet kent, hij zeker niet zal weten dat ze met hun zoon op zwemles zat.
Maar hij zal doen wat ze hem verzoekt. Niet áls je haar ophaalt, nee wannéér je haar ophaalt. Daar spreekt vertrouwen uit. Drie zoentjes krijgt hij.
Aagje moet denken aan de achterkant van de laatste Opzij. Aan de tekening van de onvolprezen Len.

Ze hoopt dat Lena iets leuks aan het doen was, terwijl Bart (in zijn Audi of Hummer) de handbalsters achterin laadde. En dat ze niet in galop naar de grootgrutter voor de boodschappen van de hele week (in haar Renault Clio) het vergeten briefje uit haar jas liet wapperen.

donderdag 18 september 2008

Een mooiste dag

Over de manicure twijfelt ze nog. Het zou natuurlijk keurig staan, van die parelwitte randjes aan de nagels en nergens een nagelriempje. Maar ze is nog nooit bij zo iemand geweest. Is een simpel likje lak niet genoeg?
Haar outfit is al een week binnen. 'Iets niet al te netjes voor een leuke bruiloft, graag.' De mevrouw van de kledingzaak had het gelijk begrepen. Binnen een half uur stond ze buiten. Aan de overkant in de sieradenwinkel lag een bijpassende halsketting en armband alsof die op haar hadden gewacht.
De schoenen had ze al. Dat scheelt, dan hoeft ze zich geen zorgen te maken over blaren, of op ongelukkige momenten op zoek naar een stoel als staan te pijnlijk wordt.
Morgen naar de kapper. Haar natuurlijke krullen een klein beetje laten temmen. Ze zal er geen bloemen of spelden in laten steken. Au naturel is heur haardracht het mooist.
Het cadeau is midden op de Veluwe gevonden. Gever en ontvanger kunnen elkaar hopelijk blij in de ogen kijken.
Zal ze de dikste van alle aanwezigen zijn? Vast. Daar is voor volgende week woensdag weinig meer aan te doen. Goede make-up en die lieve vriendin dichtbij houden, dat moet voldoende wapening zijn tegen de blikken die op haar buik blijven hangen of vanaf haar enkels naar boven glijden.
Ze kan zich niet heugen wat haar laatste bruiloft was waar ze met kaart en al voor werd uitgenodigd. De bruidegom kent ze niet.
Ze verheugt zich.

Ssst


Een woonwijk is niet zo rustig als de grachtengordelvolkshuisvestingsdeskundigen denken. Er wordt post bezorgd, met fietsen, en met brommers, bestelwagentjes en vrachtwagens. Pakjes en stoelen en keukens komen met dieseluitstoot langs. De ondergrondse containter wordt geleegd. Als ons gedrag daarom vraagt desnoods elke dag. De zorgvuldig bedachte groenstroken moeten onderhouden. Met grasmaaiers, snoeikarren, bladblazers. Ze schoffelen met z'n vieren, schreeuwend en lachend.
De buren bouwen een dakkapel. Aan de overkant slijpt iemand de tuintegels op maat.
Dat nieuwe kinderbed wordt verderop in het blok in elkaar gehamerd. Ik hoop dat het een kinderbed is. Het geklop duurt nu al een uur. Parket toch niet?
De overbuurvrouw verdwijnt voor de twaalfde keer deze week in de rolstoeltaxibus. Straks komt haar tafeltjedekjebestelwagentje. Maar eerst nog de splitser, voor de kranten, het blik en het glas.
Het zal niet waar zijn, er komt een troep Duitse bouwvakkers in een wit busje voor de het raam. Voor mijn raam, omdat ik de enige sukkel ben die z'n auto in de parkeervakken parkeert.
De verenigde lawijtmakers spannen samen tegen mij, de geluidintolerante.

P.S. Tien minuten in de bijna vrieskou op het balkon in de glasheldere verte staren en daarna de Actus Tragicus van J.S. Bach bleken voldoende tegengif.

Schoonmaak

Ik voegde onlangs in de kantlijn van dit weblog een mini-motto toe. Sting begint zijn nummer Love is the seventh wave met een zin die na al die jaren rechtstreeks tot mij gericht lijkt:
In the empire of the senses
you're the queen of all you survey.
Ik was er een paar dagen een beetje beduusd van.
Al langer ruik, voel, proef, hoor en zie ik veel, en dikwijls veel teveel. Daarom schrijf ik dit blog, en nog één en nog één, en maak ik foto's onderweg, en spied ik naar mijn medeforensen, en auto's op de weg en mijn buren in de trein. Ik voel me hier niet meer boven staan. De koningin ziet soms door de bomen het bos niet meer.
Tijd voor een schoonmaakbeurtje!

De HS'en gaan eruit. Niet langer speur ik op de weg naar auto's die net als de mijn HS in het midden hebben. Gewoon lekker auto rijden, een luisterboek luisteren, genieten van de testosterongeur die de garagemijnheren hebben achtergelaten. Het mag genoeg zijn.

Ik schrap de rubriek En verder op de...
De vaste lezers kennen 'm. In de rechterkantlijn nam ik een kort berichtje per dag op. Over een egel die door mijn toedoen plat geworden was, een gekochte jas, een uit boek, een verrassende ontmoeting.
Een gewaardeerde rubriek, met zelfs uitgesproken fans.
En toch. Ik doe het er even niet meer mee. 't Voelde steeds meer als elke dag een motje. 't Was leuk voor zolang het leuk was. En ik verzin wel weer wat anders, een keer.

Wat blijft zijn mijn gebiedende wijsjes en lezende vrouwen. De gebiedende wijsjes kennen nog een te geringe lezersschare. Hierbij een in tip in stijl: Lees!

Op dit weblog verschijn ik misschien wel wat minder. Liever zes goede stukjes per maand, dan het driedubbele met een paar uitgesproken magere ertussen. In mijn rijk wonen ook nog korte verhalen, broeit een toneelstuk, rebelleert een concept-roman. Om het in ambtenarentaal uit te drukken (want o ja, ik ben ook nog 32 uur ambtenaar): daar moet een stuur op!

Beginnen met een citaat vraagt om een einde met een citaat. John Adams sprak en zei: Let us dare to read, think, speak, and write. Voor mij geldt: laat ik eens wagen het na te laten.

zondag 7 september 2008

Aagje leest mee (9)

Aagje aarzelt. Toen ze haar lege koffiebekertje wilde weggooien in de internationale trein op weg naar Amersfoort trof ze in de prullenbak twee handen vol snippers en wat ander papierwerk aan. Hier had iemand z'n portemonnee geleegd. Aagje doet dat zelf ook zo nu en dan. Zij doet het meestal thuis en nu weet ze waarom. Het gaat een ander toch niet aan waar ze haar scheerschuim koopt of van hoeveel geestelijke verzorgers zij kaartjes op zak draagt? En ze wil al helemaal niet dat haar dromen, op de achterkant van een envelop geschreven, voor iedereen te achterhalen zijn. Zeker niet als zo ook haar adres bekend is.
Thuis puzzelt Aagje de stukjes aan elkaar. 't Is nog een hele klus. Aagje voelt zich een politieagent en een voyeur in een. Een plastische droom vol pies en zweren. Langzaam borrelt in haar het verhaal van deze mijnheer. Afmaken, dat verhaal? Publiceren, hoe geanonimiseerd ook?
Aagje aarzelt.

Contact

Het blijft zoeken naar het vanzelfsprekende contact met de medemens. Een greep uit de afgelopen 48 uur. Soms zit het mee, soms zit het tegen.

1. Meestal vraag ik het, soms doe ik het stiekem. Nu dacht ik dat niemand op mij lette en fotografeerde de klok bij de entree van Ikea Hengelo. De bewaker stoof op mij af:
"U fotografeert mij. Dat mag niet!"
Ik legde uit wat ik deed, maar hij bleef boos.

2. Ook zonder te vragen, maar niet stiekem, fotografeer ik een gebiedend wijsje bij de openbare toiletten op station Rotterdam CS. De jonge man met piercings en tattoos die het geld int, grijnst naar mij.
"U wilde wel een foto van een mannelijke toiletjuffrouw?"

3. Ik buig me naar de moeder met het schreeuwkind dat tegelijk met mij het rijtuig is binnen gekomen.
"Mevrouw, neem me niet kwalijk, maar u bent in een stiltecoupé gaan zitten"
Ze kijkt schamper achterom. Het kind blert.
"Daar kan ik toch verrekte weinig aan doen."
De mede-passagiers werpen mij ondersteunende blikken toe, en zwijgen.

4. In een opwelling schiet ik een juwelier in, om de trollbeadcollectie van dichtbij te bekijken. Inschieten zal niet gaan, ik moet in een sluis wachten tot de eerste deur achter me dicht is gevallen. Dan opent een de jonge winkeljuffrouw de tweede deur. Even later bewonder ik haar armband met een jaloersmakende hoeveelheid prachtige kralen.
"Uw ketting is ook prachtig, zeg."
"Die moet ik hier wel dragen. "

5. Dezelfde Ikea. Ik reken af en schrik van het totaalbedrag.
"Wat is er zo duur?"
De dame in het gele hemd vertelt me geduldig wat elk van mijn zes aankopen kost. Ah, het zijn de hoofdkussens, begrijp ik. Nou pech gehad, ik wil ze toch hebben.
Ze overhandigt me de bon.
"Kijkt u het nog even rustig na. En u mag alles wat u wilt terugbrengen bij de klantenservice, hoor."

donderdag 4 september 2008

Aagje leest mee (8)

Ze is zo halverwege de twintig, heeft blond lang haar en is niet onknap. Een zeer subtiel (of on-)opgemaakt gaaf gezicht met een paar vriendelijk blauwe ogen. Een zilveren ring met doorzichtig blingertje. Gemanicuurde nagels. Ze draagt net als Aagje een rood jasje en een spijkerbroek. Aagje heeft bruine schoenen, zij zwarte korte laarsjes. Op schoot houdt ze een oude vaalgroene stoffen tas. Van het type 'als ik 'm omkeer kan ik een uitdragerij beginnen'.
Aagje zit tegenover haar in de vroege ochtendtram. De jonge vrouw haalt een boek uit haar tas. Onmiddellijk is Aagjes aandacht getrokken. Het is niet zomaar een boek. Het is een dik, door en door versleten boek. Op een draad na stukgelezen. Aagje buigt zich lichtjes voorover. Is het een dagboek? Of schrijft het blonde meisje in zo'n leeg dik schrift? Nee, 't is een echt gedrukt boek. De zijkanten zijn oud en vergeeld. De pagina's omgekruld. Het zwaarst heeft het harde kaft geleden. Aan alle hoeken is het kale karton waar ooit de omslag overheen geplakt zat, zichtbaar.
Ze bladert doelgericht naar ergens achterin. De bladzijden zijn bijna zo dun als vloeipapier. Ze begint zichtbaar genietend te lezen. De hoek van het boek is zodanig, dat Aagje noch de titel, noch de binnenkant van het boek kan zien. Aagje besluit dat haar broek nodig verschikt moet worden en komt even omhoog van haar bank. Zo ziet ze dat de jonge blonde een geel gearceerde alinea bestudeert. En er is met pen ook nog iets onder geschreven. Vlak voor Aagje weer neer komt herkent ze de bladspiegel. 't Is een bijbel die gelezen wordt!
Nu Aagje weet dat het een bijbel is denkt ze ook te weten in welk van de 66 boeken iets waard is gelezen te worden. Handelingen der Apostelen, gokt ze. Of het boek net daarvoor, het Evangelie volgens Johannes? Aagje overweegt naast het meisje te gaan zitten als er bij de volgende halte een plekje vrij komt, maar verwerpt deze onbeschaamdheid.
Dan krijgt ze onverwacht een blik op de voorkant. Bijbel voor jou. Aagje herkent de uitgever. Deze bijbel heeft ze zelf (zonder de toevoeging 'voor jou') ook. Het meisje bladert een paar pagina's door en Aagje vangt een glimp van een hoofdstuktitel op. Thuis is het een koud kunstje na te zoeken welke passage het blonde meisje in de ochtendtram voor de zoveelste keer tot zich nam.

Jezus antwoordde hun: 'Breek deze tempel maar af, en ik zal hem in drie dagen weer opbouwen.' 'Zesenveertig jaar heeft de bouw van deze tempel geduurd', zeiden de Joden, 'en u wilt hem in drie dagen weer opbouwen?' Maar hij sprak over de tempel van zijn lichaam. Na zijn opstanding uit de dood herinnerden zijn leerlingen zich dat hij dit gezegd had, en zij geloofden de Schrift en alles wat Jezus gezegd had.
Johannes 2: 19-22

Het meisje reisde door naar Nieuwegein. Het zal haar vast een plezier doen dat door haar Aagjes bijbel weer even stofvrij was.

woensdag 27 augustus 2008

I have sinned



Ik heb in demonstraties meegelopen, heel veel in demonstraties meegelopen. In één ervan (tegen de vader van onze toekomstige koningin) werd ik geïnterviewd door de NRCV, maar daar kon ik weinig aan doen. Ik heb een universiteit bezet, samen met één van onze vice-premiers. Ik ben natgespoten, wat heet, ik ben omvergespoten door een waterkanon op het museumplein. Kortom, ik leefde in de jaren tachtig. Deed ik iets onrechtmatigs? Vast. Zoals ik twintig jaar later nog regelmatig door rood loop en fiets. Niets schadelijks naar mijn eigen maatstaf.


Dan de dames waarover ik het wil hebben. Ze breken eigendom van een ander open. Molesteren en ontvreemden spullen die voor henzelf geen enkele waarde, zelfs nauwelijks betekenis hebben. Om geen andere reden dan het beschermen van familie van een vrouw die zij naar eer en geweten niet mogen beweren goed te kennen. Haar man kan een landverrader zijn, de kinderen troubadoers, bomenklimmende non-valeurs. Ze weten het niet. Ze vermoeden slechts dat hun vandalisme en diefstal een hoger doel dient.


Ik eis dat de zusters uit de Sound of Music publiekelijk afstand doen van hun kwade historie en uit hun ambt worden ontheven.

maandag 25 augustus 2008

Aagje leest mee (7)

De scholen zijn weer begonnen en de trein is kort. Murw van de eerste dag na de vakantie staan Aagjes bekenden in het gangpad. Er zijn ook nieuwe gezichten. Zoals dat van een meisje met een paardenstaart en jaloersmakend lange wimpers met een misselijkmakende hoeveelheid mascara. Zwarte mascara, bij bruine ogen. Aagje kan er haar groenblauwgrijze bijna niet vanaf houden. De buurvrouw met de staart begint voortvarend in haar stagehandboek te schrijven.
Omschrijf je eerste werkdoel.
'Het leren kennen van het stagehandboek' schrijft het meisje, terwijl ze de dopjes van haar I-pod wat dieper in de oren drukt.
- Het groepje van de introductie was veel leuker, pappa.
Mensen, ook jonge meisjes, praten veel harder tegen de telefoon dan tegen een medereiziger. Dit bellende meisje zit drie banken van Aagje en de staart vandaan.
- We zaten elke keer ergens anders. Ik vond het een vermoeiende dag.
Haar vader krijgt uitgebreid verslag.
- Ik heb er pas één dag opzitten, maar ik ben al kapot!
- Ik ook, zucht een man achter Aagje zachtjes.
De paardenstaart naast Aagje volgt de vakken PM en RM. Ze kan de docenten ook privé bellen, op maandagavond tussen zeven en negen uur. Aagje bekijkt de foto's van de meesters en juffen en zou best met Martijn aan de lijn willen hangen.
Het oortje van de buurvrouw glijdt uit. Verstoort kijkt ze naar het geluid van haar leeftijdgenote, die nu de trein aan haar vader beschrijft.
- Weet je, pappa, ik bedenk nu pas dat ik hier elke dag in de trein moet zitten en dat ik elke dag pas om zeven uur thuis ben!
- Ik ook, zucht de man achter Aagje wat harder.

Tegelijk met de trein verlaat Aagje het station.

zaterdag 16 augustus 2008

Coulissenleed

Op vakantie met een tent in Engeland lukt het om de eerste week van Olympische Spelen sportloos door te komen. Een beetje jammer, maar die schade halen we de komende weken nog wel in. Wat niet aan onze aandacht kon ontsnappen was de rel over het schattige meisje dat niet echt gezongen had tijdens de openingsceremonie. Dat ze niet echt zong, dat had de hele wereld wel al gezien, maar ten onrecht had men aangenomen dat ze haar eigen stem playbackte. Maar nee. Zij-die-in-dit-blog-naamloos-zal-blijven heeft Ode aan het Vaderland nooit gezongen. Dat deed de 7- jarige Yang Peiyi.

Ik denk dat ik ook zeven jaar was toen ik mee deed aan een musical. Ik speelde al een aardig deuntje blokfluit en de hoofdrol (een kabouter) was voor mij. Als een soort Papageno mocht ik vier, vijf, zes keer, de wereld veranderen met mijn toverfluit. Ik zou het nog kunnen spelen.

Van je turelure lure
van je wiedewiede wiet
van je turelure lure
van je wiede wiede wiet
wiet!

Hoe het is gegaan, weet ik niet meer. Maar op de avond van de voorstelling zat ik, onzichtbaar voor het publiek, achter een gordijn. Ik speelde het deuntje als de verse kabouter de fluit aan haar lippen zette. Ik stoorde me eraan dat zij haar rechterhand het dichtst bij haar mond hield en haar vingers op een volstrekt onechte manier bewoog. Maar verder vond ik het gewoon spannend en leuk. Pas bij het applaus, toen ik nog steeds op de stoel zat en ik de rest zag buigen kreeg ik het gevoel dat er iets niet klopte.

Misschien gaat het bij Yang Peiyi wel net als bij mij. Op het moment van de voorstelling is de plek in de coulissen niet zo belangrijk. En valt het muntje pas later. En dan hoop ik dat ook zij zich voorneemt: dat was eens maar nooit weer. Dat podium is voor mij!

En verder, in Engeland, op ...


zaterdag 2 augustus
is de beste voorbereiding op een extra dag: "morgen pakken we in"

zondag 3 augustus
ligt Europoort nog allemachtig ver achter Rotterdam

maandag 4 augustus
is het handiger eerst de openingstijden te checken voor je op pad gaat

dinsdag 5 augustus
is een ruïne het mooist op fris groen goed onderhouden Engels gras

woensdag 6 augustus
rijden we door het land van Dalziel en Pascoe

donderdag 7 augustus
zien we politie én brandweer in actie

vrijdag 8 augustus
vraag ik me af waarom ik campings als Park Foot niet mijd

zaterdag 9 augustus
brengt de regen ons in Wasdale Head Inn

zondag 10 augustus
zetten de jongens de tent op in een storm

maandag 11 augustus
spelen we eight ball pool aan zee

dinsdag 12 augustus
zien we het Ribble Head Viaduct, waar Ron en Harry ooit in een auto onderdoor vlogen

woensdag 13 augustus
eten we in York verrukkelijk Indiaas

donderdag 14 augustus
mogen we met "hazard light on" in de "priority lane" de boot op

vrijdag 15 augustus
zijn we een dag eerder terug dan gepland en wordt een kies vakkundig hersteld

zondag 3 augustus 2008

U leest een briljant blog

Gisteren kwam een vriend van de man des huizes aanfietsen. En ik ken 'm al zo lang, ik durf het ook wel een beetje de mijne te noemen. 't Is een enthousiaste, drukke kerel vol meningen. Kijk, blogs bijvoorbeeld, dat vind hij werkelijke he-le-maal niks! Zonder enige nuancering. Alsof - want daar zat zijn pijn - er in weblogs alleen maar over koetjes en kalfjes wordt gesproken. Ha! Maar dan kennen zijn mijn rondje langs de velden nog niet.

Ik heb een prijs gewonnen. Een vriendenprijs. Een lezersprijs. Schrijvers zeggen altijd dat dat de mooiste zijn, als het publiek je roemt. Maar zonder die wetenschap was ik ook al blij. Dankjewel, Elsje!
't Is een doorgeefprijs. De winnaar mag vervolgens zeven andere winnaars aanwijzen. Het riekt een beetje naar een kettingbrief. En als ik ergens een hekel aan heb .... Kijk, nu ik toch al 'soms cynisch' ben genoemd, wil ik het wel kwijt: kettingbrieven vind ik he-le-maal niets!
Ik besluit dat dit meer een estafettedingetje is, en die vind ik weer wel leuk.

SPELREGELS
1. De winnaar mag het logo plaatsen.
2. Plaats een link naar degene van wie je de Award hebt gekregen.
3. Stuur de Award naar tenminste 7 andere Bloggers, die door hun actualiteit, thema’s en designs opvallen.
4. Zet de links van deze site’s op je blog.
5. Laat een berichtje achter op de betreffende site.


Wie ga ik eens verrassen/overvallen?

Strikt genomen geen weblog, maar wel bijna dagelijks met nieuw moois om te bekijken. De fotogalerij van mijn lief. Per foto wordt hij een steeds minder onverdienstelijk amateurfotograaf. En als je niet van plaatjes houdt, dan zijn allen de titels al een bezoekje waard.

Ooit breide ik veel, heel veel. Tien jaar geleden bracht ik een vuilniszak vol restjes wol naar de kleuterschool. Ik sloot een tijdperk af. Of niet? Feit is dat ik de breiblog, zoals die van haar, erg leuk blijf vinden.

Margot uit Deventer lees ik met plezier, omdat ze a) uit Deventer komt, ze b) Margot heet, net als mijn oudste warme nichtje, en ze c) zo heerlijk jong is en daar d) zo grappig over deelt.

Leuke dingen voor de mensen, soms heb je daar zin in, en in niets anders. Dan is er Do Something Pretty. Niet gelijk naar de winkel rennen. Wel je lekker vergapen aan de creativiteit van anderen en je laven aan 'a sight for sore eyes' (zoals ik de site genoemd zou hebben).

Poëzie laat me weken onverschillig, om dan weer genadeloos liefdevol aan mijn deur te kloppen: Open doen! Genieten! Laat je raken! En dat mag dan bij Edith. Ik vind het zo prachtig wat ze doet.

Sinds een paar weken lees ik op dit blog mee. Ik stond naast de Mededeler op Buitenkunst deze zomer. Pas na deze week bleken we wat gektes te delen. Altijd heerlijk, gedeelde interesses. Zo had hij de poes gefotografeerd waar ik ooit over dichtte!

Nog eentje! Wie wijs ik aan. Namen en plaatsen spoken door mijn hoofd van wie ik denk dat ze hier totaal niet op zitten te wachten. Of die ik gewoon niet durf te noemen, omdat ik o-zo-stiekem meelees. En een heleboel zijn al genoemd, natuurlijk. Peins pieker. Okay, ik neem de gok. Haar lees ik graag. Wil ze het weten?

zaterdag 2 augustus 2008

Tot ziens, zodra mijnheer en mevrouw even oud zijn

getekend door Cécile (toen 10 jaar oud)
t.g.v. de 44ste verjaardag van Herma
in 1978

woensdag 30 juli 2008

Soms wou ik dat ik niet wijzer was


  1. Vroeger dacht ik dat jeetje en gossie basterdsuikervloeken waren
  2. Vroeger dacht ik dat meesters leuker waren dan juffen
  3. Vroeger dacht ik dat ik schaakkampioen zou worden, zodra ik maar zou leren schaken
  4. Vroeger dacht ik dat ik dat echt moest leren 'even niet denken'
  5. Vroeger dat ik dat Hans, de SRV-man, Ans was, en vrouw
  6. Vroeger dacht ik dat als je veertig jaar werd, dat dan alles je verteld werd; en dat je dan gedachten kon lezen
  7. Vroeger dacht ik dat mazzel pech was
  8. Vroeger dacht ik dat het in een bos altijd herfst was
  9. Vroeger dacht ik dat honden konden denken
  10. Vroeger dacht dat zoals na morgen overmorgen komt, de buren van de buren de overburen waren
  11. Vroeger dacht ik dat geen boeken erger was dan geen eten
  12. Vroeger dacht ik dat je het lekkerste voor het laatst moest bewaren

Vanmiddag sloeg mijn TomTom op hol op de A12 ter hoogte van Utrecht. Ik reed over de Langeraarseweg, de Aardamseweg op, zag de Ringdijk, vloog over de Oostkanaalweg, de Westkanaalweg. En weer terug. En nog een keer. Ik tolde rond. De afslag naar de A28 nam ik bijna op de gok. Ik was weer zeven jaar en op weg naar school. Altijd was de brug open en altijd klommen we op het hek en altijd schreven we onze namen in het stof van het contragewicht. Dan zakte het gewicht, ging de brug weer dicht en opende de brugwachter het hek. Soms mochten we er nog even op blijven staan.

zaterdag 26 juli 2008

Mobiel theater

[Vrouw toetst nummer in op haar mobiel. Ze oogt nerveus en opgewonden. Zodra er wordt opgenomen begint ze zeer luid te praten:]
Hé hoi.
Ik ben het.
Had niet gedacht hè?
De operatie is geslaagd.
Ze doen het weer.

[Schreeuwend:]
Allebei.
Ik ben blij, joh, blij.

[Terug naar te luide toon van begin van het gesprek:]
Jou bel ik als eerste.
Omdat ik jou van al mijn vriendinnen het eerst weer wil horen.
't Is al 25 jaar geleden dat we jaargenoten werden.
En ik heb al tien jaar jouw stem niet meer gehoord.
Geen vogels, tien jaar geen muziek, moeilijk praten met jullie allemaal.
En nu kan ik alles weer horen.
Ik praat nog wel hard. Zegt de dokter.

[Nog steeds zeer luid en blij:]
Wist je dat een mobiele telefoon piept als je op de knopjes drukt?
Jij natuurlijk wist je dat.
En ik woon hier nu al jaren, hè, maar nu weet ik pas dat de tram in de bocht zo knerpt.
Weet je waar ik het meest zin in heb?
Met jou naar een concert, net als vroeger.
En dat we dan oordopjes indoen omdat het zo'n herrie is.
En dan drinken we bij jou nog een biertje.
En dan hoor ik hoe de beugelfles open plopt.
O ja, je snurkt.
Dat herinner ik me toch goed, hè?
Dwars door de deur heen.
Dat wil ik ook horen.

[Constaterend, nog steeds luid:]
Hoef je niet meer alles op briefjes te schrijven.
Want jouw lippen heb ik nooit kunnen lezen.
Je schreef dat je er wel je best op deed.
Maar dat zag ik eigenlijk niet.
Ik zag wel dat jullie het over mij hadden.
We kunnen wel zien, hoor.
Met jullie gezichten zo dicht bij elkaar, en naar mij kijken.
Alsof dat voor mij uitmaakte, dat jullie fluisteren.
Ik wilde zo graag met alles meedoen, met de jaarclub.
Eerst ging ik nog mee.
Roeien is voor mij ook leuk. En carnaval.
Maar als we ergens gingen eten, dan kwam het eten dat ik zelf niet had besteld.

[Bozig, nog steeds luid:]
Ik paste niet meer in het plaatje, hè?
Ik viel op, tussen de vlotte succesvolle vriendinnen.
Zo zwijgend, op de bank, trok ik natuurlijk precies de verkeerde aandacht.

[Bitter, nog luider wordend:]
En als je toch moest praten, met die zielige dove Inge?
Dan schreeuwde je toch lekker?
Met dikke aderen in je nek en idiote getuite lippen?
Je zou jezelf eens moeten zien en bedenken wie er eigenlijk zielig is.
Alsof het ook interessant is wat je te melden hebt.
Wil-je-nog-kooooofffffiiiiieeeee? En dan dat roerende gebaar.
Het enige gebaar datje hebt willen leren.

Ik belde je om te vragen of je wat kwam drinken.
Omdat ik zo blij was dat ik je stem weer kan horen.
Maar weet je wat?

[Schreeuwt:]
Hou jij je bek maar.
Elp, 9 juli 2008

woensdag 23 juli 2008

Op de zeepkist (12)

Het leeslint

Onlangs las ik Vingers van Marsepein van Rascha Peper. Een heerlijke leeservaring, niet in het minst omdat het boek gesierd is met een leeslint. Geef een boek een lintje en het heeft gelijk zoveel meer. Gebruiksgemak, allure, eeuwigheidswaarde.
Vanaf de zestiende eeuw is door boekbinders de strijd tegen ezelsoren aangebonden door het aanbrengen van een leeslint. Ik leerde het lint kennen in mijn eerste echte eigen bijbeltje. Kerkbuurmannen hadden soms zelfs twee linten, één voor de oudtestamentische en één voor de nieuwtestamenitische lezing. Kon je die ook vast handig van tevoren opzoeken.
Natuurlijk kunnen we ook een bladwijzer gebruiken, of het boek omgedraaid plat neerleggen (au!), maar een leeslint heeft toch dat ‘je ne sais quoi’ dat mij zeer bevalt.
Amateur boekbinders kopen voor een luttele €0,55 maar liefst twaalf linten. En het is zoveel meer dan een geheugensteuntje om ons te herinneren waar we ook alweer gebleven waren. Uit eigen ervaring weet ik dat je daar ook een lolly voor kunt gebruiken en mijn moeders sterkste verhalen uit 40 jaar bibliotheek maken melding van een plak kaas en een spiegelei.
Het leeslint heeft niet alleen een functie in het hier en nu. Het leeslint mag ook graag tussen die bladzijden gevleid worden die onthouden en teruggevonden moeten kunnen worden. En dat niet alleen door de lezer, maar door iedereen die ooit een boek met een leeslint aantreft. Het persoonlijke is poëzie, schreef Hannes Meinkema. Ik kan me verheugen op mijn nazaten die mijn boekenkasten langsturen op een leeslint en de bladzijde waar ik het ooit – onbedoeld of bewust - liet hangen, zullen herlezen.
Zij zullen de mooiste woorden vinden.

dinsdag 22 juli 2008

Lex Karadzic niet boven de wet

Jarenlang is het de Serviër Radovan K. gelukt onopgemerkt te blijven. Velen zijn geschokt nu bekend is geworden waar hij al die tijd gewoond en gewerkt heeft. De man die eenvoudigweg als 'Lex' bekend stond las voor als geen ander en was geliefd om zijn opa-zachte uitstraling. Het bericht van zijn arrestatie is ingeslagen als een bom. Om zijn bekende straatgenoot T. te citeren: "Poe hé!"


zondag 20 juli 2008

Levende schilderijen

De ochtend stelden we zelf schilderijen samen. We kwamen erachter dat de figuren op een doek in relatie tot elkaar staan, en dat juist dat een afbeelding interessant maakt. 's Middags plaatsten we ons zoals grote schilders eerder groepen mensen hadden geplaatst. Kijk en vergelijk.

Rembrandt van Rijn - Het korporaalschap van Frans Banning Cocq en luitenant Willem Ruytenburgh maakt zich gereed (beter bekend als De Nachtwacht ) - rond 1640


Rembrandt van Rijn - De Bataafse Eed (rond 1660)


Pablo Picasso - Guernica (1937)


Joan Miró - Zelfportret met dochter Dit wordt een zoekplaatje. Het origineel lijkt erg op het eerste tableau. Wie een plaatje vindt, gelieve zich bij mij te melden. (En dat deed Caitlin, dank!!) De onderste foto toont hoe wij de spanning (de ondoorgrondelijke blikken, de handen op rare plaatsen) hebben doorgevoerd.


vrijdag 18 juli 2008

Afscheidsbrief door een positieve bril


Merel, Roos, Arnoud,

Ik wil jullie bedanken. Bedanken voor de prachtige tijd die we met elkaar gehad hebben.
Arnoud, toen we elkaar ontmoetten, wilde ik gelijk wel 100 jaar met je leven. Het zijn er vijftien geworden. Maar wat een heerlijke jaren. Dank je wel voor al die gesprekken bij jouw verrukkelijke wijncollectie. En dank - het allermeest - voor onze zalige dochters.
Mereltje, Rooske, mamma gaat weg. Merel, jij hebt verleden week je zwemdiploma gehaald. En Roos, jij kan lezen en je hebt 's nachts geen luier meer nodig. Ik ben klaar met mijn werk.
Pappa kan al een beetje koken en hij weet hoe de wasmachine werkt, dus dat gaat helemaal goed komen. Wisten jullie dat kinderen van gescheiden ouders later prachtige boeken schrijven, of beroemde toneelspelers worden?
Mamma gaat een nieuw gezin stichten. Ik heb zin in een man met een baard en ik krijg vast een tweeling, twee jongetjes. Komen jullie dan gezellig beschuit met muisjes eten?

Tot ziens lieve schatjes. Alles is goed.

Mamma

Elp, 10 juli 2008

maandag 14 juli 2008

Gebakken lucht

Dans, dat is wel het laatste wat ik zal gaan doen op Buitenkunst. Kop-pig als ik ben zullen er heel wat lezingen, artikelen en persoonlijke uitleggen aan te pas moeten komen wil ik begrijpen wat er gebeurt, tijdens dat gezwaai met die lijven. Ik zeg nooit nooit, maar het verbaast me geenszins dat het er ook dit jaar niet van gekomen is.
Beeldend werken is bijna ook zoiets. Bijna, want in 2007 - 't blijft vooralsnog een unieke gebeurtenis - deed ik het: meedoen met het beeldend programma. Maar ik kan er zeer van genieten. Beluister met plezier wat mensen raakt in schilderijen, beeldhouwwerken, installaties. En zie waar hun inspiratie vandaan komt. En vervolgens ben ik onder de indruk van het vakwerk met kwast, plakband, klei of touw.

Beeldend medewerker Liesje had zich vergaapt aan diverse fraaie opblaasbeesten in New York. Soms komt er een metro langs en dan gaat het beeld leven.
Dat moesten buitenkunsters ook kunnen. En dat konden ze ook. Andere dan ik dan. Pelle hielp wel metro spelen, met behulp van een luchtbedpomp. 3000 liter lucht moest in deze struisvogel.


Liesje, als je nog vijf minuten hebt? Is dit een idee voor volgend jaar?

zondag 13 juli 2008

Wij zijn niet van de dingen


Kom logeren op mijn zolder. Achter de lege schotten liggen slechts opgevouwen verhuisdozen. Zonder kleertjes voor baby's die toch nooit meer zullen komen.
Parkeer je fiets in de straat op de plek van mijn niet-bestaande tweede auto.
Eet met me, praat en lach met me, in de tijd die we niet schenken aan de derde televisie en de vierde computer.
Wij zijn niet van de dingen.

Graai leeg die zolder.
Mest uit de kelder.
Zet aan de stoep.
Deel uit, geef weg.
Wij zijn niet van de dingen.

Een krant wordt een hoed wordt wc-papier.
Een ansichtkaart een schilderij.
De buggy naar de dreumes van de buren.
In vreugde geplopte kurken worden een schip
of oorbellen.
Wij zijn niet van de dingen.

Schenk me de helft van je hartige taart.
Leeg met mij die fles wijn die, ja, veel te duur was.
We rollen het gras
en gooien groene sneeuw.
Wij zijn niet van de dingen.
Elp, 8 juli 2008

Afbeelding: Michiel Schrijver.

zaterdag 12 juli 2008

Vasthouden

Heiloo, 1971. Ik ben zeven jaar en kneed van nat zand de perfecte bal, zo'n echte soete suikerbol. Trots neem ik 'm mee naar het vakantiehuisje. En ondanks de tegenwerpingen van mijn moeder moet en zal ik het ding in het vriesvak bewaren. Zoiets moois mag niet verloren gaan!

We waren deze week in Drenthe. Pelle en ik bedreven met hartstocht de Buitenkunst. Toegegeven, het was vrijwillig, dat we vanmorgen het paradijs weer verlieten. Maar het maakt de gang naar het dagelijks leven nauwelijks lichter. We waren aboriginal, en figurant van Rembrandt, we stonden op het podium met basgitaar en afscheidsbrief. We predikten de revolutie, pasten in een dekenzak, schreeuwden voicemails vol. Een week zonder cynisme, alleen maar creeëren en vol bewondering voor anderen kunnen zijn. Wat hebben we nog meer nodig?

Het nieuwe gezicht achter de balie bij Albert Heijn zegt dat ze niet bestaan, postzegels van 75 cent, noch die van 92.
"Ach, kijkt u nog even. Ik koop ze hier regelmatig."
"O, die! Ze zeggen altijd voor het buitenland. Zo kan ik het niet snappen, natuurlijk."

De zandbol hield het nog geen 24 uur, in 1971. De bal lag in twee stukken op een bordje. Geen zand tussen het ijs. Had ik al rekening gehouden met een droom die zou knappen?

De nieuwe wasmachine piept als de was gedraaid is. Het klinkt zo dwingend, vandaag.

zaterdag 5 juli 2008

Flickr-stokje op z'n googlish.

Dit leek me nou ook wel eens leuk om te doen, dat wat ik bij haar zag. Jezelf een aantal vragen stellen, de antwoorden bij flickr intypen en uit de eerste pagina met plaatjes een keuze maken. Zie jezelf, zuster.
Blijkt het helemaal niet te kunnen als je zo'n weblog hebt als deze. Sof! Dan maar op z'n googlish. Raad de plaatjes!
[Ik heb niet de hoop, eerder de angst, dat de betekenis van de antwoorden begrepen kan worden. Het lijkt me zelfs stug dat ik over een jaar nog weet hoe ik vandaag in elkaar zit. Jullie hebben in ieder geval een week om er naar te staren. Eerder zal er hier door mij niets worden toegevoegd.]

1. Wat is je eerste naam?

2. Wat is je lievelingseten?

3. Hoe heette je middelbare school?

4. Wat is je lievelingskleur?

5. Op welke beroemdheid ben je verliefd?

6. Wat drink je het liefst?

7. Je droomvakantie?

8. Lekkerste toetje?

9. Wat wil je worden als je later groot bent?

10. Wie zijn je het meest dierbaar?

11. Beschrijf jezelf in één woord.

12. Wat is jouw internetnaam?

dinsdag 1 juli 2008

In memoriam: het roken

De pijp
Midden op het parkeerterrein van winkelcentrum Leidsehage, op de stoep van een mij wildvreemd kantoorgebouw, botsend tegen een plotseling tot stilstand komende herenrug: als meisje kwam ik op de vreemdste plaatsen terwijl ik als in trance de geur van pijptabak volgde. Het eerste serieuze vriendje kreeg dan ook een pijp van mij cadeau. ’t Was een goedkoop dingetje dat niet lekker ingerookt wilde raken. Hij hield van mij en deed zijn best, maar ’t is verder nooit wat geworden met die twee.

De sigaar
Een verjaarsfeestje midden jaren tachtig. Een felle discussie over kernwapens met een ultrarechts jongmens won ik. Toen trakteerde hij alle heren op een sigaar en sloeg mij over. Dat pikte ik niet en even later zoog ik aan mijn eerste bolknak. Een letterlijk bittere teleurstelling. En per ongeluk opbranden in de asbak wilde het ding niet. Met een stalen smoel werd ik misselijker dan ooit.

De sigaret
Ik rookte er vele, zeer vele. Op 22 februari 1993 stak ik de laatste op. Niet roken en minder koffie drinken, dat zou het zwanger worden bespoedigen. Ik at zelfs bamboestengels, maar da’s weer een heel ander verhaal. Toen ik een jaar later in de aanstaande moederboeken las, dat vrouwen in verwachting zelfs asbakken leeg likken vond ik het al vies. Na al die jaren kan ik nog steeds zwetend wakker worden na een droom over die sigaret die toch weer opgestoken is.

Dat zijn de ergste
Mensen die zelf gerookt hebben zijn de fanatiekste nicotinehaters. In mijn geval klopt dat. Ik schaam me plaatsvervangend voor iedereen die ik heb laten meeroken, zelfs in hun eigen nicotinevrije woningen. En ik juich vandaag. Ik verheug me op een biertje bij café de Heks, dat ik al jaren mijd vanwege de bedorven lucht. Een driegangenmenu zonder sigarenwalm in de molen van Olst (Ik vind het ook stinken, zei de ober. En ze stonden op de kaart!).
Nu de terrasverwarming nog verboden verklaren.
 

blogger templates | Make Money Online